Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen

Komt de verbeelding nog eens aan de macht?

  •  
25-04-2022
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
718 keer bekeken
  •  
roodgroen

© cc-foto: John_The_IV

Politiek is niet alleen vechten om lijfsbehoud, maar ook de kunst van het verbeelden van de toekomst.

Het Nederlandse politieke landschap is versplinterd. De verkiezingsuitslag van maart 2021 bracht een opzienbarend hoog aantal van 17 fracties in de Tweede Kamer, wat ondertussen door afsplitsingen is opgelopen tot 20. Ook op lokaal niveau is het feest: de 45 raadszetels zijn in Amsterdam verdeeld onder 12, in Den Haag onder 13, en in Rotterdam onder maar liefst 14 partijen. Den Bosch spant de kroon met 16 partijen en 39 raadszetels. De versplintering uit zich echter niet alleen in het grote aantal partijen dat zetels behaald, maar ook doordat er maar weinig tot geen partijen qua omvang bovenuit steken. De tijd dat de ‘grote drie’ op landelijk niveau de dienst uitmaakten en konden buigen op lokale sociaaldemocratische, christendemocratische of liberale bolwerken, ligt definitief achter ons. Er is sprake van een flinke verzameling middelgrote partijen die nauwelijks kunnen rekenen op een vaste electorale basis. Alleen de landelijke VVD ontsnapt voorlopig aan deze trend, al is het de vraag of de partij dat in het post-Rutte-tijdperk vol kan houden.

Maar is versplintering erg? Niet per definitie. Je kan het zien als een reflectie van de vele verschillende politieke smaken en groeperingen die Nederland rijk is. Misschien willen veel Nederlanders vooral stemmen voor een partij die effectief op komt voor specifieke standpunten en deelbelangen, in plaats van een grote machtsgeoriënteerde partij die zelf al tegengestelde belangen moet zien te verenigen. Onderzoek van o.a. Tom van der Meer wijst echter uit dat veel kiezers zich vrijelijk bewegen binnen een cluster van vergelijkbare partijen. Het Kaag-effect van 2021 en de PvdA-VVD-strijd van 2021 laten zien dat mensen zich wel degelijk graag verenigen rondom een machtsalternatief of aansprekende lijsttrekker als de kans zich voordoet. Bovendien wordt juist de moeite om het verschil in te schatten tussen partijen vaak genoemd als reden voor een zekere politieke apathie en het fenomeen van niet-stemmen. En de nadelen van versplintering zijn evident: partijen kunnen zich steeds moeilijker van elkaar onderscheiden, kleine fracties missen de mankracht om het bestuur goed te controleren en formaties worden moeizamer door de noodzaak voor veelpartijencoalities.

De proliferatie van nieuwe partijen en afsplitsingen is een weerspiegeling van het onvermogen van oude partijen om over hun schaduw heen te springen. Partijen zijn in de kern een middel om kiezers en vertegenwoordigers te verenigen rondom gedeelde idealen. De maatschappij verandert echter continu, en daarmee ook het karakter van de kiezer en haar electorale voorkeur. Partijen zouden hierop in moeten kunnen spelen; het voortbestaan van partijen in hun huidige vorm zou daarom geen doel op zich moeten zijn. Politiek is niet alleen vechten om lijfsbehoud, maar ook de kunst van het verbeelden van de toekomst. Aan verbeeldingskracht lijkt het echter momenteel te ontbreken.

Voor inspiratie kunnen we naar ons verleden kijken. Veel van de huidige partijen zijn immers voortgekomen uit fusies. Het CDA is een product van een lange toenadering van drie confessionele partijen die door de secularisatie hun kiezersschare zagen afkalven. Door de vorming van GroenLinks wisten linkse stromingen zich te handhaven in het post-Koude Oorlog-tijdperk. De vorming van de PvdA bracht in 1946 weliswaar niet de ‘doorbraak’ waar de voorstanders op mikten, maar verankerde wel de sociaaldemocratie in het hart van de Nederlandse politiek. Ook de VVD en de ChristenUnie zijn fusiepartijen. Fusies leiden misschien niet automatisch tot zetelwinst, maar bevorderen vaak wel de ‘heruitvinding’ van politieke stromingen, dat nu zo broodnodig lijkt.

Maar fusies zijn niet de enige manier voor partijen om versplintering tegen te gaan. In andere landen (zoals Frankrijk, Spanje en Israël) is het gebruikelijk voor gelijkgestemde partijen om ‘blokken’ of gecombineerde lijsten te vormen richting verkiezingen, en zich te verenigen rond een bepaald programma en/of leiderskandidaat. Begin jaren ’70 werkten PvdA en een aantal progressieve partijen op een zelfde manier samen ten tijde van het kabinet-Den Uyl. Hoe succesvol dit heeft uitgepakt is nog altijd voer voor discussie, maar het bewijst wel dat ‘de verbeelding aan de macht’ realiteit kan worden. Wat dat betreft is de aarzelende toenadering tussen PvdA en GroenLinks, aangezwengeld door initiatieven als RoodGroene Toekomst en recentelijk kracht bij gezet door het pleidooi van Moorman en Timmermans, hoopgevend. Daarnaast kan gedacht worden aan een hechtere samenwerking en gedachte-uitwisseling met maatschappelijke organisaties, protestbewegingen en opiniemakers. Politiek zou om méér moeten gaan dan kiezen tussen partijen, maar dat lijkt men in Den Haag wel eens vergeten.

Het zou goed kunnen dat de VVD het bij de volgende Kamerverkiezingen het zonder Mark Rutte moet doen. Dit biedt kansen voor andere politieke geluiden om een greep te doen naar de macht. Maar zolang elke middelgrote partij vooral bezig is met het afsnoepen van zetels van partijen die praktisch hetzelfde programma voorstaan – en ontevredenen met het oprichten van nog eens een nieuwe partij ernaast - ontstaat er geen serieus machtsalternatief. Laten we hopen dat er in het Nederlandse politieke spectrum nog een sprankje verbeelding over is.

cc-foto: John_The_IV

Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.