Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Ik liet mijn urine testen op landbouwgif - en dit was de uitslag

Gisteren
leestijd 3 minuten
5585 keer bekeken
roundup

Ik ben geen boerin. Ik werk niet met landbouwgif. Ik was mijn appels, schil mijn mandarijnen, eet merendeels biologische groenten. En toch zit er glyfosaat in mijn lichaam. 0,8 nanogram per milliliter om precies te zijn. Dat bleek uit een urinetest die ik deed via de Robin Food Coalition. Deze uitslag valt nog binnen de ‘normale’ blootstelling. Ik was opgelucht. Maar hoe normaal is het eigenlijk dat er landbouwgif in mijn urine zit?

Met blozende wangen en een ongemakkelijk gevoel deed ik het gevulde plasbuisje in een afgesloten zak en bracht het naar de post. Toen de uitslag een paar dagen later via de mail binnenkwam, schrok ik er niet eens van. Eerlijk gezegd had ik wel verwacht dat ze glyfosaat in mijn lichaam zouden vinden. Glyfosaat is het meest gebruikte landbouwgif ter wereld. Het zit op akkers, in de bodem, in water, in voedsel. Waarom zou mijn lichaam een uitzondering zijn? Mijn uitslag wijst op een lichte, recente blootstelling, lees ik, een waarde die in principe onschuldig is, maar wel verbeterd kan worden.

Pas een dag later begon het te knagen dat ik in deze uitslag berustte. Ik schrok ervan hoe weinig het mij verbaasde. Blijkbaar vind ik het normaal dat mijn lichaam stoffen bevat die daar absoluut niet thuishoren. Zolang het ‘’binnen de norm’’ is, haal ik mijn schouders op. De uitslag zegt waarschijnlijk minder over mijn leefstijl dan over de wereld waarin wij leven.

Particulieren mogen geen gewasbeschermingsmiddelen met glyfosaat gebruiken, maar boeren en telers in de landbouw mogen dat wel. We weten al jaren dat glyfosaat omstreden is. Er is hevige wetenschappelijke discussie over de veiligheid van blootstelling aan deze stof. We weten dat biodiversiteit onder druk staat, dat bodems uitgeput raken, dat ecosystemen verloren gaan. Maar het systeem is zo gebouwd dat we simpelweg niet zonder dit soort giftige stoffen kunnen, en dus wordt het gebruik van glyfosaat door de landbouw toegestaan.

Het probleem voelt dan ook beheersbaar zolang de industrie zich aan de wettelijke norm houdt. Die normen worden vastgesteld voor afzonderlijke stoffen, maar er wordt niet of nauwelijks gekeken naar de opeenstapeling van gif dat we dagelijks binnenkrijgen.

Controles van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit laten zien dat hele normale producten een cocktail van chemicaliën bevatten. Op een mandarijn zitten soms resten van vier verschillende bestrijdingsmiddelen. We weten nog niet wat die cocktails aan chemicaliën op de lange termijn in ons lichaam doen. Toch maakt een merendeel van de Nederlanders zich zorgen over pesticiden in hun voedsel.

De vraag hoort wat mij betreft niet te zijn: ‘’Hoeveel landbouwgif zit er in mijn lichaam?’’ maar: ‘’Waarom vinden we het normaal dat het daar terechtkomt?’’

Ik zet mij in voor de Rechten van de Natuur. Dat concept wil erkennen dat de natuur een levend systeem met eigen rechten is waar wij mensen een integraal onderdeel van zijn. Wat in de bodem terechtkomt, sijpelt door in het water. Wat we op planten spuiten, komt terecht op ons bord. Wat op ons bord ligt, zit in ons lichaam. Het onderscheid tussen ‘’daar buiten’’ en ‘’hier binnen’’ bestaat niet. Toch blijven we doen alsof dat onderscheid bestaat, alsof we de natuur kunnen beschadigen terwijl we er zelf buiten staan. Maar wat we de natuur aandoen, doen we uiteindelijk onszelf aan.

De Robin Food Coalition noemt burgers ‘mede-architechten’ van het voedselsysteem. Elke aankoop in de supermarkt beïnvloedt zowel de vraag als het aanbod. Daarom sta je als burger niet helemaal machteloos. Je kunt in de supermarkt biologische producten kiezen. Dat geeft de meeste garantie dat je voedsel zonder bestrijdingsmiddelen is geproduceerd.

Je kunt supermarkten oproepen om meer biologisch aanbod te faciliteren (en het graag goedkoper te maken, net zoals Lidl). Je kunt boeren steunen die met de bodem samenwerken in plaats van die te vergiftigen. En je kunt, net als ik, je eigen blootstelling aan glyfosaat laten meten om het onzichtbare zichtbaar te maken.

Maar de verantwoordelijkheid gaat veel verder dan alleen die van de burger. Beleidsmakers moeten opnieuw nadenken over het systeem. Waarom wordt biologisch voedsel nog steeds als het alternatief gezien? Hoe kunnen we verschuiven van een systeem dat afhankelijk is van chemische bestrijdingsmiddelen naar een systeem dat samenwerkt met de natuur?

Want een samenleving die landbouwgif in urine ‘normaal’ noemt, heeft wat mij betreft een radicale omslag nodig.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor