Sfeerfoto van Joop
Joop
Joop

GGD: drie weken quarantaine na contact met apenpokkenpatiënt

Advies geldt als voorzorgsmaatregel
Joop

Ik ben opgevoed als ezel

  •  
07-01-2012
  •  
leestijd 6 minuten
  •  
BNNVARA fallback image
Thuis moest ik mij ootmoedig opstellen, tegenspraak werd niet geduld, en als ik m’n hoefjes in het zand zette kreeg ik een schrobbering. Vaders woord was wet.

Kinderen in Marokko mogen kind zijn tot ongeveer de zuigelingenfase. Daarna draai je mee als volwassene – niks puberteit. Gemeten naar onze moderne opvoedkundige normen (in restaurants horen speciale kindermenu’s, in warenhuizen staan ballenbakken en in ziekenhuizen speelhoeken) zou de jeugd in Marokko beslist ongelukkig en verknipt opgroeien.
Het tegendeel is waar. Die verkniptheid en andere (sociaal-psychologisch gerelateerde) misstanden bij de Marokkaanse jeugd zien we vaker terug in Nederland dan in Marokko. Hoe kan dat?
Waar het Nederlandse kind een soort onaanraakbare pasja is geworden (het mag straffeloos in winkelcentra schreeuwen, dreinen, balken) hoorde ik maar al te vaak ‘Kom jij eens hier, schreeuwlelijke ezel!’ Pats! Terwijl ouders hier wordt geadviseerd om op democratische wijze met hun kroost te overleggen (niet boven maar naast het kind staan; nóóit de hand heffen; belonen in plaats van straffen), wordt in Marokkaanse gezinnen een stout kind niet pannenkoekloos naar zijn kamer gestuurd maar krijgt het stante pede een pak rammel. En niet alleen van pa en ma: iedereen mag meppen. De koranleraar heeft zijn twijgtakje, de buurman zijn vlakke hand, de visboer zijn schoen en de marktkoopman een rotte appel. Het kind is eigendom van de hele (dorpse) gemeenschap.
Dit pedagogische verschil heeft zo zijn weerslag: waar een zesjarige Hollandse knul met duim in de mond nog Lego stapelt, zit in Marokko datzelfde ventje al met baardbroeders in het theehuis te redetwisten over voedselprijzen, jeugdwerkeloosheid en overspel.
Meer dan een fysieke verplaatsing was de Marokkaanse Exodus een zielsverhuizing. De aankomst in Nederland was een neerstrijken op kaarsrecht geplaveide fietspaden langs betonnen bouwsels. Ik ging naar de basisschool, kreeg vriendjes, leerde de taal en haalde glanzende rapportcijfers. Intussen zette m’n moeder haar huishoudtaken voort – boenen, koken, karnen – en pufte vader iedere ochtend op z’n Puch Maxi naar Unimills: buffelen aan de lopende band. Er was even weinig gelegenheid als bereidheid zich sociaal te mengen in de Nederlandse samenleving. Alles was erop gericht het oude te behouden en geld op te potten met het oog op een zalige terugkeer. Integratie? Alleen als het gratis is. Integratiedeskundigen kregen ’t laat in de gaten: tussen de leefwereld van de eerste lichting migranten en die van de inheemse maatschappij gaapte een kosmische kloof.
Intussen deed zich, parallel aan deze kloof een andere, veel diepere scheiding gelden: die tussen vader en zijn veulentje.
Hoe vaak niet, als ik in plaats van de moskeegang m’n uren sleet met een boek riep vader: ‘Waar is die oen?!’ Of wanneer ik zaterdagavond laat thuiskwam: ‘Waar hing je uit ezel?!’ Of wanneer ik ook een kerstboom wilde: ‘Is dat ezeljong nou helemaal mesjogge?!’
Gaandeweg m’n adolescentie vervreemdde ik van vader en ontliep ik hem. Niettemin druppelde bij hem het besef door dat zonder de ruggensteun van zijn ezelsveulen het lastig overleven was in dit rare land met zijn gekmakende papierbergen, obsceniteiten en verkeersborden. En ik besefte dat ook. Langzaam maar zeker verschoven en wisselden de rollen om: voortaan moest het veulentje zijn baasje opvoeden.
Vader en moeder zijn beiden analfabeet cum laude en aangezien in de eerste drie decennia de verplichte inburgeringcursussen nog niet bestonden kreeg ik, zonder dat ik er naar solliciteerde, mijn eerste twee home jobs: administrateur en onderwijzer. Tegen wil en dank werd ik een specialist in het doorgronden, ordenen en uitleggen van de papierkluit. Al snel ressorteerde ook de hele agendatechnische rompslomp van medische en administratieve afspraken onder mijn beheer. Wanhopig ondernam ik pogingen vader het alfabet bij te brengen zodat hij zich tenminste voor de verplichte familiebezoeken kon redden op de rijkswegen naar Roosendaal en Venlo. Vergeefs, mijn vaders hoofd was niet gestaald voor het alfabet of de infrastructuur. Zijn hoofd en handen waren geknipt voor het sorteren van dozen palmolie, het plakken van fietsbanden, het turen onder motorkappen, het kweken van mintplantjes én voor het luidruchtige tafelen.
Dat betekende dat de meest basale kennis en kunde voor een waardige deelname aan deze snelle maatschappij op de schouders rustten van de kinderen. Dit lijkt goed en nobel, en dat was het ook, maar onderhuids etterde een klein huiselijk drama Want hoe toegewijd de kinderen zich ook van hun begeleidende en dienstige taken kweten, onvermijdelijk zag vader zijn natuurlijke gezag tanen, terwijl dat van de kinderen toenam: een bron van verwarring, onbegrip, frustratie en tomeloze vervreemding was geboren.
Intussen liep deze omgekeerde opvoeding tegen zijn natuurlijke, cultuurbepaalde grenzen aan. Twee voorbeelden: Marokkaans, in het bijzonder Berbers, kroost wordt opgevoed met de levenshouding: ‘Laat nooit het achterste van je tong zien’ en ‘vertrouw behalve God alleen jezelf’. Het is goed voorstelbaar welke sociale fricties deze aangeboren achterdocht oplevert in een cultuur waarin juist ‘openheid’ en ‘eerlijkheid’ worden geprezen en men a priori vertrekt vanuit ‘het goede van de mens’
Tel daarbij op: de traditionele schaamtecultuur, met zijn afkeer van de ‘platte en oversekste’ Nederlandse televisie c.q. maatschappij (let op de aanwas van de satellietschotel), in combinatie met een overmaat aan gevoelens van eer en trots. Deze mentaliteit kan niet anders dan een struikelblok opleveren, ook voor de nazaten, bij een soepele toenadering tot een moderne, op het assertieve individu gerichte samenleving, waarin de vrijheid van mening, kunst en pers tot een heilige drie-eenheid zijn geridderd en waarin niets, ook niet het meest heilige, van spot en schimp is uitgesloten.
De andere grens is van een diepere, subtielere orde: de taal. Om de volle omvang van deze communicatieve sta-in-de-weg te kunnen inzien moeten we beseffen dat praktisch ieder lief en leed (knokpartij, ontslag, oplichterij, verkering, boete, frustratie, liefdesverdriet) te herleiden is tot het wel/niet verstaan van de ander. De filosoof-filoloog Wittgenstein trof de roos toen hij opmerkte: Wovon man nicht reden kann, darüber muss man schweigen. Dit laatste, het zwijgen, is namelijk precies wat in veel migrantengezinnen is binnengeslopen: de doodse stilte tussen ouder en kind. Er is kabaal, veel kabaal zelfs, er wordt getierd, geschaterlacht, met stoelen gesmeten, de televisie staat op hoog volume, maar contact, wezenlijke gedachtewisseling, dat is er nauwelijks. Dit verstommen komt hoofdzakelijk doordat de ouders een exotische importtaal (Berbers/Marokkaans) spreken die zij nooit met dezelfde rijkdom en (grammaticale) perfectie aan hun hier geboren kinderen hebben kunnen overdragen, terwijl omgekeerd de zoon/dochter een hippe, nieuwerwetse (straat)taal bezigt die een Berbers equivalent ontbeert of waarvan zij dat equivalent simpelweg niet kennen. Hoe vertaal je ‘cool’, ‘lokhoer’ of ‘kopvoddentaks’ in het Berbers? Een dialoog van doven leeft voort.
De nauwelijks onderkende maar niet te onderschatten repercussie is dat door al deze spagaten en kloven, door al het jongleren tussen twee of drie onverstaanbare werelden, forse segmenten van de tweede en derde generatie in een sociaal-emotioneel gevang zijn geraakt en hun ontsnapping zoeken via allerlei routes: soms via de weg van het stoffelijke (studie/carrière/huis/auto), soms via het pad van het onstoffelijke (Allah). Maar soms, en dat is het volle drama, is ontsnappen simpelweg onmogelijk en blijkt het lijntje tussen een mentaal gevang en een gedragsstoornis een korte – getuige de schrikbarende cijfers betreffende psychotische ziektebeelden bij Marokkaanse jongeren. Dan loeren agressie, tuiggedrag, drugsdelicten en andere ontsporingen op elke hoek van de straat. Opgevoed zijn als ezel geldt in dit geval niet meer als verzachtende omstandigheid.
Dit is een sterk ingekorte versie van het essay dat Benzakour schreef voor de bundel ‘Ik ben opgevoed als ezel en vier andere essays over opvoeden vanuit migrantenperspectief’. Deze uitgave, die is verschenen in het kader van het project ‘Opvoeden is een gesprek’, is te bestellen via: stichtingbmp.nl. Dit artikel verscheen eerder in de papieren NRC Handelsblad.

Meer over:

opinie, leven

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (18)

Gavi5
Gavi57 jan. 2012 - 18:10

Prachtig stuk, geschreven met liefde en verdriet, denk ik. Het is erg herkenbaar de tweestrijd van ouders en kinderen. Ik herken een deel van de ouderwetse Marrokaanse opvoeding als een onderdeel van de mijne: met strakke grenzen en weinig weerwoord. Vooral die grenzen! Kinderen eisen grenzen maar krijgen ze niet, ik zie dat bij veel gezinnen om me heen. En bij de Marokkaanse families waar ik kwam, was de frustratie jammerlijk zichtbaar. Nogmaals prachtig beschreven en leerzaam geen excuus maar inzicht!

DitBenIk2
DitBenIk27 jan. 2012 - 18:10

Mooi stuk.

Florian2
Florian27 jan. 2012 - 18:10

Een prachtig geschreven verhaal over opgroeien, familie en vader-zoon verhoudingen! (Ik hoop niet dat hier allemaal politieke motieven aan te grondslag liggen cq. dat andere reaguurders hier weer zonodig hun politieke voordeel of gelijk uit moeten halen wat dat zou zonde zijn wat mij betreft.) Daarvoor is het een te mooi en persoonlijk verhaal! Misschien een idee om je gehele essay hier in losse delen te publiceren Mohammed?

Patrick Faas
Patrick Faas7 jan. 2012 - 18:10

Iedereen zegt het al en inderdaad, goed geschreven weer. Bravo Mohammed Benzakour.

jannie11
jannie117 jan. 2012 - 18:10

Een goed stuk dat tot nadenken aanzet! Ik vind het jammer en tekenend dat dit stuk van Mohammed maar 5 reacties heeft. Dat gezever over Wilders de wel of niet fascist helaas 800, terwijl die discussie hier al 39 keer gevoerd is geweest.

Waterbeer
Waterbeer7 jan. 2012 - 18:10

ik ben het met de rest eens: goed stuk!!!

Jiskefet47
Jiskefet477 jan. 2012 - 18:10

Elke autoritaire opvoeding vernietigt de nog niet bewuste toekomst, die in de kinderziel besloten ligt, onverschillig of dat nu een Marokkaanse, Nederlandse dan wel anderzins is. Het trieste is, het volledig ontbreken van enige notie bij opvoeders en "leraren" van deze toekomst. Wat borg staat voor het pijnlijk en traag ontwikkelingsproces van door schade en schande wijs worden, waarmee we nog eeuwen vooruit kunnen. Elke opvoedingscultuur heeft zijn goede en slechte kanten, elk huisje heeft zijn kruisje, de schaduw zijde, die de gids zal zijn naar het licht(bewust begrijpend inzicht). Bestudeer het verband tussen de verschillende patronen in plaats van het blindstaren op de dogmatische verschillen. We zijn nog lang niet volmaakt en dat zou ons bescheiden kunnen maken. Zoals de beschreven vader analfabeet is in onze Nederlandse taal is de door ons aanbeden wetenschap nog analfabeet wat betreft de sluimerende toekomst die leeft in de zielen van onze kinderen.

jonh16144
jonh161447 jan. 2012 - 18:10

Het is inderdaad goed geschreven. Ik denk dat vooral de omkering van de ouder-kind relatie veel invloed heeft op de latere ontwikkeling. Aan de ene kant dwingt het het kind vroeg volwassen te worden maar aan de andere kant leidt juist dit tot problemen als het kind er niet mee weet om te gaan. Je kan niet van een kind verwachten dat het de verantwoordelijkheden overneemt van een volwassene, maar die keus is er niet voor sommigen. Dat gevoel van een verloren jeugd, velen kunnen het niet begrijpen tenzij ze het zelf hebben meegemaakt.

Jan Jansen2
Jan Jansen27 jan. 2012 - 18:10

Niet ieder kind heet Mohammed Benzakour. Ontroerend stuk, vooral de laatste alinea.

Qizilbash
Qizilbash7 jan. 2012 - 18:10

Ik ben het met het grootste gedeelte eens (grenzen stellen, vroeg verantwoordelijkheid krijgen is goed voor ontwikkeling, er is sprake van vervreemding en communicatieproblemen tussen Marokkaanse kinderen en hun ouders) maar vind niet dat we hier het slaan van kinderen moeten zitten goedkeuren. Ik heb geen probleem met een corrigerende tik af en toe, maar laten we ons wel realiseren dat het vaak veel verder gaat dan dat. Slaan tijdens de opvoeding is in mijn ogen een middel voor de armeren in de samenleving. Arm in tijd, energie of het geestelijk vermogen om een kind van je ongelijk te overtuigen. Als je 2 banen moet werken, je je constant zorgen moet maken over of je het die maand financieel wel zal redden, zul je niet de tijd of de fut hebben om geduldig aan een koppig kind uit leggen waarom iets wel of niet mag. Dan is het makkelijker om een blèrend kind in een winkel een draai om de oren te geven dan uitgebreid uit te leggen dat jij je rug breekt om geld te verdienen, je prioriteiten moet stellen en als je dus speelgoed koopt jullie die week misschien een paar dagen zonder eten zullen zitten. Tegen deze corrigerende tik protesteer ik niet. Het is een effectief middel om een doel te bereiken, wanneer je geen andere middelen tot je beschikking hebt. Er wordt jammer genoeg vaak ook geslagen uit frustratie en onmacht. In die gevallen loopt het vaak uit de hand. Ik heb het vaak genoeg gezien. Een slecht huwelijk, zwaar, slecht betalend werk onder je niveau, frustratie omdat je in eigen land respect genoot maar hier in Nederland niet eens goed genoeg wordt gevonden om wc's te schoonmaken en afhankelijk zijn van je (Nederlandssprekende) vrouw om zelfs de simpelste zaken te kunnen regelen. Als dan het kind een klein foutje maakt komt al die frustratie naar buiten. Het kind begrijpt en leert er niets van. Erger nog, door die overdaad van geweld raakt het kind gewend aan geweld en kan het niet meer functioneren zonder. Je krijgt dan "klappengekke" kinderen die niets doen zonder eerst een pak slaag te krijgen en als ze een dag zonder klappen doorbrengen, ze zelf wel iets flikken om aan hun dagelijkse behoefte pak slaag te komen.

CeesRotteveel
CeesRotteveel7 jan. 2012 - 18:10

Als pappa weer schreeuwt, vraag dan of het even opschrijft... in het Nederlands. Dikwijls zien we mensen in hun verdriet blijven hangen omdat ze bang zijn het los te laten en er stiekem een beetje in zwelgen. En eens te meer is het weer duidelijk dat dit een wereld is waarin het uiteindelijk alleen op ervaring aankomt (tenminste als je je eigen lijf en brein begrijpt) en al doende te kunnen kiezen. En jij, Mohammed, hebt kennelijk al een keuze gemaakt: Ondanks alles hou je van die ouwe sukkel ;-)

ZwartePiet
ZwartePiet7 jan. 2012 - 18:10

Niet in discussie gaan met een kind is regel 1 van goed opvoeden. Redelijk zijn daarnaast is wel een vereiste.

[verwijderd]
[verwijderd]7 jan. 2012 - 18:10

Mooi stuk, Father and Son, Marokkaans verschilt niets van een Drents of Groningse of wat dan ook voor opvoeding. Van mij mag de rest geplaatst worden, graag. Je zou bijna een NRC gaan aanschaffen....

1 Reactie
Waterbeer
Waterbeer7 jan. 2012 - 18:10

feminisering van de maatschappij is gewoon doorgedraaid derhalve rookverboden, vuurwerkverboden en weet ik veel wat voor bemoeder jongens mogen geen jongens meer zijn dat kenmerkt nederland uiteraard is er niks mis met een evenwicht tussen de mannelijke en de vrouwelijke kanten alleen het is uit balans kinderen worden klein gehouden door onze maatschappij . ik mocht inderdaad met een glaasje 7up met kerels in de kroeg hangen en te praten over de nieuwe plaat van Queen of de politiek van Ronald Reagan als jochie . Dat ziet men nu als onverantwoord Daarom zijn de jongere mensen tegenwoordig zo dom. Ze mogen pas volwassen worden als het al te laat is

[verwijderd]
[verwijderd]7 jan. 2012 - 18:10

Dank voor dit goede stuk. Ouders horen streng te zijn. Dat is goed voor kinderen.

1 Reactie
Waterbeer
Waterbeer7 jan. 2012 - 18:10

Nee je snapt het weer niet . Bij die strengheid komt ook een bepaalde vrijheid Kinderen mogen gewoon in het theehuis zitten met de echte kerels . ze worden aangesproken op hun verantwoordelijkheden en tekortkomingen en in ruil daar voor mogen ze ook meer voor vol aangezien worden

BasVV
BasVV7 jan. 2012 - 18:10

Het probleem is dat zoveel kinderen over dit probleem hebben geschreven. Boeken vol. Wat voeg je dan toe. Je persoonlijhke relatie met je vader. Maar dat hadden die andere schrijvers ook al. Ik zie de meerwaarde niet.

1 Reactie
SaskiaB2
SaskiaB27 jan. 2012 - 18:10

Nee dan dit soort reacties, die lezen we voor het eerst