Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

'Klimaatcrisis maakt volksverhuizing noodzakelijk'

Gisteren
leestijd 5 minuten
12054 keer bekeken

De klimaatcrisis slaat sneller en harder toe dan verwacht. Hittegolven volgen elkaar in zo'n hoog tempo op dat ze het nieuwe normaal worden. Europa was tot nu toe het gebied met het ideaalste klimaat ter wereld, waar een groot deel van de welvaart aan te danken is. Die periode komt ten einde door de weigering te stoppen met het massale gebruik van fossiele energie. In veel delen van Frankrijk bijvoorbeeld zal het in 2050 's zomers regelmatig tot wel 50 graden worden. Dat betekent dat de grens van het leefbare wordt benaderd dan wel overschreden. De antwoorden op dit schrikbeeld bestaan vaak uit pleidooien voor airconditioning, tropenroosters, het aanleggen van watervoorraden en andere noodgrepen. Maar dat lijkt dweilen met de. kraan open, zelfs als daar geen druppel meer uitkomt.

In een interview met de Franse krant Libération, begin deze maand, zet geograaf Guillaume Faburel, hoogleraar aan de Universiteit Lyon-II, uiteen wat er gedaan moet worden om op een gezonde manier in het land te kunnen blijven wonen. Hij richt zich daarbij op de gebieden van het land die aan de ergste gevolgen van de klimaatcrisis ontsnappen. Samen met andere experts die deel uitmaken van de zogeheten 'posturbane beweging' stelt hij voor over te gaan tot een massale herhuisvesting van de bevolking van de overbelaste steden naar het relatief lege platteland. Niet om paniek te zaaien maar juist het omgekeerde, de scenario's die zij bedenken zijn bedoeld om duidelijk te maken dat er nog een goed leven mogelijk is, zelfs onder de extreme klimaatomstandigheden, die zoals bekend veroorzaakt worden door het ongebreideld gebruik van fossiele energie.

De wetenschappers publiceerden onlangs een studie getiteld "Waar te wonen in Frankrijk in 2050 om de aanhoudende ecologische crisis het hoofd te bieden?", waarin zeven "toevluchtsoorden en leefbare gebieden" worden geïdentificeerd die waarschijnlijk betere leefomstandigheden bieden, gebaseerd op dertig ecologische en sociaaleconomische criteria. Guillaume Faburel werkt dit idee verder uit in zijn nieuwe boek, Waar te wonen?, dat op 10 september verschijnt bij Tana Editions.

Faburel zegt gefrustreerd te zijn dat het publieke debat en de nieuwsmedia zich vooral richten op de toename van de klimaatcrisis en niet op hoe daarmee omgegaan moet worden. Die houding staat oplossingen in de weg, vindt hij. "We praten vooral over brede trends – ik denk aan de IPCC-rapporten – maar veel minder over wat deze omwentelingen concreet betekenen voor gebieden en hun inwoners. Juist daar zouden de antwoorden moeten beginnen."

Een oorzaak is volgens hem dat beleidsmakers altijd volgens dezelfde lijnen denken: groei, ontwikkeling en grootschalig planningsbeleid door het uitbouwen van infrastructuur, hulpbronnen, voorraden. "Inwoners worden daarbij gereduceerd tot statistische gegevens terwijl de echte uitdaging draait om ons vermogen te overleven in gebieden die kwetsbaarder worden." In de oude manier van denken is er ook een strikt onderscheid tussen mens en natuur.

Hij pleit voor herwaardering van het samengaan van natuur en samenleving. "Het gevoel ergens bij te horen, bij een gebied, betekent theoretisch gezien dat je er zorg voor draagt, erin investeert en min of meer één wordt met je omgeving. Toch heeft het stadsleven, met name in grote steden, ons volledig afgesneden van de levende wereld. Gewapend beton en gehard staal zijn niet bepaald de beste bondgenoten van dieren en planten. We zullen daarom collectief moeten onderzoeken hoe we op een sterk geconcentreerde en kunstmatige manier gedwongen zijn op bepaalde plaatsen te wonen en andere niet. In steden worden de leefomstandigheden bijvoorbeeld steeds precairder. Zo houden we de illusie in stand dat een stad als Parijs met 2 miljoen inwoners (binnen de ring, red) zich duurzaam kan aanpassen ."

Faburel stelt dat ontstedelijking onvermijdelijk zal worden. Niet vanuit economische motieven want de grote stad is het bolwerk van het neoliberalisme en evenmin vanuit de politiek, omdat de stad nu eenmaal het centrum van de macht is, maar uit sociale en ecologische overwegingen. "Het idee is niet om een ​​scheiding te creëren tussen steden en platteland, maar om een ​​territoriale herverdeling van de bevolking in gang te zetten die meer in lijn is met de klimaatrealiteit en de wensen en plannen van de bewoners. Het gaat er ook niet om het grootstedelijke model op kleinere schaal na te bootsen, maar om andere manieren te bedenken om gebieden te bewonen."

De geograaf en zijn team wijzen zeven gebieden aan waar het leven met de klimaatcrisis nog goed mogelijk is,, zoals de plateaus van het Massif Central en een deel van de Pyreneeën maar ook grote stukken van Normandiië en Bretagne. Daar kan geleefd blijven worden, mist dat leven wordt aangepast. Zo zal het voedsel plantaardiger moeten worden en de productie daarvan vooral lokaal plaats moeten vinden. "Ambacht, voedselproductie en zelfvoorzienende landbouw zullen weer een centrale plaats innemen. De zeven gebieden die we hebben geïdentificeerd, beschikken nog steeds over land en hulpbronnen die dit vooruitzicht geloofwaardig maken. Ook reispatronen zullen veranderen. Het zal niet langer gaan om met grote regelmaat Frankrijk te kunnen doorkruisen, maar om prioriteit te geven aan lokale mobiliteit, carpoolen, fietsen of vormen van openbaar vervoer – zoals busjes – die zijn aangepast aan de gebieden."

Ingewikkelder wordt het met voorzieningen op het gebied van gezondheid, onderwijs en cultuur. Hij wil niet de illusie wekken dat gebieden zelfvoorzienend zouden kunnen worden. Alleen al de complexe zorgbehoeften maken dat onmogelijk. "We kunnen ons echter wel andere organisatiestructuren voorstellen: wijkgezondheidscentra, klinieken of mobiele diensten, evenals een grotere waardering voor lokale kennis en vaardigheden. (...) We zullen opnieuw moeten leren samenwerken. Dit begint met een andere manier om de omgeving te ervaren. In steden kiezen we vaak onze vrienden; op het platteland kiezen we niet altijd onze buren. We moeten leren samenleven, een gemeenschappelijk lot delen en voor elkaar zorgen. En er schuilt een immense schoonheid in deze manier van leven. Metropolen, met hun constante overprikkeling, hebben ons daarvan verwijderd. Het gaat er ook om opnieuw contact te maken met de natuur en haar te koesteren: leren observeren, luisteren en respecteren. Kortom, opnieuw leren hoe je een ruimte bewoont, betekent opnieuw leren hoe je samenwerkt, niet alleen tussen mensen, maar ook met de rest van de levende wereld."

Volgens Faburel wordt het denken over dit soort mogelijkheden gehinderd door een verkeerde kijk op het plattelandsleven dat aan de ene kant wordt gezien als iets op achterstand en aan de andere kant als een soort Eldorado. "Waar we het over hebben, is een andere manier van leven, gebaseerd op solidariteit, hechte banden en een nauwere relatie met de natuur. Een eenvoudiger leven, zeker, maar ook een leven rijk aan welzijn, vreugde en vrolijkheid."

De gebieden die het meest geschikt zijn om te overleven hebben als kenmerk dat ze beschikken over rijke, gevarieerde bossen. "Een divers bos garandeert een vruchtbare bodem, produceert humus, herbergt een rijke biodiversiteit en draagt ​​bij aan het behoud van watervoorraden. Het levert ook voedsel, bouwmaterialen, een energiebron en fungeert als natuurlijke airconditioning."

Het pleidooi van Faburel, die een aanzet tracht te geven tot een publiek debat, wordt niet met groot applaus ontvangen door de krant. In een commentaar stelt Libération dat de geograaf teveel ontwikkelingen negeert en de tegenstelling tussen stad en platteland aanwakkert.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor