Sfeerfoto van Joop
Joop
Joop

Apenpokken nu ook in Nederland opgedoken

RIVM verwacht snel meer gevallen van mysterieuze ziekte
Joop

Kom op Maarten, léés ons artikel!

  •  
25-07-2017
  •  
leestijd 7 minuten
  •  
3604444867_87ca7b65c0_z

© cc-foto: Frederic Bisson

Voor Zeegers moet sociaal wetenschappelijk onderzoek ‘controleerbaar en reproduceerbaar’ zijn. Dat is een fraai mantra, maar het gaat alleen op voor bepaalde soorten onderzoek
Door: Martijn de Koning en Annelies Moors
Ongeveer tien dagen geleden publiceerde de Universiteit van Amsterdam de reflectie audit van Mirjam de Bruijn en Guy Widdershoven over een aantal ethische kwesties in verband met ons artikel over de huwelijken van uitreizigsters naar Syrië en de commotie daarna. De UvA concludeerde in haar reactie dat wij ons aan alle ethische en integriteitsrichtlijnen hebben gehouden.
Omdat wij kritisch staan tegenover de vraagstelling van de reflectie audit en een aantal aanbevelingen in dat rapport, hebben we een reactie daarop geschreven. Wij wijzen op het belang van het recht op privacy van onderzoekers en het non-discriminatiebeginsel (geen selectief wantrouwen t.o.v. moslimonderzoekers), van de bescherming van de anonimiteit van onze gesprekspartners, en van het recht op bronbescherming voor onderzoekers.
Maarten Zeegers vindt niet alleen onze reactie, maar ook ons onderzoek maar niets. Dat is natuurlijk zijn goed recht. Laten we duidelijk zijn, ‘kritiek op de rol van wetenschap en de gebruikte methodes’ is prima. Antropologen krijgen juist nogal eens het verwijt te veel te reflecteren… Het melden van een belangenconflict (zoals zijn voorbeeld over een medewerker bij een bedrijf voor OV-kaarten die daar dan ook onderzoek naar doet) is ook voor ons vanzelfsprekend. Maar als je zo evident het artikel waar het om gaat en onze reactie op de beschuldigingen en audit niet hebt gelezen en alleen afgaat op wat een journalist daarover beweert, dan sta je niet sterk. We hebben ons artikel juist Open Access gemaakt zodat het voor iedereen toegankelijk is.
Zeegers neemt kritiekloos het frame van het NRC artikel van Andreas Kouwenhoven over met screenshot en al. Voor hem is onze junior onderzoekster zonder meer ‘iemand met jihadistische sympathieën’. Zelfs de vermelding door de NRC dat zij dat zelf ontkent, laat Zeegers achterwege. Alle drie auteurs hebben verklaard de gewelddadige jihad niet te steunen. Dat is blijkbaar niet de gewenste transparantie. Net als in de NRC én bij de reflectie audit worden er alleen vragen gesteld over de mogelijke vooringenomenheid van de ‘moslimonderzoeker’. Dat vinden we wel een heel selectieve vorm van transparantie, of, iets scherper, discriminatie op basis van religie.
Voor Zeegers is die mogelijke vooringenomenheid extra prangend omdat de uitkomsten van ons onderzoek ‘belangrijke maatschappelijke gevolgen kunnen hebben, waaronder invloed op het strafproces van eventuele terugkeerders’. Wel wat erg veel eer voor een kort explorerend artikel in een populair wetenschappelijk tijdschrift. Nu had Kouwenhoven dezelfde kritiek. Het was voor hem immers de ernstige misstand om zijn verhaal aan op te hangen. Alleen, het is onzin.
Want wat schrijven wij in de laatste alinea van ons artikel? Eerst geven we een waarschuwing dat onze observaties niet veralgemeniseerd kunnen worden voor de hele populatie vrouwelijke uitreizigers (het is geen aselecte steekproef). Over onze gesprekspartners schrijven we dat zij zichzelf niet presenteren als slachtoffers of militante activisten (met een uitzondering), dat ze geen belangstelling tonen voor deelname aan de gewelddadige jihad en dat ze zichzelf allereerst zien als verantwoordelijk voor de zorg voor man en kinderen. En tot slot de kanttekening dat dit soort activiteiten wel kan bijdragen aan het in stand houden van een systeem… Kan het nog voorzichtiger? Dit was trouwens niet de hoofdconclusie van ons artikel. Die ging over veranderingen in huwelijkssluiting (zie titel!). Maar dat vermeldt de NRC niet, en Zeegers dus evenmin.
Zeegers weet ook nog snugger op te merken dat wij geen netwerk hebben van uitreizigsters en dat het dus ‘voor de hand ligt’ dat wij juist gebruik maakten ‘van iemand die wel die contacten had’. Dat laatste klopt, en daar is niets geheimzinnigs aan. We noemen nota bene expliciet in een voetnoot dat de junior onderzoekster enkele vrouwen kende die later naar Syrië zouden vertrekken. Transparant toch?
Voor Zeegers moet sociaal wetenschappelijk onderzoek ‘controleerbaar en reproduceerbaar’ zijn. Dat is een fraai mantra, maar het gaat alleen op voor bepaalde soorten onderzoek, zoals laboratorium onderzoek waarbij je variabelen kunt controleren. Ons onderzoek is niet reproduceerbaar, en dat geldt voor veel veldonderzoek, ook in de natuurwetenschappen, want het veld heeft nu eenmaal de onhebbelijke gewoonte om voortdurend te veranderen. Het huidige Syrië is daar  bij uitstek een voorbeeld van. Ons artikel is inmiddels een historische tekst geworden.
Dit alles heeft niets te maken met het bekend zijn van officiële namen. We kennen onze gesprekspartners op basis van de namen die zij gebruiken (die we overigens ook weer geanonimiseerd hebben). Daar is niets bijzonders aan. Ook de Londense bankiers uit Joris Luyendijks onderzoek wilden alleen praten onder voorwaarde van anonimiteit en hij kon ook niet alle informatie met de buitenwereld delen. Antropologen (en andere kwalitatieve wetenschappers) onderzoeken patronen in wat mensen doen en hoe ze daarover praten, laten zien hoe systemen werken en hoe mensen navigeren binnen de kaders die hen worden opgelegd, of die ze zichzelf opleggen. Of ze nu A of B heten is daarvoor niet relevant.
Wat veel minder gebruikelijk is – en waar we zelf ook kanttekeningen bij zetten – is het gebruik van privé-chatten als methode. Daar zitten inderdaad veel haken en ogen aan. Waarom hebben we daar toch gebruik van gemaakt? Toen wij onderzoek deden, waren vrijwel alle publicaties gebaseerd op publieke posts van uitreizigsters (‘de poster girls van IS’ vaak zwaaiend met Kalasjnikovs), dus van een bepaalde subcategorie die zich nadrukkelijk online manifesteerde (en waarvan je natuurlijk ook de identiteit niet kent of weet waar ze zitten). Wij verwachtten dat prive-chatten andersoortig materiaal op zou leveren, en dat bleek wel te kloppen.
Overigens hebben we wel degelijk genoeg contextuele informatie om te concluderen dat het om verschillende vrouwen gaat en dat ze niet in Amsterdam zaten. Maar daar kunnen we niet heel erg expliciet over zijn. Niet alleen vanwege de privacy maar vooral ook vanwege de veiligheid van onze gesprekspartners. Als sociale wetenschapers hebben we immers geen recht op bronbescherming. Vandaar ons pleidooi voor bronbescherming. In het belang van transparantie dus.
En inderdaad is ons archief zeer beperkt toegankelijk. Om dat breder toegankelijk te maken zouden onze gesprekspartners toestemming moeten geven en dat hebben ze niet gedaan. Volledig anonimiseren (iets anders dan alleen een naam veranderen) maakt materiaal vaak zo vlak dat het nietszeggend wordt. Het verlangen naar volledige transparantie zal altijd een illusie blijven. Dat is ook niet zo moeilijk te begrijpen. Want hoe kunnen onderzoekers ooit bewijzen dat ze geen materiaal hebben weggegooid? Of dat ze hun veldobservaties correct weergeven? De beste controle is toch door discussie onder mensen die het veld goed kennen..
Twee ethische principes waar antropologen zich aan dienen te houden, kunnen Zeegers en Kouwenhoven naast zich neer leggen. Ten eerste het ‘do no harm’ principe. Omdat mensen ons hun vertrouwen geven, moeten we heel zorgvuldig met informatie omgaan. Het gaat ons niet om individuen te veroordelen, maar om inzicht in processen en praktijken. Dat geldt niet voor de NRC journalistiek. Zo zei Kouwenhoven tegen ons dat hij zich realiseerde dat zijn artikel onze junior onderzoeker ‘op een mogelijk fatale manier’ kon schaden, maar publiceerde hij het toch. Daar zouden wij niet mee wegkomen, en dat zouden we ook niet willen.
Ten tweede, onze ethische code verplicht ons om transparant te zijn ten opzichte van onze gesprekspartners en dus te laten weten dat we hen voor onderzoek benaderen. Dat deed Zeegers wel anders. Voor zijn boek over de Schilderswijk en Transvaal deed hij zich voor als bekeerde moslim om zo toegang tot ‘het veld’ te krijgen, en dan ook nog met weinig zorg voor de privacy van betrokkenen. Blijkbaar is transparantie ten opzichte van moslims niet nodig?
Dat brengt ons ook weer terug naar de transparantie en persoonlijke overtuiging. Bij Zeegers’ boekpresentatie in Amsterdam stelde een van ons de vraag wat voor effect het heeft op je eigen subjectiviteit als je je drie jaar lang voordoet als orthodoxe moslim. Als we zijn wantrouwende houding hadden aangenomen, zouden we gevraagd hebben hoe we eigenlijk kunnen weten dat hij zich niet op een gegeven moment toch heeft bekeerd. Zeegers ontkende dat, maar het is natuurlijk heel lastig om te bewijzen dat je je niet bekeerd hebt, net zoals het ook heel lastig is om te bewijzen dat je de gewelddadige jihad niet steunt. Zeker als je criticasters die ontkenning gewoonweg negeren.
De persoonlijke aantijgingen laten we verder maar zitten (zoals de onterechte beschuldiging dat De Koning pleit voor een publicatieverbod van zijn boek). Wel nog even de context voor die opmerking over Kouwenhovens ‘cool’, Dat ging niet om een Sms’je, maar om een email bericht dat we meer dan een jaar (!) geleden, op 14 juli 2016, van Kouwenhoven kregen. Daarin schreef hij dat hij ons artikel had gelezen en het ‘cool onderzoek’ vond. Hij stuurde ons ter controle zijn artikel daarover. Maar dat artikel verscheen niet in de NRC, want het was onvoldoende nieuwswaardig… Toen de NRC een heel andere versie een half jaar later wel plaatste, bleek er geen mogelijkheid voor kritiek. De NRC weigerde onze reactie. De reactie van een collega hoogleraar die in het artikel geciteerd werd, maar die nooit commentaar op ons artikel had gegeven, werd evenmin geplaatst. Een van ons heeft Maarten Zeegers na zijn boekpresentatie in Amsterdam uitgenodigd voor een discussiebijeenkomst aan de UvA. We wachten nog steeds op antwoord. Misschien toch eens reflecteren op de journalistieke praktijk?
Martijn de Koning is antropoloog en verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit van Amsterdam.
Annelies Moors is hoogleraar Sociaal-wetenschappelijke studie van hedendaagse moslimsamenlevingen aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer over:

opinie, wetenschap

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (17)

JanB2
JanB226 jul. 2017 - 14:20

"Ons onderzoek is niet reproduceerbaar en dat geldt voor veel veldonderzoek, ook in de natuurwetenschappen want het veld heeft de onhebbelijke gewoonte om continu te veranderen" Volslagen nonsens. Natuurwetten zijn onveranderlijk (twijfel daaromtrent is alleen binnen de cosmologie een thema), omstandigheden inderdaad niet. De crux bij goed natuurwetenschappelijk veldonderzoek bestaat er dan ook uit dan men zich er rekenschap van geeft of men geen appels met peren vergelijkt, zich niet op een zeer bijzonder geval richt en of de omstandigheden bij vervolg- of controlewaarnemingen dezelfde zijn als bij de voorgaanden. Zo kunnen een redelijk tot goede reproduceerbaarheid en betrouwbare conclusies worden gegarandeerd. En als het al zo is (met nadruk op "als") dat er disciplines zijn waarbij reproduceerbaarheid van veldonderzoek uitgesloten dan wel zeer problematisch is, dan diskwalificeert dat die disciplines als wetenschap. Door het niet reproduceerbaar zijn van de resultaten van zijn onderzoek af te doen als een normaal gegeven binnen de discipline waarin de auteur werkzaam is brengt diezelfde auteur dus niet alleen de inhoud zijn eigen artikel aan het wankelen maar zijn hele vakgebied. Ik vraag me af of hij zich dat realiseert.

M4
M425 jul. 2017 - 19:33

Na dit schrijven staat Maarten Zeegers (voorlopig?) op punten achter, een gedegen reactie Maarten of anders maar even door het stof.

1 Reactie
Josef K
Josef K26 jul. 2017 - 6:05

De reacties hieronder niet gelezen? Blijft geen spaander heel van de Konings betoog.

Anne Zoetemelk
Anne Zoetemelk25 jul. 2017 - 17:22

Bij het wetenschappelijk onderscheidt men formele, empirische, en sociale wetenschappen waarbij de laatste zonder twijfel naar haar aard de minst betrouwbaar wetenschappelijke is daar haar onderzoek en nog meer haar onderzoeksresultaten het meest kwetsbaar is. Aan de methodes van de formele wetenschap kan zij niet tippen maar zij probeert wel aan te sluiten bij de methodes van de empirische wetenschappen. Maar ook dat is vaak een te hoge eis gebleken zelfs als dat serieus nagestreefd wordt met bijvoorbeeld voldoende statistische data, en empirische methodes. Bij de sociale wetenschappen wordt echter vaak terecht gesteld dat de onderzoeker deel uitmaakt van dat wat onderzocht wordt. Er is dan een causaliteit sterk verbonden met de betekenis die de actor geeft aan gedrag, handelen en interactie. Men stelt dan ook dat waarnemen niet voldoende is, maar dat het gaat om het interpreteren en verklaren waarmee achterliggende waarden of betekenissen achterhaald kunnen worden. Om dat zekere probleem enigszins te ondervangen wordt, als het goed is tenminste, net als bij de empirische wetenschappen zowel deductie als inductie gebruikt. De grote socioloog Max Weber stelde daarbij zowel causale als zinadequaatheid als noodzakelijk voor goed sociologisch onderzoek. Causaal adequaat is een gemaakt verband als er een statistische waarschijnlijkheid is tussen oorzaak en gevolg, een causaal verband. Een gemaakt verband is zinadequaat als het als zinvol wordt ervaren. Bij het onderzoek van Martijn de Koning en Annelies Moors is er geen spoor van een kwantitatief voldoende mate om enige statistisch betrouwbare resultaten te kunnen presenteren en kunnen die ook nog eens niet objectief op hun kwaliteit worden gecontroleerd. Dat er sprake is dat de betrokken onderzoekers of hun indirecte bronnen te zeer deel uitmaken door persoonlijke banden bij het voor onderzoek veel te kleine aantal personen wat werd onderzocht is zeker. Causaal adequaat is het onderzoek daarmee ook zeker niet. Zinvol adequaat hoeven we het voor wie wetenschap wenst al helemaal niet te noemen.

Karlofça
Karlofça25 jul. 2017 - 16:47

Zouden niet juist de Antropologen waakzaam moeten zijn? Denk aan Margaret Mead die in haar boek Coming of Age in Samoa (1928) een volstrekt idyllisch beeld schetste van het leven op dit Zuidzee-eiland. Ze bleek geen bedrieger, ze wérd bedrogen door haar informanten. Dichter bij huis VU hoogleraar Mart Bax die een complete samenleving heeft verzonnen en er jarenlang over publiceerde. Het betreffende artikel heeft alle schijn tegen, temeer omdat de auteur zich eerde extremistisch over Sjia en Christenen heeft uitgelaten en haar partner op niet frisse wijze in verband wordt gebracht met IS.

rbakels
rbakels25 jul. 2017 - 13:19

De resultaten van onderzoek die de pretentie van wetenschappelijkheid hebben dienen naar gangbare wetenschapfilosofische maatstaven verifieerbaar of falsificeerbaar te zijn. Dat betekent niet dat als iemand 'A' beweert collega-wetenschappers keihard aan het werk gaan om aan te tonen dat dit onzin is (juristen misschien uitgezonderd), maar dat de uitspraken van zodanige aard moeten zijn dat zij in beginsel vatbaar zijn voor een toetsing op veri/falsi-ficeerbaarheid. Het klassieke tegenvoorbeeld is de bewering dat God bestaat. Of niet bestaat. Dat kan niemand aantonen. Iets dichter bij huis kunnen ook meningen principieel niet geverifieerd of gefalsificeerd worden. Een mening laat altijd een tegenmening toe, anders is het geen mening maar een feit. Meningen bij (niet in!) de wetenschap zijn vaak niet te vermijden, maar dienen dan wel duidelijk als zodanig gepresenteerd te worden. Zoals elke goede journalist weet dat er een verschil is tussen verslaggeving en opinie (waarbij opiniemakers ook weer geen recht hebben op hun eigen feiten, tenzij ze Trump heten en spreken over "alternative facts"). Het is overigens een hardnekkig misverstand dat de "harde" wetenschappen niet door meningen worden geteisterd. Zelfs een wiskundige kan het ene bewijs mooier (of "eleganter") vinden dan het andere. Van mij mag ook een jihad-strijder terechte wetenschappelijke pretenties hebben, als in de publicaties maar duidelijk wordt aangegeven wat een (persoonlijke) mening is. Iets anders is dat de ware jihadist een strijder is voor een ideaal (of je dat nou afkeurt of niet), en dat zulke mensen daar meestal veel te druk mee zijn om zorgvuldig (veld-) onderzoek te analyseren. Een vertroebelende factor is dat Colleges van Bestuur van Universiteiten graag zien dat "hun" wetenschappers spraakmakende artikelen schrijven, en dat is moeilijk te verenigen met wetenschappelijke evenwichtigheid. Nog voordat ik begon met mijn eigen promotieonderzoek schreef ik een rapport dat veel politieke aandacht trok van activisten, waardoor ik opeens om de haverklap in Brussel, Straatsburg en Genève zat. Toen ik zes jaar later mijn proefschrift inleverde begreep ik dat dit rapport op z'n best voor jeugdzonde kon doorgaan. Het bevestigde de mening die de opdrachtgever wenste - en waar de opdrachtgever de noodlijdende universiteit vet voor wilde betalen. Mijn super-verantwoorde proefschrift trok veel minder aandacht. Moraal: er zijn veel perverse prikkels om vooral niet de wetenschappelijke "deontologie" (plichtenleer) in acht te nemen als je als wetenschapper nog een beetje leuk leven wilt hebben! Anders word je zoals de man op wiens grafsteen stond "hij had gelijk - hij kwam van rechts".

Beate Ahlmann
Beate Ahlmann25 jul. 2017 - 9:59

Het is heel simpel eigenlijk. Indien je wetenschap bedrijft en met conclusies komt die niet controleerbaar en niet reproduceerbaar is, dan is het geen wetenschap. Net zoals een junior-onderzoeker die een zelfmoordaanslag goedpraat en sympathie toont met de gewapende jihad, en daarnaast verklaart geen sympathie te hebben, welke moeten we geloven? Indien we slechts mogen aannemen wat wetenschappers stellen, omdat hun vertrouwen, vrijheid en veiligheid belangrijker zijn dan waarheidsvinding, dan kunnen we net zo goed stoppen het wetenschap te noemen. Ik heb natuurlijk geen flauw idee van de inhoud verder, ik snap ook wel dat dergelijk veldonderzoek amper reproduceerbaar en controleerbaar is, dat betekent juist dat er extra zorgvuldigheid nodig is om dit gebrek op te kunnen vangen. Ik lees nergens hoe extra zorgvuldigheid is ingebouwd, de gegeven voorbeelden vindt ik standaard voor elk wetenschappelijk werk. Het lijkt erop alsof De Koning voor een uitzonderingspositie opteert. Ten slotte, wetenschap is niet rechtvaardig, wetenschap geeft de werkelijkheid weer en de werkelijkheid heeft niets met rechtvaardigheid te maken. Bovendien behoort journalistiek niet tot de academische cultuur, dus om deze te betrekken bij de academische cultuur voor je eigen pleidooi vind ik onrechtvaardig.

3 Reacties
Mekker
Mekker25 jul. 2017 - 12:56

Eens dat het beter als journalistiek stuk dan als een wetenschappelijk artikel gepresenteerd had kunnen worden.

Cliff Clavin
Cliff Clavin25 jul. 2017 - 13:58

Je kunt wat mij betreft antropologie, sociologie, en psychologie gewoon wetenschappen noemen, hoor - als er hoogwaardig kwalitatief onderzoek gedaan wordt, en als niet één hoogst dogmatische en politiek gekleurde, dominante, en exclusive richting tot sterke vooringenomenheid leidt, dat is daar in mijn optiek niets op tegen. Dan nog kun je heel goed deze studies onderscheiden van de 'hard sciences', de traditionele natuurwetenschappen, die zelf een rijke historie kennen aan wetenschapsfilosofie (Democritus, Heraclitus, Anaximander, Aristoteles, Feyerabend, Lakatos, Popper (demarcatie, falsificatie), en Kuhn). De criteria voor toetsing, acceptatie en verwerping van hypotheses hier zijn ook maar moeizaam ontwikkeld, en er bestaan ook nu nog verschillende interpretaties, zonder dat daar zich kwakzalverij tussen bevindt. Kennis is altijd voorlopig (afgezien van de zuivere wiskunde, zou ik zeggen). In elk geval: de humaniora en de sociale wetenschappen zijn toch iets heel anders als de journalistiek. Tenslotte: de filosofie is de moeder van de wetenschappen; en in den beginne was er het Woord.

Beate Ahlmann
Beate Ahlmann3 aug. 2017 - 19:55

@ Cliff Clavin Helemaal mee eens, dus ik neem aan dat jij ook je niet kunt vinden in het betoog van Annelies en Martijn. En tja ook de wiskunde, 'de taal van het universum', is gestoeld op axioma's, een fundament is wellicht nergens aanwezig.

[verwijderd]
[verwijderd]25 jul. 2017 - 9:47

--- Dit bericht is verwijderd —

1 Reactie
rbakels
rbakels25 jul. 2017 - 13:36

Als alumnus van de TU Delft moet ik u tegenspreken. Daar wordt baanbrekend onderzoek gedaan naar bijv. kwantumcomputers en biotechnologie. Dat zijn (niet toevallig) ook voorbeelden van het soort onderzoek dat aan universiteiten thuis hoort: onderzoek dat nog te weinig zicht heeft op rendement voor de aandeelhouders van bedrijven. De ontwikkeling van fundamentele natuurwetenschap gaat tergend langzaam. Zo is de fysica achter mobieltjes bijna honderd jaar oud, en sommige achterliggende theorieën stammen zelfs uit de 19de eeuw. In dit licht is het ronduit oerstom dat de politiek vraagt om "valorisatie", d.w.z. om snel toepasbare wetenschap. Dat bedenken dus mensen die geen benul hebben van wetenschap. Slimme hoogleraren zorgen er dan maar voor dat ze het onderzoek doen dat de politiek vraagt, en daar zoveel subsidie mee binnenharken dat ze óók het onderzoek kunnen doen waar ze echt achter staan, en dat de wetenschap werkelijk vooruit helpt. Helaas constateer ik een vicieuze cirkel. Omdat universiteiten zo onder bezuinigingen te lijden hebben, worden ze wel gedwongen niet helemaal eerlijk te zijn in hun beroep op financiële middelen - en dan worden ze dus helaas terecht niet vertrouwd! Zelf werd ik tot twee maal toe gedwongen "valorisatie" onderzoek te doen. Snel werd mij duidelijk dat zulk onderzoek geslaagd is als de rekening wordt betaald, en kwaliteit is daar vak niet nodig. Het gaat de opdrachtgevers er veeleer om de gewenste mening bevestigd te krijgen met de handtekening van een echte professor eronder, en die is op zijn beurt best bereid zijn reputatie te verzilveren (collega's weten toch wel wat hij meent en wat hij niet meent). Toen ik over mijn onderzoek met mijn baas de hoogleraar wilde overleggen kreeg ik de eerste keer knallende ruzie. of ik wel begreep hoe druk de prof was. Later herhaalde dit tafereel zich aan een andere universiteit, met dien verstande dat de prof zich toen wel beheerste. Maar van helpen kon natuurlijk geen sprake zijn. Enfin, bedrukt papier produceren kan ik zelf wel.

Bert Woltjes2
Bert Woltjes225 jul. 2017 - 9:17

Een publicatieverbod van het boek is volledig de wereld op zijn kop. Ben trouwens ook van mening dat "Mijn kamp" van A. Hitler ook gewoon in de boekhandel voorhanden moet zijn evenals de geschriften van Marx, Pol Pot en Mao.

Josef K
Josef K25 jul. 2017 - 9:17

'Voor Zeegers moet sociaal wetenschappelijk onderzoek ‘controleerbaar en reproduceerbaar’ zijn. Dat is een fraai mantra, maar het gaat alleen op voor bepaalde soorten onderzoek, zoals laboratorium onderzoek waarbij je variabelen kunt controleren. Ons onderzoek is niet reproduceerbaar, en dat geldt voor veel veldonderzoek' Prima, maar dan is het ook geen wetenschappelijk onderzoek maar meer een soort oefening in levensbeschouwing. Ik zie het geld dan liever naar onderzoek gaan dat bewezen kan worden, en lees de heer Koning cs hun overpeinzingen wel op de opiniepagina van de krant of een weblog.

Ch0k3r
Ch0k3r25 jul. 2017 - 9:03

"Ons onderzoek is niet reproduceerbaar, en dat geldt voor veel veldonderzoek, ook in de natuurwetenschappen, want het veld heeft nu eenmaal de onhebbelijke gewoonte om voortdurend te veranderen. Het huidige Syrië is daar bij uitstek een voorbeeld van. Ons artikel is inmiddels een historische tekst geworden." Als het onderzoek niet reproduceerbaar is, en de bronnen niet te checken, wat is dan precies de toegevoegde waarde van dit onderzoek?

Mekker
Mekker25 jul. 2017 - 8:57

Jammer dat deze repliek voor een groot deel op de persoon wordt gespeeld, men had er ook voor kunnen kiezen om aan te geven wat men misschien beter kan doen om het risico van vooringenomen/persoonlijk betrokken onderzoekers in te perken. Een eenvoudige manier om je onderzoeksmethode wat betrouwbaarder te maken was geweest om van meer dan één bron/doorgeefluik gebruik te maken. Dat er anonimiteit moet zijn om mensen zo ver te krijgen iets te vertellen is begrijpelijk, maar door slechts 1 informatiekanaal aan te boren wordt het heel waarschijnlijk dat je een voorgeselecteerd geluid te horen krijgt, en wordt je als onderzoeker heel kwetsbaar voor manipulatie.

Cliff Clavin
Cliff Clavin25 jul. 2017 - 8:42

Heel interessante uitleg - eerlijk gezegd wachtte ik al een paar dagen op een verklaring van de onderzoekers zelf. Het mag dan om een kort verkennend onderzoek gaan, de principes waarom het uiteindelijk gaat worden daar niet minder belangrijk door. Ik zal het enkele keren geduldig opnieuw lezen. En kijken of ik nu een andere opvatting over de zaak ga formuleren. (Detail: ik vind 'generaliseren' mooier dan 'veralgemeniseren'.)