
Trump zegt dat de VS president Maduro uit Venezuela hebben weggehaald. Dat lijkt op een ontvoering, omdat het ging om een zittende president en er geen duidelijk internationaal mandaat is.
Dit moment is niet het einde van een conflict, maar juist het begin van een nieuwe, onzekere fase. Ook voor onze eilanden. De belangrijkste vraag is niet of Maduro een slechte leider was, maar wat deze actie doet met vertrouwen en regels tussen landen. Buurlanden reageren boos en bezorgd omdat ze bang zijn dat dit precedent gevolgen kan hebben voor hun land.
Vergelijkbare gevallen uit de geschiedenis laten zien dat dit soms gebeurt. Manuel Noriega in Panama werd in 1989 door de VS gevangengenomen en naar de VS gebracht voor berechting. Saddam Hussein in Irak werd in 2003 gevangengenomen na de Amerikaanse invasie. Jean-Bertrand Aristide in Haïti werd in 2004 onder internationale druk uit zijn land gehaald en naar Afrika gebracht.
Op basis van eerdere gebeurtenissen zijn er twee hoofdrichtingen mogelijk. In het beste geval laat de VS snel zien waar Maduro is, dat hij leeft en welke wetten worden gebruikt. Dan wordt de ontvoering een arrestatie met een proces, Maduro verliest zijn macht en de situatie blijft redelijk stabiel.
In het slechtste geval blijft alles onduidelijk. Niemand weet waar Maduro is of wat er met hem gebeurt. Dan wordt hij een symbool voor boosheid en verzet, wat kan leiden tot onrust, geweld en meer instabiliteit in Venezuela en de regio.
Kort gezegd is niet Maduro zelf nu het grootste probleem, maar de manier waarop met zijn verdwijning wordt omgegaan. Openheid kan rust brengen, stilte maakt het gevaarlijker.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.