Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Iraniërs verdienen onze solidariteit in hun tomeloze strijd voor vrijheid

Gisteren
leestijd 5 minuten
1332 keer bekeken
ANP-546547350

Hoe paradoxaal het ook klinkt: Iran lijkt, onder leiding van de zoon van de door de 1979 revolutie afgezette Sjah, meer vastberaden dan ooit op weg naar een nieuwe revolutie en de omverwerping van het regime van de moellahs.

Sinds 2009, toen ik actief betrokken raakte bij het zoeken in Nederland en elders in het Westen van steun voor onafhankelijke journalisten en dissidente denkers in Iran tijdens de Groene Beweging – massale straatprotesten tegen vermeende fraude met de presidentiële verkiezingen, neem ik telkens een herkenbaar patroon waar van hoe de moedige strijd van Iraniërs voor het terugwinnen van hun burgerrechten en vrijheid in de berichtgeving en binnen journalistieke, academische en bestuurlijke kringen wordt ontvangen. Dat patroon bestaat uit relativeren en onderschatten. Telkens als de tirannie van het islamisme (wat heel iets anders is dan het geloof van de doorsnee moslims en vooral riekt naar een blinde ideologie) een opstand de kop indrukt, en er zijn er vele geweest gedurende afgelopen 47 jaar van de islamitische republiek, is de reactie ook hetzelfde: het is afgelopen met de dissidenten en strijd voor democratie. Zie ook hoe politiek Den Haag nu weer slaapt, terwijl zelfs de premier van België zijn bewondering over de moed van Iraanse demonstranten uitspreekt.

De strijd om vrijheid is niet te stoppen in Iran en verdient onze solidariteit. Het vuur is nooit gedoofd. Zo laten de berichtgeving over de nieuwe opstand in de afgelopen 12 dagen (ook de NOS kon er uiteindelijk niet omheen) ons zien. Sterker nog, het vuur van verlangen naar vrijheid laait nu krachtiger dan ooit op. Donderdag zijn er naar verluidt in meer dan 45 steden in Iran duizenden mensen in de avonduren massaal de straat opgegaan (zie een overzicht bij de BBC, die toch vele malen accurater en actueler is in de berichtgeving dan onze NOS). In het gigantische land (40 keer groter dan Nederland) met meer dan 92 miljoen inwoners, met besneeuwde bergtoppen tot aan dorre woestijnen, woeste zeeën en liefelijke groene valleien, met vele etnische en culturele verschillen, zijn de protesten wijder verspreid dan ooit.

Aanleiding is, zoals ook de Nederlandse media melden, de hoge en snel stijgende inflatie. Maar de oorzaak is dat niet. In 2022 was de dood van een jong meisje (Mahsa Amini), na arrestatie en mishandeling door de zedenpolitie, de aanleiding voor het wekenlang aanhouden van grote protesten en zo is er in de afgelopen decennia telkens een andere aanleiding die de vlam in de pan doet slaan. Maar de oorzaak zit veel dieper dan die triggers. Het is terug te voeren op de oorsprong van de revolutie in 1978-1979, die de toenmalige Sjah verdreef en uiteindelijk door ayatollah Khomeiny (de voorganger van de huidige leider Khamenei) werd gekaapt.

Iraniërs waren toen de straat opgegaan om meer gelijke verdeling van welvaart (Iran is wat betreft olie maar ook andere waardevolle grondstoffen potentieel een van de rijkste landen ter wereld); vrijheid voor de burgers en meer autonomie voor het land. 47 jaar later terugkijkend zien de burgers van Iran dat ze niet alleen geen politieke vrijheid hebben gewonnen, in vergelijking met de tijd van de verdreven Sjah, maar dat onder het mom van de islam ook hun sociale vrijheid is afgenomen, vrouwen stelselmatig en met wettelijke basis als tweederangburgers worden behandeld en er is de facto discriminatie op basis van religie of etniciteit.

Ook de ongelijkheid in welvaart is fors toegenomen in het voordeel van de leiders van het regime, hun familievrienden en entourage die gezamenlijk de Iraanse oligarchie vormen. Wat betreft het streven naar autonomie zien Iraniërs met lede ogen aan dat door verkeerde keuzes van de machthebbers het land in de regio en de wereld geïsoleerd is geraakt. In plaats van diplomatie bedrijven met andere landen hebben Khamenei en zijn mannen ervoor gekozen om jaar in jaar uit miljarden te investeren in milities en terroristische of etnische bandieten als hun belangrijkste bondgenoten in de regio en foute landen in de wereld. Hezbollah in Libanon, Hamas in Palestina, Houthi’s in Jemen en Kata'ib Hezbollah en Asa'ib Ahl al-Haq in Irak behoren tot dat onzalige regionale rijtje. Noord-Korea van Kim Jong-un en Venezuela van (tot vorige week nog) president Maduro zijn bestempeld tot de belangrijkste bondgenoten van de Islamitische Republiek in de wereld.

Kortom, de belofte van de Islamitische Republiek is een fata morgana gebleken. Ook de hoop op de hervormers binnen het regime en verandering van binnenuit (een hoop die ik zelf ook een tijd koesterde) bleek een illusie zijn. Een deel van de oprechte hervormingsgezinden zit zelf al jaren in gevangenis of heeft huisarrest. Het andere deel bleek niets meer te zijn dan een karikatuur van een oppositie in een ware republiek, een lege huls dus. De ontevreden massa is dan ook in de afgelopen jaren naarstig op zoek geweest naar een leider op wie ze zouden kunnen bouwen en die hun gemeenschappelijk doel zou kunnen symboliseren. Zoals het nu eruit ziet hebben Iraniërs deze leider in prins Reza Pahlavi gevonden, de zoon van de verdreven Sjah.

Dat lijkt ironisch, maar vanuit de hierboven geschetste achtergrond van het huidige onbehagen, is het zo gek nog niet. Reza Pahalvi heeft in de afgelopen decennia consequent voor een verbindend discours gekozen, waarbij hij zich vooral richt op het realiseren van vrije referenda en verkiezingen in Iran. De wil van de natie zou moeten bepalen welk type democratisch staatstelsel er moeten komen, een republiek of een constitutionele monarchie, is consequent zijn boodschap. Linksom of rechtsom, het moet wel een democratisch stelsel zijn, benadrukt hij.

Naast dit trouw zweren aan democratische rechten, heeft zijn alsmaar toenemende populariteit ook te maken met de economische malaise. En niet te onderschatten, de toenemende, gevaarlijke politieke isolatie van Iran – tot aan het deze zomer bewaarheid geworden gevaar van Israëlische en Amerikaanse bombardementen op het land. De herinneringen aan een groeiende welvaart en economische stabiliteit ten tijde van zijn vader, de laatste Sjah, en de goede internationale verhoudingen in dat tijdperk, spreken de burgers tot de verbeelding.

Prins Pahlavi heeft deze week voor het eerst in zijn politieke carrière een algemeen oproep richting de Iraanse burgers gedaan: om op 8 en 9 januari massaal de straat op te gaan. Dat heeft tot de grootste en meest wijdverspreide demonstraties van de afgelopen 12 dagen van protest geleid. Waarschijnlijk was het de grootste demonstratie in jaren in Iran.

Het is afwachten hoe het er vandaag in Iran aan toe zou gaan. Wat we wel weten is dat we in de afgelopen 12 dagen steeds luider en steeds vaker leuzen in Iran horen die niet alleen een dreigement zijn richting de huidige hoogste leider Khamenei (‘dood aan Khamenei’) maar ook een belofte: 'Dit is het laatste gevecht en begin van een nieuw Pahlavi tijdperk’. Het lijkt erop dat het grote en als maar groeiende onbehagen onder Iraniërs nu in hem de verpersoonlijking heeft gevonden van een mogelijk alternatief voor de toekomst van Iran.

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor