Sfeerfoto van Joop
Joop
Joop

GroenLinks-leden mogen stemmen over fusie met PvdA in Eerste Kamer

Ledenreferendum over verdere linkse samenwerking
Joop

Lezing bij presentatie Rode Canon

  •  
22-10-2010
  •  
leestijd 14 minuten
  •  
BNNVARA fallback image
Aan de zoete verleiding van de nostalgie heb ik niet willen toegeven, vooral omdat dit in mijn huidige positie tekort zou doen aan de opgaven waar we nu voor staan.
Na de presentatie van de Rode Canon door de Wiardi Beckman Stichting vanmiddag heb ik een lezing gehouden over de rijke historie van de sociaaldemocratie. Wat is de rode geschiedenis waard in de actuele politiek? Spreekt dit de huidige generaties nog aan? En welke betekenis heeft de geschiedenis voor de partij?
Het is een mooi moment dat ons vandaag bijeen heeft gebracht – de presentatie van een rode canon.
En de opkomst laat zien dat het verleden van onze beweging op een grote belangstelling kan rekenen. Nu de toekomst nog. En over beide punten wil ik vanmiddag iets zeggen, over een paar kenmerken van het sociaal-democratische verleden en de inspiratie die aan deze rijke geschiedenis ontleend kan worden om verder te gaan.
Laat ik beginnen met te zeggen wat me bij het doornemen van de canon opviel. Dat was vooral dat de sociaal-democratie zich keer op keer krachtig heeft weten aan te passen aan de veranderende samenleving. Dat ging  – en gaat –  niet gemakkelijk. Natuurlijk zijn we gehecht aan soms moeizaam verworven inzichten, natuurlijk zijn we trots op de imponerende resultaten die behaald zijn. Denk aan de slagzin: ‘Wie bouwt – Wibaut!’ waarbij we ons mogen realiseren dat de volkswoningbouw zonder de sociaaldemocraten nooit die internationaal vermaarde kwaliteit zou hebben gehaald. Zo zijn er meer voorbeelden te geven. En daarbij is het dus goed te bedenken dat niet alleen wij veranderen, maar dat wij ook de samenleving hebben veranderd.
Dat karakter van onze ideologische en programmatische verandering is onlosmakelijk verbonden met onze traditie. Vanaf de oorsprong van het socialisme hebben we ernaar gestreefd ons systematisch rekenschap te geven van de belangrijkste ontwikkelingen in de samenleving. Elke historische fase stelde nieuwe eisen. Vandaar dat de socioloog Jacques van Doorn het socialisme eens een kameleontisch karakter heeft toegedicht. Zeker, de sociaal-democratie moest telkens weer worden uitgevonden.
Zoals gezegd – dat is geen gemakkelijk proces. En dat is ook te merken aan de aard van onze omgang met het eigen verleden. Als geen enkele andere partij hielden en houden we ons intensief met dat verleden bezig: vanaf het monumentale werk van Willem Vliegen, De Dageraad der Volksbevrijding uit 1905, verspreid door de ‘brochurenhandel der S.D.A.P.’, tot nu toe, met de rode canon die op internet beschikbaar wordt.
De manier waarop we ons bezighouden met de geschiedenis van partij en beweging is overigens niet zelden kritisch van toon. Dat wijst er op dat die omgang met het verleden voor ons geen onverplichte onderdompeling in nostalgie is, hoe prettig dat bij vlagen ook is, maar een voortgezette oefening in verantwoording voor de gemaakte keuzen. En daarmee is het een onmisbaar element in de permanente ontwikkeling van de sociaal-democratie. We moeten voort, maar daarbij kunnen we niet zonder een blik op de afgelegde weg: wie vooruit wil kan niet zonder achteruitkijkspiegel.
Tot nu toe heb ik de nadruk gelegd op het onvermijdelijke en noodzakelijke karakter van de aanhoudende verandering van de sociaaldemocratische opvattingen, op de historische reflectie op die veranderingen als onmisbaar element daarbij. Maar daarmee kunnen we niet volstaan. “In het verleden behaalde resultaten geven geen garantie voor de toekomst.” Banken kunnen dat zeggen: wij niet. Want het is onze opdracht ook in de toekomst resultaten te behalen. En dan bedoel ik dat niet simpel in de zin van electorale successen, hoewel die welkom zijn, maar vooral dat we bij het terugzien op een aantal mijlpalen ons realiseren dat daar de opdracht aan is verbonden om ook zorg te dragen voor mijlpalen in de toekomst.
De vraag is dan hoe dat verleden ons kan inspireren, richting kan geven aan nieuwe ambities. Daarbij is het van essentieel belang dat we ons realiseren dat er, ondanks alle veranderingen, een harde kern zit in de sociaaldemocratie, die we dienen vast te houden. Dit is niet de plaats om daar al te uitvoerig over te zijn. Maar een enkel essentieel punt wil ik hier graag naar voren brengen.
Onze beweging is ooit, ruim anderhalve eeuw geleden, begonnen als een politiek antwoord op een economisch probleem, namelijk de maatschappelijke verstoring die door de opkomst van het industrieel kapitalisme werd veroorzaakt. Daarmee kwam immers een geweldige dynamiek op gang, die op de zeer lange termijn gezien een aantal grote verworvenheden heeft opgeleverd.
Maar die dynamiek bracht niet alleen veel moois, maar ook grote onzekerheden. Friedrich Engels heeft die in schrille kleuren geschilderd in zijn bekende boek over De toestand der arbeidersklasse in Engeland (1845). De kern van de ellende was niet zozeer de armoede, daar waren – om het cynisch te zeggen – de arbeiders wel aan gewend. Maar het ging hem om het nieuwe verschijnsel van de onzekerheid [‘die Unsicherheit des Lebensstellung’]. De willekeur van een werkgever, de introductie van een nieuwe machine, een verre oorlog: alles kon het bestaan plotseling overhoop gooien.
Dat verschijnsel was ook in Nederland op te merken. Het is vooral Thorbecke geweest die daar op heeft gewezen. In zijn rede Over het hedendaagsche Staatsburgerschap (1842) analyseerde Thorbecke twee, onderling tegenstrijdige, ontwikkelingen. Aan de ene kant was er een groei in politieke gelijkheid. Na de Franse Revolutie was er sprake van een onvermijdelijke toename van democratische verhoudingen. Maar tegelijkertijd zag hij op economisch terrein een ontwikkeling die daar tegenin ging. Het kapitalisme bracht immers juist een steeds groter ongelijkheid tot stand. En hij vatte dit samen: ‘Eene hand steeds bezig af te breken hetgeen de andere opricht.’ Maar een oplossing gaf hij niet; enigszins machteloos besloot hij zijn betoog met de verzuchting: ‘Wie vindt den toon, waarin deze dissonant zich oplost?’
Het is de historische verdienste van de sociaaldemocratie daarop een antwoord te hebben geformuleerd. En ik vat het simpel samen: dat antwoord lag vooral in de voortgezette poging voor het leeuwendeel van de bevolking meer bestaanszekerheid te organiseren. Vanaf het begin van zijn parlementaire arbeid wees Troelstra bijvoorbeeld op de ellende van de onzekerheid van het bestaan, door het voortdurend dreigende spook van de werkloosheid. Het was zijn interpellatie in 1907, die zou leiden tot het instellen van een staatscommissie die een begin van een werkloosheidsbeleid zou formuleren. Maar de onmacht van het gevoerde werkloosheidsbeleid bleek wel bijzonder duidelijk toen het er op aankwam, in de crisisjaren. Pappen en nathouden, wachten op betere tijden – dat leek het onmachtige parool. Hier namen de SDAP en het NVV het bijzondere initiatief om een commissie van zwaargewichten in te stellen die in 1935 met Het Plan van de arbeid kwam. De opening van dit rapport was even simpel als direct:

’Het Plan van de Arbeid houdt in: een economisch diepgaande hervorming, met het doel om […]aan het Nederlandsche volk te verschaffen:Bestaanszekerheid bij een behoorlijk levenspeil.’
De wereldwijde crisis had duidelijk gemaakt dat een dergelijke bestaanszekerheid alleen dichterbij te brengen viel door een sterk en planmatig ingrijpen van de staat – de markt had de ellende niet alleen voortgebracht, maar vooral: bleek niet bij machte op eigen kracht een herstel tot stand te brengen. Laten we niet vergeten dat wij in onze gelederen onze eigen Keynes hadden, namelijk Jan Tinbergen, die in 1969 als eerste de Nobelprijs voor de economie kreeg toegekend.
En in het licht van onze huidige financiële en monetaire problemen is het interessant om te wijzen op één van de belangrijkste aanbevelingen in het Plan van de Arbeid, namelijk het beheersen van de kredietverlening. De ‘niet-verantwoorde credietverstrekking’ [Plan van de Arbeid, pagina 11] moest immers worden aangewezen als een bron van de ellende. Het geeft een schok van herkenning, als we ons daarbij even het begin van de kredietcrisis voor ogen halen.
Terug naar het Plan van de Arbeid. Natuurlijk, in die periode verwachtte de sociaal-democratie veel, teveel kunnen we achteraf vaststellen, van een ordening van het bedrijfsleven. Desondanks was dit Plan van de Arbeid van een bijzondere betekenis: voor het eerst werd nu geformuleerd dat het een essentiële taak van de overheid was om bestaanszekerheid te bieden aan de bevolking en dat te realiseren door de conjunctuur te beheersen en economische crises naar vermogen te voorkomen.
Dit Plan vond onmiddellijk na publicatie weinig gehoor. Maar we kunnen ook vaststellen dat de kern van het Plan na de oorlog een algemeen aanvaard uitgangspunt is geworden. Het is de basis geweest van een zeer succesvol herstel- en vernieuwingsbeleid en daarmee voor de wonderbaarlijk snelle groei van economie in de jaren vijftig en zestig, die wel bekend zijn geworden als ‘de gouden jaren’.
De Partij van de Arbeid zou de traditie voortzetten. In 1951 verscheen het rapport De weg naar de vrijheid, als een actualisering van het Plan van de Arbeid. Het was breder van opzet, gevarieerder in inhoud – maar in de kern was het de herbevestiging van de oude uitgangspunten. Het rapport houdt vast aan de gedachte dat ‘bestaanszekerheid’ op zichzelf van belang is, maar zelfs de voorwaarde is voor een behoud van de democratie. Een klein citaat om dat duidelijk te maken:
‘Een ernstige belemmering voor de ontplooiing van de mens is de onvoldoende bestaanszekerheid. Het optreden tegen oorzaken van crisis en massawerkloosheid verkeert nog in een eerste stadium. Het democratisch-socialisme moet het vooral als haar taak zien het conjunctuurprobleem tot een oplossing te brengen, daar de crisis de democratie zelve in levensgevaar brengt. Volledige werkgelegenheid moet worden nagestreefd.’ [De weg naar vrijheid, pagina 11]
Het geluk kon een politieke partij niet brengen, maar wél – en ik citeer opnieuw – ‘de voorwaarden en de mogelijkheden voor een rijker menselijke ontplooiing en een hechter gemeenschapsverband’.
En deze harde kern van de sociaaldemocratie werd vervolgens nog eens vastgelegd in het rapport Schuivende Panelen uit 1987. In het eerste hoofdstuk van dat rapport wordt met nadruk naar voren gebracht dat de missie van de partij nog steeds dezelfde is als in het Plan van de Arbeid, namelijk ‘bestaanszekerheid bij een behoorlijk levenspeil voor iedereen’. En natuurlijk, bestaanszekerheid betekende niet meer hetzelfde als in de crisisjaren: 
Bestaanszekerheid” is niet langer meer een kwestie van sociale zekerheid alleen, maar ook van veiligheid en van zekerheid voor toekomstige generaties. Een “behoorlijk levenspeil” is niet slechts een kwestie meer van groeiende welvaart, maar ook van groter kwaliteit daarvan en van veel bredere spreiding dan tot de eigen landgenoten of zelfs die van West-Europa. “Iedereen” betekent niet langer meer alleen mannen maar ook vrouwen, in dezelfde mate.’ [Schuivende Panelen, pagina 16]
Op de basis van de oude formule werd hier gewezen op duurzaamheid, de kwaliteit van publieke voorzieningen, de ontwikkelingssamenwerking en de emancipatie van vrouwen, de versterking van de cultuur – kortom: op het belang van de beschaving. En die harde kern houden we vast. Het is immers niet alleen economisch kortzichtig en politiek onverstandig, maar zelfs moreel onverdraaglijk om de bestaanszekerheid van mensen slechts te zien als afgeleide van economische processen. Tony Judt heeft daar in zijn even heldere als ontroerende testament onlangs nog eens indringend op gewezen. Als gevolg van het neoliberalisme is er een manier van denken dominant geworden waarin centraal stond dat de economie zo min mogelijk hindernissen mocht ondervinden. De samenleving bestond niet, volgens Thatcher; de overheid was, in de woorden van Reagan, geen oplossing maar een probleem; mensen waren daarmee in feite overgeleverd aan de markt.
De sociaal-democratie heeft aan dat neoliberalisme te weinig weerwerk geboden. Met name in de Derde Weg heeft een te groot vertrouwen geheerst over de mogelijkheid om de tegenstelling tussen markt en politiek op te heffen en is te veel meegegaan met de verkleining van het publieke domein. Juist gezien de enorme dynamiek van de economie is een sterke en zelfstandige positie van de politiek noodzakelijk.
Het zijn niet alleen de nieuwe tijden, die nieuwe vormen van bestaanszekerheid vergen, ook de oude vormen blijken nog steeds onmisbaar. We heten niet voor niets Partij van de Arbeid.
Arbeid, werk, is nog steeds een uiterst essentieel terrein, het structureert onze samenleving op tal van manieren, zowel ideëel als materieel, zowel sociaal-politiek als cultureel. Dat geldt zeker ook voor onze tijd, waarin toegenomen individualisering, secularisering en globalisering andere structurerende verbanden heeft verzwakt. Soms lijken we dat te vergeten, maar het zijn de moeilijke tijden waarin dat weer onverbiddelijk duidelijk wordt. Denk in dit verband aan de jaren tachtig van de vorige eeuw, waarin Wim Kok met een Akkoord van Wassenaar de basis legde voor een economische én maatschappelijke ontwikkeling die internationaal bekend kwam te staan als the Dutch Miracle. Na de millenniumwisseling zijn we dit weer even vergeten en dachten dat de bomen vanzelf bleven doorgroeien tot in de hemel en dat iedereen bijna vanzelf een gelukkige zzp’er zou worden – maar die illusie is, zo mag ik aannemen, nu toch wel verdampt.
Bismarck heeft de socialisten eens weggezet als Vaterlandslose Gesellen. Dat is op z’n minst interessant, wanneer je je realiseert dat we nu leven in tijden waarin dat een treffende benaming lijkt voor de beheerders van hedgefunds en zwerfkapitaal. De krachtlijnen in de wereld zijn verlegd en daar hebben we allemaal mee te maken. En zoals Kok met dat  Accoord over zijn eigen schaduw sprong, zo zullen we nu opnieuw wegen moeten vinden  om de bestaanszekerheid weer terug te brengen.
En dat niet alleen voor mensen die werkloos zijn of hun werk dreigen te verliezen. Grote groepen op de arbeidsmarkt zijn kwetsbaar, maar daarnaast is voor nog grotere groepen de kwaliteit van de arbeid ondermaats.
Een deel van deze problemen zijn in beeld gebracht door de publikatie Om de plaats van de arbeid van de WBS (2008). Daaruit blijkt dat er weliswaar een nieuwe flexibiliteit in de sociaal-economische structuur is gekomen die in het algemeen gunstig was, maar dat dit ook onzekerheid met zich heeft meegevoerd. En voor veel mensen is het ontbreken van een vertrouwenwekkend toekomstperspectief uiterst onaangenaam. Niet alleen zijn ze bezorgd over eigen baan en inkomen, maar ook over die van hun kinderen. Een dergelijk vrees speelt zeker ook een rol in het huidige politieke klimaat. Ik wijs hier kortheidshalve op de interessante studie van Benjamin Friedman, The Moral Consequences of Economic Growth (2005), waarin dit met tal van historische gegevens nader is uitgewerkt. Wij zullen moeten zoeken naar een nieuwe, collectieve zekerheid en dan bij voorkeur niet in de vorm van een nieuwe bureaucratische laag, een ingewikkelde subsidieregeling of een telefonisch moeilijk bereikbare helpdesk. Niet nog meer rugzakjes, maar het borgen van een grotere bestaanszekerheid door wat Ton Wilthagen genoemd heeft ‘een zichtbare hand’ [A.C.J.M. Wilthagen, Flexicurity Pathways: Turning Hurdles into Stepping-Stones. Expert Report for European Commission. Tilburg 2007]. Het is hier niet de plaats om dat hier verder uit te werken, maar dat staat op onze agenda.
Bij de presentatie van de ‘rode canon’ wil ik tot slot nog één observatie naar voren brengen. Bij het lezen ervan viel het me opnieuw de betekenis op van de sociaaldemocratie op lokaal niveau. Want juist de sociaaldemocratie kan niet uitsluitend worden afgemeten aan wat er op landelijk niveau gebeurt. De ruggengraat van de sociaal-democratie is lange tijd toch vooral het ‘wethouderssocialisme’ geweest. Dat is een traditie die niet verloren mag gaan, sterker nog, juist op de momenten dat we buiten het kabinet staan, moeten we op lokaal niveau laten zien waar we voor staan.
Zoals bekend heeft Wibaut, de grote wethouder van Amsterdam, in dat wethouderssocialisme een pioniersfunctie vervuld. Hij heeft maximaal gebruik gemaakt van de beleidsvrijheid die de gemeente had. Het is zinvol nog eens langs de lijnen van dat verleden na te gaan wat die traditie voor het heden kan betekenen.
En dan denk ik aan het volgende. Er wordt veel gesproken over globalisering – dat is overigens voor socialisten geen nieuw verschijnsel: Marx heeft daar in het Communistisch Manifest [1848] al op gewezen. De kracht van die globalisering mag niet onderschat worden. Maar we weten intussen ook dat we niet alles maar mooi moeten vinden en op voorhand mee moeten gaan in wat Paul van der Heijden eens ‘de westenwind’ heeft genoemd [P.F. van der Heijden: Westenwind: van werknemersinvloed naar aandeelhoudersmacht. 2004]. En in dat verband kunnen de gemeenten een rol van betekenis spelen. Saskia Sassen heeft laten zien dat het de steden zijn waarin het mondiale bedrijfskapitaal zich concentreert, terwijl in diezelfde steden armoede en verval zich manifesteren. [25ste Jaarboek Democratisch Socialisme, 2004]. Het tegengaan van die kloof is een enorme opgave voor de gemeenten. Dat zullen wij ook in de komende jaren gaan merken. Het kabinet-Rutte legt een zware druk op de gemeenten, en het is mede aan onze wethouders om in die omstandigheden te zoeken naar mogelijkheden om, en ik zeg het opnieuw, bestaanszekerheid voor een ieder op een behoorlijk niveau  te helpen realiseren. En dan bestaanszekerheid in brede betekenis: niet alleen op sociaal-economisch terrein, maar ook in cultureel en sociaal opzicht. Want de toegenomen vervreemding in onze maatschappij en de daarmee samenhangende gevoelens van onveiligheid  zijn in onze tijd eveneens aspecten die samenhangen met bestaanszekerheid. De kwaliteit van de gemeente, de publieke sector op het niveau van de gemeente zal daarbij een essentiële factor zijn; haar ambtenaren staan daarbij in de frontlinie.
En ja, personeelsbeleid was een tweede hoofdlijn in het beleid van Wibaut. Hij vond dat de overheid gehouden is op dit terrein een voorbeeldfunctie te vervullen. Het ziet er niet naar uit dat het huidige kabinet dit inzicht volgt. De omvang van het overheidspersoneel – ook al kan die in tijden van bezuiniging zeker niet buiten schot blijven – lijkt wel een sluitpost op de begroting: minder overheid en dus minder overheidspersoneel als doel op zichzelf. Dat is niet alleen kortzichtig, het is een actieve bijdrage aan de verdergaande corrosie van de publieke ruimte, het tast het gemeenschapsgevoel nog verder aan.
Het gaat hier over de mensen in het onderwijs, de jeugdzorg, het openbaar vervoer, de politie en in andere diensten van de verzorgingsstaat. We stellen hoge eisen aan hun inzet en motivatie – daar moet wat tegenover staan. Teveel staat daar echter tegenover dat hun motivatie, hun beroepstrots wordt ondergraven door juist niet een beroep te doen op het beoordelingsvermogen van de professional, maar door soms tot in het absurde verantwoordingseisen te formuleren – waardoor de frontlinie een groot deel van de dag een computerscherm blijkt te zijn – en een wildgroei aan managers. En niets ten nadele van goede managers, maar er zijn teveel verhalen over een wanverhouding tussen prestaties en honorering. [Johann Hari, ‘The Management consultancy scam’ in The Independent 20-8-2010 naar aanleiding van onderzoek van de Cranfield School of Management].
Een zorgvuldige omgang met dit personeel is niet alleen een teken van beschaving, het is ook een krachtige poging om langs die weg bij te dragen aan een versterkte gemeenschapsvorming. Juist als alles, naar een uitdrukking van Marx, ‘vloeibaar’ lijkt te zijn geworden, moet de overheid structuur en kracht bieden. Dan is meer waardering voor het personeel dat in dienst is van de gemeenschap, van ons allemaal dus, een onafwijsbare plicht.
Tot slot. Ik heb U deelgenoot proberen te maken van een aantal overwegingen die bij mij opkwamen bij het lezen van de rode canon. U zult gemerkt hebben dat ik trots was op dat verleden, met haar prestaties, met haar fouten. Aan de zoete verleiding van de nostalgie heb ik niet willen toegeven, vooral omdat dit in mijn huidige positie tekort zou doen aan de opgaven waar we nu voor staan. We beleven moeilijke tijden en we zullen, geïnspireerd door het verleden, nieuwe ankerpunten moeten vinden. Dat die geïnspireerd zullen zijn op een begrip als bestaanszekerheid  en op een krachtige publieke sector zal niet verbazen. Het zal niet eenvoudig zijn, ook wij hebben rekening te houden met omvangrijke bezuinigingen en voorlopig een schamele economische groei. Maar misschien is dat, tenslotte, wel de belangrijkste les die uit het sociaaldemocratische verleden is te putten: juist in moeilijke tijden hebben we laten zien dat er creatieve oplossingen te vinden zijn. Kortom: aan den arbeid!

Meer over:

politiek, opinie

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (32)

JAWEH
JAWEH22 okt. 2010 - 16:47

Wow

TheoJ2
TheoJ222 okt. 2010 - 16:47

De tekst rept niet over de drie I's: immigratie, integratie en islam. Zolang Job daar niet aan begint verliest hij van Wilders.

mees.
mees.22 okt. 2010 - 16:47

Ik ben trots op Cohen....blijft altijd zichzelf,de rust zelve,dat is in deze gekke tijd het enige wat van belang is. Niet meelopen en schreeuwen met de idioten van deze tijd,voor die is er maar één uitkomst straks....diep,heel diep vallen.

frankie48
frankie4822 okt. 2010 - 16:47

Goede lezing van J.Cohen. Ik ben altijd blij als men Wibaut (de machtige) opvoert, omdat deze man in ons verleden voor veel bestuurlijke doorbraken heeft gezorgd waar men naar zocht. En dan vooral in economisch slechtere tijden, liet hij zien dat de vrije markt aan regels gebonden moest zijn, wou je de aller-zwakste kunnen beschermen. Iemand die de kapatalisten op hun tekortkoming attendeerde. Cohen verwijst als hij het over het lokale bestuur heeft op de tafelrede "morgen" van F.M. Wibaut gehouden in 1925 ter gelegenheid van het 650e verjaardag van het tolprivilege van Floris V uit 1275, aan de stad Amsterdam.

leeuw2
leeuw222 okt. 2010 - 16:47

De grote fout die Cohen en dus met hem de Pvda keer op keer maakt is dat hij blijft hangen in het verleden. Ik zeg het nog maar een keer de jaren 60/70 zijn al een tijdje voorbij en die komen nooit meer terug. De enige mogelijkheid voor de Pvda om ooit nog een rol van betekenis te spelen binnen de Nederlandse politiek is door ideeen uit te dragen die passen bij de hedendaagse samenleving. Gebasseerd op economisch en maatschappelijk realisme in plaats van blinde idealen.

clara51
clara5122 okt. 2010 - 16:47

Onder kabinet Rutte-Verhagen betekent sociale zekerheid letterlijk dat je een baan hebt en je hebt een baan omdat je daar zelf voor zorgt. Burgers organiseren dus voortaan hun eigen sociale zekerheid. En onzekerheid. En lukt dat niet, dan staan er vanaf nu meer hekken om de ondersteuning van de overheid dan ooit tevoren. Het wordt hoog tijd voor een betere (ik schreef bijna echte) visie op inkomenspolitiek, in plaats van dit je-zoekt-het-zelf-maar-uit-beleid. De lezing van Cohen biedt perspectief. Mijn steun heeft'ie.

frankie48
frankie4822 okt. 2010 - 16:47

Rob Geurtsen waar zit u, want als ik van iemand had verwacht die hier een vinger in de pap zou willen hebben bij deze discussie, moet u het toch wel zijn?

Magikeven!ikheetMostafa
Magikeven!ikheetMostafa22 okt. 2010 - 16:47

De heer Cohen is een zegen voor Nederland als Oppositieleider. De heer Cohen gaat ze uitlachen in de Tweede kamer, let maar goed op. Want, wij zijn zijn nog steeds een rechtsstaat, hebben nog steeds de Grondwet die iedereen moet respecter, er is nog niets afgeschaft! en de heer Cohen lust zeker de hele zooitje politiek-extremisten rouw, op een menselijke, democratische en beschaafde manier, de heer Cohen is een zegen voor Nederland als opositieleider in de Tweede Kamer. De heer Cohen gaat de heer Marijnissen, vervagen als de bewaker van de rechtsstaat, indirect!

Magikeven!ikheetMostafa
Magikeven!ikheetMostafa22 okt. 2010 - 16:47

Mijn heer Cohen, ik als PVDA stemmer, ik duimde en hoopte dat u De premier voor dit land moest zijn, u zou een zegen kunnen zijn voor dit mooie land. U zei ooit op TV, na een bezoek in Marokko:'' Hoezo Marokkanen haten joden, de eerste advieur van de Koning is een Jood''. Er zijn ook ministers, hoogheiden en gewone Joodse Marokkanen. Wat ik wil ik tegen u zeggen: De PVDA noemt zich trots de Partijd van de Arbeid, maar de PVV niet,kunnen niets roepen en als ze gaan roepen': De partij van de vrijheid'' gaat iedereen ze uitlachten en dat is alle grote winst van de PVDA, de PVDA hebben een naam, de PVV krijgen de naam nooit. Waar stond de LPF ook weer voor?! wat voor naam of symbole had de LPF? niets en nada. Niets links, niets rechts, gewoon constant de PVDA , de Patrij van de Arbeid noemen'' niets de PVDA! De sociale democratie heeft één, één principe. Bedankt.

1 Reactie
Magikeven!ikheetMostafa
Magikeven!ikheetMostafa22 okt. 2010 - 16:47

Correctie. De sociale democratie heeft één naam en één procinpe. Bedankt.

JAWEH
JAWEH22 okt. 2010 - 16:47

De PvdA heeft genoeg veerkracht en expertise om sterk terug te komen. Wat mij zo aanspreekt in dit verhaal is dat de wil tot zelfreflectie als volwaarde om jezelf als partij/idelogie opnieuw uit te vinden volop aanwezig is. Cohen is een goed bestuurder, en ik heb veel vertrouwen in hem. Een sterk verhaal dat hoop geeft voor de toekomst van zijn Partij. Goed gedaan Job. Respect!

1 Reactie
brbrwr
brbrwr22 okt. 2010 - 16:47

die stem is in elk geval binnen

[verwijderd]
[verwijderd]22 okt. 2010 - 16:47

Aan de zoete verleiding van thee heb ik niet willen toegeven, vooral omdat dit in mijn huidige positie tekort zou doen aan de opgaven waar we nu voor staan. Ik neem een borrel!

1 Reactie
mees.
mees.22 okt. 2010 - 16:47

Beter thee dan azijn

zeemeeuw2
zeemeeuw222 okt. 2010 - 16:47

Lezing Cohen ZES reacties. Wilders proces gemiddeld 600 reacties. De fixatie voor Wilders ligt niet alleen bij rechts...

3 Reacties
Pjotrs
Pjotrs22 okt. 2010 - 16:47

"Lezing Cohen ZES reacties." Het is dan ook nogal een verwarrend verhaal. Die borstklopperij over het Plan van de Arbeid dat bestaanszekerheid bij een behoorlijk levenspeil zou hebben geboden, terwijl het keiharde arbeid en even harde armoe betekende als je in de werkverschaffing zat. Voor het overige lijkt het erop dat Cohen geen "verworvenheid" of ontwikkeling binnen de partij onvermeld wil laten, wat ten koste gaat van een helder betoog. Terwijl er zo'n mooie aanzet in zit: "Onze beweging is ooit, ruim anderhalve eeuw geleden, begonnen als een politiek antwoord op een economisch probleem, namelijk de maatschappelijke verstoring die door de opkomst van het industrieel kapitalisme werd veroorzaakt." Ook nu leven we in de tijd waarin sprake is van een "maatschappelijke verstoring" en mensen die buiten de boot vallen omdat ze de ontwikkelingen niet kunnen bijbenen. Als antwoord daarop verwacht ik iets meer een brede visie en zeker geen geneuzel over onderwijspersoneel dat wordt geschoffeerd door allerlei regeltjes. En als Cohen toch die kant op wil, dan zou een welgemeend excuus op zijn plaats zijn. Want uit welke hoek kwam onderwijshervorming op onderwijshervorming? En wie is dus voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de enorme regeldruk?

Magikeven!ikheetMostafa
Magikeven!ikheetMostafa22 okt. 2010 - 16:47

Is dat niet een teken van dat Nederland de weg helemaal kwijt? Of het proceduren van naarigheid een Hollandse norm moet worden?! Lees wat Cohen zegt en lees wat Wilders roept? Praten en roepen zijn twee woorden.

mees.
mees.22 okt. 2010 - 16:47

Rotzooi verkoopt goed,totdat je het moet gaan gebruiken,dan zie je wat voor troep het is....dan komt vanzelf de honger naar kwaliteit en waardeer je het des te meer. less is more

clara51
clara5122 okt. 2010 - 16:47

Ik vind het verstandig wat de PvdA hier doet bij het begin van deze bijzondere oppositieperiode. Deze Rode Canon legt precies de scharnierpunten van de sociaal-democratie vast in de geschiedenis. Cohen bouwt er in deze toespraak zijn verhaal van verantwoording van vandaag omheen. Met als kernwoord het begrip bestaanszekerheid. Bestaanszekerheid is voor mij meer dan sociale zekerheid. Bestaanszekerheid komt als begrip in het regeerakkoord en gedoogakkoord welgeteld één (1) keer voor, in de zin: "Anderzijds moet aan mensen die niet kunnen werken bestaanszekerheid worden geboden." Het begrip 'sociale zekerheid' komt ook één (1) keer voor, in de zin: " We schrijven niemand af, maar spreken iedereen aan. Een baan is immers de beste sociale zekerheid." En het komt voor in de hoofdstukindeling. Het hoofdstuk dat "Werk en sociale zekerheid" heet. Met andere woorden: sociale zekerheid is iets wat je als burger vooral zelf moet regelen. Door middel van een baan. In het gedoogakkoord komt het begrip 'sociale zekerheid' drie keer voor. Alle drie keer in de betekenis dat immigranten hun sociale zekerheid kunnen verspelen. Dit is volkomen nieuw. Hier is niet langer de staat verantwoordelijk voor sociale zekerheid. "Inburgering van toegelaten asielzoekers en migranten op een adequaat niveau is voor henzelf en hun kinderen de sleutel tot een volwaardige deelname aan de samenleving in werk en onderwijs. Dit mag worden verwacht van nieuwkomers. Zij zijn hiervoor zelf verantwoordelijk. Het uitblijven van deze inspanningen kan in het kader van de sociale zekerheid en in het belang van de arbeidsparticipatie, niet zonder gevolgen blijven." "Het zwaarwegende belang van arbeidsparticipatie en integratie in Nederland heeft ook gevolgen voor de inrichting van het stelsel van sociale zekerheid." "In het kader van de sociale zekerheid verdient de verhouding met het land van herkomst van migranten en asielzoekers eveneens aandacht." Tegelijkertijd geeft Cohen zijn verhaal over bestaanszekerheid in HP/DeTijd van deze week handen en voeten. Handen en voeten die het vooralsnog niet zal krijgen. Maar de paaltjes zijn opnieuw geslagen, en lekker stevig. De rest wordt gewoon hard werken, om de schade van het minderheidskabinetsbeleid voor mensen die hun eigen sociale zekerheid niet kunnen regelen zo beperkt mogelijk te houden. Waar mogelijk samen met de andere linkse oppositiepartijen. Ik merk dat op Joop de tegenstanders van de PvdA elke gelegenheid aangrijpen om met hun tegenargumenten te komen. Of vaker, bij gebrek aan tegenargumenten, met losse flodders. Ik ben eerlijk gezegd teleurgesteld dat daar zo weinig variatie inzit, in die stroom tegengeluiden. Denk om de haverklap: ja hoor, dat weet ik nou wel. Het scrollt wel lekker, dat wel. Zelfs als je mordicus en principieel tegen de PvdA bent (en je hoeft voor mij echt niet elke keer opnieuw uit te komen leggen waarom), biedt Cohens verhaal voldoende aanleiding voor een zinnige discussie. Bijvoorbeeld over de vraag of - zoals ik hierboven stel - bestaanszekerheid meer is dan sociale zekerheid. En dus de vraag of wat de nieuwe minderheidscoalitie onder sociale zekerheid verstaat, hetzelfde is als wat Cohen met bestaanszekerheid bedoelt. Maar ja, misschien verwacht ik nog steeds te veel van een internetforum. Gaat het inderdaad om massa en niet om echt uitwisselen van argumenten. In dat geval heb ik niets gezegd.

1 Reactie
Sjiekismigdat
Sjiekismigdat22 okt. 2010 - 16:47

Hard werken en nederig zijn. Dat haalt nu de stemmen binnen.

Sylvia Stuurman
Sylvia Stuurman22 okt. 2010 - 16:47

- Bestaanszekerheid centraal, in de vorm van arbeid en arbeidsvoorwaarden (waarbij de overheid een voorbeeldrol vervult). - Neoliberalisme is te weinig weerwerk geboden. - Regelingen moeten weer mensen ten goed komen in plaats van bedrijven en tussenlagen. - Mensen moeten weer hun werk naar eigen eer en geweten kunnen doen in plaats van driekwart van hun tijd formulieren in te moeten vullen om "verantwoording af te leggen". Kortom: hulde! Mijn voorstel voor: "Wij zullen moeten zoeken naar een nieuwe, collectieve zekerheid en dan bij voorkeur niet in de vorm van een nieuwe bureaucratische laag, een ingewikkelde subsidieregeling of een telefonisch moeilijk bereikbare helpdesk.": - Als basis: een basisinkomen voor iedereen (dus ongeacht werk of geen werk), op het niveau van een bestaansminimum. - Loslaten van het minimumloon. Daardoor wordt allerlei werk dat nu niet uitgevoerd kan worden weer haalbaar. Wie nu op wat voor manier dan ook arbeidsgehandicapped is, kan weer een baan krijgen voor een laag loon. - Je kunt daar zelfs een plicht tot werken aan koppelen, als gemeentes of het rijk in principe mensen in dienst kan nemen voor werk dat bij iemand past. Dat systeem is niet de oplossing voor alle punten die Cohen schetst, maar het is wel een vorm van collectieve zekerheid zonder bureaucratische tussenlaag, die alleen maar voordelen biedt. En omdat er zoveel regelingen (inclusief bureaucratische tussenlagen!) kunnen worden afgeschaft is de bekostiging helemaal niet zo'n probleem.

1 Reactie
TheoJ2
TheoJ222 okt. 2010 - 16:47

Heb je een idee over de hoogte van het minimumloon in vergelijking met het bestaansminimum?

Bagus
Bagus22 okt. 2010 - 16:47

Als niet-"socialist" heb ik de lezing van de heer Cohen met veel belangstelling gelezen en er mijn voordeel mee gedaan. Ik til er 1 -m.i. wezenlijk- element uit om daarna vervolgens mijn eigen weg te gaan. Een weg die geplaveid is met vragen en twijfels. Voor Job Cohen is de kern van de sociaal-democratie een ingreep in het maatschappelijk gebeuren door de overheid om de onzekerheden van het bestaan te mitigeren (neen, niet weg te werken dat is een volstrekte onmogelijkheid). Een belangrijk beleidsterrein daarbij is "de arbeid in de breedste zin van het woord". Als "buitenstaander" lijkt mij dat een heldere stellingname voor een partij die de materiele zekereid van het bestaan tot unieke onderwerp van denken en handelen heeft. Nu mijn vragen. Voorzover het om de gevolgen van globalisering en het "van God en de sociale moraal losgezongen financiele systeem" betreft (hedgefunds, internationaal zwerfkapitaal) lijkt mij die doelstelling juist voor de toekomst niet alleen een essentiele, maar sociaal(-democratisch) ook gepaste. Hoe deze globale doelstelling in de praktijk zal moeten, maar ook zal kunnen worden geinstrumenteerd is net zo fundamenteel, maar laat ik over aan de PvdA en haar bondgenoten zelf. Ik vermoed dat de toekomstige structuur van de kenniseconomie gepaard gaande aan een hoge mate van arbeidsindividualisering op dit vlak wel eens een zeer weerbarstig terrein van overheidsbeleid zal blijken te zijn. Het neoliberalisme is -vanuit de sociale moraal gezien- te zien als een "lui" antwoord van de samenleving en de politiek op deze aspecten van individualisering, uitmondend in een "neen" van grote groepen kenniswerkers op een grotere overheidssbemoeienis met hun individuele carrieres. Dat is in mijn optiek ook een fundamentele "verrechtsing" in de Marxistische zin van het woord: daar waar de "informatie- en communicatievertechnologiseerde" onderbouw de geindividualiseerde maatschappelijke bovenbouw (politieke, maatschappelijke en m.n. collectieve arbeidsarrangementen) fundamenteel beinvloedt. Als ik zonder cynisch te zijn deze zorg om de materiele kant van het bestaan beschrijf met "brood" dan biedt mij dat de mogelijheid om nu "en spelen" in het debat te introduceren. Het staat volgens mij buiten twijfel dat de beschavingsolf van de periode na de 2e wereldoorlog, gevoegd bij de gelijktijdige hoge welvaartsgroei niet "het brood" maar juist "de spelen" op een prominente plaats in het bestaan van individuele burgers heeft geplaatst. En daarmee deze burgers ook van zichzelf en de samenleving, zoals we die tot nu toe kenden, heeft vervreemd. In allerlei vormen is entertainment een onmisbaar onderdeel van de kwaliteit van het bestaan geworden. En juist op dit vlak heeft het viertal megatrends (individualsering, emancipering, secularisering en democratisering) haar meest sociale structuur"vernietigende" invloed gehad. In de vele postings ook hier op Joop waar het proces op Wilders beschreven wordt als cabaret, soap, theater en waarnaar met duivels plezier wordt gekeken is een excellent voorbeeld van wat ik bedoel. En zelfs het fundamentele grondrecht van het "vrije woord" is in "speelse" handen terechtgekomen. Het kwetsen om te kwetsen is als voorbeeld van een nieuw spel dat breed wordt toegepast in de nieuwe media m.i. een ander, niet-misteverstaan voorbeeld. Door dit fenomeen toe te schrijven aan "internetgekken" zoals mw. Halsema dat recentelijk deed gaat zij aan een wezenlijk maatschappelijk VERVREEMDINGSelement in de postmoderne samenleving voorbij. Een vervreemdingselement dat niet primair met "brood" maar wel alles met "spelen" te maken heeft. Ik zal niet verder ingaan op de stelling waaruit dit standpunt van Femke Halsema voortvloeit, In het kort: het is de kijk van een politica die zichzelf wel de basiswaarden van de verlichte beschaving in haar oorspronkelijke bedoeling heeft eigengemaakt (vrijheid in verantwoordelijkheid) en die niet kan inzien dat dat al lang niet meer het geval is voor grote groepen "wij-zijn-de-baas-burgers". "We" weten uit eigen (levens)ervaring maar al te goed hoe "spelende kinderen" zonder collectief verantwoordelijkheidsgevoel en noodzakelijke educatieve correcties het spel voor anderen kunnen bederven. Daarvoor is slechts volwassen inlevingsvermogen in de "ander" nodig. Ik beschouw de "absolute vrijheidsmaniakken" als onvolwassen kinderen en niet als pronkstuk van de Verlichting. Ik denk dat in de lezing van Job Cohen het vorengenoemde vervreemdingsaspect (ten onrechte ??) niet is meegenomen. Op niet-Marxistische wijze poneer ik hier de stelling dat deze "speelse bovenbouw" van zeer veel invloed zal blijken te zijn op de technologisch-economische bovenbouw van de toekomst. En ook op de collectieve politieke, maatschappelijke en juridische arrangementen die deze maatschappelijke onderbouw "in toom en evenwicht" pogen te houden. Daarmee is tevens een economisch zelfvernietigingsmechanisme in de postmoderne bovenbouw ingeslopen. Haast onbewust ?? Ik zou dat parafraserend de postmoderne "Kladeradatsch" willen noemen. Vandaar dat ik deze "temming van de individuele speelsheid" ten behoeve van een toekomstbestendige economische, politieke en juridische structuur een WEZENSkenmerk vind van ELKE poitieke stroming die het individu en zijn/haar speelse aspiraties en oprispingen niet tot ENIGE maatstaf van het politieke denken en handelen verklaart. Daarom mag een toekomstgerichte visie hierop van m.n. de PvdA niet ontbreken. In mijn hoogst persoonlijke visie heeft het rechtspoulisme 1 ding duidelijk gemaakt. Nl. dat een grote groep "postmoderne" burgers aan overheid en samenleving duidelijk maakt dat wat haar betreft geen verdere behoefte is aan immateriele emancipatie. De verlangens naar het individuele "spelen" is immers ruimschoots voorhanden. En de kortzichtige visie op de "betaalbaarheid" van dat "spelen" is overduidelijk aanwezig in de populstische roes (net zoals elke roes de blik op de werkelijkheid verstioort tbv de persoonlijke gemoedsrust) Wat deze groep betreft zou de overheid alleen nog voor het "brood " moeten zorgen (incl. arbeidsimmigratie) en "het spelen" geheel aan de burgers zelf overlaten. Dat de samenleving hiermee zichzelf in een spagaat heeft gemanoeuvreerd is voor mij duidelijk (bijv. wel "spelen" maar met strenge straffen voor spelbedervers in een hooligganwet, dat immers een duidelijk signaal is dat de individuele vrijheid zeker niet absoluut is en zeker niet als het "mijn" eigen plezier bederft). Deze spagaat is DE ontstaanskern van een mogelijke politiestaat. Tenslotte: Wat het "brood" betreft is een "links" front van SP, PvdA en PVV praktisch politiek gezien niet onlogisch. Wat "spelen" betreft zal echter een principiele keuze gemaakt moeten worden tussen verder "sociaal beschaven" (incl. emanciperen) en verder "particulier consumeren" incl. in de politiek dmv aanbieding van "pretpakketen op individuele maat op een politieke markt). Het zittende kabintet lijkt met haar cultuurbeleid die keuze al gemaakt te hebben. De "gedoger" PVV is daarin echter verreweg de kampioen. Wat zal de sociaal-democratie hierop moeten antwoorden en wie zullen haar natuurlijke bondgenoten daarbij zijn ?? Dat is voor mij nog een open vraag, die in de lezing van de heer Cohen onderbelicht is gebleven ! Het artikel van Robbert Baruch hier op Joop, enige dagen gelden, gaf daar wel wat handvatten voor. "PvdA distantieert U van het "spelverslaafde volk" als uw "natuurlijke" achterban". En dat lijkt dan weer haaks te staan op wat Job Cohen beoogt. Althands zoals ik "als buitenstaander" hem begrepen heb.

2 Reacties
Bagus
Bagus22 okt. 2010 - 16:47

Ik schreef eerder: "Op niet-Marxistische wijze poneer ik hier de stelling dat deze "speelse bovenbouw" van zeer veel invloed zal blijken te zijn op de technologisch-economische bovenbouw van de toekomst. En ook op de collectieve politieke, maatschappelijke en juridische arrangementen die deze maatschappelijke onderbouw "in toom en evenwicht" pogen te houden. Er ging iets mis met het gebruik van de termen "onderbouw" en "bovenbouw" in het citaat hierboven. Dit moet de correcte tekst zijn (de verbeteringen in hoofdletters): "Op niet-Marxistische wijze poneer ik hier de stelling dat deze "speelse bovenbouw" van zeer veel invloed zal blijken te zijn op de technologisch-economische ONDERBOUW van de toekomst. En ook op de collectieve politieke, maatschappelijke en juridische arrangementen die DE "SPEELSE" maatschappelijke BOVENBOUW "in toom en evenwicht" pogen te houden. Met excuses en ondanks meerdere malen corrigeren van de eerste tekst.

Sylvia Stuurman
Sylvia Stuurman22 okt. 2010 - 16:47

[Ik beschouw de "absolute vrijheidsmaniakken" als onvolwassen kinderen en niet als pronkstuk van de Verlichting.] Daar heb je groot gelijk in. Toevallig heeft Jonathan Frantzen net een boek met dat thema geschreven. Lees het geweldige interview met hem: http://www.nrcboeken.nl/interview/‘niemand-wil-nog-volwassen-zijn’ En ik ben het met je eens dat ook op dat probleem een antwoord moet komen.

JoopSchouten
JoopSchouten22 okt. 2010 - 16:47

Goede lezing. Het lijkt op een verkapte handreiking aan de SP. Tussen de rode regels lees ik : 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.' Er zijn veel momenten geweest dat deze ongeschreven sociale wet uit het beeld verdween bij de PvdA. Hun lippendienst en actieve hulp door het neoliberalistische verder op de markt los te laten is er een van. Mijn probleem is (...) dat de economische rekenmodellen en gerelateerde bedrijfsstructuur nog steeds gebaseerd zijn op de utopie van het neoliberalisme. Bij de PvdA worden deze modellen ook gebruikt. Wat te denken van wethouders die met hun poten in de maatschappij staan en het lokale bedrijfsleven bedienen. Tot op de dag van vandaag stromen afgestudeerde economen, aanverwante rekenkundigen en managers onze markt op met dezelfde verkeerde aannames en dus verkeerde geestelijke bagage. Een mooie lezing. Maar nu de praktijk nog.

2 Reacties
grolschje2
grolschje222 okt. 2010 - 16:47

Joop het 'neo-liberalisme' werkt fantastisch. Kijk om je heen. Er bestaat geen armoede in Nederland.

doeidoei
doeidoei22 okt. 2010 - 16:47

Als de formatie ons alle een ding geleerd heeft is dat de heer Cohen zijn verkiezingsprogramma nog liever op eet dan samenwerkt met de SP.

Simbro
Simbro22 okt. 2010 - 16:47

Een prachtig betoog, ook nu weer wordt afstand genomen van de keuze voor de 'Derde Weg' in het verleden, zoals ook Bos deed in een lezing een half jaar geleden. Inzicht, dat een doorgeschoten neo-liberalisme niet veel goeds oplevert, prima. Maar: het zijn woorden, alleen maar woorden. Want was het niet Cohen, die de voorkeur gaf aan een paars-plus coalitie in de informatieperiode ? En waren de beoogde coalitiepartners (VVD, D'66 en GL) niet allemaal voorstanders van de zogenaamde economische hervormingen ? Anders gezegd: gaf Cohen hiermee niet te kennen gewoon op de neoliberale weg verder te willen ? Want die 'economische hervormingen' betekenen niets anders dan verdere afbreuk aan de verzorgingsstaat,. Het doel ervan is de loonkosten te verlagen en daarmee de concurrentiepositie te verbeteren in de hoop mee te kunnen met landen als China en India. Keuze daarvoor is meedoen aan een 'race to the bottom' , hetgeen neerkomt op een verdere verslechtering van de bestaanszekerheid. De kloof tussen woord en daad, het niet durven te kiezen voor een consistent links beleid (met toenadering tot de SP), dat wel met de mond wordt beleden, dat is de oorzaak van de teloorgang van de PvdA, die ingezet is met het afschudden van de idologische veren door Wim Kok.

1 Reactie
leeuw2
leeuw222 okt. 2010 - 16:47

Alleen de tweede en de derde weg zijn een optie. De eerste weg is een heilloze weg. Onbestaanbaar dat die weg ooit nog bewandeld gaat worden.

objectivist
objectivist22 okt. 2010 - 16:47

Job toch moet je oppassen niet zo te verzuren. Het werkt averechts allemaal. Ik snap de dramatische terugval wel in de polls. Jullie moeten positief kritisch blijven en niet in dezelfde polarisatiestand als Wilders gaan staan. Juist nu beschaafd blijven en samenwerking zoeken zal je aan stemmen helpen als de zaak omvalt. Links laat grote kansen liggen.

1 Reactie
Sylvia Stuurman
Sylvia Stuurman22 okt. 2010 - 16:47

De enige die het over Wilders heeft ben jij Rob. Ik snap het best wel, dat het een te lang stuk voor je is om het te gaan lezen. Slimmer is het om in zo'n geval dan geen commentaar te geven: je valt dan zo door de mand...