
Het klinkt als goed nieuws: steeds meer jongeren kunnen dankzij de Starterslening een woning kopen. Volgens RTL gebruikte in de eerste helft van 2026 8,3 procent van de starters een Starterslening, tegenover 3,2 procent vijf jaar geleden. De gemiddelde Starterslening bedraagt inmiddels circa €37.000.
Bij voornoemde cijfers rijst de vraag: Waarom hebben steeds meer jongeren een extra lening nodig om überhaupt een woning te kunnen kopen? En is meer lenen werkelijk een oplossing voor onbetaalbare woningen?
Nibud: maximaal lenen is niet hetzelfde als verantwoord wonen
De Starterslening maakt het verschil tussen de maximale hypotheek en de aankoopprijs kleiner. De woning wordt daardoor niet goedkoper; de starter kan simpelweg meer lenen.
Juist hier is de benadering van het Nibud belangrijk. Het uitgangspunt is dat financiële draagkracht niet alleen draait om wat iemand maximaal kan lenen, maar om wat een huishouden na alle noodzakelijke uitgaven daadwerkelijk kan betalen. Het Nibud werkt daarom met realistische huishoudbudgetten en uitgavenpatronen.
Een maximale hypotheek is dus nog zeker geen garantie voor een financieel gezonde toekomst.
BKR: kijk naar de stapeling
Ook het Bureau Krediet Registratie ( BKR) kijkt vanuit het voorkomen van overkreditering naar de totale financiële positie. Een telefoon op afbetaling of andere lening lijkt misschien klein, maar meerdere verplichtingen kunnen samen de financiële ruimte van een starter flink beperken.
Daar ontstaat een opmerkelijke tegenstelling. De BKR controleert zorgvuldig of een jongere niet te veel persoonlijke kredieten heeft, terwijl andere toekomstige financiële verplichtingen veel minder zichtbaar zijn.
De juiste woning in de verkeerde VvE
Dat wordt vooral belangrijk bij oudere appartementen. Een starter koopt niet alleen een woning, maar wordt ook mede-eigenaar van het gebouw en daarmee onderdeel van een VvE.
Een lage VvE-bijdrage lijkt aantrekkelijk. Maar als jarenlang te weinig is gereserveerd voor het dak, de gevel, kozijnen of installaties, komt de rekening later alsnog.
De starter kan dan de juiste woning hebben gekocht, maar in de verkeerde VvE!
Een plotselinge extra bijdrage van duizenden euro's is voor iemand met nog weinig spaargeld en een maximale hypotheek geen detail. Het kan de betaalbaarheid van de woning fundamenteel veranderen.
We toetsen de starter, maar onvoldoende de woning
Financiers kijken naar inkomen, hypotheek en kredietverplichtingen. Maar waarom wordt er niet net zo scherp gekeken naar de financiële gezondheid van het gebouw?
Bij de beoordeling van een appartement zouden reservefonds, MJOP, achterstallig onderhoud en geplande grote uitgaven veel nadrukkelijker moeten meetellen.
Want een toekomstige VvE-heffing is misschien geen BKR-krediet, maar voor een starter is het wel degelijk een toekomstige financiële verplichting.
Meer lenen is niet hetzelfde als beter beschermd zijn
De Starterslening kan jongeren daadwerkelijk financieel helpen. Maar als de oplossing voor hoge woningprijzen vooral bestaat uit méér ruimte om te lenen, is de kans groot dat de prijzen nog meer gaan stijgen en verschuift een deel van het probleem naar de starter.
Zeker wanneer risico's zich opstapelen: weinig eigen vermogen, hoge hypotheek, Starterslening, studieschuld of andere kredieten én een appartement met een zwakke VvE.
Een woning is pas betaalbaar als zij ook betaalbaar blijft
De vraag is niet of een woning betaalbaar is, maar wel: kan deze starter deze woning verantwoord blijven bewonen wanneer de voorspelbare kosten zich daadwerkelijk voordoen?
Jongeren de woningmarkt ophelpen is prima. Maar jongeren maximaal laten lenen voor een woning met verborgen en gestapelde risico's is uiterst ongewenst.