Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Mijn Hongerwinter

Vandaag
leestijd 4 minuten
314 keer bekeken
ANP-494297985

Massale hongerdood behoort gelukkig tot het verleden. Alleen waar militair geweld plaatsvindt, zoals in Kameroen en Gaza, gaat dit gepaard met hongersnood. We zouden bijna vergeten dat een hele generatie van 85plus nederlanders, wonende in de Randstad zo'n 80 jaar terug, honger aan den lijve heeft meegemaakt.

85-plus mensen wonen er heel wat in Oud-Zuid te Amsterdam, ik ben er een van en voordat niemand zich nog kan voorstellen wat hongersnood reëel betekent hierbij mijn persoonlijk verslag van de periode waarin 20.000 Nederlanders de hongerdood stierven.

Oktober 1944
Zuid-Nederland was bevrijd maar de Slag om Arnhem door de geallieerden verloren waardoor de frontlinie dwars door Nederland liep. Voeg daarbij de spoorwegstaking, de toevoer van voedsel en steenkool was voor de Randstad grotendeels geblokkeerd.  Bovendien blokkeerde de Duitse bezetter als wraak op de spoorwegstaking 6 weken lang elke toevoer.

Hoe voelt honger en wat kan je doen – een persoonlijk verslag
Toen de Hongerwinter uitbrak was ik 13 jaar en wij – vader, moeder en vijf kinderen – waarvan ik de oudste was, woonden in Soestdijk en worstelden ons door die tijd heen. 's Morgens kreeg je een boterham en daar moest je het de rest van de dag mee doen. Meestal had ik die boterham om 10 uur al op en daarna begon de rooftocht, achter ons lag een veld met bieten en elke dag trok ik wel een aantal van die bieten uit de grond. Het was niet echt lekker en volgens mij ook niet heel voedzaam maar dat gevoel van een groot gat in je buik was even weg. Ook ging ik met vriendjes wel naar de nabijgelegen kazerne waar  ‘goede’ Duitsers soms voedsel uitdeelden aan hongerige kinderen.

En dan waren er nog vriendjes uit een gezin waar ze wel redelijk te eten hadden omdat de vader bij de omliggende boeren wat te ruilen had. Mijn vader daarentegen was vóór de oorlog journalist, hield lezingen en daar gaven de boeren niets om. Wel is hij eind novemder met een aanbevelingsbrief van de pastoor nog tweemaal op de fiets naar boeren in Overijssel gegaan, beladen met voedsel en twee bevroren voeten kwam hij thuis.

Goed, na die ene boterham plus wat bieten en soms wat bij elkaar geschooid voedsel had mijn moeder 's avonds een pot warm eten klaar. Eten kwam van de gaarkeuken waar iedereen met inlevering van distributiebonnen een maaltijd kon halen. Op zich voedzaam eten maar lang niet genoeg. Nadat mijn moeder iedereen een volle schep eten voorzette, kreeg om beurten een kind het 'voorrecht' de praktisch lege pan uit te schrapen. Na de schraper was ook er nog een naschraper. Al met al ging je toch met honger naar bed. Eens in de paar weken kon je als kind terecht bij de H.O.K.A.M. (help onze kinderen aan maaltijden). Aan het hoofd van de lange tafel zaten als initiatiefnemers de burgemeester, de pastoor en het lokale hoofd van de NSB.

Begin december werd onze straat bezet door Duitsers. Een officier kwam met een groep soldaten langs de deuren, vroeg hoeveel mensen daar woonden en besloot vervolgens hoeveel soldaten ingekwartierd konden worden. Bij ons waren dat er twee. Ze kregen een zolderkamer en 's avonds haalde mijn vader hen naar beneden. Onder het licht van zelf opgewekte elektriciteit (via een fiets ) vertelde mijn vader over dat andere Deutschland - het Deutschland von Dichter und Denker. ik stond d'r bij en zag hoe de tranen langs de Duitsers hun wangen biggelden.

Voor ons waren die ingekwartierde Duitsers een bron van voedsel. Als zij naar de kazerne waren slopen wij hun kamer binnen en jatten alles wat op voedsel leek. Ik nam dan ook iets mee voor mijn jongere zusje en broertje. Mijn vader verontschuldigde zich nog maar die Duitsers reageerden met ‘Ach es sind doch Buben ‘. Een van de Duitsers, die in de keuken werkte, bracht ons nog een hele zak aardappelen.

Toen de Duitsers eind december weg waren, brak voor ons een heel erge hongertijd aan. Er was een zeer strenge vorst, gas en elektra waren er niet. Het weinige eten werd opgewarmd via een noodkacheltje, de scholen waren dicht, mijn vader had geen werk en bijna dagelijks werd het nabijgelegen vliegveld Soesterberg gebombardeerd waarna wij de kelder in vluchtten en daar bibberend de nacht doorbrachten.

Op een avond kwam mijn vader naar boven, niet bezorgd kijkend zoals gewoonljk, maar lachend en in zijn hand een fles jenever. Kinderen we zijn vrij, riep hij. Die fles jenever had hij speciaal voor de bevrijdingsdag bewaard. We gingen de straat op en alle juichende buren schonk hij een borrel in.

De volgende dag liep heel Soestdijk de polonaise. Een dag daarna was er weer voedsel genoeg en de hele week was het feest. Alle kinderen konden een chocoladereep halen. Ik haalde mijn reep en in een greppel liggend zoog ik er hééél langzaam op.

Dat was mijn Hongerwinter en mijn bevrijding.

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor