Sfeerfoto van Joop
Joop
Joop

China klaar om Oceanië in te lijven

Nieuwe overeenkomst betekent grote machtsuitbreiding in gebied
Joop

Moordpolitiek

  •  
06-04-2012
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
RTEmagicC_grafiek_gillian.jpg
De opvallende relatie tussen welke partij aan de macht is en het aantal moorden dat gepleegd wordt
Liberté, égalité, fraternité: het beroemde motto dat de lijfspreuk van Frankrijk vormt. De leus werd eind 18e eeuw geïntroduceerd tijdens de Franse Revolutie en sinds die tijd worden debatten gevoerd over de betekenis en de bruikbaarheid van de drie termen. Op 18, 19 en 20 april zendt de VARA een documentaire-drieluik uit, waarin de vraag wordt gesteld of het aloude ideaal van vrijheid, gelijkheid en broederschap in de 21e eeuw nog relevant voor ons is. Komt ons denken over de drie begrippen nog overeen met wat we er inmiddels aan wetenschappelijke kennis over hebben? En hoe verhouden ze zich?
James Gilligan  is een voormalig hoogleraar psychiatrie aan Harvard University, die zijn hele leven bezig is geweest met de vraag waarom mensen elkaar soms de meest vreselijke dingen aandoen. Hij deed zijn onderzoek in verschillende Amerikaanse gevangenissen, waar hij met moordenaars en andere lang gestraften werkte.
Sinds 1900 wordt in Amerika nauwkeurig bijgehouden hoeveel moorden (het ultieme geweld tegen een ander) en hoeveel zelfmoorden (het ultieme geweld tegen jezelf) er worden gepleegd. En zowel afzonderlijk, als bij elkaar opgeteld levert dat een vergelijkbaar grillige grafiek op vol heftige pieken en dalen. Gilligan heeft lang gepuzzeld op de vraag of er een verklaring viel te vinden voor die pieken en dalen. Tot hij niet lang geleden een opzienbarende ontdekking deed: de pieken en dalen vertoonden een opmerkelijke overeenkomst met de cyclus van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. En meer dan dat: onder presidenten van de ene partij was een heel andere trend te zien in het aantal moorden en zelfmoorden, dan onder presidenten van de andere partij
Nou zal dit Republikeinen niet verbazen. Zij weten al decennia dat zij met hun ‘tough on crime’-beleid veel beter bezig zijn dan die slappe democraten. Dus dan is het toch logisch dat onder Republikeinen het aantal moorden daalt en onder democraten weer stijgt? Alleen is er één probleem met dat idee: het klopt niet. Het is precies andersom.
Onder Republikeinse presidenten stijgt het aantal moorden en zelfmoorden in de Verenigde Staten over het algemeen sterk, of blijft het onveranderd hoog. Onder democraten daalt het over het algemeen of blijft het in ieder geval onder het gemiddelde. Er zijn twee uitzonderingen op dat beeld: de termijnen van de Republikeinse president Eisenhower (1953-1961) en de Democratische president Carter (1977-1981).
Zo’n verband betekent natuurlijk nog niet dat de partijpolitieke kleur van de president ook een stijging of daling van het aantal moorden en zelfmoorden veroorzaakt. Maar de presidentschappen van Eisenhower en Carter geven volgens Gilligan wel degelijk inzicht in een mogelijke verklaring voor waarom het patroon bestaat. Eisenhower was weliswaar namens de Republikeinse partij tot president verkozen, maar in zijn eigen partij vond men hem eigenlijk helemaal niet een van hen. Dat kwam doordat hij in zijn economisch beleid volledig doorborduurde op de New Deal-gedachte van Roosevelt; een economisch beleid waarin de staat een grote rol speelde in het stimuleren van de economie en het scheppen van banen. Inclusief een zeer progressief belastingstelsel. Jimmy Carter was democraat, maar ook grootschalig pindaboer. Zijn economisch beleid was juist meer marktgericht, zelfs meer dan dat van zijn voorgangers Ford en Nixon. Zowel Eisenhower als Carter hebben dan ook wel eens gespeculeerd op een overstap naar de concurrerende partij.
Zou het dan echt het economisch beleid van de Amerikaanse regering zijn dat een verklaring kan bieden voor het aantal moorden en zelfmoorden in het land? Om die vraag te beantwoorden is Gilligan te rade gegaan bij diverse economen en hij komt wederom tot een opmerkelijke conclusie. Republikeinen zien zichzelf graag als de partij die goed is voor de economie. Maar ook dat beeld lijkt niet te kloppen: hun presidentschappen kenmerken zich door een toenemende recessie, werkeloosheid en ongelijkheid. Trends die steeds pas onder democraten worden doorbroken. En van die drie begrippen, die onderling verbonden zijn, is de relatie met geweld veelvuldig aangetoond. 
Dat komt, zo heeft Gilligan vastgesteld in zijn werk met gevangenen, doordat er één ding is dat bij elk zwaar geweldsmisdrijf een rol speelt. En dat is een gevoeld verlies aan status. Of dat nou is omdat je vrouw er met een ander vandoor is, je ontslagen bent of iemand ‘je raar aankijkt op straat’ en je dus geen respect betoont. Allemaal zaken die van invloed zijn op je plek in de sociale rangorde, of op zijn minst op hoe je die plek ervaart. 
Onze menselijke hersenen hebben zich zo geëvolueerd dat wij niet in staat zijn tot absolute oordelen. In alles vergelijken we ons met anderen. En dat maakt onze relatieve positie op de sociale ladder zo belangrijk. Het zorgt ervoor dat een -gevoelde- daling op die ladder kan leiden tot schaamte en gewelddadig gedrag. Waarmee natuurlijk niet gezegd is dat iedereen die zo’n daling ervaart ook geweld gaat gebruiken. Maar wel dat een toename van die gevoelens leidt tot meer geweld. Voor Gilligan is dan ook duidelijk dat er een causaal verband bestaat tussen het gevoerde economisch beleid en het aantal moorden en zelfmoorden. Zozeer dat hij zijn in augustus 2011 verschenen boek een veelzeggende titel meegaf: ‘ Why some politicians are more dangerous than others ’. 
James Gilligan wordt geïnterviewd in het documentaire drieluik Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap dat de VARA uitzendt op 18, 19 en 20 april. Na Nieuwsuur, op Nederland 2.
Volg Joop op Twitter , vind Joop leuk op Facebook. Of abonneer je op de dagelijkse nieuwsbrief met een handig overzicht van nieuws en opinies.

Meer over:

opinie, wereld

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (26)

JAWEH
JAWEH6 apr. 2012 - 8:34

Mooi stuk. Eerlijk waar. Het geeft een beeld van de wereld weer wat eigenlijk als de grote leugen gekwalificeerd kan worden. Rechtse neoliberalen verkloten onze wereld en links krijgt daar de schuld van. Een leugen die zo groot is dat dat niemand zou kunnen geloven dat iemand de waarheid zo'n grof geweld aan zou doen. Wanneer is dit afgelopen? Als rijk dan echt de hele wereld in zijn bezit heeft en arm definitief is gedecimeerd, waarbij het restant als slaafje van de rijken moet dienen? Ik ben soms bang dat de laatste wereldoorlog (die van rijk tegen arm) al een jaar of tien geleden is verloren door de armen. Dan is de koers dus eigenlijk al gelopen. Wie kan ons (de overgebleven stakkers) helpen?

pietdevries2
pietdevries26 apr. 2012 - 8:34

Statistisch kun je aantonen dat de ooievaars de babies brengen in Zweden. Iedereen, vrijwel iedereen, weet dat dat niet zo is. Zonder een verklaring van de gevonden correlatie hebben we alleen een correlatie. Ik heb wel een mogelijke verklaring, Republikeinen, nog meer dan Democraten, wijten iemand's ongeluk aan hemzelf. In de VS heerst nog de mythe van gelijke kansen, die is nodig om de gewetens van de zeer rijken, twee procent of zo van de bevolking, te sussen. Vanaf 1900 tot nu leefde steeds een dertig, tot zelfs 60 %, van de VS bevolking, onder de VS armoedegrens.

pietdevries2
pietdevries26 apr. 2012 - 8:34

Trends die steeds pas onder democraten worden doorbroken. En van die drie begrippen, die onderling verbonden zijn, is de relatie met geweld veelvuldig aangetoond. Roosevelt kwam in 1933 aan de macht, een Democraat. In 1938 was de VS werkloosheid even hoog als die in 1933. In 1933 schreef Keynes een open brief aan Roosevelt, dat alleen grote overheidsuitgaven, gefinancierd uit leningen, de koopkracht weer op peil kon brengen. Keynes schreef ook dat alleen buitengewone omstandigheden, zoals oorlog, landen tot dit soort uitgaven konden brengen. Na Pearl Harbour verdween de VS werkloosheid, en liep de VS staatsschuld gigantisch op. De VS oorlogstoestand duurt voort tot de huidige dag, de staatsschuld wordt ondraagbaar.

wvdstraat
wvdstraat6 apr. 2012 - 8:34

Het is beslist niet vreemd dat onder republikeins / rechts meer moorden plaatsvinden, simpelweg door het adagium 'het recht van de sterkste'. Laat dit nu juist in de misdaad een heel belangrijk uitgangspunt zijn. In de VS geldt dit in extremis, maar zelfs in Nederland verwierf Holleeder enige populariteit en dat beslist niet in linkse hoek. De zgn 'crimefighters' hoor je dan ook bijna uitsluitend over kleine criminaliteit, aanpak van grootschalige zaken (bijv in Amsterdam) is te danken aan partijen ter linkerzijde. In een 'ieder-voor-zich maatschappij' hoort moorden nu eenmaal erbij en is er (een punt dat aangestipt wordt in het artikel) meer ruimte voor het gevoel van status, ONGEACHT hoe die verkregen is. Rechts egoïsme rechtvaardigt nu eenmaal het gevoel de grenzen op te mogen zoeken en zo nodig te overschrijden.

fries2
fries26 apr. 2012 - 8:34

In hun macht zal dit onderzoek rechts niet aantasten. Zowel rechtse politici als rechtse stemmers zijn nou eenmaal niet geïnteresseerd in feiten. Alleen maar in hun macht.

BasVV
BasVV6 apr. 2012 - 8:34

Heel lastige materie. In het artikel wordt niets gezegd over om wat voor type moorden en zelfmoorden het gaat. Ook niet waar deze demografisch plaatsvinden. Het zal bekend zijn dat de staten in Amerika een behoorlijke eigen politieke, wettelijke en ook economisch en culturele structuur hebben. Hier zitten forse afwijkingen in. Een staat kan rechts zijn. Terwijl de president links is en omgekeerd. Op zich zou het aardig zijn om dit in nederland ook eens te onderzoeken. We hebben weliswaar een rechts kabinet. Maar als het over moorden, misdaad en geweld gaat lijkt die toch het meest plaats te vinden in de randstad. En laten daar nu net linkse colleges zitten.

Michiel Online
Michiel Online6 apr. 2012 - 8:34

Begrijpt iemand hier wel op deze website wat voor gouden stuk dit is? Nee wacht even. Snapt iemand dit? Snapt iemand dat dit HET uitgangspunt is om republikeinen NOOIT, maar dan ook NOOIT meer volledige leiding te geven? Dit zou HET onderzoek van de eeuw moeten zijn. No contest.

1 Reactie
Tom Meijer
Tom Meijer6 apr. 2012 - 8:34

"NOOIT meer volledige leiding te geven" Een waarheid als een koe, maar daar hadden we deze cijfers niet voor nodig want het was al heel lang duidelijk. Voor de verblinden zijn deze cijfers natuurlijk uit de duim gezogen en zo niet, nietszeggend. Fact free politics? "NOOIT meer volledige leiding te geven" En begrijpt iemand op deze site dat hieruit volgt dat dit ook voor de navolgers, of voor ideologieën die hier dicht tegenaan zitten, geldt? Nederland is slecht af met regeringen van rechts. Dat was natuurlijk al lang bekend maar deze cijfers vormen een forse ondersteuning voor die constatering.

[verwijderd]
[verwijderd]6 apr. 2012 - 8:34

Ook een interessant onderwerp voor onderzoek zou zijn hoeveel subsidie de Harvard Univerity heeft gekregen onder presidenten van de verschillende partijen.

2 Reacties
Tom Meijer
Tom Meijer6 apr. 2012 - 8:34

"Ook een interessant onderwerp voor onderzoek zou zijn hoeveel subsidie de Harvard Univerity heeft gekregen onder presidenten van de verschillende partijen." U bedoelt?

Michiel Online
Michiel Online6 apr. 2012 - 8:34

"Ook een interessant onderwerp voor onderzoek zou zijn hoeveel subsidie de Harvard Univerity heeft gekregen onder presidenten van de verschillende partijen." Mark Sinops, is het antwoord nu duidelijk en "kan je wat bijdraaien" of ga je in de toekomst weer verder met je kruistocht tegen dingen die niet bestaan?

juliusvold
juliusvold6 apr. 2012 - 8:34

Tja, zo ken ik er nog wel een paar. De voornamelijk door democratische burgemeesters geregeerde stad new York werd jarenlang geteisterd door enorme misdaad. Bij de komst van Rudy Giuliani (Republikein) verminderde het aantal misdaden significant. En een burgemeester kan concrete maatregelen nemem op dit gebied, een president niet.

1 Reactie
Sylvia Stuurman
Sylvia Stuurman6 apr. 2012 - 8:34

Het verschil tussen één specifiek geval (van een burgemeester die voeger democraat was en nu republikein, en het voor elkaar heeft gekregen de misdaadcijfers in New York drastisch omlaag te krijgen), en het statistische verband tussen vele presidenten van republikeinse danwel democratische gezindte en de cijfers van moord en zelfmoord hoeft - hoop ik - niemand je uit te leggen? Als je dat verschil niet begrijpt, zeg het maar: dan leg ik het je uit.

Sylvia Stuurman
Sylvia Stuurman6 apr. 2012 - 8:34

[Statistisch kun je aantonen dat de ooievaars de babies brengen in Zweden. ] Dat kun je helemaal niet statistisch aantonen: een statistisch verband betekent nog geen causaal verband. Vandaar dat Gilligan, nadat hij het statistische verband had gevonden, op zoek is gegaan naar een oorzakelijk verband. Dat heeft hij gevonden in de economische neergang onder republikeinse presidenten: toenemende recessie, werkeloosheid en ongelijkheid. Het verband tussen slechte economische omstandigheden en criminaliteit is al lang bekend, maar ook daar heeft Gilligan een oorzaak bij aangevoerd. Blijkbaar heb je het artikel dus niet gelezen, gezien je opmerking...

2 Reacties
juliusvold
juliusvold6 apr. 2012 - 8:34

'Dat heeft hij gevonden in de economische neergang onder republikeinse presidenten: toenemende recessie, werkeloosheid en ongelijkheid.' --- Ja, en stel nu eens voor dat dit causale verband onjuist is. dan valt de hele theorie in duigen. Onder Ronald Reagan was er economische bloei, liep de werkloosheid sterk terug en bleef de ongelijkheid redelijk stabiel. Onder Clinton idem dito. Bovendien 'vergeet' de auteur dat een president weliswaar belangrijk is, maar het congres en locale bestuurders evenzeer.

pietdevries2
pietdevries26 apr. 2012 - 8:34

Dat is nu precies wat ik schreef. Het vak begrijpend lezen is ingevoerd nadat ik de schoolbanken had verlaten, maar kennelijk heeft het niet veel uitgehaald. Maar wat betreft de oorzaken van de gevonden correlatie, mijn hypothese lijkt me nog steeds waarschijnlijker dan die van de onderzoeker. Helaas kunnen we geen van beide ons gelijk aantonen. Moorden en zelfmoorden hebben te maken met emoties, en die zijn niet rechtstreeks waarneembaar. Emoties worden afgeleid uit gedrag.

[verwijderd]
[verwijderd]6 apr. 2012 - 8:34

Feit is dat onder linkse regeringen, minder geregistreerd word als het gaat om misdaad. Dan nemen de cijfers al snel af. Typisch kop-in-het-zand steken dat we gewend zijn ter linkerzijde. Ook in NL: http://www.alphenstadfm.nl/nieuws/23821-Minder-aangiftes-maar-meer-woninginbraken-Hollands-Midden

3 Reacties
jonh16144
jonh161446 apr. 2012 - 8:34

Probleempje, 2006 was nog steeds een regeerperiode van een rechtskabinet... http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandse_kabinetten_sinds_de_Tweede_Wereldoorlog

Sylvia Stuurman
Sylvia Stuurman6 apr. 2012 - 8:34

Die cijfers gaan over 2005, en zijn dus geheel in lijn met de conclusies uit dit artikel: Balkenende II Jan Peter Balkenende (CDA) CDA, VVD, D66 27 mei 2003 7 juli 2006

Joeri2
Joeri26 apr. 2012 - 8:34

Minder geregistreerd? Dus dan plegen ze wel zelfmoord maar dan wordt dat niet opgeschreven? Dan gaan ze wel de bak in voor moord, maar dan schrijven ze dat niet op? Wat een vluchtgedrag. Mensen die zich veilig voelen plegen minder misdaad. Rechtse mensen denken dat veiligheid bescherming van hun bezit is en linkse mensen denken dat veiligheid bescherming van hun leven is. Thats all.

Jansen & Jansen
Jansen & Jansen6 apr. 2012 - 8:34

Statistiek van de kleine getallen, toeval dus. over 1000 jaar spreken we verder. (En vermoed ik dat je betoog bekrachtigd wordt)

1 Reactie
Maarten van den Heuvel
Maarten van den Heuvel6 apr. 2012 - 8:34

We hebben het (bijvoorbeeld over 2007) over rond de 50.000 gevallen. Dat zijn er genoeg voor een betrouwbare statistische analyse, lijkt me.

harryo2
harryo26 apr. 2012 - 8:34

Mag ik even uw aandacht voor: Psycho-sociale effecten van ongelijkheid: --> meer ongelijkheid --> meer superioriteits- en inferioriteitsgevoelens in een samenleving --> meer statuscompetitie (een belangrijke drijfveer voor het consumentisme in onze samenleving) --> meer statusonzekerheid --> meer angst voor andermans oordeel (controle, het gevoel opgejaagd te worden) --> meer sociale waarderingsangst (bedreigingen zelfvertrouwen en sociale status, angst voor negatieve beoordelingen) Dat we hier met een aantal factoren te maken hebben die bevorderlijk zijn voor het ontstaan van geweld, lijkt me niet zo moeilijk te bevatten. Dat deze factoren vooral dankzij rechtse, vrijheidslievende en ieder-voor-zich politiek tot verdere wasdom komen ook niet. En voor wie meer wil weten heb ik hier nog een tip (TED talk -- 'Richard Wilkinson: How economic inequality harms societies' -- eventueel met ondertiteling): http://www.ted.com/talks/richard_wilkinson.html

1 Reactie
Maarten van den Heuvel
Maarten van den Heuvel6 apr. 2012 - 8:34

Ook Richard Wilkinson komt langs in ons documentaire drieluik Vrijheid, gelijkheid, broederschap. (18, 19 & 20 april na Nieuwsuur op Nederland 2)

Bagus
Bagus6 apr. 2012 - 8:34

Ik wil hier ingaan op de rol van de economische wetenschap of discipline in de lopende maatschappelijke of politieke discussie. (Onheils)profeet of observator?? Allereerst: wetenschapsbeoefening is primair systematische en geobjectiveerde data- en kennisverzameling op een specifiek terrein. Uit wetenschapsbeoefening (anders dan complotverhalen en duimzuigen) vloeien ofwel empirisch getoetste verbanden voort en die worden als "hard" omschreven en niet empirisch getoetste, zog. 'zachte" verbanden. Daarbij worden formele toetsingsprincipes als verificatie resp. falsificatie (Popper) gehanteerd. Dat is echter niet een punt waarop ik in deze posting expliciet wil ingaan. Andere posters zijn mij daarin immers al voorafgegaan Er zijn ooievaarscorrelaties (inhoudsloze verbanden tussen reeksen data) en op basis van hypothesen geformuleerde causale (oorzaak-gevolg-)verbanden. De ooievaarscorrelatie als "inhoudsloos" verband is algemeen bekend. Minder bekend daarentegen is het verband tussen aantallen paddestoelen en het aantal van hun "bewoners": de "kabouters (haha). Sommigen posters en politieke bewegingen grossieren in dit soort suggestieve verbanden. Maar er zijn ook veel "fact free"-verbanden in omloop, veelal gericht op eng partijpolitiek gewin, zonder voldoende empirische onderbouwing. Ook dat punt sla ik hier over. Causale verbanden daartentegen vloeien -zo zou het althans moeten- voort uit transparente theorievorming. Transparant, omdat daardoor noodzakelijke kritiek van medewetenschappers mogelijk wordt gemaakt. Wetenschap is en blijft immers een proces van "zoeken en tasten". Wat houdt transparante theorie in de economische discipline dan in? Economie als vorm van wetenschap houdt zich m.i. primair bezig met de verdeling van aanwijsbare schaarse middelen (eindige voorraden grondstoffen en energiebronnen, arbeid, kapitaal en schoon milieu bijv)over in principe onbeperkte menselijke beoeften (de mens als veelvraat). In lopende discussies valt vaak de term "draagkracht van de aarde". Ook dat thema- hoe actueel ook- sla ik hier over! Bij benadering van het begrip "schaarste" is eventueel nog een gradueel onderscheid te maken tussen absoluut schaars (een unieke Rembrandt) en relatief schaars (schoon water, althans voorlopig nog). De economie als wetenschappelijke discipline houdt zich in het merendeel van de maatschappelijk relevante gevallen bezig met verdeling (allocatie) van relatief schaarse middelen (arbeid, kapitaal, informatie, "natuur"). Relatief betekent hier letterlijk "in relatie tot de menselijke behoeften". Hoe "schaars" een "unieke" Van Gogh is -ik herhaal het maar- is een maatschappelijk minder relevant voorbeeld van allocatie. Wat relatief schaars is krijgt doorgaans een hogere waardering als wat relatief overvloedig is. Als koeienstront beperkt beschikbaar is en de menselijke honger naar koeienstront daarentegen vele malen goter, is koeienstront relatief veel waard. In de Massai-economie in Kenia bijv. zijn alle producten van het vee, incl. de urine een relatief schaars goed. Maw de economie als wetenschap doet geen uitspraak over wat als goed of dienst voor de menselijke behoeftenbevreding wel of niet bruikbaar/gewenst is. Dat doet de gebruiker/de vrager van het desbetreffende goed/dienst. De econoom "registreert en analyseert slechts. Zo ga ik ervan uit dat de economische discipline waardevorming in de prostitutiesector moet opvatten als een "normaal" schaarsteverschijnsel, net zo als waardevorming van andere genotsmiddelen (sigaretten, alcohol). Die uiteindelijke waardering van goederen en diensten wijst op een bereikt evenwicht tussen vraag en aanbod van de desbetreffende goederen en diensten, voorzover van belang voor de menselijke behoeftenbevrediging. De gedachtegang achter het begrip marktprijs is dat deze -in geld uitgedrukte waarde- een goede indicatie geeft over de relatieve schaarste en helpt een efficiente (maar niet noodzakelijkewrwijze ook rechtvaardige) verdeling te bewerkstelligen. Het theoretische concept "markt" beschrijft daarbij de wijze waarop deze verdeling plaatsvindt. Er zijn vanuit de aanbodzijde geredeneerd meerdere marktypen in theorie te onderscheiden (bijv. monopolie, oligopolie en volledige mededinging). Ook de vragers zijn nader te categoriseren (zie de microeconomie; de leer van de marktvormen). De heer Bolkestein en mw. Kroes hebben daar een dagtaak aangehad: de praktijk van economische mededinging binnen de EU. Ook dit onderwerp laat ik hier verder rusten. Het bovenstaande betreft theoretische relaties in de zog. reele economie (de economie van goederen en diensten; materieel en immaterieel). Door het invoeren van geld als rekeneenheid worden de relatieve schaarsteverhoudingen uitgedrukt in (markt of schaduw)prijzen. De monetaire sector verstoort de reele economische verhoudingen alleen dan NIET al ze geen zelfstandige economische rol vervult, maar alleen een aanvullende en dienstbare. Maw geld is dan uitsluitend ruilmiddel (kopen/verkopen) of oppotmiddel (sparen). Zowel in chartale (munten, bankbiljetten) als girale vorm (rekening courant). M.a.w. geld is dan slechts een soort sluier over de reele economie, die de reele verhoudingen weliswaar toedekt, maar niet wezenlijk aantast. Zo zou het in theorie moeten zijn. Dat is bijv. een wezenlijke aanname in de op structureel evenwichtige situaties gerichte (neo)klassieke school in de economische wetenschap. Keynes (en volgelingen) daarentegen richtte(n) zich op gevallen van "onderbesteding" (wel productiecapaciteit aanwezig, maar tevens vraaguitval) agv "oppotten"; een gevolg mogellijk gemaakt door de functie van geld als "oppotmiddel". Daartegenover is bij de monetairisten (Milton Friedman e.a.) de monetaire sector (de geldhoeveelheid) ahw een "instrument" (een ingang) om reele economische verhoudingen te manipuleren richting doelvariabelen (bijv.gericht op verhoging goei, bevordering investeringen e.d.) en niet slechts op bijv. inflatiebestrijding. Dat "niet-aantasten" van reele economische verhoudingen (produceren, consumeren, investeren) geldt echter niet meer als producten van de geld- of monetaire sector worden opgevat als waren zij zelf reele producten/diensten, bestemd voor de directe menselijke behoeftenbevrediging. Zodra dat het geval wordt, is de monetaire sector (geld-, krediet- en bankwezen) ahw "losgezongen" van de reele sector en verstoort daarmede ook de reele economische verhoudingen, het prijsmechanisme en de daaruitvoortvloeiende reele allocatieprocessen. De oorzaak van de huidige monetaire crisis is te vinden in dat "losgezongen zijn" van monetaire producten waarvan zelf de aanbieders niet meer precies wisten wat ze aanboden. Wat ze wel wisten was dat er een markt voor te vinden was, een lonende markt zelf. Het zijn daarom "bubbels","windeieren" geworden, dwz op zich waardeloze producten, zoals de praktijk ook heeft uitgewezen. Hoewel er tal van geobjectiveerde en in wiskundige termen gegoten (macro)economische modellen zijn ontwikkeld en nog steeds worden gebruikt groeit het besef dat de discipline economie in essentie een gedragswetenschap en geen exacte wtenschap is, zoals de natuurwetenschappen. De economische theorie vraagt zich immers af: "Hoe gedragen aanbieders en vragers van schaarse middelen zich onder wissekende externe omstandigheden?" Omdat juist in die externe omgeving in de loop van de tijd veel kan veranderen moeten de gedragsvariabelen in de empirische modellen en de causale theorieen oortdurend getoetst worden op hun actuele relevantie. Statistische data en statstiek als hulpwetenschap zijn daarbij voor de beoefenaars van eonomie als wetenschappelijke discipline onmisbaar (gebleken). Maar ook gedragswetenschappen zijn en blijven relevant voor het aanleveren van nieuwe verklarende variabelen, daar waar de economische realiteit en de bestaande theorieen niet meer goed op elkaar aansluiten. Lees: de theoretische modellen in onvoldoende mate de economische werkelijkheid kunnen beschrijven, verklaren of voorspellen. Dat geldt zeker in tijden van sterke structuurwijzingen. De belangrijkste daarvan is de veranderende technologie (nu bijv. ICT) en de structurele veranderingen in de onderlinge machtsposities van aanbieders, nu vooral zich uitend in de opkomst van nieuwe, machtige spelers op de wereldmarkt en hun marktstrategieen (lees: economische globalisering). De kredietcrisis tot slot wijst op een structureel falen van het reele economische allocatieproces: verarmde spelers "doen" nog steeds alsof zij "machtige terugverdieners" zijn. Structurele begrotingstekorten zijn een belangrijke indicator voor het "op de pof leven" ofwel structureel boven je stand leven (consument, overheid). Tot slot de economische theorie, m.n. de klassieke en neoklassieke theorieen is in principe amoreel. De werking van het prijs- en marktmechanisme is mechanistisch opgevat, gebaseerd op 1 bepaalde vorm van "ideaal" economisch handelen van de economische subjecten: een op efficientie gericht handelen uit welbegrepen eigenbelang. Het wordt daarom ook wel als rationeel economisch handelen aangeduid. Maw het doet slechts een uitspraak louter over efficientiente verdeling van schaarse middelen (gesymboliseerd in de "onzichtbare hand" van Adam Smith). En dat is uiteraard empirisch gezien- een sterk verengde visie op de huidige, complexe economische realiteit. Er is daarbij geen uitspraak mogelijk over een "wenselijke", laat staan zoiets als een "rechtvaardige" verdeling anders dan de meest efficiente. Maar is dat dan wel de taak van een wetenschappelijke econoom? Doet de wetenschappelijke econoom "morele" uitspraken dan gaat hij m.i. in principe de grenzen van ziijn vakgebied te buiten. Economie is als wetenschap is daarom gebaat bij een "tegen het licht houden" van haar gevolgtrekkingen voor individuen, groepen, samenlevingen door "anderen". De filosofie kan daartoe op een structurele en systematische wijze bijdragen door het stellen van de juiste vragen bij economische aannamen en conclusies! Hierin spelen mens- en wereldbeeld van "de observerende" filosoof een essentiele rol. De politiek tenslotte brengt waar nodig en gewenst maatschappelijke correcties aan, ook op -op zich efficiente- economische uitkomsten. Politiek past ahw een maatschappelijke waardencorrectie toe. Daarvoor dient de politiek haar eigen waarden aan te dragen. Dat deze een ideologische component bevatten staat buiten kijf. Dat is echter de economie als wetenschap niet aan te rekenen. Gegeven het feit dat economie over menselijke gedragingen gaat (en NIET over natuurfenomenen zoals zwaartekracht en lichtsnelheid) is het niet verwonderlijk dat er scholen ontstaan zijn in de economie. Deze zijn o.m. gebaseerd op ideeen over het effect van o.a. eigenbelang, markttransparantie, zelfredzaamheid, afwentelingsmechanismen en structurele verschillen in toegankelijkheid tot de economische hulpbronnen en beslissings-/machtscentra. In mijn eigen ogen is de economie als wetenschappelijke discipline "slechts" een hulpmiddel voor een evenwichtigre menselijke ontwikkeling en geen doel op zich. UIt wetenschappelijk oogpunt is dit een betwistbare vaststelling. Dat realiseer ik mij heel goed! Uit algemeen maatschappelijk belang durf ik echter volop achter de uitspraak te staan. Dat die "wens de vader van de gedachte is" bewijst echter helaas de actualiteit waarin economen met tegengestelde opvattingen en aanbevelingen de politiek bestormen en manipuleren. De economische crisis is echter ten diepste een morele, dus menselijke crisis en geen louter systeemfalen, zoals het uitvallen van de energievoorziening na een aardbeving of tsunami!

1 Reactie
pietdevries2
pietdevries26 apr. 2012 - 8:34

Economie is geen wetenschap. Het is een filosofie over menselijk gedrag, gebaseerd op oneindige behoeften, en beperkte middelen. Het boek wat dit uitstekend beschrijft werd helaas in de zestiger jaren uit de verplichte literatuur gehaald, 'te moeilijk'. Robbins, 'An essay om the nature and significance of economic science', als ik me goed herinner voor het eerst gepubliceerd in 1935. Verder is de causaliteit ten grave gedragen door de quantum theorie, de theorie die Einstein onaanvaardbaar vond, zijn uitdrukking 'does god play dice ?'. De causaliteit is vervangen door waarschijnlijkheid. Dat ondertussen de meesten natuurkunde ver boven de pet gaat bleek bij PW bij het gesprek over het Higgs boson. PW deden er wat lacherig over. Maar misschien waren in het gezelschap van Einstein in goed gezelschap. En dat terwijl naar mijn mening CERN onze cultuur uniek maakt, nooit eerder werd zoveel geld besteed aan iets wat geen enkel gebruikelijk prestige oplevert, het is een tunnel ver onder de grond, en terwijl er geen enkel rendement van de investering in zicht is. Ik verwacht dat rendement wel, maar die gedachte is een soort geloof.