
Er zijn kabinetten die vallen omdat een minister loog of omdat een coalitie elkaar niet meer verdroeg over asiel of wat dan ook. Dit kabinet dreigt te vallen - of erger, níet te vallen - over iets dat nog triester is: het krijgt de eigen begroting niet rond.
Zes maanden geleden op het bordes, en Rob Jetten zit nu met Dilan Yeşilgöz en Henri Bontenbal tot diep in de nacht bij Financiën te bekvechten over een huishoudboekje, een onderhandeling die elk weekend opnieuw stukloopt. Niet de grote vragen van onze tijd komen aan bod. Het huishoudboekje met bezuinigingen en wat financiële injecties om oorlog te kunnen voeren, dat is al wat ze kunnen produceren.
De diepere fout zit al in het 'ontwerp', niet pas in de uitvoering. Dit is een minderheidskabinet dat zich vanaf de eerste dag heeft gedragen als een meerderheidskabinet - sterker nog, het kabinetsplan was er al zo een voordat het kabinet er überhaupt stond.
Een minderheidskabinet hoort per dossier wisselende meerderheden te zoeken: soms links, soms rechts, telkens opnieuw onderhandeld op inhoud. In plaats daarvan wordt er gezocht naar één vaste meerderheid voor één totaalpakket, zodat je met een krappe minderheid toch een compleet regeerakkoord door de Kamer kunt loodsen zolang je maar hard genoeg duwt. Dat is geen minderheidsbestuur. Dat is een meerderheidskabinet dat toevallig geen meerderheid heeft.
Niemand snapt het. Niet de coalitie, niet de oppositie. Ook de Kamer zoekt naar een gewone meerderheid, weer over links óf over rechts, in plaats van het politieke maatwerk dat een minderheidskabinet nu juist vereist.
De VVD sluit PRO al uit, voordat er ook maar verkiezingen zijn geweest, uit angst de eigen achterban aan JA21 te verliezen. Het CDA glibbert erdoorheen - geen visie, wel overleven. En de kleinere partijen rechts van het midden vechten intussen nog steeds om de erfenis van Fortuyn, een kwart eeuw na diens dood, zoekend naar de oplossing voor alle grote problemen van deze tijd.
Wat ontbreekt is niet geld. Wat ontbreekt is visie. Op de grote dossiers, en op de kleinere. Terwijl de urgentie zich opstapelt, nationaal en internationaal, blinkt dit kabinet vooral uit in extreem kleinburgerlijk politiek bedrijven: een bezuiniging hier, een injectie daar, en verder niets dat op een richting gebaseerd op een visie lijkt.
Er zit ook een structureel probleem achter, en dat gaat verder dan Jetten of Yeşilgöz. De Eerste Kamer gedraagt zich al jaren als een tweede Tweede Kamer, met een eigen politieke agenda die elk kabinet - ook een gewoon meerderheidskabinet - kan gijzelen.
Dat werkt verlammend en polariserend, en het is een van de redenen waarom ik voorstander ben van een heel ander politiek bestel: zonder senaat, met een Tweede Kamer die uitgebreid wordt naar 225 zetels, een kiesdrempel van acht procent, een grotere toetsende rol voor de Raad van State, en een rechtstreeks gekozen minister-president die voor zes jaar een kabinet samenstelt, met elke drie jaar parlementsverkiezingen waarbij dat kabinet telkens opnieuw moet bepalen - op korte én lange termijn - welk beleid haalbaar is en waar een meerderheid voor te vinden is.
Een presidentieel-parlementair stelsel, kortom, in plaats van het gedrocht dat we nu hebben: te veel partijen die vooral naar de korte termijn kijken en naar het belang van de eigen achterban, in een tijd van botsingen en polarisatie die daar juist niet om vraagt.
Die stelselwijziging maak ik zelf niet meer mee. Dat kost decennia, misschien langer, hoe broodnodig ook om de polycrisis werkelijk aan te kunnen. Voor nu is er maar één redelijke uitweg: laat dit kabinet - dat in naam een minderheidskabinet is maar zich gedraagt als een gedoogconstructie zonder gedoogpartner - zo snel mogelijk vallen.
Nieuwe verkiezingen lossen niets substantieels op, dat weet ik ook wel. Maar ze kunnen de pijnlijke impasse wél doorbreken. Dat er even een schok komt door het politieke pluche. Met de Provinciale Statenverkiezingen in het verschiet en daarna nieuwe Tweede Kamerverkiezingen, kan er - helaas, met tegenzin, maar toch - weer een doodgewoon kabinet worden geformeerd. Een kabinet dat doormoddert, zoals Nederlandse kabinetten dat altijd hebben gedaan, maar in elk geval zonder de schaamteloze vertoning die de kabinetten-Schoof en Yeşilgöz-Jetten ons hebben opgeleverd.
Wat we aanschouwen - omdat we moeten kijken - is een falend democratisch systeem, en dat is niet in de eerste plaats de schuld van het systeem zelf. Het is het gevolg van politici die zo onthutsend ongeschikt zijn voor hun ambt, in een land waarvan de kiezers het midden hebben verlaten voor de flanken. We krijgen wat we willen. Puinhopen, terwijl de wereld in de fik staat. Mensen, dieren, natuur, het klimaat, de biodiversiteit, de aarde met alle schaarste die gaat komen met de migraties en oorlogen. Het maakt blijkbaar niets uit.
We blijven kiezen, consumeren, schreeuwen en vechten. Zolang de boekhouding maar klopt en de drones vliegen en de tanks rijden terwijl de zorg, natuur en sociale zekerheid worden uitgekleed. Door machthebbers op de troon die visieloos om meerderheden smeken.