
Door: Marleen van der Kolk en Peter Kwint
Toen de Participatiewet werd ingevoerd was de ambitie helder; geen jongere hoort in de bijstand. Jongeren moeten werken of naar school. Dat de praktijk weerbarstiger is blijkt onder meer uit het NRC-artikel Hoe kan het toch dat het aantal jongeren in de bijstand toeneemt? Al dertien kwartalen op rij neemt het aantal jongeren in de bijstand toe, tot maar liefst 42.500 jongeren tot 27 jaar. Er is niet één simpele oorzaak aan te wijzen. Werk is onzeker, het vinden van een woning nog onzekerder, de kans dat je volgende maand nog kunt rondkomen? Onzeker. Tel daar de toenemende sociale druk en influencers die je een leven van rijkdom en succes voorspiegelen bij op, dan is het niet vreemd dat dit leidt tot jongeren die onzeker in het leven staan.
Helaas worden omstandigheden vaak genegeerd door mensen die een verklaring zoeken. Jongeren zijn lui, wisselen te vaak van interesse, nemen liever een tussenjaar op Bali dan dat ze wat sparen en bij wat tegenwind hebben ze al snel een burn-out. Hadden ze maar half de discipline en toewijding van de generaties voor hen, dan was er niks aan de hand. Deze verklaring negeert echter de werkelijkheid waarin deze generatie opgroeit. En maakt een persoonlijk gebrek van wat eigenlijk systeemfalen is.
De materiële omstandigheden zijn voor jongeren tegenwoordig namelijk echt anders. Eén foute studiekeuze en de schulden lopen op. Dat extra studiejaar betekent al snel duizenden euro’s extra, waarin je je scheel betaalt aan een studentenhok dat de naam kamer nauwelijks mag dragen. En in een steeds complexere samenleving waar tegelijkertijd alles steeds duurder wordt, kom je ook steeds sneller in de schulden terecht. Terwijl perspectief voor jongeren uit zicht blijft, is mentale hulp vanwege wachtlijsten ook bijna onbereikbaar. De ademruimte om even wat verder te kijken dan volgende maand of volgend jaar ontbreekt. Zeker voor de jongeren die er grotendeels alleen voor staan, zonder een sociaal netwerk dat emotioneel en financieel bij kan springen.
Dat zijn precies de jongeren waar wij – samen met inmiddels 13 gemeenten - als Bouwdepot mee werken. Jongeren zonder dat ondersteunende netwerk, met een verleden in de jeugdzorg, in dakloosheid, als thuiszitter, in armoede, enzovoorts. Jongeren die vaak in de bijstand belanden. Jongeren die niet altijd meteen – zoals de Participatiewet van ze eist – aan het werk of terug naar de schoolbanken kunnen.
Samen met het Bouwdepot geven gemeenten een jaar lang zo’n 1400 euro, met begeleiding en vanuit vertrouwen. De enige voorwaarde is dat de jongeren een plan maken om aan hun toekomst te werken. Daarmee krijgen ze iets wat in hun leven vaak ontbreekt: financiële rust om weer vooruit te kijken. Naar school, naar werk of naar een eigen woning. Dan blijkt al snel dat deze jongeren hartstikke gemotiveerd zijn om zelf aan te slag te gaan, maar simpelweg even wat ademruimte en vertrouwen nodig hadden. Een jongere weet heus wel dat een opleiding belangrijk is. Maar als je overspannen thuis zit en weet dat elk moment er een deurwaarder op je stoep kan staan, is het afmaken van die studie niet het eerste waar je aan denkt. Bestaansonzekerheid duwt mensen in een voortdurende overleefstand. Dan gaat lange termijn denken niet meer.
Dat is geen nieuw inzicht, maar wel een inzicht dat in Den Haag onvoldoende erkend wordt. Bij het Bouwdepot zien we wat er gebeurt als je jongeren wel die ruimte geeft. Na een jaar staan zij er structureel beter voor en bouwen ze aan werk, studie en zelfstandigheid. Dat zien we ook in recent kwalitatief onderzoek: 89,3 procent is door het Bouwdepot meer gemotiveerd om stappen te zetten in het leven. Financiële rust maakt jongeren dus niet passief, maar geeft ze de ruimte om de toekomst in te kijken.
Toch blijft het landelijk beleid uitgaan van wantrouwen. Alsof jongeren bij financiële zekerheid massaal aan een infuus van chai lattes gaan op Bali. Dat wantrouwen leidt ertoe dat effectieve interventies die ook de overheid miljarden kunnen besparen worden tegengewerkt. Wil je jongeren uit de bijstand? Help ze dan. Zo simpel is het. Als het Bouwdepot willen we dat doen. We vragen alleen vertrouwen en ruimte van Den Haag om dat te mogen doen.
Marleen van der Kolk is directeur bij het Bouwdepot. Peter Kwint was Kamerlid namens SP en nu ambassadeur bij het Bouwdepot.