
Nico schrijft een serie over oorlog, dit is aflevering 118
De oorlog, die Vladimir Putin een speciale militaire operatie noemt, is al ruim vier jaar aan de gang en ontaard in een totale uitputtingsslag. Zonder dat het einde in zicht is. Cijfers over oorlogen zijn doorgaans discutabel en weinig betrouwbaar, maar zeker is dat er ondertussen al een paar miljoen militairen zijn omgekomen en duizenden onschuldige burgers, vooral Oekraïners. Rusland bezet nu ruwweg 20 procent van Oekraïne.
Mij dunkt dat het goed zou zijn om te proberen om zo snel mogelijk een einde aan deze oorlog te maken. Toch lijkt de kans daarop op dit ogenblik heel klein.
Ik onderschrijf de mening van veel opiniemakers dat Rusland in dit conflict veel meer te verwijten is dan Oekraïne en dat Oekraïne daarom onze volle steun verdient. Maar de manier waarop medemensen worden bejegend, die zoeken naar mogelijkheden om aan een oplossing van deze ellende bij te dragen, vind ik vaak net iets te makkelijk.
Mijn geestverwante vakbroeders, met name Tommy Wieringa en Joris Luyendijk, die ik bewonder om hun schrijfstijl en speurwerk als schrijver/journalist en om hun moed als activist, gaven minstens twee personen in de afgelopen tijd de volle laag.
Zo liet Tommy Wieringa in zijn column in de Volkskrant (13/8/2026) weinig heel van ‘Poetins brave sokpop’ Jelle van Baardewijk. Van Baardewijk is filosoof en docent aan Nyenrode. In de talkshow van WNL hield hij een pleidooi voor een diplomatieke oplossing van de oorlog in Oekraïne. Goed om eindelijk eens plaats in te ruimen voor een tegengeluid, verzuchtte ik. Maar Wieringa sneerde: ‘Onweersproken door de glazig kijkende presentator en een verbijsterde brigadegeneraal mocht de filosoof het officiële standpunt van de oorlogsmisdadiger Poetin aan het Nederlandse volk meedelen.’ De columnist zette Van Baardewijk neer als ‘een bazuin van kwaadaardige propaganda.’
Joris Luyendijk geeft Thomas Erdbrink lik op stuk. Aan het eind van het zomergesprek in de NRC (8/8/2026) vraagt Lisa Loeb wat Joris vindt van de tv-serie ‘Onze man bij de vijand’ van Thomas Erdbrink en Roel van Broekhoven, die past in de journalistieke benadering van hoor en wederhoor en mede bedoeld was om meer begrip te tonen voor de Russische kant van de oorlog. Luyendijk: “Verschrikkelijk. Thomas is rechtstreeks in de propagandaval gelopen. Zo jammer dat hij niet gezegd heeft: ik heb er niet goed over nagedacht, ik had het niet moeten doen.”
Het journalistieke platform De Correspondent heeft principes geformuleerd waardoor de makers zich laten leiden. Een daarvan is: Altijd de mens in de ander blijven zien. De mens die nooit helemaal perfect is en tot van alles in staat. Dat geldt voor Tommy en Joris, maar ook voor Jelle, Thomas, u als lezer en mijzelf. Een mooi uitgangspunt voor menige discussie.
Allemaal goed en wel, maar ik blijf wel met één belangrijke vraag zitten, die ik graag aan Tommy en Joris stel: “Als jullie ook vinden dat het wenselijk is dat er een snel einde aan de oorlog in Oekraïne komt, wat zijn dan jullie ideeën en voorwaarden om dat doel te bereiken? Daar hoor of lees ik jullie te weinig over. Laten we proberen er een volwassen discussie van te maken.
Zondagavond heb ik nog drie uur lang geïnteresseerd naar Tommy Wieringa in Zomergasten gekeken. Om na te gaan of hij nog op mijn vraag in zou gaan. Maar helaas. Hij zei dat Oekraïne een voorwaarde wordt voor het voortbestaan van Europa. “We moeten ons verdedigen en daar niet naïef over zijn. Een perfide systeem probeert ons land te vernietigen.” Boeiende uitspraken, maar geen spoor van een poging om een groot probleem echt op te lossen.