
Woensdag zijn er gemeenteraadsverkiezingen en in mijn stad, Rotterdam, is de politiek waarschijnlijk weer de grote verliezer. Maar dat gaat het nieuws en debat van de dagen daarna niet bepalen.
Ja natuurlijk, het is spannend of GroenLinks-PvdA na 16 jaar Leefbaar Rotterdam weet te passeren als grootste partij. Dat zou je als een keerpunt kunnen zien, eindelijk wordt de hegemonie van de populisten doorbroken. Links wint! Wanneer heb je die twee woorden in die volgorde voor het laatst gehoord? Toen de VS nog Vietnam bombardeerde in plaats van Iran? Maar be careful what you wish for want de nederlaag van Leefbaar zou wel eens te danken kunnen zijn aan de opkomst van FVD, een partij die dichter tegen het fascisme aanschurkt dan Jutta Leerdam tegen Jake Paul. Ik noem haar naam want anders lees je dit stuk niet, welkom in de kennissamenleving!
En ja, natuurlijk ben ik benieuwd of D66, bij de landelijke verkiezingen ook hier de grootste partij, klappen gaat krijgen voor het realiseren van alweer een VVD-kabinet. Dat zal allemaal het nieuws beheersen. Hoe teleurgesteld reageert Jetten? Hoe hard grijnst Yesilgöz? En daardoor raakt, met dank aan de talkshowtafels, de nederlaag van de politiek zelf weer rap ondergesneeuwd.
De politiek is de grote verliezer van deze verkiezingen omdat in de tweede stad van het land vrijwel niemand gaat stemmen. De opkomst was vier jaar geleden 38,9 procent, het laagst van heel Nederland, en het is louter te danken aan de rijke buurten, waar ze weten hoe je je eigen belang dient, dat het niet nog lager is. In de wijken waar het leven het zwaarst is ligt de opkomst op nog geen 20 procent. Dit keer zal het niet beter zijn, valt te vrezen.
Afhankelijk van wie je spreekt krijgt de politiek of de kiezer zelf de schuld van die desinteresse en apathie, maar naar mijn mening zijn andere factoren wellicht belangrijker. Zoals het verdwijnen van lokale media, een onderwerp dat amper aan bod komt in de vele evaluaties. Ik merk dat zelfs op wijkbijeenkomsten, die toch voornamelijk geïnteresseerde burgers trekken, mensen amper weten wat er in de lokale politiek speelt en sterker nog, geen idee hebben van hoe die werkt. Dat is geen kwestie van een foldertje lezen, maar het resultaat van een democratisch ongezond mediadieet.
In 1986, vóór de opkomst van internet en commerciële tv, ging nog 60 procent stemmen. Toen de democratie bloeide kende deze stad wel vier of vijf verschillende kranten. Er was bijvoorbeeld het huis-aan-huisblad De Havenloods dat landelijk faam verwierf met onderzoeksjournalistiek en verslaggevers zelfs naar het buitenland stuurde voor relevante reportages. Er waren daarnaast buurtkranten en wijkblaadjes, vaak volgeschreven door vrijwilligers.
Die massamedia zijn verdwenen door internet. En nee, dat komt niet alleen door de overgang van papier naar scherm, het is vooral de advertentiemarkt die kapotgemaakt is door big tech. Al het geld dat vroeger naar lokale mediabedrijven vloeide, die er journalistiek mee financierden, gaat nu naar Silicon Valley. Je krijgt er geen journalistiek maar kattenfilmpjes voor terug.
Om bij de huisdieren te blijven: journalistiek is de waakhond van de democratie wordt wel gezegd. En net nu het gespuis aan alle kanten om het huis sluipt, blijkt Fikkie gestorven door verwaarlozing.
Ik heb in het verleden - natuurlijk tevergeefs - gepleit voor het invoeren van een mediabelasting. Bedrijven als Google, Facebook maar ook Marktplaats (Ebay) en bijvoorbeeld TripAdvisor dragen dan een deel van hun lokale inkomsten af. Dat wordt in een fonds gestort en daaruit financier je lokale media. Diezelfde big tech kan er vervolgens voor zorgen dat mensen die journalistieke media ook te zien krijgen, tussen de kattenfilmpjes door. Zo ingewikkeld is dat niet.
Het is de taak van de overheid om te zorgen dat de democratie goed functioneert en onafhankelijke media zijn daar een onmisbare voorwaarde voor. Daarom is ooit de publieke omroep opgericht en het Bedrijfsfonds voor de Pers, dat later is omgedoopt in het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.
Je kunt media namelijk niet alleen aan de markt over laten. Rotterdam is het levende bewijs. De nood is inmiddels zo hoog dat politieke partijen grof geld betalen aan lokale podcasters om uitgenodigd te worden in hun show. Dat is het verdienmodel van Harry Mens. De democratie is een betere behandeling waard. Net als dat de kiezers niet afhankelijk gemaakt mogen worden van stemwijzers om hun keuze te bepalen. Het lijkt allemaal lekker makkelijk maar het is uit democratisch oogpunt net zo ongezond als fast food.
Ja, de kiezer moet zich ook informeren. Maar in een goed functionerende democratie zou je daar niet veel moeite voor hoeven doen. En journalistiek moet niet alleen maar beschikbaar zijn voor wie dat kan betalen. Anders keren we de facto terug naar de 19e eeuw toen het stemrecht er alleen was voor mannen met geld. Dat zal toch niet de bedoeling zijn? O wacht…
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.