Joop

'Keuzevrijheid vrouwen is een mythe'

  •  
11-03-2010
  •  
leestijd 10 minuten
  •  
femke_300_01.jpg
Economische achterstand vrouwen veel groter probleem dan glazen plafond
Niet het glazen plafond, maar de armoede onder vrouwen zou de prioriteit van feministen in Nederland moeten zijn. Dat betoogde GroenLinks fractievoorzitter Femke Halsema in de Annie Romein Verschoorlezing die ze gaf op de Universiteit van Leiden.
Hier volgt de complete tekst van de  Annie Romein-Verschoorlezing , die sinds 1989 jaarlijks wordt gehouden ter viering van de Internationale Vrouwendag.
Laat ik als eerste de organisatie danken voor de eer hier vandaag te mogen spreken. Annie Romein-Verschoor is voor mij geen onbekende. Mijn moeder las, toen ik opgroeide, met grote regelmaat en passie haar werk. Zij mocht daar ook graag uit citeren. Mijn moeder, een huisvrouw die in de jaren zeventig (toen mijn broer en ik ruimschoots op de lagere school zaten) voorzichtig de arbeidsmarkt betrad, voelde zich aangesproken door Romein-Verschoors realistische feminisme. Mijn moeder had weinig op met bh-verbrandingen en verheerlijking van de lesbische liefde om politieke redenen. Zij was zich echter wel heel bewust van de last van de ‘dubbele roeping’ voor vrouwen (van zorg en arbeid), zoals Romein-Verschoor dat zo mooi omschreef.
In zekere zin is Romein-Verschoor dus een heldin van mijn jeugd. Overigens was mijn moeders eerste herinnering, toen ik haar van deze lezing vertelde een geheel andere. Als meisje kreeg zij geschiedenisles aan de hand van de boeken van Jan Romein. Haar vader, een onberispelijke verzekeringsagent, was daarover heel verontwaardigd. Jan Romein was een communist en jonge, fatsoenlijke meisjes mochten daaraan niet blootgesteld worden. Zijn telefonades met de meisjes-HBS daarover haalden echter niets uit en mijn moeders liefde voor het echtpaar Romein-Verschoor bloeide door.
Annie Romein Verschoor was een nuchtere feministe die streed tegen de ‘mentale en materiële achterstelling’ van vrouwen, zonder zich te verliezen in de feministische modes van haar tijd. Dat zij op hoge leeftijd toch een boegbeeld werd van de feministische beweging in de jaren zeventig was meer haars ondanks, dan bewust nagestreefd. Ik wil deze lezing graag in haar traditie plaatsen door een nuchtere en feitelijke verkenning van de situatie van veel Nederlandse vrouwen.
Volgens een voor-vorige minister van Sociale Zaken, CDA-minister De Geus, is de emancipatie van vrouwen zo goed als voltooid. Ondanks dat hij daarmee ook protest ontlokte, verwoordde hij een breed levende gedachte die ook in toenemende mate onder vrouwen beluisterd kan worden. De redenering is dan ongeveer zo. Vrouwen hebben voldoende keuzevrijheid gekregen. Dat zij in grote meerderheid kiezen voor deeltijdbanen in combinatie met de zorg voor kinderen is juist een teken van die vrijheid en daarover moet verder niet worden gezeurd.
Wat er nog over is van een feministische beweging in Nederland concentreert zich vooral op het glazen plafond voor vrouwen aan de top. Het felste debat gaat ook niet meer over achterstelling maar over de mentaliteit van vrouwen zelf. Zoals NRC-columniste Heleen Mees het samenvat: ‘hoogopgeleide vrouwen zijn gemakkelijke keuzefeministen die genoegen nemen met inferieure baantjes’. Lijnrecht tegenover haar staat Elsevier-journaliste Marieke Stellinga die even eloquent beweert dat ‘vrouwonvriendelijke feministen het fabeltje hebben verzonnen dat vrouwen hetzelfde willen als mannen’. Ofwel, vrouwen zijn domweg gelukkig met de keuzes die zij maken, namelijk kleine deeltijdbanen, en hou op ze te betuttelen.
Beide vrouwen – die ik hier aanhaal als prototypen van twee uiterste posities – veronderstellen dat vrouwen in Nederland volledige vrij zijn en goede òf verkeerde keuzes maken. Zonder de eigen verantwoordelijkheid van vrouwen teniet te willen doen, is dit wat mij betreft een elitaire en naar binnen gekeerde discussie die meer zegt over de maatschappelijke positie van de betrokken bevoorrechte vrouwen, dan over Nederlandse vrouwen in het algemeen.
Mijn stelling is dat het met veel vrouwen in Nederland niet goed, of niet goed genoeg gaat en dat dit een verwaarloosd maatschappelijk en emancipatieprobleem is. Armoede en kansarmoede concentreren zich onder vrouwen; financiële en emotionele afhankelijkheid zijn eerder regel dan uitzondering. Bij veel vrouwen is ook geen sprake van keuzevrijheid maar eerder van keuzedwang.
Om die stelling te onderbouwen, moet ik u eerst – excuus daarvoor – een aantal cijfers geven.
Van de 10% hoogste inkomens in Nederland is 85% man. De laagste inkomensgroepen in Nederland bestaan voor tweederde uit vrouwen. Rijke mensen zijn veelal man en – helaas is het omgekeerde ook waar: arme mensen zijn vaker vrouw. Armoede komt het meeste voor onder jonge alleenstaande moeders in de bijstand. Bijstandsmoeders lopen het grootste risico op langdurige armoede.
Zoals u allen weet gaat armoede niet alleen over het bij elkaar schrapen van dubbeltjes of de eindjes aan elkaar knopen; arme mensen zijn dikwijls ongezonder, zij hebben een kortere levensverwachting, wonen beroerder en hebben minder sociale contacten. Armoede leeft ook dikwijls voort van generatie op generatie, en heeft grote invloed op de ontwikkeling en opleiding van kinderen. In het rijke Nederland groeien 310.000 kinderen op in armoede, voor een belangrijk deel bij alleenstaande moeders.
Hier staat tegenover dat een toenemend aantal vrouwen een eigen inkomen heeft. Door loon of een uitkering heeft 84% van de vrouwen inmiddels zelf geld, tegenover 97% van de mannen. Het gemiddelde inkomen van vrouwen is echter nauwelijks de helft van dat van mannen. Vrouwen verdienden in 2006 gemiddeld 18.000 euro per jaar, bij mannen was dat 33.000 euro. Hoewel vrouwen dus wel vaker een inkomen hebben, is maar een minderheid van hen economisch zelfstandig. Economisch zelfstandig ben je namelijk als je jaarlijks 70% verdient van het wettelijk minimumloon. Dat is 13.000 euro bruto; netto is het 11.000 euro – bepaald geen vetpot.
Maar 45% van de Nederlandse vrouwen verdient jaarlijks meer dan 11.000 euro en mag daarmee economisch zelfstandig worden genoemd. 55% Van de Nederlandse vrouwen is voor een leefbaar inkomen – en daarmee voor de zekerheid van verzekeringen, van pensioenopbouw en voor het garanderen van de welvaart van hun kinderen – afhankelijk van een partner.
Bovendien zijn dit gemiddelden van alle vrouwen. Als je onderscheid maakt naar opleidingsniveau dan zie je dat vooral laagopgeleide en oudere vrouwen in armoede en werkloosheid leven. Van de vrouwen die alleen basisonderwijs hebben gehad, werkt slechts een kwart, tegenover 50% van de mannen.
Nog somberder worden de cijfers als je onderscheid gaat maken naar etniciteit. Van de Turkse en Marokkaanse vrouwen in Nederland heeft ongeveer de helft alleen basisonderwijs gevolgd. Waar 84% van alle vrouwen enig inkomen heeft, geldt dat slechts voor 22% van de Turkse vrouwen en 28% van de Marokkaanse vrouwen. Dat betekent dat de uitkeringsafhankelijkheid onder hen ook veel minder groot is maar dat drie kwart van hen helemaal geen eigen geld heeft; zij zijn volledig afhankelijk van hun partner. Daar kun je bovendien bij optellen dat van de kleine minderheid aan Turkse en Marokkaanse vrouwen dat enig eigen inkomen heeft, maar 20% meer verdient dan 11.000 euro netto per jaar. Slechts een fractie van de Turkse en Marokkaanse vrouwen is dus economisch zelfstandig.
Vaak worden sombere verhalen over de positie van Turkse en Marokkaanse vrouwen afgezet tegen het succes van veel jonge allochtone meiden. Dat is maar ten dele terecht. Turkse en Marokkaanse meiden lopen hun achterstanden in het onderwijs inderdaad in maar er bestaan nog aanzienlijke verschillen. In 2008 ging 22% van de Turkse en 23% van de Marokkaanse meiden naar HAVO/VWO, tegenover 50% van de autochtone meiden.
Tot zover de cijfers. Nu wordt tegenover dit soort sombere getallen dikwijls het verweer in stelling gebracht dat het in werkelijkheid wel meevalt met de armoede onder vrouwen: zij leven samen met een man die wel een groter inkomen inbrengt. Het zogenaamde anderhalfverdienersmodel, waarmee Nederland internationale roem heeft vergaard. Dat klopt inderdaad voor een groot aantal vrouwen maar het neemt niet weg dat dit een lui en ongeïnteresseerd verweer is. Eigenlijk is het een excuus om de positie van vrouwen zo te laten als deze is, en dat is voor mij niet aanvaardbaar.
Ik heb daarvoor twee redenen.
1. Inmiddels strandt in Nederland 1 op de 3 huwelijken. Onder samenwonenden ligt dit zelfs nog hoger: namelijk naar schatting 40%. Een deel van de vrouwen die nu niet werkt of in een kleine, slecht betaalde deeltijdbaan waardoor zij niet economisch zelfstandig zijn, wordt dus na een echtscheiding geconfronteerd met een forse daling van het inkomen. Alimentatieregelingen compenseren dit maar gedeeltelijk en aangezien zij vaak eerste opvoeder zijn, trekken deze gescheiden vrouwen hun kinderen ook mee in armoede.
2. Bovendien, ook als er geen sprake is van een echtscheiding, is de gemakzuchtige verwijzing naar het anderhalfverdienersmodel, naar het inkomen van de man, kwalijk. Vanzelfsprekend kan een vrije vrouw, die er voor kiest om thuis te blijven bij de kinderen, geen strobreed in de weg worden gelegd. Alleen, al te gemakkelijk wordt verondersteld dat al deze vrouwen een vrije keuze maken. Het zijn vooral de vrouwen met lage opleidingen en nauwelijks werkervaring die geen inkomen hebben, of een heel laag inkomen. Zij hebben ook vaak slechte toegang tot de arbeidsmarkt, en als zij het wel hebben dan is het werk dat zij kunnen doen heel onaantrekkelijk. De keuze om thuis te blijven bij de kinderen is dan veel minder vrij dan het lijkt, èn dan het is voor hoogopgeleide deeltijdfeministen zoals Marieke Stellinga en mogelijk ook mijn geëerde co-referent Rosanne Herzberger. Ofwel, keuzevrijheid bij laagopgeleide en kansarme vrouwen is een fictie. En als dit luxefeministen onvoldoende overtuigt, dan is het goed om de privé- en maatschappelijke omstandigheden van veel Turkse en Marokkaanse vrouwen eens grondig te bestuderen. Dikwijls door de vrouwen zelf, maar ook door hun mannen en de gemeenschappen wordt werk voor vrouwen nog beschouwd als oneervol en vernederend. De keuze om thuis te zijn, niet te werken en voor de kinderen te zorgen komt vaak voort uit sociale druk en culturele en religieuze tradities. Van een echt vrije keuze is dan geen sprake.
Kortom, het gemak waarmee de financiële afhankelijkheid van vrouwen wordt gebombardeerd tot een vrije keuze waarmee anderen zich niet hebben te bemoeien is een vorm van elitair luxe-denken. Voor teveel vrouwen in Nederland, autochtoon èn allochtoon, gaat het wel om een gedwongen keuze die het gevolg is van slechte opleidingen, een gebrek aan kansen en ouderwetse rolpatronen.
In de vrouwenbeweging is het besef van de noodzaak van economische zelfstandigheid van vrouwen heel lang dwingend aanwezig geweest. Pas de laatste jaren maakt dit onder een aantal vooraanstaande vrouwen – nu van een werkelijke vrouwenbeweging geen sprake meer is – plaats voor de gedachte dat vrouwen ‘zelf verantwoordelijk zijn voor hun toekomst, en ook voor het gebrek er aan’.
Niet alleen komt mij dit vreemd en niet-solidair voor jegens de vrouwen die het minder hebben getroffen, de luxe-feministen lijken ook te miskennen dat ons in de toekomst grote arbeidstekorten wachten. Naar schatting zijn er in 2025 470.000 extra werknemers nodig in de zorg, terwijl de beroepsbevolking in die periode slechts stijgt met 20.000 arbeidskrachten. Ook in het onderwijs worden grote tekorten verwacht, waar op dit moment een kwart van de werknemers boven de 50 jaar is.
De vrouwenbeweging heeft in het verleden, net als overigens mijn partij GroenLinks, altijd gepleit voor een ontspannen arbeidsmarkt, waarin iedereen redelijke uren (veelal in grotere deeltijdbanen) werkt. Ik streef niet na dat alle vrouwen en alle mannen fulltime gaan werken. Ik streef na dat elk mens in Nederland – ongeacht het samenlevingsverband – door in ieder geval een grotere èn beter betalende deeltijdbaan, zelfstandige financiele en maatschappelijke keuzes kan maken.
Als de arbeidsparticipatie onder vrouwen zo dramatisch laag blijft als zij nu is, dan zal de toenemende hoeveelheid werk zich concentreren onder de partners die veelal al fulltime werken. Als daarbij slechts een minderheid van de vrouwen economisch zelfstandig blijft, zoals nu het geval is, zal door het gebruik van uitkeringen – bijvoorbeeld door een toenemend aantal echtscheidingen – de verzorgingsstaat onbetaalbaar worden. Dan is het ook realistisch om te veronderstellen dat armoede – meer nog dan het nu al is – een vrouwenprobleem wordt.
Er is dus een belangrijke economische reden dat de overheid vrouwenemancipatie opnieuw ter hand neemt en kritisch is op de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen die veel regelingen nog steeds produceren. Dit betekent dat paal en perk wordt gesteld aan ongelijke beloning van mannen en vrouwen, dat de aanrechtsubsidie verdwijnt die vooral vrouwen aanmoedigt om thuis te blijven en dat alleenstaande moeders wel degelijk een sollicitatieplicht krijgen: thuis mogen blijven met je kinderen en een bijstandsuitkering is namelijk geen luxe, het is armoede. Het betekent ook dat deeltijdarbeid beter betaald moet worden, dat de kinderopvang goed en betaalbaar is en dat er uitgebreide verlofregelingen zijn voor vrouwen èn voor mannen en dat deze ook toegankelijk zijn voor lage inkomens.
Maar, voor deze lezing belangrijker dan de economische effecten, is wat sociale en economische achterstand voor de betrokken vrouwen zelf betekent.
Vrijheid is ook in een rijk land als Nederland nog altijd ongelijk verdeeld. Bij een hoger inkomen, bij een betere opleiding is de vrijheid om je eigen leven naar believen in te richten, over het algemeen groter. Kansarme mannen zijn vaak onvrijer in de keuzes die zij kunnen maken dan kansrijke mannen. Veel autochtonen kennen door hun geboorteplek en hun startpositie in het leven een grotere keuzevrijheid dan allochtonen. Veel mannen zijn vrijer dan vrouwen en kansrijke vrouwen hebben veel meer keuzemogelijkheden dan kansarme vrouwen.
Behalve voor nieuw politiek emancipatie-elan, pleit ik ook voor hernieuwde, feministische solidariteit. De vrouwenemancipatie was niet afgerond toen voor kansrijke meisjes de universiteitsdeuren opengingen en zij hun plek op de arbeidsmarkt konden gaan vinden. Achter hen, en op grote afstand, zijn er veel kwetsbare meisjes en vrouwen, die door een gebrek aan opleiding, door oude rolpatronen en culturele en religieuze tradities, weinig perspectief hebben en soms noodgedwongen in financiële afhankelijkheid leven.
Toen ik opgroeide zei mijn moeder vaak tegen mij dat het een vergissing is om te denken dat emancipatie leuk of gemakkelijk is. Ik denk dat zij daarbij geïnspireerd was door de werken van Annie Romein-Verschoor. Inderdaad kan het voor veel, vooral bevoorrechte vrouwen gemakkelijk en een luxe zijn om er voor te kunnen kiezen om thuis te blijven bij hun kinderen. Ik bestrijd dat zij daar verstandig aan doen: om maatschappelijke redenen en met het oog op hun eigen toekomst.
Maar voor mij is het onverteerbaar dat we wegkijken bij de achterstand en achterstelling van vooral laagopgeleide en kansarme vrouwen onder verwijzing naar ‘de eigen verantwoordelijkheid’ en hun ‘keuzevrijheid’. Hun emancipatie, hun groei naar economische en sociale zelfstandigheid is niet gemakkelijk, het zelfs heel weerbarstig. Maar het is noodzakelijk en het vergt onze solidariteit.
cc-foto: Anne Helmond , Femke Halsema tijdens haar feest voor internetvrijheid op 27 februari

Meer over:

economie, nieuws,

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (23)

doeidoei
doeidoei11 mrt. 2010 - 19:30

De nuance die ik graag zou willen inbrengen is dat een scheiding voor vrouwen pas echt een probleem wordt, indien er kinderen in het spel zijn en tijdens de relatie /huwelijk de zorg voor die kinderen eenzijdig of grotendeels op de schouders van de vrouwen lag. Met name is het krijgen van een kind op zeer jonge leeftijd een grote belemmerende factor voor het afmaken van de opleiding, dat helpt ook niet echt voor het vervolg. Daardoor doen zij veelal minder werkervaring op. Er ligt een duidelijke correlatie tussen lage opleiding, vroege zwangerschappen en lagere arbeidsparticipatie. Voor mij is het een wonder dat we in dat opzicht na de jaren van emancipatie nog maar beperkt verder zijn, in besef, in regelgeving, maar vooral ook in het vormgeven van relaties waarbij een zwangerschap hét recept is voor een potentiële armoedeval bij scheiding. Kijk naar carrièrevrouwen en je weet hoe het in meerderheid van de gevallen wél kan.

JoopSchouten
JoopSchouten11 mrt. 2010 - 19:30

Ja, wat is er allemaal aan de hand? Zit ik net Femke's artikel te lezen. Kan ik m'n kop er niet bij houden. ...'Vrouwen'......, mompel, mompel... Erg goed stuk stuk.

Opinius
Opinius11 mrt. 2010 - 19:30

de moeite om morgen wellicht eens weer te lezen. maar vandaag maar niet,.. femke halsema

Pjotrs
Pjotrs11 mrt. 2010 - 19:30

Eindelijk een evenwichtig verhaal na al die reactionaire praatjes van de laatste tijd. Het is dan ook voor de verandering eens gebaseerd op harde cijfers en denkwerk i.p.v. op het veralgemeniseren en rechtvaardigen van de eigen situatie.

averechts
averechts11 mrt. 2010 - 19:30

Vrouwen moeten vooral doorleren en dan knokken voor een goede baan, ook mannen aan de top komen daar niet zomaar, die studeren en werken wel 80uur in de week, als je alleen het basisonderwijs volgt kom je gewoon niet ver, als je getrouwd bent een kind krijgt en dat wel prima vind en je gaat 5 jaar later scheiden dan heb je inderdaad een probleem, vrouwen moeten vooral leren nooit afhankelijk te zijn, van niemand. vrouwen hebben net zo veel toegang tot onderwijs als mannen en kunnen dus hetzelfde niveau halen. Mijn eigen moeder heeft al jaren een uitkering, toen mijn ouders uit elkaar gingen 28 jaar geleden is zij niet iets gaan leren en heeft zij niet gevochten om toch een baan te vinden, voor mij is er toch geen werk werdt mij altijd verteld, echter heeft zij er ook niet veel moeite voor gedaan om wel aan de bak te komen, helaas is dat in veel gevallen zo, gelukkig zijn vrouwen tegenwoordig minder afhankelijk.

Hanvander Horst
Hanvander Horst11 mrt. 2010 - 19:30

Femke Halsema stelt terecht dat veel vrouwen afhankelijk blijven van partner of bijstandsuitkering omdat hun opleiding te laag is. Daar komt langzaam maar zeker een einde aan. Dat zie je bijvoorbeeld op universiteiten en hogescholen, waar meisjes hard op weg zijn een meerderheid te worden. En je ziet het net zo goed op MBO's. De effecten van deze emancipatiebeweging die de meiden (je moet geloof ik "meiden" zeggen van de feministen) zonder trots de vlag uit te steken zomaar tot stand brengen, zijn echter nog niet zichtbaar. Dat duurt een jaar of vijf en dan begint het.. Daar hebben de vrouwen die nu thuis zitten niets aan. In de lezing van Halsema ontbreekt één element: investeren in volwassenenonderwijs dat is toegesneden op mensen met kinderen en deeltijdbaantjes, een onderwijs dat gegeven wordt als mensen tijd hebben, een onderwijs dat desnoods samengaat met het aanbieden van kinderopvang. Dat kost een paar centen, maar dat verdien je terug omdat je zoveel meer mensen weerbaar maakt op een door de vergrijzing steeds williger wordende arbeidsmarkt.

Magikeven!ikheetMostafa
Magikeven!ikheetMostafa11 mrt. 2010 - 19:30

''Was ik maar een man', is een stiekeme wens van alle vrouwen'' zei net oma tegen mij. Heeft u lekker geslapen oma? Ja, lieve kind. Oma! wat bedoelt u nou? zei ik. 'Luister kind, vrouwen vinden het leuk om als vrouwen geboren te zijn, maar de idiote mannen delen het leven niet met de vrouwen, zij pakken alles, macht en geld, vrouwen baren en voeden de kinderen op, mannen lopen te spelen met waterpistolen''. Oma is nog niet klaar: '' kijk kind, als de man een beetje hoodpijn heeft gaat hij erg miaauwen en hele buren weten dat hij hoofd pijn heeft, vrouwen hebben elk maand pijn en je hoort ze niet klagen'' Mostafa!!riep oma hard: ''wees blij dat je geen vrouw bent!'' Nou oma! heb ik het weer gedaan?

Sylvia Stuurman
Sylvia Stuurman11 mrt. 2010 - 19:30

De politiek heeft met emancipatie eigenlijk hetzelfde gedaan als nu met die pensioenleeftijd naar 67: in plaats van maatregelen te nemen die er voor zorgen dat er werk *is* voor ouderen, zeg je gewoon dat ze geacht worden tot hun 67ste te werken en klaar. In plaats van maatregelen te nemen die er voor zorgen dat vrouwen die thuis zitten een opleiding *kunnen* volgen, zeg je gewoon dat ze geacht worden economisch zelfstandig te zijn en klaar. Vanaf zo'n moment is het "de verantwoordelijkheid van de individuele mensen", en is de maatschappelijke verantwoordelijkheid verdwenen. Heel goed dat Femke Halsema laat zien dat de individuele mensen die in de knel komen te zitten door zo'n opstelling onevenredig vaak vrouwen zijn.

paulvr2
paulvr211 mrt. 2010 - 19:30

Dat heeft nauwelijks of niets met het vrouw zijn te maken. In tegendeel. Zelf maakte ik destijds de heel geëmancipeerde keuze om als huisman onze kinderen en pleegkinderen full-time op te voeden. Ik deed er nog een universitaire studie naast. Maar toen ik wilde terugkeren in de maatschappij bleek dat niet te kunnen. "Jammer dat U geen vrouw bent meneer, want voor herintredende vrouwen bestaan regelingen om hen de voorkeur te geven" werd mij herhaaldelijk gezegd. Ik ben intussen 57 en een betaalde baan heeft er nooit meer in gezeten. Nee, het gaat niet om de vraag of je een man of vrouw bent, maar om het feit dat je ongelofelijk snel wordt afgeschreven als je wat jaren niet als loonslaafje hebt gewerkt. Maar overheid en politiek geven daar het slechtst denkbare voorbeeld: mensen als Bos en Eurlings stappen terug omdat ze logischerwijze eerst een belangrijke rol bij de opvoeding van hun (toekomstige) kinderen willen spelen. Maar mensen die uit de kinderen zijn en dus zich volop aan een politieke of andere taak willen wijden worden als zijnde "te oud" afgeserveerd. Grote politici als Winston Churchill, Konrad Adenauer, Charles de Gaulle, Tip O'Neill en Edward Kennedy hadden in een bekrompen landje als het onze geen schijn van kans gemaakt. Misschien iets om eens echt over na te denken, vooral in een tijd dat de AOW leeftijd van 65 naar 67 wordt gebracht terwijl er op de meeste scholen en bedrijven niet een medewerker is te vinden die tot zijn of haar 65e werkt?

vanessa2
vanessa211 mrt. 2010 - 19:30

Goed dat iemand tegenwicht biedt aan het zelfvoldane elitaire gekakel van Neelie Kroes. De onderlaag in Nederland, die tot op het bot kaalgeschraapt door het leven gaat bestaat voor het grootste deel uit vrouwen. Wie dat emancipatie noemt is buiten zinnen.

[verwijderd]
[verwijderd]11 mrt. 2010 - 19:30

Ik ben van mening dat men terug moet naar het feminisme waarin huisvrouw een volwaardig beroep is en daarbij wil ik zeggen dat ik mannen zeer capabel acht als huisvrouw net als dat ik vrouwen prima barman kan vinden. Het gaat bij miepjes als halsema niet om de mens maar om doorgeslagen zelfprojectie. Dat is jammer. Halsema ziet kinderopvang als feminisme. Ik zie dat als kindermishandeling. Wanneer ik een kind zou hebben en mijn meisje wenst te werken dan wil ik thuis kunnen zijn om te zorgen dat mijn kind een fatsoenlijke opvoeding kan krijgen. Femke Halsema is een neoliberaal, geen voorvechter van emancipatie.

2 Reacties
Berco
Berco11 mrt. 2010 - 19:30

Samen spelen met andere kinderen is in mijn ogen geen mishandeling; in afzondering moeten opgroeien benadert dan volgens mij meer. Of denk je dat een KDV de klanten aan een soort waslijn te drogen hangt totdat papa of mama tijd heeft om het kroost naar bed te brengen?!

Pjotrs
Pjotrs11 mrt. 2010 - 19:30

Wat zeg je nou: is huisvrouw ooit een volwaardig beroep geweest? Wanneer was dat dan en hoe zag de loonstrook eruit? Een volle dagtaak is het ooit wel geweest. Dat was in de tijd dat op de hand wassen van kleren nog een dag in de week kostte, sokken gestopt moesten worden en ga zo maar door. Hoeft allemaal niet meer. Het is nu een klusje dat je zelfs nog met gemak naast een volledige werkweek doet. Weet je wat het effect daarvan is, ondanks dat vrouwen (iets) meer zijn gaan werken? Er is nog nooit zoveel tijd en aandacht aan de kinderen besteed als tegenwoordig omdat de thuisblijvers verder niets omhanden hebben. En ik heb nou niet meteen de indruk dat de kinderen daardoor zoveel beter af zijn. Sterker nog: kijk eens naar de milieus waaruit de probleemjeugd komt. In die kringen is er minimaal een die de hele dag werkeloos thuis rondhangt. Blijkbaar is dat dus toch niet zo goed voor de kinderen.

Paradox2
Paradox211 mrt. 2010 - 19:30

Overigens is de werkloosheid onder lageropgeleiden in zijn algemeen veel te hoog. Financiële afhankelijkheid is een groot probleem. Het zou ondenkbaar moeten zijn in een goed lopende maatschappij bij je partner te blijven uit enkel financiële overwegingen, of daar niet voor kiezen en vervolgens in een marginaal gebied te komen. Het probleem is gelijke kansen. Die zijn er namelijk, zover ik weet, grotendeels wel. Dat betekend dat vrouwen vrijwillig voor financiële afhankelijkheid gaan. Dat probleem laat zich met beleid nog niet zo makkelijk oplossen.

1 Reactie
Pjotrs
Pjotrs11 mrt. 2010 - 19:30

"Dat betekend dat vrouwen vrijwillig voor financiële afhankelijkheid gaan. Dat probleem laat zich met beleid nog niet zo makkelijk oplossen." Vooralsnog zitten we met een beleid dat het tegendeel beoogt. Wie afhankelijk thuis zit krijgt nog steeds belasting "terug", wordt voor een schijntje meeverzekerd, profiteert mee van de AOW, zorgt voor hogere huursubsidie (immers geen inkomen) en ga zo maar door. Beleid maken is dus niet nodig. Stoppen met subsidiëren volstaat, dan zijn ze in ieder geval alleen afhankelijk van degene die daar vrijwillig voor gekozen heeft.

DikBrix
DikBrix11 mrt. 2010 - 19:30

Halsema heeft gelijk. Maar behalve praten zou het leuk zijn als er ook aan de omstandigheden zelf wat wordt gedaan. Bijvoorbeeld aan oproepcontracten, waar vooral veel vrouwen in de zorg op aangewezen zijn. Contracten met lage uurlonen, zonder garantie op een minimum aantal uren. Maar wel beschikbaar moeten zijn, want een paar keer niet komen opdagen bij oproep is 'baan' kwijt. Waardoor er nauwelijks tot geen mogelijkheid is die oproepbaan te combineren met een andere. Totale afhankelijkheid dus van de werkgever. In het lage uurloon zit al alles verdisconteerd, zoals pensioen en vakantiegeld. Een week vakantie betekent een week geen inkomen, terwijl die vakantie net als de reguliere werknemers ruim van tevoren moet worden opgegeven en ingepland. Inkomen per maand kan schommelen van 600 tot 1600 euro als je geluk hebt, enige zekerheid is er niet. Een hypotheek is niet mogelijk, enig recht op basis van gemiddeld inkomen, al is dat al jaren zo, is niet mogelijk. Oproepcontracten zijn wurgcontracten, vooral interessant als bijverdienste voor getrouwde vrouwen wiens man een inkomen heeft. De vele zelfstandig wonende vrouwen die hiervan afhankelijk zijn komen dus nooit verder.

1 Reactie
Pjotrs
Pjotrs11 mrt. 2010 - 19:30

Je geeft zelf al aan hoe moeilijk het is: veel vrouwen die in de zorg werken zijn huisvrouwen met een baantje voor een paar uurtjes. Die willen een oproepcontract als "zelfstandige" en een uurloon waar alles is inbegrepen en ze willen niet op vaste uren werken maar wanneer het zo uitkomt. Ze zorgen ervoor dat ze per jaar net te weinig verdienen om belasting te hoeven betalen. Daardoor is voor hen het nettoloon gelijk aan het brutoloon. Ze verdienen dus nog eens meer ook dan jij. Dit is een grote groep, waardoor de werkgevers er niet zonder kunnen en de roosters aan hun eisen aan moeten passen: op die manier ben je dus ook nog eens de dupe van hen. Maar ik heb begrepen dat er goed nieuws aankomt. Waar een paar jaar terug velen in de zorg dankzij de politiek op oproepcontracten zijn gezet komt men er nu al op terug: de kwaliteit is namelijk gillend weggelopen en er zijn weinig gemotiveerde krachten voor terug gekomen die af en toe misschien weleens een uurtje willen werken als het zo uitkomt. En al die aanbestedingen onder de kostprijs kon natuurlijk ook niet lang goed gaan, dus veel zorginstellingen staan op het punt van faillissement. Daarom heeft de politiek in al haar goedertierenheid besloten dat er een eind moet komen aan al die oproepcontracten en dat iedereen weer in dienst moet komen. Ik moet zeggen dat ik blij ben dat ik niet in een positie zit dat er zo met me heen en weer wordt gesmeten. De zorg zal er ook niet op vooruit gaan, want al die professionele krachten die zijn vertrokken hebben elders emplooi gevonden en die krijg je niet zo snel meer terug. En al die oproepkrachten die nu legaal zwart verdienen willen helemaal niet in vaste dienst dus die zullen ook grotendeels vertrekken. Het blijft dus een lekker zooitje, maar er komen wel kansen voor wie echt wil werken in de zorg.

Kappasnor
Kappasnor11 mrt. 2010 - 19:30

Erg veel woorden voor de bewering dat al het niet-betaalde werk waardeloos is. Een vrij perverse stelling, maar niet misschien nog minder maf dan de gedachte dat een sollicitatieplicht voor bijstandsmoeders tot verheffing van de vrouw zal leiden.

1 Reactie
Pjotrs
Pjotrs11 mrt. 2010 - 19:30

En waarom zouden bijstandsmoeders niet moeten solliciteren? Ze zijn vaak al ongekwalificeerd, dus als ze er niet heel snel iets van maken en in ieder geval wat arbeidservaring opdoen dan wordt het helemaal niks meer. Kunnen ze in de bijstand op hun pensioen wachten. Leuk perspectief voor henzelf, leuke kostenpost voor de belastingbetaler en bovendien een erg leuke omgeving voor een kind om in op te groeien. Bovendien moet de route "ik wil niet werken dus ik neem een kind" zo snel mogelijk worden afgesloten want die is buitengewoon pervers. En ja, er zijn er die bewust voor die route kiezen. Hoe triest wil je het hebben?

omaoeverloos
omaoeverloos11 mrt. 2010 - 19:30

'Keuzevrijheid vrouwen is een mythe' Inderdaad. Vroeger werden vrouwen door hun man (en de overheid niet te vergeten, ik moest nog ontslag nemen als ik ging trouwen) achter het fornuis gehouden, nu worden ze door de hypotheek achter de kassa gehouden.

1 Reactie
Magikeven!ikheetMostafa
Magikeven!ikheetMostafa11 mrt. 2010 - 19:30

En maar zeiken dat moslim mannen hun vrouwen onderdrukken , dus hier ook, trouwens, bijn de SGP doen het nog steeds, jij met je vroeger.

Hoogkamer2
Hoogkamer211 mrt. 2010 - 19:30

De onderdrukking van vrouwen door mannen moet stoppen! We zijn niet het zelfde, maar moeten met wederzijds respect een rechtvaardige wereld scheppen. Deze nieuwe wereld zal niet patriargaal nog matriargaal zijn, maar eentje waarin man en vrouw hand in hand gelijkwaardig zijn. Ik ben er een voorvechter van.

1 Reactie
Janssen3
Janssen311 mrt. 2010 - 19:30

Onderdrukking van vrouwen? Ik merk er in mijn eigen omgeving bijzonder weinig van. Of bedoel je dat met de komst van onze nieuwe medelanders er een paar stappen terug is gedaan omtrent de vrouwen emancipatie.