
Loop ik door een museum dan inspireert het gebodene mij moeiteloos tot een bezoekje aan de bioscoop. Zit ik in de bioscoop dan gaan mijn gedachten al naar dat aardige café’tje waar ik straks nog even een borrel pak. Zit ik aldaar dan kan ik eigenlijk niet wachten om thuis met een boek op de bank te ploffen. Lezend op diezelfde bank vullen mijn gedachten zich met die fantastische muziek die ik in de kast heb staan. Draait die plaat eenmaal dan vult de muziek mij weer met de onbedwingbare drang die geweldige film weer eens uit de kast te trekken.
Dat klinkt allemaal als de aandachtsspanne van een verwend kind, of misschien zelfs het hopeloos versnipperde gedrag van een adhd’er maar gelukkig is het tegendeel waar. Al deze bezigheden worden met dezelfde aandacht en concentratie genoten. Mijn associatief vermogen is blijkbaar groot genoeg. Zo hoef ik ook niet overal heen om er toch te zijn. Mijn fantasie vult moeiteloos de gaatjes. Omnipresent is een eigen omschrijving die de lading behoorlijk dekt.
Een menselijke behoefte is juist dáár zijn waar men op dat moment níet is. ‘Elders’ heeft de magische bijklank van exotisch, de verwachting maakt ons hoopvol, doet ons verlangen, reikhalzend uitzien. Eenmaal elders lossen die emoties langzaam op en wordt elders; thuis, standaard of gewoon. Exotisch vervliegt als een kalverliefde. Het altijd maar groenere gras najagen is uiteraard een illusionaire vlinderjacht. Nieuw wordt gewoon, exotisch alledaags en spannend mateloos saai.
Een dergelijke hersenstofwisseling laat echter onverlet dat zich zomaar wonderschone zaken kunnen onttrekken aan het vluchtig voortsnellend reizigersoog. Sprekend voorbeeld daarvan is het meest recente trein-interieur dat, naast meer beenruimte en vierzitshoekbanken, tevens details verbergt die zich pas onlangs, in een moment van ongedwongen contemplatie, aan mij ontvouwden.
De gezellige hoekbankjes, meestal bezet door mensen met veel koffers of hangende jongeren, zijn bedoeld om een “..Thuis of uitnodigend gevoel ” te bewerkstelligen. Alles om dat ontspannen huiskamergevoel naar de treincoupé over te brengen. Wie zich daarbij laat verleiden tot dromerig staren of juist inzoomt op details verzeilt in een wondere wereld waar de lieftallige Alice nog een volwassen punt aan kan zuigen. Geen sprekende katers en klokkijkende konijnen dit keer maar spruitjes, motten en kippenpootjes. Redelijk alledaagse vormen die men echter niet direct met treinverkeer associeert en daardoor wellicht heeft gemist.
Is deze folie soms een folly, zo’n nutteloze kunstvorm die alleen bestaat om het bestaan zelf? Geenszins. Ontwerpster Marion Rovers en kunstenaar Onno Poiesz creëerden voor de NS het thema ‘Undesirable objects’, dat zowel de (glaswand-)decoraties als de nieuwe deurkrukken gold. Er verschenen folies met motten, spruitjes en kippenpootjes en deurduwers in de vorm van een spuitfles, (as-)bakje en een ‘blob’. In de woorden van Rovers: “..een speels thema om onaangename dingen in het dagelijkse leven tot kunst en design te maken”. Briljante brainwave!
Minder ludiek (maar wel nuttig) is de nieuwe bordjescampagne die agressie en asocialisatie aangepakt: Heb oog voor elkaar. Ruimte voor uitstappers, dat loopt lekker door. Tas op schoot, dat geeft ruimte.(In Belgische/internationale treinen uiteraard tevens ondersteund door het gebruik van fraaie cartoons).
Het blijken NS-‘hoffelijkheidscampagnes’ waarin wordt gepoogd de verloedering te kenteren en ze roepen op tot wederzijds respect in de meest brede zin des woords. Tevens poogt men zowel middels slimme interieurkeuze (kleur, ruimte, geinige plakfolies etc.) zowel comfort als de-escalatie van agressief gedrag te beïnvloeden. Goed nieuws voor iedereen.
Volgend jaar verschijnt het boek ‘Kunst in de trein’ waarin alle 43 kunstenaars, vanaf 1970 (!), die treinkunst maakten aan bod komen. Nu al een project om naar uit te zien dus!
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.