
Hoe vreemd toch dat wij onze ‘moderne helden’ zo slecht eren. Ze blijven veel te vaak ondergewaardeerd en onverdiend onbezongen. Onze literaire helden welteverstaan. Een beetje veldheer of staatsman heeft lanen en scholen naar zich zien vernoemen. Standbeelden en plaquettes genoeg voor al die grote, historische voorvaderen. De meeste recent aan ons ontvallenen echter krijgen meestal kortstondig enige media-aandacht om daarna in de mist van het groot-collectiefgeheugen te verdwijnen.
Op de sterfdag (2025) van één van onze grootste tekstdichters/schrijvers/tekenfilmers derhalve een vlammend pleidooi voor nader eerbetoon aan Harrie Geelen. Niet zomaar de eerste de beste Nederlandse kunstenaar namelijk. Zijn oeuvre omvat ondermeer de beste jeugd tv-series ooit gemaakt (‘Oebele’, ‘Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen mijnheer?’ en ‘Q & Q’).
Geelen schreef, tekende, animeerde en schiep zodoende werelden. Zijn jarenlange samenwerking met Marten Toonder resulteerde onder andere in de eerste avondvullende Nederlandse tekenfilm ‘Als je begrijpt wat ik bedoel’, in welke geplaagde productie hij vele creatieve petten op had. Het veel bezongen Toondriaanse taalgebruik gaat dan ook moeiteloos over in het Geelensiaans. De commercials voor Jamin, Concordia, PTT en Fruittella behoren tot zijn beste (animatie-)opdrachtwerk en in 1984 won hij een Gouden Kalf voor zijn meesterlijke ‘Getekende mensen’, een hybride productie van documentaire en animatie.
Voor zijn magnum opus, de tv-serie ‘Hamelen..’ die 45 afleveringen kende, creëerde hij ruim 100 karakters en schreef hij meer dan honderd (!) liedjes. Het wekt dan ook nauwelijks verbazing dat componist en arrangeur Joop Stokkermans van die enorme productie sprak als van de “..Opus Hamelen” (die samenwerking zou later resulteren in ‘Leve de Koningin’, een kindermusical met wederom tien meesterlijke liedjes).
Geelen gaf een draai aan het originele sprookje van ‘De rattenvanger van Hamelen’, door waar dat verhaal stopte de draad weer op te pakken en wel vanuit een uniek uitgangspunt. xHij maakte de slimme omkering van een sprookjeswereld die niet in mensen geloofde. De hoofdpersonen hadden zich zo voortdurend uit te leggen aan de wonderlijkste combinaties van feeën, faunen, reuzen, elfen en trollen. Spreekwoorden, sagen, legenden, sprookjes en folklore-verzinsels, alles rommelpotte Geelen door elkaar heen in een bomvol universum van ultieme fantasie. “..Ik ben grillig, daar houden kinderen van”. Dat is waar Harry, mijn God wat hielden we van jouw griezelige fantasiewerelden, en nóg. De meester kon het succes niet beter verklaren door juist die taligheid te benadrukken; “..taal is het enige waarmee je magie kunt oproepen. Je moet de dingen half vertellen en een deel van het verhaal niet, en denken ‘dat maak jijzelf wel af’ ”.
Snoeshanen bleek een volk, Heg en Steg een gebied, er werden draken gestoken en kwade kersen gegeten. Hoeden, koffers, kleden en pompoenen vlogen af en aan ‘Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen mijnheer’ was een taal-explosie vermomt als kinderserie. Legendarische televisie die tegelijk een staalkaart was van het Nederlands acteursbestand. Geelen schreef de serie met zijn favoriete acteurs in het achterhoofd en had bij de casting een stevige vinger in de pap (dat is goed zichtbaar in het spel- en zingplezier van de acteurs).
Later (2018) zou hij het definitieve verhaal nog eens vastleggen in boekvorm, maar dit keer als trilogie voor volwassenen. Zomaar een zin in Geelen’s magistrale stijl:
“Teerling was een bekende aardtrol met akte A en B (Gekleed toveren) en de vergunning Brouwen op Open & Gesloten plaatsen. Dat betekende dat hij zowel bij maanlicht op een kale berg toverdranken mocht koken als binnen in een kelder bij een schouw”.
Virtuoos zijn pen, bloemrijk zijn taal!
De naam Harrie Geelen dient eervolle vermelding, en niet alleen in de annalen der literaire geschiedenis. Geen standbeeld of steegje maar minstens een plein waar de tekst ‘Woordkunstenaar-Taalverheffer-Harrie Geelen was hij!’ prominent leesbaar zal zijn. En of dat plein(-tje) nu in zijn geboorteplaats Heerlen komt te liggen of in dat van zijn woonplaats Hilversum, dat is natuurlijk om het even.
Geef Nederland echter zo gauw mogelijk het alibi die prangende vraag te stellen: “Kunt u mij de weg naar het Harrie Geelenplein vertellen mijnheer?” Wie wil daar nu niet naartoe?