Sfeerfoto van Joop
Joop
Joop

Johan Vollenbroek: ‘Boeren hebben een punt, Schiphol moet ook halveren’

Luchthaven heeft geen natuurvergunning... ‘Reizigers vertrekken nu van een illegaal opererend Schiphol’
Joop

'Je suis Charlie': zullen we ons weer richten op de kwestie zelf?

  •  
13-01-2015
  •  
leestijd 2 minuten
  •  
BNNVARA fallback image
Men is zo bezig met elkaar de maat te nemen dat uit het zicht raakt wat de werkelijke misdaad is 
Na de verschrikkelijk aanslag op de redactie van Charlie Hebdo kwam de zinsnede ‘Je suis Charlie’ in zwang, al of niet als #hashtag of uitgeprint A4-tje, soms vertaald en met de tegenhanger ‘Je suis Ahmed’ voor de gedode politieagent. Al vrij snel werd het door alles en iedereen overgenomen als blijk van geschoktheid, medeleven en steun.
Ja, ook ik heb dan al gauw wat gemengde gevoelens. Ten eerste kun je je afvragen wat zo’n statement betekent. Het is nogal ongedefinieerd: bedoel je dat je bereid bent de volgende kogel op te vangen of vind je het ‘alleen’ verschrikkelijk? Waarom zeg je dat dan niet? En als je het wel zegt, hoe oprecht ben je dan? Wat zou ik doen? Zou ik mijn beroep volhouden, ook als dat gevaar op zou leveren? En ben ik me niet andermans leed aan het toe-eigenen?
Ook bekroop een vergelijkbaar kleffig gevoel me als tijdens het massale rouwvertoon na de ramp met de MH17, door de massaliteit, het overweldigende aantal steunbetuigingen en de soms geëxalteerde manier waarop die steun werd betuigd. Wat me niet weerhield om me deze donderdagavond naar het Franse consulaat te begeven – zonder A4-tje, maar als iemand me het in de handen had gedrukt, had ik het waarschijnlijk niet geweigerd.
Inmiddels buitelt iedereen over elkaar heen met redenen waarom iedere bijval via een tweet, selfie, Facebookbericht of A4-tje een blijk zou zijn van hypocrisie, zelfzucht, narcisme, politiek gewin of wat niet al. Men is zo bezig met elkaar de maat te nemen dat uit het zicht lijkt te verdwijnen wat nu eigenlijk de misdaad is: een terreurdaad, niet alleen een aanslag met veel doden, maar ook een aanslag op de vrijheid van journalistiek, de meningsuiting en – niet te vergeten – de humor. Het lijkt wel doelbewust: een poging de werkelijke ramp uit de gedachten te bannen door je druk te maken over selfies en Facebookposts.
Na een verschrikkelijke gebeurtenis willen mensen iets doen, iets betonen. Soms doen ze dat op een manier die je bevalt, soms niet. Soms zijn er andere, onderliggende motieven – misschien. Soms is het onoprecht – misschien. Maar meestal bedoelen mensen het goed. Ja, je mag daar best iets van vinden, maar er is ook een tijd om op te houden met zeiken over elkaars uitingsvorm en de aandacht weer te richten op de zaak zelf: de misdaad en de maatregelen de we wel/niet moeten nemen om herhaling te voorkomen.
Wat mij betreft is dat ongeveer nu.

Meer over:

opinie, wereld

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (2)

123456zeven
123456zeven13 jan. 2015 - 11:46

Op het internet gaat alles tien keer zo snel. Dus ook het politiek uitbuiten van een situatie.

Wouter3
Wouter313 jan. 2015 - 11:46

The medium is the message. Maarten roept terecht op ons weer te richten op de zaak zelf. Voor mij draait die niet om het vrije woord versus het geloof. Door ons op die onoplosbare controverse te focussen, zullen we elkaar de maat blijven nemen en de les blijven lezen en is het wachten op een volgende Charlie Hebdo. Die is enkel te voorkomen door in te zien dat het vrije woord noch het geloof het gelijk aan zijn kant heeft, dus dat Charlie Hebdo in feite het gevolg is van gebrek aan inzicht, zowel van de redactie van het weekblad als van de aanslagplegers. Een gebrek waar echter de hele samenleving onder gebukt, dankzij een bestel dat gestoeld is op de fictieve scheiding van kerk (het geloof) en staat (het vrije woord). Het daaruit voortvloeiende tweedracht zaaiende partijpolitieke beleid zal nooit in staat zijn tot de creatie van de noodzakelijke eendracht, waardoor het kind (het algemeen belang) dagelijks met het (Haagsche) badwater wordt weggespoeld. Met het nodige inzicht en vertrouwen in elkaar – wat het gezamenlijk beteugelen van de problemen betreft – moeten we als samenleving in staat zijn die kraan dicht te draaien. Dat huzarenstukje moet zijn beslag kunnen krijgen via een Brede Maatschappelijke Discussie (BMD) over de ontoereikendheid van onze parlementaire democratie, wat het adequaat behartigen van het ultieme algemeen belang betreft: “De leefbaarheid van onze planeet”. Met het organiseren van die broodnodige BMD handelen we niet alleen in ons eigen belang, maar bovenal in dat van onze eerste zorg: “Ons nageslacht”. Voor het bewerkstelligen van die diepingrijpende en verstrekkende verbouwing van ons bestel, hebben we onze (media-)tijdperk mee. Vandaar dat ik voor het welslagen daarvan een uitgelezen taak zie weggelegd voor onze media. Niet als betweter maar als wegwijzer.