
Tientallen jongeren holden op mij af in wilde vlucht.
In de kranten en op de sites van omroepen viel te lezen hoe op uiteenlopende plekken in Nederland de feestvreugde om de overwinning van Marokko grimmige vormen aannam. Daarop greep de politie in. Ik was van zo'n geval getuige - op de Eerste Middellandstraat in Rotterdam-West. Nu zet ik mijn eigen ervaringen naast de berichtgeving van de mainstream media.
Net als na de strijd tegen Oranje hoorden wij aan het luide getoeter van honderden auto's dat de zege aan Marokko was. Nu en dan klonken bovendien de knallen van vuurpijlen die de lucht in gingen. Ik besloot de feestvreugde zelf in ogenschouw te nemen.
Ik liep het Weena op ter hoogte van het Groothandelsgebouw. Het was druk op deze verkeersweg. Toch konden de auto's in normaal tempo doorrijden. Van sommige wagens wapperden Marokkaanse vlaggen. Jongens zatten op de onderrand van de portieren met hun handen op het dak te juichen maar ze werden allemaal door de claxons overstemd. Op de Ventweg was het rustig. Ik kwam een jong echtpaar met zoon tegen. De man danste, terwijl de vrouw op een tamboerijn sloeg. Ik moest even met hem meedoen. De ogen van het jongetje schitterden. Dit was een ervaring die hij nooit meer zou vergeten.
Voor het overige was het heel rustig op het trottoir, net als op het Stationsplein. Ik wandelde langs de Doelen in de richting van het Kruisplein. Daarbij viel het mij op dat er verschillende groepen meisjes op de been waren, sommige gesluierd, andere in westerse outfit, maar allemaal op hun eigen manier modieus gekleed. Een enkeling had de Marokkaanse vlag omgeslagen. Bij het Kruisplein sloeg ik de West-Kruiskade in, een brede multiculturele winkelstraat, waar je China, het Caribisch Gebied, de Maghreb en het Midden-Oosten tegenkomt. Ook hier was het betrekkelijk rustig als stonden er hier en daar groepjes jonge mannen. De sfeer was vrolijk en veilig.
Bij het Tiendplein gaat de West-Kruiskade met een heel flauwe bocht over in de Eerste Middellandstraat. Die wordt ongeveer halverwege onderbroken door een brede doorgangsweg, de 's-Gravendijkwal/Henegouwerlaan, onderdeel van de verbinding tussen de Maastunnel en de Rotterdamse Ruit
Iets voor het Tiendplein kon ik niet meer verder. Op het wegdek stond een rij politiewagens met in hun kielzog een waterkanon. Voor deze spectaculaire vervoermiddelen was de hele rijweg afgesloten door een linie ME. Niemand begreep iets van dit machtsvertoon, ook niet de vele bezoekers van de terrassen op het Tiendplein. Ooit bevond zich daar café de Drie Ballons van de legendarische Aad van Niekerk met de grootste bieromzet van heel Nederland. Nu overheerst er de oriëntaalse horeca. Het plein is in feite drooggelegd en het vrolijk uitgaanspubliek was broodjenuchter. Men sloeg het passeren van de politiemacht met verbazing en ook wel enige vrolijkheid gade.
In de grote media vind je dat de 's-Gravendijk wal/Henegouwerlaan een calamiteitenroute is die te allen tijde vrij moet blijven voor ambulances. En dat twee ziekenwagens niet verder konden.
De gemeente Rotterdam had uit voorzorg tal van straten voor alle verkeer afgesloten maar deze niet. De calamiteitenroute is altijd een buitengewoon drukke weg. Onder normale omstandigheden kan het verkeer daar vaak genoeg alleen maar voortkruipen. Dat geldt ook voor de West-Kruiskade. Als de route voor ambulances vrij moest blijven, had men ook deze weg tijdelijk af kunnen sluiten behalve voor ziekenvervoer. Dat was niet gebeurd.
Om ongeveer half elf riep een agressieve stem door de politieluidsprekers: "Het feest is afgelopen!". En "Ga naar huis of geweld zal worden gebruikt", dan wel woorden van gelijke strekking. Daarna kwam de kolonne in beweging. De ME bewoog zich over het wegdek in de richting van de Eerste Middellandstraat. Op de trottoirs werd het nu steeds drukker. Aan beide kanten van de weg liepen feestgangers met de oprukkende politie mee. Daardoor kwam het verkeer op de 's-Gravendijkwal/Henegouwerlaan tot stilstand. Toen de politiemacht eenmaal de overkant van het kruispunt had bereikt, kwam het weer op gang. Ik wist met een aantal jonge mensen toch over te steken.
Op het trottoir van de Eerste Middellandstraat aan de andere kant van het kruispunt was het behoorlijk druk. De sfeer was onverminderd vrolijk. Achter de politie op de rijweg kwam autoverkeer op gang.
Ineens hoorde ik geschreeuw. Tientallen jonge mannen kwamen me in wilde vlucht tegemoet. Ze probeerden te ontkomen aan de wapenstokken van de politie. Het scheelde een haar of ik was onder de voet gelopen. Ik probeerde mee te hollen, begon langzaam mijn evenwicht verliezen, sprong het wegdek op en bleef overeind door mijn beide handen op het dak te leggen van een auto, want het verkeer was inmiddels tot stilstand gekomen.
De schrik had mij even goed te pakken.
Ik had tot nog toe alleen maar feestelijkheid gezien los van het optreden van de politie. Ik zag niemand de ME aanvallen. Ik zag wel die wilde vlucht. Voor zover feestgangers mij benaderden, deden zij dat met de eerbied die zij van huis uit voor oude mensen hebben meegekregen. Met mijn handen op het dak van die auto besefte ik op mijn beurt dat ik 77 ben en misschien niet moet proberen de oude draad van de jaren zestig weer op te pakken. Ik liep terug naar mijn lief. Nu en dan reden politiewagens vanuit de zijstraten de Henegouwerlaan op. Men was duidelijk op jacht. Hier en daar ging in de wijk nog een vuurpijl omhoog. Het toeteren hield aan.
Dit alles maakt overigens deel uit van de Nederlandse traditie. Je viert de zege van je club op straat. Na verloop van tijd verschijnt de politie, roept "het feest is afgelopen". En dan begint het knuppelen.
Net als toen ik zelf nog de leeftijd van de Marokko-fans had, in de tijd van Provo. En nog eerder, toen de bijnaam van de Haagse politiecommissaris Gualhérie van Wezel "Jan Hak" luidde .
Zijn geest zweefde zaterdagnacht boven Rotterdam-West.
Zou het in Nederland overal zo zijn gegaan? Ik moest weer denken aan "Pats, pats pats, je dondert er maar door", de grote Nederlandse hit van 1891, die ik al eens citeerde in het kader van de politieoptredens tegen Palestinademonstranten. Vooruit nog maar een keer:
Zeg op, agenten, hoe u bij een oploop handelen wilt
Wij dreigen stokstijf met geweld
Waar elk van beeft en rilt
En wordt door u dan wel bijtijds de straat goed afgezet?
Als altijd komen wij te laat
En dan begint de pret
Pats, pats, pats, je dondert er maar door
Zo wordt door ons de rust bewaard
Daar zijn wij immers voor?
Pats, pats, pats, je hakt er maar op in
Zo ranselen wij de burgerij
Heel opgeruimd van zin
Zo ranselen wij de burgerij
Heel opgeruimd van zin
Wanneer u zo de rust bewaart, slaat u dan niemand dood?
De stok is maar van gummi
En de knop is maar van lood
Maar als men zo staat opgepropt dat niemand weg kan gaan?
Mevrouw, laat dan maar aan ons over
Om ze weg te slaan
Pats, pats, pats, je dondert er maar door
Zo wordt door ons de rust bewaard
Daar zijn wij immers voor?
Pats, pats, pats, je hakt er maar op in
Zo ranselen wij de burgerij
Heel opgeruimd van zin
Zo ranselen wij de burgerij
Heel opgeruimd van zin
Hoe blijft u in conditie? Want u rost wel razend vlug
Geen beter oefenschool mevrouw
Dan op een burgerrug
Maar lukt zo’n grote schoonmaak nu wel altijd even best?
De mensen blijven mak genoeg
Wij slaan ze op d’r test
Pats, pats, pats, je dondert er maar door
Zo wordt door ons de rust bewaard
Daar zijn wij immers voor?
Pats, pats, pats, je hakt er maar op in
Zo ranselen wij de burgerij
Heel opgeruimd van zin
Zo ranselen wij de burgerij
Heel opgeruimd van zin
Gerard Cox heeft er nog een opname van gemaakt samen met de Rotterdamse Politieharmonie. Nergens te vinden. Jammer.
Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo'n schandelijke compensatie geboden krijgt voor het toestaan van nieuwe winningen.
Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: de tien wethouders van Rotterdam