
Het CPB publiceerde deze week een rapport met de heerlijke titel De hoogste bomen vangen minder wind. De boodschap die overal opdook was helder: de rijken worden rijker, betalen te weinig belasting en rechtse kabinetten laten dat allemaal gebeuren. Ook op deze site werd die conclusie met zichtbaar enthousiasme ontvangen.
Maar terwijl half politiek Den Haag alweer richting hogere belastingen sprint, bekruipt mij één vraag: lezen mensen eigenlijk nog het hele rapport? Of vooral de gekleurde samenvatting en de krantenkop?
Laat ik mijn persoonlijke mening als econoom en lobbyist voor ondernemers de Joop-lezer verder besparen. Ik vermoed dat sommigen anders stijl achteroverslaan en dat wil ik u niet aandoen. Daarom beperk ik mij tot een paar opvallende feiten uit het rapport die wonderlijk genoeg nauwelijks terugkomen in de discussie.
Om te beginnen misschien wel de belangrijkste zin uit het hele CPB-rapport. Die luidt letterlijk: “Het is niet duidelijk of in Nederland sprake is van een te hoge of een te lage ongelijkheid.” Opmerkelijk genoeg haalde juist dié conclusie vrijwel geen enkele krantenkop.
Wat ook nauwelijks terugkomt: Nederland herverdeelt al enorm veel. Volgens hetzelfde CPB-rapport stijgt het aandeel van de onderste helft van de inkomens door herverdeling van 19 naar 29 procent van het totale inkomen. Dat is nogal wat. Alleen gebeurt die herverdeling niet vooral via hogere belastingen voor “de rijken”, maar via overheidsuitgaven, toeslagen, zorg, onderwijs en andere collectieve voorzieningen.
Vervolgens de groep waar nu alles om draait: de top 0,01 procent. Ooit ging het debat over de top 10 procent. Daarna over de top 1 procent. Inmiddels zoomen we in op ongeveer 1.400 huishoudens. In een land met ruim acht miljoen huishoudens draait het politieke debat dus steeds vaker om een minuscuul groepje ondernemers en vermogenden aan de absolute top.
En waarom zouden die volgens het CPB relatief weinig belasting betalen? Omdat ondernemers winsten in hun bedrijf laten zitten. Het CPB telt die ingehouden winsten alvast mee als persoonlijk inkomen, maar de box 2-heffing die later bij uitkering betaald moet worden, telt het niet mee. Terwijl die belasting van inmiddels 31 procent simpelweg onontkoombaar is zodra winsten daadwerkelijk worden uitgekeerd.
Daarmee ontstaat een beeld alsof ondernemers structureel nauwelijks belasting betalen, terwijl een groot deel van die belastingheffing juist wordt doorgeschoven naar de toekomst.
En misschien is dat maar goed ook. Juist in economisch onzekere tijden hebben we belang bij stabiele en solvabele bedrijven met voldoende buffers. Veel familiebedrijven kiezen er bewust voor om winsten niet maximaal uit te keren, maar binnen het bedrijf te houden voor investeringen, innovatie en slechtere tijden.
Dat lijkt mij eerlijk gezegd verstandiger dan het model waarbij ondernemingen eerst zoveel mogelijk worden leeggetrokken voor dividenduitkeringen aan aandeelhouders. Niet voor niets klinkt er de laatste jaren steeds meer kritiek op private-equitypartijen die bedrijven financieel uitknijpen terwijl werknemers, klanten en de lange termijn het nakijken hebben.
Ook de vermogensgroei van die top 0,01 procent blijkt bij nadere bestudering minder spectaculair dan de krantenkoppen suggereren. Een flink deel daarvan bestaat simpelweg uit familiebedrijven die op papier meer waard zijn geworden. Blijkbaar is het tegenwoordig een maatschappelijk probleem als Nederlandse ondernemingen succesvoller, innovatiever en winstgevender worden.
Maar hadden we dan liever gehad dat die bedrijven minder succesvol waren geweest?
Natuurlijk kent het belastingstelsel scheve prikkels en rare uitzonderingen. Natuurlijk moeten succesvolle ondernemers gewoon belasting betalen. Maar het debat wordt wel erg simplistisch zodra iedere ondernemer met een succesvol familiebedrijf automatisch wordt neergezet als iemand die de samenleving iets afpakt.
Alsof de bakker met twintig medewerkers, de innovatieve maakindustrie of het familiebedrijf dat al drie generaties lang mensen in dienst houdt ineens het grote probleem van Nederland zou zijn.
Want uiteindelijk zijn het juist die bedrijven die zorgen voor banen, innovatie, economische groei en belastinginkomsten. Misschien moeten we dus iets voorzichtiger zijn met het verdacht maken van precies de ondernemingen waar onze brede welvaart grotendeels op draait.
Stefan Tax is lobbyist familiebedrijven en Partner bij Meines Holla & Partners
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.