
© foto: Amanda Govers
Stel je voor, je bent een larf van een zwarte soldatenvlieg. Je wordt met honderden miljarden soortgenoten opgepropt in plastic bakken. Na 14 tot 22 dagen wordt je levend gekookt. Vervolgens word je gevoerd aan vissen en garnalen uit de aquacultuur. Dit hele proces wordt “duurzaam” genoemd.
Een recent rapport van het Stockholm Environment Institute, Universiteit Leiden en het European Institute for Animal Law & Policy uit echter twijfels over de beloftes van insectenkweek. Ten eerste blijkt uit diverse life cycle analyses dat insectenproductie 3 tot 35.5 kilo CO2 uitstoot per kilogram insecteneiwit. Dit is duurzamer dan rundvlees (75–170 kilo CO2 per kilo eiwit), varkensvlees (21–53 kilo CO2 per kilo eiwit) en kip (18–36 kilo CO2 per kilo eiwit). In de praktijk vervangen de insecten echter geen vlees, maar veevoer zoals sojameel (0.9–2.2 kilo CO2 per kilo eiwit) en vismeel (0.2–9.3 kilo CO2 per kilo eiwit). Het is dus niet duurzaam om insecten in te zetten als veevoer.
Er zijn risico’s verbonden aan insectenkweek voor de biodiversiteit en ecologie. Als insecten onbedoeld ontsnappen, kunnen ze concurreren met bestuivers, ziekten verspreiden of schade toebrengen aan gewassen. Er zijn aanwijzingen dat insectenkwekerijen in zowel hoge- als lage-inkomenslanden er vaak niet in slagen om de beste praktijken te volgen om ontsnappingen te voorkomen, waarbij dergelijke incidenten relatief vaak voorkomen. Insectensoorten die voor landbouwdoeleinden worden geselecteerd en gefokt, kunnen bijzondere risico's met zich meebrengen.
Veel van de eigenschappen die ze zeer geschikt maken voor de landbouw, waaronder een hoge voortplantingssnelheid, aanpassingsvermogen aan uiteenlopende voeding en (klimatologische) leefomgevingen, en ziekteresistentie, zouden er ook toe kunnen bijdragen dat ze goed gedijen in het wild na ontsnapping. Het opnieuw vangen van de dieren is uiterst moeilijk, zo niet onmogelijk, en uitroeiingsmaatregelen kunnen onbedoelde gevolgen hebben.
Het grootste probleem van insectenkweek is echter wellicht een morele kwestie: insecten zijn levende, voelende wezens. Insecten hebben over hun hele lichaam speciale zenuwuiteinden die extreme hitte, kou of fysiek letsel waarnemen. Bij letsel zal een insect automatisch weg bewegen van het gevaar of zijn gedrag aanpassen om zichzelf te beschermen.
Uit onderzoek blijkt dat insecten, zoals krekels en bijen, een gewond lichaamsdeel – bijvoorbeeld een antenne die met hitte in aanraking is gekomen – nog lange tijd na het voorval verzorgen of behandelen. Kannibalisme kan optreden wanneer insecten te dicht op elkaar worden gehouden, of als gevolg van uitdroging. Een gebrek aan (toereikend) voer kan ook welzijnsrisico's met zich meebrengen. Sommige producenten laten zwarte soldaatvliegen bijvoorbeeld verhongeren om hun darmen te legen voordat ze worden gedood. Voor de larven kan het gebruik van afvalsubstraten van lage kwaliteit of met een onevenwichtige samenstelling leiden tot welzijnsrisico's, zoals een verstoorde groei en een verhoogde vatbaarheid voor ziekten.
Nederland is koploper insectenteelt. Op dit moment zoekt het bedrijf Protix nieuwe fondsen om overeind te blijven. Invest-NL, een fonds van de overheid voor duurzame economische ontwikkeling, heeft al 7,5 miljoen euro geïnvesteerd in Protix. Het is goed mogelijk dat wederom aanspraak wordt gemaakt op dit fonds. Bezorgde burgers protesteerden op 5 augustus in Amsterdam om te voorkomen dat de overheid nog meer investeert in deze sector die zijn beloften niet waarmaakt.
Er is hoop: het grote Amerikaanse project met vleesgigant Tyson Foods, bedoeld om een mega-insectenfabriek in Nebraska te bouwen, ligt inmiddels stil. Ook een geplande fabriek in Polen is on hold gezet. Protix verlegt zijn koers nu naar Zuidoost-Azië, omdat de kosten- en regelstructuur in Europa domweg niet uit blijkt te kunnen. Insectenmeel kost tot tien keer zoveel als sojameel — een businessmodel dat vooral overeind wordt gehouden door subsidies en investeringsrondes, niet door een gezonde markt. Het zou beter zijn als investeringen naar de echte eiwittransitie stromen, zoals plantaardige producten, precisiefermentatie en kweekvlees.