
Ook al verblijven we op een relatief rustige plek in de regio Bethlehem, voortdurend komen er kleine, persoonlijke berichten binnen via telefoontjes en sociale media. Samen veroorzaken ze een permanent gevoel van crisis en achteruitgang. Het leger is in die of die straat binnengevallen. Een rit van Bethlehem naar het enkele kilometers verderop gelegen Beit Safafa duurde bijna drie uur. Iemand in Gaza kan de begrafenis van zijn moeder elders in de Gazastrook niet bijwonen. De Allenbybrug is vanwege een staking gesloten, waardoor het internationale verkeer vastloopt.
Dat voortdurende gevoel van stremming en achteruitgang heeft drie bredere oorzaken.
Ten eerste nemen Israëlische kolonisten in versneld tempo Palestijns land in. Zowel de Israëlische politiek als leger ondersteunen die uitbreiding, onder meer met grootschalige militaire operaties zoals die momenteel in het noorden van de West Bank plaatsvinden.
Ten tweede staat de Palestijnse samenleving onder zware economische druk. Dat komt deels door de kolonisatie, maar ook doordat Palestijnse arbeiders nog maar bij hoge uitzondering in Israël en Jeruzalem kunnen werken (wel mogen ze werken in de nederzettingen!). Bovendien draagt Israël Palestijnse VAT belastinginkomsten niet of slechts gedeeltelijk over aan de Palestijnse Autoriteit. Die inkomsten dekken normaal gesproken een groot deel van haar begroting.
De Palestijnse Autoriteit staat daarnaast politiek onder druk door haar gebrek aan legitimiteit: afgezien van gemeenteraadsverkiezingen zijn er al jaren geen presidents- of parlementsverkiezingen gehouden.
En ten derde ontbreekt er effectieve internationale druk. De publieke opinie in veel westerse landen is gekanteld, maar die verandering vertaalt zich nauwelijks in concrete politieke maatregelen.
Genocideonderzoeker Omer Bartov gaf op 12 augustus 2024 in een interview in NRC-Handelsblad aan dat sancties van westerse landen een "aardbeving" in de Israëlische samenleving zouden veroorzaken. Hij wees daarbij op de internationale sancties tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Bartov stelde dat Israël sterk afhankelijk is van zijn bondgenoten, dat de Europese Unie Israëls grootste handelspartner is en dat er vanuit Europa aanzienlijke bedragen naar Israëlisch technologisch en wetenschappelijk onderzoek gaan.
Dode Zeerollen
Inderdaad bieden wetenschappelijke instellingen Israël rugdekking voor zijn huidige genocidale politiek in Gaza en kolonisatie op de West Bank. Een recent voorbeeld is een omvangrijk internationaal onderzoeksproject naar de oorsprong van de Dode Zeerollen. Volgens een publicatie in Haaretz van 15 augustus 2025 heeft de European Research Council Mladen Popovic, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, een Advanced Grant van 2,5 miljoen euro toegekend voor het vijfjarige project "Tracing Scribes and Scrolls". Volgens de publicatie coördineert de Rijksuniversiteit Groningen het project en zijn de Israel Antiquities Authority, de universiteiten van Pisa en Napels, de Universiteit van Zuid-Denemarken in Odense en de KU Leuven betrokken, samen met de Egyptische musea in Berlijn en Turijn, onder meer voor de vergelijking met papyri uit Egypte.
De ERC-subsidies behoren tot de meest prestigieuze onderzoeksbeurzen van Europa. Ze stellen vooraanstaande wetenschappers in staat vernieuwend, grootschalig onderzoek te leiden.
Een stukje geschiedenis. De Dode Zeerollen werden tussen 1947 en 1956 ontdekt in de grotten van Qumran en omliggende locaties op de Westelijke Jordaanoever, in de regio Bethlehem, die toen onder Jordaans bestuur stond. Tot 1967 werden ze bewaard in Oost-Jeruzalem, eerst in het Palestijns Archeologisch Museum, beter bekend als het Rockefellermuseum. Na de Israëlische bezetting van Oost-Jeruzalem werden ze overgebracht naar het Israel Museum in West-Jeruzalem. In het licht van het bezettingsrecht roept die gang van zaken al decennialang vragen op over het eigendom van dit culturele erfgoed. De Palestijnse Autoriteit claimt rechten op de rollen. Palestijnse gidsen of onderzoekers uit de Westelijke Jordaanoever hebben doorgaans geen toegang tot het Israel Museum waar ze worden bewaard.
Kolonisatie-archeologie
Maar de actualiteit is minstens zo belangrijk. De Israëlische projectpartner, de Israel Antiquities Authority, speelt een centrale rol bij de Israëlische kolonisatie-archeologie op de West Bank. In 2022 waren circa 2.000 vindplaatsen door de bezettingsmacht aangewezen als "Israëlische archeologische locaties", een aantal dat sindsdien verder is opgelopen.
Kolonisten en kolonistenorganisaties hebben de afgelopen decennia ontdekt hoe bruikbaar archeologie is bij de roof van land. Israël zet archeologie momenteel actiever dan ooit in om de kolonisatie van Palestijns land te legitimeren. Archeologische vindplaatsen helpen hun om het politieke verhaal te beïnvloeden, toeristen aan te trekken en internationale fondsen te werven. Tegelijkertijd dienen ze als middel voor verdrijving en controle.
Een van de bekendste vindplaatsen op de West Bank zijn de grotten van Qumran, waar dus de Dode Zeerollen zijn gevonden. Silwan in Oost-Jeruzalem is een ander duidelijk voorbeeld. Daar wordt het archeologische en toeristische complex van de City of David al decennia uitgebreid door de kolonistenorganisatie El Ad, met steun van de Israëlische overheid. Rond Sebastia, de grote archeologische vindplaats ten noorden van Nabloes, heeft Israël recentelijk circa tweehonderd hectare grond aangewezen als “staatsbezit,” als voorbode van gebruik voor eigen doelstellingen. De locatie is vooral bekend om haar Romeinse, Byzantijnse en vroeg-islamitische overblijfselen. Ook bij Herodion, ten oosten van Bethlehem, loopt sinds medio 2024 een Israëlische procedure om 320 dunam, ongeveer 79 hectare, tot “staatsbezit” te verklaren. De maatregel wordt door Israël geframed als een vorm van "bescherming" van de archeologie.
Zelfs de Salomonsvijvers bij Bethlehem hebben van kolonisten recent een nadrukkelijk Bijbels karakter gekregen, terwijl de oudste van de drie bekkens door de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus rond 30 na Christus werd aangelegd. De twee andere bekkens dateren uit latere periodes. Ook allerlei onbekende bronnen op de West Bank krijgen ineens een Joods-Bijbelse betekenis. De vele sporen van de Romeinse, Byzantijnse, islamitische en andere beschavingen die in dit gebied hebben bestaan, verdwijnen gemakshalve uit het verhaal. Onder meer Peace Now geeft aan dat “vrijwel alle Palestijnse steden en dorpen op de West Bank zijn gebouwd naast of rechtstreeks bovenop archeologische resten. Dit weerspiegelt een continu patroon van bewoning dat honderden en zelfs duizenden jaren teruggaat."
Het door het team van de Rijksuniversiteit Groningen geleide onderzoek kan strikt wetenschappelijk waardevol zijn, maar het vindt natuurlijk niet plaats in een politiek vacuüm. Door samen te werken met een Israëlische overheidsinstantie die rechtstreeks betrokken is bij de toe-eigening en kolonisatie van Palestijns erfgoed en land, verlenen Europese universiteiten en musea legitimiteit en zelfs prestige aan dat beleid.