Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Minderheidskabinet: volwassen bestuur in een liefdeloos gepolariseerd speelveld

15-01-2026
leestijd 7 minuten
1042 keer bekeken
ANP-546793004

De Nederlandse politiek zit gevangen in een zelfversterkend systeem van polarisatie, partijdiscipline en strategische blokkades. Partijen willen zich het liefst opsluiten in dichtgetimmerde regeerakkoorden met ministers die functioneren als verlengstuk van fracties en oppositiepartijen die zich vooral richten op tegenwerking. Alsof een kabinet een liefdesverklaring is tussen twee, drie of vier partijen. Neen het is een kille uithuwelijking met heel veel regels.

Dit komende 32ste kabinet kan een trendbreuk zijn. Een minderheidskabinet is geen unicum, maar deze keer is het meer dan nodig en kan het leiden tot herstel van kwalitatief goed besturen waarbij voedingsbodems voor de toekomst worden gelegd.

Het politieke debat draait immers steeds minder om beleid en uitvoering en steeds meer om framing, profilering en scoringsdrang. Dit patroon wordt vaak gepresenteerd als onvermijdelijk, maar dat is het niet. Een minderheidskabinet biedt een uitstekend alternatief dat beter aansluit bij de parlementaire democratie, mits politici en media hun rol fundamenteel herzien.

Chaos is niet het probleem, politici zijn het 
Veel partijleiders spreken over minderheidskabinetten in termen van 'onduidelijkheid', 'richtingloosheid' en 'chaos'. Die framing is geen neutrale analyse, maar werkt als een selffulfilling prophecy. 

Door samenwerking bij voorbaat te delegitimeren, wordt het vertrouwen ondermijnd dat nodig is om per dossier meerderheden te vormen. Chaos wordt niet voorkomen, maar actief georganiseerd. Het publieke wantrouwen dat ontstaat, wordt vervolgens gebruikt als bewijs dat minderheidsbestuur niet zou werken, terwijl de veroorzakers van die instabiliteit buiten beeld blijven.

Dit patroon wordt versterkt door het stellen van onhaalbare eisen en het afdwingen van zogenoemde package deals. In plaats van beleid per onderwerp te beoordelen, worden eisen aan elkaar gekoppeld: alles moet tegelijk worden binnengehaald, of niets gaat door. Deze alles-of-niets-logica negeert financiële mogelijkheden en onmogelijkheden en maakt rationele besluitvorming vrijwel onmogelijk. 

Minderheidsbestuur vraagt juist om het tegenovergestelde: per dossier prioriteiten stellen, rekenen, keuzes maken en beleid aanpassen aan wat uitvoerbaar en betaalbaar is. Wie vasthoudt aan maximale eisen kiest niet voor democratische controle, maar voor georganiseerde blokkade, terwijl men publiekelijk blijft waarschuwen voor instabiliteit.

En laten we nou niet de Wet van Wilders weer fout interpreteren. Ja, het minderheidskabinet Rutte I is mislukt. Niet omdat een minderheidskabinet per definitie chaos is, maar omdat samenwerking met de eenmanszaak Wilders met zijn volgende werknemers tot chaos en ruzie leidt. Dat is de kern van deze wet.

Minderheid, meer dualisme
Een minderheidskabinet past naadloos binnen de scheiding der machten en versterkt het dualistische karakter van het stelsel. Het kabinet beschikt niet over een automatische meerderheid en moet voor elk voorstel steun verwerven in de Tweede Kamer. Dat dwingt tot inhoudelijke onderbouwing en debat per dossier, in plaats van het uitvoeren van vooraf dichtgetimmerde coalitieafspraken.

Ministers moeten hun beleid verdedigen op merites, niet op partijloyaliteit. De Kamer krijgt weer ruimte om te controleren, corrigeren en bij te sturen. Juist omdat er geen vaste coalitie is die kan breken, zijn minderheidskabinetten vaak minder kwetsbaar voor interne conflicten die in meerderheidsregeringen snel tot crises leiden.

Het beeld dat een meerderheidskabinet per definitie stabiliteit en kwaliteit garandeert, is bovendien hardnekkig maar onjuist. In de praktijk leiden meerderheidscoalities vaak tot slechte compromissen, waarbij scherpe beleidskeuzes worden afgevlakt om de coalitie bijeen te houden. Het vrije handelen van parlementariërs wordt ingeperkt door fractiediscipline en coalitieafspraken, waardoor controle en tegenspraak verschralen. 

Recente ervaringen laten zien dat een meerderheidskabinet allesbehalve zaligmakend is: disfunctionerende bewindslieden, openlijke ruzies, bestuurlijke chaos en plannen die vooral zijn geschreven om de eigen achterban te bedienen, niet om problemen op te lossen. Ruziezoekende en weglopende politici voor behoud van pluche en zetels, dat heeft niets met bestuur en democratie van doen.

Minderheidsregeringen maken het ook mogelijk bewindslieden aan te stellen buiten de klassieke coalitielogica. Ministers hoeven niet uitsluitend uit een beperkte coalitiekern te komen, maar kunnen ook van andere partijen of van buiten de politiek worden geselecteerd. Het gaat om kwaliteiten.

Een extraparlementair of gemengd zakenkabinet vergroot de kans op vakbekwame bewindslieden met inhoudelijke expertise en bestuurlijke ervaring. Beleid wordt minder ideologisch vastgezet en beter afgestemd op maatschappelijke realiteit. 

Afhankelijk van het onderwerp kan steun worden gevonden over links of rechts, zonder dat elk dossier wordt gegijzeld door een allesomvattend akkoord. Daarmee verschuift de feitelijke macht van partijleiders naar inhoud, Kamer en bewindspersoon.

Ook biedt dit model ruimte voor meer amendementen, betere toetsing en bredere expertise. Wetgeving wordt zorgvuldiger behandeld, uitvoeringsproblemen komen eerder aan het licht en de noodzaak voor reparatiewetten achteraf neemt af.

Permanente profilering en mediastunts worden minder effectief; succes wordt niet langer afgemeten aan zichtbaarheid, maar aan bereikte resultaten. Tevens blijven verkiezingsbeloften herkenbaarder, omdat ze niet volledig verdwijnen in ondoorzichtige coalitiecompromissen. De populistische stuntpolitici moeten terug naar hun bijrollen van schreeuwers, ver van de macht.

Oppositie moet bouwen, niet blokkeren
Ook de oppositie profiteert van een minderheidskabinet. In plaats van structureel buitenspel te staan, kunnen oppositiepartijen daadwerkelijk invloed uitoefenen door inhoudelijk mee te werken aan meerderheden. Dat vraagt een andere slimmere politieke cultuur: geen reflexmatig tegenstemmen om een kabinet te laten vallen, maar verantwoordelijkheid nemen voor uitkomsten. Je doelen proberen te halen door coalities te smeden per onderwerp. Ook gewoon tegenstemmen op inhoud als het moet.

Minderheidsbestuur stelt hogere eisen aan Kamerleden: dossierkennis, onderhandelingsvaardigheid en de bereidheid om resultaten boven profilering te stellen. Kunnen de politici dit wel aan? Of er sprake is van een evenredige vertegenwoordiging op basis van allerleukste variabelen boeit eerlijk gezegd niet. De vraag is of politici de kwaliteiten hebben om boven het eigen en partijbelang uit te stijgen door kennis, inzicht en een beetje wijsheid.

Die omslag is extra noodzakelijk in een steeds verder gepolariseerd politiek landschap. De opkomst van populisme, toenemende fragmentatie en groeiend radicalisme en extremisme aan de flanken hebben het parlementaire werk veranderd. 

Politiek wordt steeds vaker bedreven via smartphones en sociale media, waar zichtbaarheid belangrijker is dan inhoud. Scoren bij de eigen achterban verdringt het zorgvuldig uitvoeren van taken als bewindspersoon of Kamerlid. Minderheidsbestuur maakt die strategie minder lonend en dwingt partijen om daadwerkelijk bij te dragen aan oplossingen. 

Ook institutioneel wringt het. De Eerste Kamer functioneert steeds vaker als verlengstuk van partijpolitiek uit de Tweede Kamer, in plaats van als chambre de réflexion. Strategisch blokkeren vervangt inhoudelijke toetsing van wetgeving op kwaliteit, uitvoerbaarheid en rechtsstatelijkheid. Dat ondermijnt het parlementaire systeem, juist op het moment dat zorgvuldige wetgeving en bestuurlijke voorspelbaarheid nodig zijn.

Senatoren voor een dag in de week moeten het werk van de Tweede Kamerleden niet over gaan doen met veel bombarie, ze moeten hun eigen werk doen zonder politieke kleurfratsen.

Politici falen, niet het systeem
Tegelijkertijd bieden minderheidskabinetten een antwoord op versnippering en polarisatie. Omdat geen enkele partij de dienst uitmaakt, worden overleg, compromis en samenwerking onvermijdelijk. Dat verkleint de invloed van radicale en extremistische partijen en voorkomt dat ideologische flanken de agenda domineren. Het dwingt partijen om elkaar op inhoud te vinden en vergroot de kans op nieuwe inzichten en oplossingen buiten klassieke links-rechts-tegenstellingen. Internationale ervaringen laten zien dat minderheidsregeringen stabiel kunnen functioneren en breed gedragen beleid kunnen leveren, mits politieke leiders hun verantwoordelijkheid nemen.

De grote uitdagingen waarvoor Nederland, Europa en de wereld staan – klimaatverandering, economische onzekerheid, geopolitieke spanningen, migratiestromen, natuurvernietiging, sociale ongelijkheid, armoede, mensen en dierenleed, een polycrisis dus – vragen om daadkrachtig en zorgvuldig bestuur. Die problemen laten zich niet oplossen met politieke spelletjes, framing of permanente campagnevoering en zeker niet met het oppositievoeren in een torpedoboot waar vernietigen het heilige doel is.

De media spelen ook een cruciale rol. Politiek wordt te vaak beoordeeld op basis van conflicten en incidenten, niet op beleidskwaliteit of bestuurlijke verantwoordelijkheid. Journalistiek zou moeten analyseren wie meewerkt aan oplossingen en wie bestuurlijke stilstand veroorzaakt. Sensatie, crisisretoriek en het aanwakkeren van wantrouwen versterken een slecht werkend politiek systeem en belonen puberaal gedrag, terwijl inhoudelijke samenwerking en inhoud onzichtbaar blijft.

Minderheidskabinetten zijn namelijk geen teken van bestuurlijke zwakte, maar een zakelijke stresstest voor politieke volwassenheid. Ze vragen meer van politici: vakkennis, realisme en de bereidheid om over de eigen schaduw binnen de grot van de partij heen te stappen. Macht wordt daarbij minder een doel op zich en meer een middel om concrete resultaten te boeken. En gaat het daar niet juist om binnen een democratische rechtsstaat?

De echte dreiging voor Nederland is dus niet een minderheidskabinet, maar een kwaadaardige politieke cultuur die verantwoordelijkheid verwart met macht, ook samenwerking met zwakte en uiteindelijk alleen de zetels van het grote eigen gelijk doordrukken laten tellen.

Minderheidsbestuur laat geen ruimte voor valse schijnzekerheid, hufterige mediastunts of abjecte strategische blokkades. Het dwingt tot inhoud, tot keuzes en tot resultaat. Wie in zo’n systeem faalt, faalt omdat hij niet kan besturen, niet omdat het kabinet faalt. Dat is geen systeemfout, maar democratische helderheid. 

Een minderheidskabinet kan een zegen zijn voor de democratie, het dualisme, de scheiding der machten, het verminderen van problemen en kan leiden tot het meer over rechtse, linkse, progressieve en conservatieve kanten tot bestuur en beleid komen. 

Dat is namelijk wat de meeste stemmers willen. Afhankelijk van het thema tot een meerderheid in het parlement komen. Los problemen op, maak het land en de wereld beter voor mensen, dieren en de natuur. De democratie is meer dan een soap met intriges.

We leven immers gelukkig (nog steeds) niet in een dictatuur of in de beperkte schijnwereld van alleen de dichtgetimmerde regeerakkoorden.

Halleluja, we krijgen een beter kabinet, niet volmaakt maar erger dan het was is onmogelijk. Geef het een kans. Verdomme, geef het een kans en overstijg de altijd op kille huwelijkse voorwaarden gemaakte coalitie met dichtgetimmerde onechte liefde. Dit nieuwe trio in minderheid verdient de kans op slagen in samenwerking.

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor