
Internationaal recht wordt vaak opgevoerd als het grote vangnet van de wereldorde. In werkelijkheid is het vooral een netwerk van mooie woorden op papier, een systeem dat alleen werkt zolang staten besluiten zich eraan te houden. In de echte wereld - vol met machtspolitiek, autocratieën, dictaturen en ideologisch/religieus gedreven regimes - doet het alsof het chaos ordent, terwijl de werkelijkheid er steeds genadeloos doorheen breekt.
We leven in een schijnwereld van recht, orde, vrede en veiligheid. Het recht oogt geweldig en gezaghebbend, maar functioneert vaker als een illusie van controle. Hebben mensen nog wel door dat rede, redelijkheid en rationeel handelen niet op te leggen zijn via het recht?
Handhaving? Daar doen we niet aan
Het fundamentele probleem is eenvoudig pijnlijk: internationaal recht kent geen centrale handhavingsmacht. Staten zijn tegelijkertijd wetgever, rechter en uitvoerder. Wanneer een staat regels negeert, is er meestal niets dat de machthebbers effectief kan stoppen. Naleving berust op vrijwilligheid, diplomatieke druk of een wankele en tijdelijke machtsbalans. Van welke grootmacht krijgt het recht de zegen?
Het systeem is uiterst structureel kwetsbaar. Altijd geweest en dat zal het zo blijven. Historische voorbeelden spreken boekdelen. Na de Eerste Wereldoorlog werd de Volkenbond opgericht om oorlog voorgoed te voorkomen. Op papier een revolutionair project: een organisatie die collectieve veiligheid moest garanderen. In de praktijk bleek het een instelling zonder tanden. Toen agressieve regimes afspraken schonden en territoriale expansie nastreefden, bleef de reactie beperkt tot diplomatieke protesten. Sancties waren zwak, militaire handhaving ontbrak, en grote mogendheden hadden uiteenlopende belangen. Resultaat was dat de Volkenbond faalde, en de wereld gleed af naar de Tweede Wereldoorlog.
Vandaag de dag is er weinig veranderd. Sancties tegen staten die fundamentele rechten schenden duren vaak jaren voordat ze enig gering effect hebben. Als ze dat al hebben op de machthebbers, aangezien meestal burgers en dieren en onder lijden. Het systeem is traag, bureaucratisch en afhankelijk van consensus tussen grote mogendheden die elkaar regelmatig blokkeren. Voor regimes die weinig waarde hechten aan internationale normen is dit een uitnodiging om door te gaan. Macht bepaalt wat naleving betekent, en macht kijkt niet redelijkerwijs naar redelijkheid.
Misschien zijn de Verenigde Naties, de Veiligheidsraad en het Internationaal Strafhof gewoonweg te zwak om in een wereld van agressie te opereren. Ze zijn wel nodig. Meer dan ooit in een complexe wereld met tal van interne en externe dreigingen. We moeten proberen het ergste te voorkomen.
Theorieën om het gevoel van controle te behouden
Omdat internationaal recht zo fragiel is, hebben juristen eeuwenlang geprobeerd het te duiden op basis van min of meer universele principes. Achter verdragen en tribunalen schuilt een rommelig theoretisch landschap, vol wensdenken en soms naïeve hoop. Het internationaal rechts is een fabrikaat van eeuwen met tegenstellingen.
Een kort historisch en onvolledige overzicht, in deze tiktok- en instagramtijd waar de historie een uur geleden lijkt te zijn begonnen, kan geen kwaad om de beperktheid om het kwaad te bestrijden te laten zien.
Volgens de naturalistische traditie bestaat internationaal recht onafhankelijk van staten. Het zou voortkomen uit universele principes of een vorm van natuurlijke rechtvaardigheid. Staten zouden zich eraan moeten houden, ook als het politiek slecht uitkomt. Zouden en zou, dat zijn de vragende uitgangspunten. Charmant, ware het niet dat dit zwaar leunt op de illusie dat staten moreel handelen. Moderne aanhangers zien deze principes niet als afdwingbaar, maar als een richtlijn die rechtsvorming en diplomatie kan beïnvloeden.
De positivistische benadering is nuchterder. Internationaal recht bestaat simpelweg uit wat staten onderling afspreken. Verdragen, conventies en internationale gewoonten vormen de kern. Geen hogere moraal, geen universele waarheden; alleen afspraken tussen soevereine staten. Zoals bij alle afspraken geldt: ze werken alleen zolang partijen bereid zijn zich eraan te houden. En dat gebeurt vaak niet. Deze theorie verklaart meteen het falen van de Volkenbond en de moderne instituties: regels bestaan, maar effectiviteit hangt volledig af van politieke wil. De Veiligheidsraad is een onwerkbare grap van grootmachten om njet, no of de Chinese versie te verkondigen.
De realistische benadering gaat nog een stap verder: macht is doorslaggevend. Staten volgen regels zolang dat hun belangen dient. Zodra juridische verplichtingen botsen met strategische belangen, verdwijnt het recht snel naar het niet bestaande. Het beperkt macht zelden; het legitimeert hem eerder tot een gegeven 'orde'.
Volgens de fictionele theorie is internationaal recht eigenlijk geen 'echt' recht. Een nationale rechtsorde vereist immers een overheid die regels kan afdwingen; bij internationaal ontbreekt die. Het recht creëert wel normen en verwachtingen, maar functioneert meer als een richtlijn dan als een afdwingbare rechtsorde. Waar zijn de politieagenten en de rechters?
De functionele benadering kijkt vooral naar wat het systeem praktisch doet. Internationaal recht maakt samenwerking mogelijk. Het regelt handel, scheepvaart, luchtvaart, diplomatie en een groeiend aantal mondiale problemen. Niet omdat staten plotseling moreel handelen, maar omdat samenwerking rationeel is en goed uitkomt.
Deze theorieën laten zien dat instituties, tribunalen en sancties geen garantie zijn voor rechtvaardigheid maar weer een poging om chaos iets te reguleren. Het recht is niet meer en minder dan een compromis: een manier om samenwerking en voorspelbaarheid te creëren, ook als het structureel beperkt is in handhaving. Een geloof in stabiliteit binnen een chaotische wereld waarbij het recht van de sterkste blijft gelden binnen tijd, cultuur en plaats.
De luidruchtige moraalbrigade
Het schrijnende is naast het falen van het internationale recht ook het ontkennen van de beperktheid. De selectieve verontwaardiging is te luid. Politici, juristen en activisten schreeuwen het hardst wanneer de soevereiniteit van een schurkenstaat wordt aangetast - bij eenzijdige sancties, diplomatieke druk of militaire acties van buitenaf buiten instituties om - zodat het lijkt dat de verontwaardiging het ultieme bewijs is van rechtschapenheid.
Tegelijkertijd blijft het dikwijls oorverdovend stil wanneer datzelfde regime zijn eigen bevolking onderdrukt, uitbuit, martelt of vermoordt. Het internationale recht wordt zo een theaterpodium voor grootspraak: een manier om machtspolitiek te verhullen als de morele werkelijkheid.
De echte slachtoffers? Die krijgen meestal geen stem en laten hun vrijheid daar waar het is - in handen van de machthebbers. De regels waarop ze zouden moeten kunnen vertrouwen dienen vooral als papieren excuus om niets te doen.
Papieren wetten in een harde wereld
Internationaal recht is geen natuurrecht, geen universele orde, en al helemaal geen goddelijke wet. Godenzijdank of helaas, dat is de vraag. Het is een menselijke constructie: een verzameling afspraken die staten hebben ontwikkeld om hun onderlinge relaties enigszins voorspelbaar te maken.
Precies daarom blijft het systeem fragiel. Zodra politieke wil verdwijnt, blijft er van die juridische orde verrassend weinig over. Internationaal recht is te zwak om agressieve staten volledig te beteugelen, maar te waardevol om volledig te negeren. Zonder deze papieren orde zou de wereld nog chaotischer en kwaadaardiger zijn; naar met die orde blijft zij nog steeds afhankelijk van machtspolitiek, willekeur en de grillen van diplomatie en leiders.
Recente voorbeelden laten dit pijnlijk zien. Invasies, onderdrukking van mensen en langdurige burgeroorlogen tonen dat internationaal recht aanwezig is, maar macht en politieke wil doorslaggevend blijven. Het recht kan resoluties aannemen, tribunalen oprichten en sancties opleggen - en tegelijk machteloos toekijken terwijl de ernstige feiten op de grond in de soevereine staat plaatsvinden. Vrijheid is geen gegeven en kan meestal niet worden afgedwongen, juist ook door de verlamming van het internationale recht.
Het internationaal recht blijft zo een papieren construct dat we nodig hebben, al weten we dat het niet kan afdwingen wat het belooft. En dat is de tragikomische kern van de internationale rechtsorde: zwak, kwetsbaar, vol illusies en toch onmisbaar grotesk en waardevol in een wereld die zelden rechtvaardig is.
Een rechtsordening die niet af kan dwingen, maar zonder welke chaos en het kwaad onbeheerbaar zijn; een systeem dat voortdurend balanceert tussen idealen en macht, tussen afspraken en de harde realiteit dat staten zich niets aantrekken van regels wanneer het hen uitkomt.
Zolang de wetten er netjes op papier staan, knikken we collectief en bestaat de rechtsorde in schijn, terwijl de werkelijkheid rustig doorgaat met martelen, plunderen en negeren van elke regel. En met regelmaat een invasie, bombardement en oorlog. Waarbij het gebied tussen de goeden en kwaden veel tussensegmenten heeft.
Het internationale recht heeft bestaansrecht en is nodig om nog erger te voorkomen maar bestaat alleen zo nu en dan in een wereld vol met autocratieën, theocratieën, dictaturen en illiberale democratieën. Om het allerergste tegen te houden en te weten dat vrijheden kostbaarheden zijn in een onrechtvaardige wereld gemaakt door mensen.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.