
Palestijnen en Iraniërs zijn slachtoffer van een macaber internationaal machtsspel waarin de Verenigde Staten en Europese landen een negatieve hoofdrol vertolken.
Er is de voorbije weken op Joop veel geschreven over Iran, vaak door Iraanse Nederlanders met (waarschijnlijk) een vluchtelingenachtergrond. Hun begrijpelijke en terechte afschuw over het dictatoriale Iraanse regime is groot. Tegelijkertijd zijn hun visies over de recente ontwikkelingen en gewenste scenario’s voor de komende weken vaak heel verschillend. Ook tijdens de dagen en weken die voor ons liggen zullen die variëteit aan meningen en voorspellingen - met het oog op de nog steeds toenemende dreiging van een (internationaalrechtelijk onwettig) Amerikaans/Israëlisch ingrijpen - zicht- en hoorbaar blijven.
Ambivalente houding ten aanzien van Israël
Bovendien is er daarbij vaak sprake van een ambivalente houding ten aanzien van Israël. Die wordt uiteraard veroorzaakt door de voortdurend publiekelijk getoonde vijandigheden tussen Israël en Iran. Vaak wordt Israël gezien als het land dat de Iraanse bevolking kan bevrijden van de dictatuur van het ayatollah-regime. Ook de steun van de Islamitische Republiek Iran voor Hamas en Hezbollah speelt uiteraard mee in de sympathie die sommige Iraanse oppositieleden hebben voor Israël. Iets dat ook weer geregeld leidt tot allerlei complottheorieën. Zo zouden volgens sommige Iraanse vluchtelingen Hezbollah-strijders begin vorige maand vanuit Libanon zijn ingevlogen om de massaslachtingen op Iraanse demonstranten uit te voeren. Hoewel ik geen idee heb uit welke bron deze informatie afkomstig is, acht ik het niet onwaarschijnlijk dat deze (complot)theorie onder meer via de oppositionele tv-zender Iran International is geuit.
Hoe dan ook, dat de vijand van mijn vijand vaak als ‘mijn vriend’ wordt beschouwd, zien we hier overduidelijk. Daardoor is Israël als vijand van het ayatollah-regime de ‘vriend’ van de Iraanse oppositie, en dan met name van (de aanhangers van) Reza Pahlavi, de zoon van de in 1979 afgezette sjah van Iran.
Maar twijfel is er evenzeer. Want alle retoriek en (illegale) militaire acties ten spijt; wát heeft Israël in de afgelopen 47 jaar nu daadwerkelijk voor de bevolking van Iran gedaan? Het is vooral heel veel retoriek, terwijl het land met hun militaire acties ook nog eens veel onschuldige Iraanse burgers heeft vermoord. Toen ik eerder deze maand naar een van mijn Iraanse kennissen een link stuurde van het schokkende artikel “Israel used weapons in Gaza that made thousands of Palestinians evaporate” (waar in Nederlandse media overigens verrassend weinig aandacht voor was), kreeg ik als antwoord: “Ik denk dat Iran en Israël samenwerken, dit is exact wat in Iran is gebeurd.”
Hoewel ik geen idee heb waar “dit is exact wat in Iran is gebeurd” op is gebaseerd - ik heb er zelf niets over gelezen - is het een reactie van iemand die telkens weer aangeeft de hoop op Israël en de VS te hebben gevestigd in de wens om het Iraanse regime weg te krijgen, maar zich tegelijkertijd realiseert dat Israël en de VS simpelweg niet te vertrouwen zijn. Het is een ambivalente houding die je bij veel Iraniërs tegenkomt.
Het meest schokkend vind ik eerlijk gezegd enkele van de zogenaamde ‘supporters’ van het Iraanse verzet in Nederland; van Uri Rosenthal tot Gert-Jan Segers, van Caroline van der Plas en Geert Wilders tot vader en zoon Ellian plus uiteraard de hoofdredactie van de Telegraaf; hun zogenaamde steun aan de Iraanse oppositie is bij hen dan ook primair geworteld in hun anti-Palestijns- en/of anti-moslimracisme.
Laat me wat dat betreft één ding heel erg duidelijk maken: eenieder die zich bezondigt aan anti-Palestijns racisme of antimoslimracisme kan naar mijn vaste overtuiging nooit oprecht zijn in de steun aan het Iraanse volk. Waarom? Omdat zich onder de pakweg honderd miljoen Iraniërs in de wereld niet alleen tientallen miljoenen mensen bevinden die géén praktiserend moslim zijn, maar evenzeer tientallen miljoenen burgers die wél praktiserend moslim zijn. Je steunt óf het héle Iraanse volk, óf je steunt de Iraanse bevolking níet. Zie in dit kader ook hoe sommige Iraanse oppositieleden CNN-host Christiane Amanpour belaagden omdat ze het had aangedurfd een kritische vraag aan Reza Pahlavi te stellen.
Ook de zogenaamde steun van Iran aan de Palestijnse zaak is incompleet
Omgekeerd ben ik ook teleurgesteld in de wijze waarop sommige supporters van de terechte strijd van het Palestijnse volk de misdaden van het criminele Iraanse regime bagatelliseren of soms zelfs goedpraten. Natuurlijk begrijp ik het argument dat de héle wereld het Palestijnse volk in de steek laat terwijl Iran als een van de weinige landen wél de strijd van het Palestijnse volk tegen de Israëlische onderdrukkers en genocideplegers steunt. Of beter gezegd: líjkt te steunen. Lijkt, want ook de steun van Iran aan het Palestijnse volk is incompleet. De steun van Iran betrof immers primair Hamas en Islamitische Jihad, maar voor zover ik weet, was (en is) er buiten deze twee groepen - die allebei terreur als een van de verzetswapens gebruiken - weinig sprake van hulp bij de strijd van het Palestijnse volk. Zo wordt er op de Westelijke Jordaanoever niet of nauwelijks steun aan de Palestijnen geboden, simpelweg omdat deze bezette Palestijnse regio niet door Hamas wordt bestuurd.
Wat dat aangaat zitten Israël en Iran grotendeels op één lijn, omdat ook Israël vanuit de welbekende verdeel-en-heersstrategie gewoon was Hamas (financieel) te steunen. Daarmee waren Israël en Iran dus gewoonweg bondgenoot met hun steun aan Hamas.
Persoonlijk heb ik nooit kunnen begrijpen hoe mensen uit opportunistische overwegingen de onderdrukking van het ene volk steunen of bagatelliseren, omdat deze onderdrukker toevallig de vijand is van de onderdrukker van een door hen gesteund ander volk. Hoewel dit ‘vijand van mijn vijand is mijn vriend’-principe aan alle kanten van het politiek spectrum voorkomt, zie ik dit binnen de Nederlandse politieke context wat vaker aan de réchterkant gebeuren. Daarbij wil ik overigens niet helemaal uitsluiten dat mijn bril in deze observatie enigszins is gekleurd.
Toch zie ik dat partijen als BBB, SGP, PVV, JA21 en VVD veelal zwaar anti-Palestijns zijn en zogenaamd pro-Iraanse oppositie, terwijl ik nergens in de Tweede Kamer - dus ook niet aan de linkerkant - steun zie voor het repressieve Iraanse regime. Dat geldt evenzeer voor het pro-Palestijnse DENK, mogelijk mede dankzij de Iraans-Nederlandse Elika Rehim Zadeh, die namens DENK in de Rotterdamse gemeenteraad zit. Zo zagen we eerder onder meer een oproep van DENK om de Iraanse vlag te verwijderen uit de vlaggenparade op de Boompjes, in het centrum van Rotterdam, omdat “de huidige vlag symbool is van het huidige regime, dat de eigen bevolking zoveel onrecht aandoet.”
Palestijnen en Iraniërs hadden natuurlijke bondgenoten moeten zijn
Vorig jaar juni schreef ik dat ik Israël als een grotere dreiging voor de West-Aziatische regio beschouw dan Iran. Die overtuiging heb ik nog steeds en werd afgelopen week ook nog eens ‘bevestigd’ door schokkende uitspraken van de Amerikaanse ambassadeur in Israël, Mike Huckabee. “It would be fine if they took it all,” zei de ambassadeur in zijn recente interview met Tucker Carlson, doelend op Israëls ‘Bijbelse recht’ om het hele gebied van de Nijl tot aan de Eufraat in te nemen. Het is deze Groot-Israël-ideologie die inmiddels mainstream is geworden in de Joodse Natiestaat, omdat niet alleen de door het Internationaal Strafhof gezochte Israëlische premier Netanyahu dit gedachtegoed aanhangt, maar ook de meerderheid van de Knesset. Daarmee beweer ik dus niet dat Iran géén dreiging voor de regio vormt en dat het Iraanse regime níet uit een stel criminelen bestaat die alleen kunnen overleven door de eigen bevolking te onderdrukken. Maar de dreiging van Israël voor de regio is aantoonbaar vele malen groter dan die van Iran, gezien de voortdurende aanvallen door de Israëlische apartheidsstaat op buurlanden en andere landen in de regio.
Wanneer supporters van de strijd tegen de Israëlische genocideplegers denken dat steun aan het Iraanse regime of het bagatelliseren van de misdaden ervan gunstig is voor de Palestijnen, dan hebben ze het mis. Wanneer aanhangers van Reza Pahlavi menen dat het tijdens demonstraties zwaaien met de Israëlische vlag, vrede, vrijheid en veiligheid van het Iraanse volk dichterbij zal brengen, zitten ze er eveneens naast.
Een kleine twee jaar geleden schreef ik dat joodse Europeanen en Palestijnen allebei slachtoffer zijn van hetzelfde racistische deel van Europa. En dat joodse Europeanen en Palestijnen daarom eigenlijk natuurlijke bondgenoten hadden moeten zijn. Datzélfde had moeten gelden voor Palestijnen en Iraniërs. Ook zij hadden ‘brothers in arms’ kunnen zijn, want beide volken zijn slachtoffer van een macaber internationaal machtsspel waarin de Verenigde Staten en Europese landen een negatieve hoofdrol vertolken.
De Islamitische Republiek Iran is een religieuze dictatuur en genderapartheidsstaat. De Joodse Natiestaat Israël is een etnisch-religieuze, culturele en dictatoriale apartheidsstaat. De onderdrukte volken van Palestina en Iran zouden niet tegenover elkaar moeten staan, maar juist náást elkaar. Want als puntje bij paaltje komt, is de vijand van mijn vijand zelden mijn vriend.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.