
St(r)aattaal
“Ik vrij
Jij vrijt
Wij vrijheid”
Bij het lezen van deze poëtische waarachtigheid kan de dag niet meer stuk!
Maar ook van politieke zijde eindelijk weer eens een waar woord. Een ongetwijfeld onwenselijk woord, maar een wáár woord desalniettemin, en die zijn in deze tijden, waar ieder woord op een goudschaaltje wordt gewogen, met een lantaarntje te zoeken.
Politiek bedrijven is namelijk een keihard vak. Het ene moment ben je de gebraden haan en het volgende moment lig je uit de kamer (of de partij). Voor dit bijzondere metièr is een dikke laag eelt en enig welgecultiveerd ego dus een vereiste. Het verheffen van eigen gelijk tot ‘de maat der dingen’ is een valkuil welke geen politiek dier kan vermijden. En wie noemt überhaupt nog man en paard tegenwoordig…?
Wie durft ons meest elementaire recht te bevragen; dat van onze verworvenheden binnen een democratie? Voormalig voorzitter van de Raad van State, H.J. Willink deed dat recent in een interview in Argus.
“We gaan er nog altijd vanuit dat in een democratie elke mening evenveel waard is, maar wie durft dat nog te zeggen…?’.
Fundamentele duidelijkheid, zo zeldzaam in het Haagsche benoemd. Want hoewel wij allen gelijk zijn voor de wet en een grote vrijheid van handelen en denken in de schoot geworpen hebben gekregen bij geboorte, gelden uiteraard nog altijd rangen en standen. In ‘belangrijkheid’ welteverstaan. ‘Ter zake oordeelkundig’ en het vermogen, buiten eigen belangen, te kijken naar het grote belang. Ons allerbelang. Het is uiteraard betreurenswaardig dat men zich in vol actief politiek bedrijf zelden zo uit, maar meestal pas na pensionering, inmiddels ver verwijderd van het regerend pluche.
Het zijn voornamelijk oud-senatoren, beleidsmakers en adviseurs die na jaren ‘achterkamertjes’ en ander buiten het publieke oog gehouden politieke bewegingen blijk geven van hun gezond verstand en van het bestaan van een regerende elite.
Nog zo’n gepensioneerd geluid, maar wederom van groot belang, kwam in 2010 uit de pen van oud-rechter Willem van Bennekom rollen. Hij signaleerde een steeds meer disfunctioneren van de rechtsstaat en ook hier al vooral de klaarblijkelijke onduidelijkheid over het begrip. “De website van de Raad voor de Rechtspraak leest: “..Nederland is ook een democratische rechtsstaat. Democratisch, omdat de burgers kiezen wie het land regeert. Een rechtsstaat, omdat iedereen zich aan de wet moet houden, zowel burgers als de overheid. Dit staat in de grondwet”. Een van de risico’s van Jip-en-Janneke-taal is versimpeling van de werkelijkheid. Deze passage is daar een goed voorbeeld van. Want afgezien van het feit dat onze Grondwet helemaal niets over de rechtsstaat zegt, wordt ook verkeerd weergegeven wat de rechtsstaatgedachte inhoudt”.
Ontluisterend tekstje dat aan het denken zet. Staan de beste stuurlui weer es aan wal of voeren staatsapparaat en zijn uitvoerenden een andere koers? De moderne marketeer zou termen als ‘planning en uitrol’ hanteren.
Een fraai voorbeeld van overheidskrommunicatie in het midden van de negentiger jaren, ontstond toen het nieuwe politielogo werd gepresenteerd (en direct geïmplementeerd). Een krachtig samengaan van dat van Gemeente- en de Rijkspolitie. Eerstgenoemde hanteerde een abstractie van het wetboek van strafrecht (regelgeving) en de Rijkspolitie een wat symbolischer beeld van ‘granaat met vlammen’ (waakzaamheid).
Vernieuwing werd niet ervaren als verbetering en derhalve sprak men al snel van ‘gasfitters embleem’, ‘walmend wybertje en ‘ontploffend wetboek’. Menig korpschef protesteerde middels een briefje richting toenmalig minister Dales van Binnenlandse Zaken maar hun protest sneefde in een hardnekkig ‘Nee’ uit Den Haag. Het logo had al tijd en geld genoeg gekost, men diende het er maar mee te doen.
‘Gevalletje Elsschot’… “Tussen droom en daad staan immers wetten in de weg, en praktische bezwaren”.