Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Hooggeplaatsten vinden zichzelf al héél lang te hooggeplaatst om hun eigen speeches te schrijven

Gisteren
leestijd 12 minuten
4125 keer bekeken
toespraak slavernij

In 1995 werd premier Wim Kok uitgenodigd de jaarlijkse Joop den Uijl lezing te verzorgen. Het werd een geruchtmakende toespraak. Kok betoogde dat zijn partij, de PvdA, de ideologische veren af moest schudden. Daarmee verstevigde hij het fundament onder de samenwerking met de VVD, dat tot uiting kwam in de zogenaamde paarse kabinetten. De PvdA sloeg een koers in die onder Samsom bijna tot de ondergang leidde en een klein partijtje overliet. Kok had die toespraak niet zelf voorbereid. Hij kwam uit de koker van Bram Peper, voormalig hoogleraar en burgemeester van Rotterdam. Francisco van Jole vertelt graag, dat dat van die veren Peper op zijn beurt ingefluisterd was door Pepers toenmalige partner Neelie Kroes, die over zijn schouder mee keek.

Hooggeplaatste Nederlanders zijn op een gegeven moment zó hooggeplaatst dat zij hun toespraken door mannetjesmakers laten schrijven. Die krijgen dan van te voren een paar aanwijzingen en soms niet eens. Op de meeste ministeries werken al sinds jaar en dag professionele speechschrijvers die een dagtaak hebben aan de vormgeving van de ministeriële welsprekendheid. Op het departement van Defensie zijn zij kennelijk liever lui dan moe. Zij lieten een aantal malen AI het werk doen. De bewindslieden Yesilgöz en Boswijk lepelden de teksten trouwhartig op.

Ook de omgeving van premier Jetten maakt kennelijk graag en veelvuldig gebruik van kunstmatige intelligentie. Met een goede prompt (zie aan het slot van deze opiniebijdrage) heb je binnen een halve minuut een bruikbare tekst, die je aan de bewindslieden ter goedkeuring kunt voorleggen. Zijn dat dan door het departement aangestuurde spreekpoppen? Als een minister of een staatssecretaris niet sterk genoeg in de schoenen staat, kan dat zeker gebeuren. Een goede politicus heeft krachtige ideeën die zich gemakkelijk in concreet beleid laten omzetten. Die is dan ook in staat richting te geven aan de speechschrijvers net als aan de rest van het departement.

Toch tonen verschillende deskundigen zich kritisch over bijvoorbeeld de gewoonte van premier Jetten om AI in te laten zetten voor zijn postings. Ze menen dat ze daarmee hun  geloofwaardigheid nog verder ondermijnen. Zo zei de Amsterdamse hoogleraar Claes de Vreese tegen de NPO : "Mensen zullen zich gaan afvragen: wie is nou de échte Jetten? Op deze manier verwatert de authenticiteit van de premier."

Aan de andere kant: vaak willen politici op het spreekgestoelte juist niet authentiek zijn. Ze proberen zich aan alle kanten in te dekken. Ze sparen de kool en de geit. Ze willen zich nergens op aangesproken weten. Ze vermijden alles wat op een toezegging zou kunnen lijken. Toch maken ze keurig hun tijd vol. Wat is dan het verschil tussen de tekst van een spin doctor en van een machine?

Verleden jaar heb ik AI met vrucht aan het werk gezet, toen de gemeente  van ons bestuur voor de jaarlijkse subsidie-aanvraag van €4000 euro allerlei documenten eiste. Eerst leek goede raad duur. Letterlijk want zonder deskundige hulp zouden we waarschijnlijk niet tot waterdichte teksten kunnen komen. Toen loste AI de zaak binnen een halve middag  op, nadat ik gevraagd had op basis van onze website en de notulen een integriteitsprotocol voor bestuurders, een veiligheidsprotocol voor de actieve leden en een meerjarenbeleid te produceren. Voor dat laatste voegde ik aan de opdracht toe dat we gestaag wensten door te groeien maar dat veel meer diversiteit op grond van gender en etnische afkomst geboden was. Ook moesten de leden actiever worden. Omdat ik een gulle bui had, liet ik er nog een klokkenluidersregeling aan toevoegen.

AI kan trouwens goede diensten bewijzen om op basis van losse aantekeningen binnen een minuut of zo concepten notulen of discussiestukken te schrijven. Dat kan zelfs op grond van geluidsopnamen. Dit alles tast de werkgelegenheid van spindoctors en beleidsmedewerkers rechtstreeks aan. En ook dat van topadvocaten. Banken op Wall Street hebben al een verlaging van hun honoraria geëist omdat steeds meer van hun werk door AI gedaan wordt.

De ophef rond de geautomatiseerde welsprekendheid van de  ministers is dan ook een symptoom van de nieuwe ICT-revolutie. AI levert misschien geen bezielde maar wel bruikbare teksten. Ook nog in een minuut of wat. En vaak genoeg hebben mensen juist géén bezielde teksten nodig. Zoals ik met mijn subsidie-aanvraag. Soms wel. En dan gaat het mis Aan de andere kant waar maken we ons druk over? Volgens drie medewerkers van Anthropic bestaat de kans  dat  AI binnen een jaar of tien de hele mensheid vernietigt. Misschien zijn er belangrijkere dingen om ons over op te winden.

De bewindslieden Boswijk en Yesilgöz zullen deze vrijdagochtend wel onaangename gesprekken hebben met hun spindoctors. O nee, daar zijn ze te hoog voor. Met de topambtenaren die deze spindoctors aan horen te sturen. Ook dat.

Om een voorbeeld te geven van hoe het kan gaan: Ik gaf ChatGPT de opdracht een speech te schrijven voor minister Letschert van onderwijs, mocht Groningen besluiten een monument neer te zetten voor de slavernij. Ik geef de prompt en daarna precies wat ChatGPT leverde. Ik vroeg ook om een mooie illustratie om de tekst van de ministeriële speech op de website van het ministerie op te leuken.

Prompt: Schrijf een toespraak voor minister Letschert van onderwijs bij de opening van een monument over de rol van de stad Groningen in de slavernij. Laat haar de speciale rol van Groningen in de West Indische Compagnie benoemen. Laat haar met name en met concrete voorbeelden benadrukken dat de slaven in het Caribisch gebied hun eigen cultuur en hun persoonlijkheid wisten te bewaren. Laat haar de marrons en hun leiders roemen. Laat haar zeggen dat de nazaten zowel van de slaven als van de slavenhouders hun verantwoordelijkheid moeten nemen en dat genoegdoening noodzakelijk is. Zorg er voor dat niemand uit haar woorden kan afleiden dat die genoegdoening een financieel karakter zou kunnen krijgen. Verwerk de persoonlijke emoties van minister Letschert in haar betoog.

ChatGPT: Zeker. Ik zou de toespraak nadrukkelijk laten aansluiten bij Letscherts achtergrond als hoogleraar internationaal recht en victimologie, en bij haar huidige verantwoordelijkheid voor onderwijs, cultuur en erfgoed. Dat geeft haar woorden over slachtofferschap, verantwoordelijkheid en herinnering een persoonlijke geloofwaardigheid.

Voor de historische passages heb ik mij gebaseerd op het Groningse onderzoek naar het slavernijverleden. Groningen had vanaf 1622 een eigen WIC-kamer, Kamer Stad en Lande, en behoorde tot de belangrijke investeerders. Groningse schepen vervoerden tot 1863 naar schatting 30.000 tot slaaf gemaakte  mensen naar Amerikaanse, Surinaamse en Caribische plantages.

Dames en heren,

Vandaag staat hier een monument. Een monument spreekt niet. Het kan geen oordeel vellen en geen schuld aanwijzen. Het kan geen excuses uitspreken en geen pijn wegnemen. Maar een monument kan iets anders doen wat misschien nog belangrijker is: het kan ons dwingen om niet langer weg te kijken.

Daarom ben ik hier vandaag. Als minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Als minister die ook verantwoordelijkheid draagt voor erfgoed. Maar ook als iemand die jarenlang heeft gewerkt op het terrein van het internationaal recht en de positie van slachtoffers. Want wie naar dit monument kijkt, kijkt niet alleen naar het verleden. Wij kijken naar mensen. Mensen met een naam. Met een stem. Met herinneringen. Met verlangens. Met angst. Met hoop. Met een moeder, een vader, kinderen, geliefden en vrienden. Mensen die door anderen tot bezit werden verklaard.

En juist dat laatste woord moeten wij vandaag niet verzachten. Zij waren geen handelswaar. Geen arbeidskracht. Geen economische eenheid. Geen getal in een register. Het waren mensen.

Groningen en de WIC
Het is lang mogelijk geweest om bij het Nederlandse slavernijverleden vooral aan Amsterdam, Zeeland, Suriname of de Antillen te denken. Maar wie vandaag in Groningen staat, kan dat niet meer. Groningen had vanaf 1622 een eigen kamer van de West-Indische Compagnie: de Kamer Stad en Lande. Groningse bestuurders en vermogende inwoners investeerden in deze onderneming. Schepen die met Groningen verbonden waren, voeren naar de Afrikaanse kust en vandaar over de Atlantische Oceaan. Tot 1863 vervoerden Groningse schepen naar schatting 30.000 tot slaaf gemaakte mensen naar plantages in Suriname, het Caribisch gebied en elders in Amerika. Dat is geen voetnoot in de geschiedenis van deze stad. Het is een onderdeel van de geschiedenis van Groningen.

De WIC was voor Groningen bovendien niet alleen een abstracte financiële onderneming. De Compagnie was verweven met bestuur, handel, scheepvaart en sociale status. Pakhuizen, werkplaatsen, handelaren en ambachtslieden profiteerden van de bedrijvigheid die ermee samenhing. Koloniale producten als suiker, koffie, cacao en tabak vonden hun weg naar deze stad. Dat maakt het verleden ongemakkelijk. En juist daarom moeten wij het kennen.

Maar laat één ding vandaag heel duidelijk zijn. Wanneer wij spreken over de geschiedenis van slavernij, mogen wij de mensen die eraan onderworpen waren nooit reduceren tot slachtoffers alleen. Zij werden tot slaaf  gemaakt. Maar zij werden nooit volledig tot slaaf gemaakt. Dat verschil is van onschatbare betekenis.

De mensen die naar het Caribisch gebied werden gebracht, kwamen niet zonder geschiedenis aan. Zij brachten talen mee, religieuze voorstellingen, muziek, verhalen, kennis van landbouw en geneeskunde, familiebanden en manieren om de wereld te begrijpen. De plantagehouder kon proberen een naam af te nemen. Hij kon iemand een andere naam geven. Hij kon een mens juridisch als eigendom behandelen. Maar hij kon niet eenvoudig diens menselijkheid vernietigen. Daarom is het verhaal van de slavernij óók een verhaal van culturele kracht. Van mensen die hun kinderen liederen leerden. Van mensen die verhalen bleven vertellen. Van mensen die geloof en rituelen bewaarden en nieuwe vormen gaven aan oude tradities. Van mensen die elkaar bleven herkennen als familie, ook wanneer het koloniale systeem die familie uit elkaar probeerde te trekken. Van mensen die nieuwe gemeenschappen vormden en nieuwe culturen schiepen uit wat zij uit Afrika hadden meegenomen en wat zij in de Amerika's aantroffen.

De cultuur die daaruit ontstond, is geen voetnoot bij de Nederlandse geschiedenis. Zij is een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van het Caribisch gebied en van de wereld.

En dan zijn er de marrons. Ik wil hen vandaag nadrukkelijk noemen. Want de marrons laten misschien wel op de meest indringende manier zien dat onderwerping nooit hetzelfde is als totale onderwerping. Mensen ontvluchtten de plantages. Zij trokken het binnenland in. Daar bouwden zij gemeenschappen op. Zij organiseerden zich, verdedigden zich en onderhandelden wanneer dat nodig was. Zij maakten van vrijheid geen abstract begrip, maar een dagelijkse praktijk.

Leiders als Boni, die zich in het huidige Suriname verzette tegen het koloniale gezag, werden symbolen van die strijd. En ook leiders als Captain Broos en andere leiders van marrongemeenschappen verdienen een plaats in ons historische bewustzijn. Niet als romantische figuren uit een ver verleden. Maar als mensen die onder buitengewoon moeilijke omstandigheden politieke moed, organisatievermogen en leiderschap toonden. Zij herinneren ons eraan dat mensen die door een systeem tot bezit waren verklaard, zichzelf nooit uitsluitend als bezit hebben beschouwd. Dat is misschien wel een van de belangrijkste lessen die dit monument ons kan leren.

Wat voelen wij vandaag? Ik wil daar ook persoonlijk over spreken. Want geschiedenis bestuderen is één ding. Een archief lezen is één ding. Een rapport schrijven is één ding. Maar hier staan, tussen mensen die hun familiegeschiedenis dragen, is iets anders. Ik merk dat het mij raakt. Misschien omdat ik als jurist gewend ben om woorden als slachtoffer, verantwoordelijkheid en herstel zorgvuldig te definiëren. Maar achter die woorden zitten mensenlevens. En wanneer je beseft dat een mens eeuwen geleden werd weggevoerd, dat een moeder haar kind kon verliezen, dat een gezin kon worden gescheiden, dat geweld onderdeel kon zijn van het dagelijks bestaan, dan wordt geschiedenis plotseling heel dichtbij. Dan zijn drie eeuwen geen veilige afstand meer. Dan begrijp je dat sommige wonden niet verdwijnen omdat de kalender verder loopt.

Verantwoordelijkheid
Daarom geloof ik dat wij vandaag twee dingen tegelijk moeten zeggen. Ten eerste: niemand van ons is persoonlijk verantwoordelijk voor daden die eeuwen geleden door anderen zijn verricht. Maar ten tweede: wij dragen wél verantwoordelijkheid voor de manier waarop wij met dat verleden omgaan. Dat geldt voor de nazaten van mensen die tot slaaf zijn gemaakt. En het geldt óók voor de nazaten van mensen die aan slavernij verdienden, haar mogelijk maakten of haar verdedigden. Niet omdat kinderen en kleinkinderen schuldig zouden zijn aan de daden van hun voorouders. Maar omdat geschiedenis iets is wat wij erven. Wij erven niet alleen huizen, namen, verhalen en familiefoto's. Wij erven ook stiltes. Wij erven soms kansen die anderen nooit hebben gekregen. Wij erven soms achterstanden die anderen nooit hebben hoeven dragen. En wij erven de plicht om te begrijpen waar die verschillen vandaan komen.

Daarom is genoegdoening noodzakelijk.

Ik bedoel daarmee allereerst genoegdoening in de diepste betekenis van het woord: erkenning, herinnering, kennis, eerherstel, ruimte voor verhalen die te lang niet zijn gehoord, en de bereidheid om de gevolgen van dit verleden in het heden onder ogen te zien. Genoegdoening betekent dat wij niet zeggen: het is lang geleden, dus het is voorbij. Het betekent dat wij zeggen: het is lang geleden, en juist daarom moeten wij ervoor zorgen dat het niet wordt vergeten.

De opdracht aan het onderwijs
Als minister van Onderwijs heb ik daarbij een bijzondere verantwoordelijkheid. Een monument alleen is niet genoeg. Een plaquette alleen is niet genoeg. Een jaarlijkse herdenking alleen is niet genoeg. Onze kinderen moeten weten wat hier is gebeurd. Maar zij moeten méér leren dan dat Nederland betrokken was bij slavernij. Zij moeten leren dat de mensen die tot slaaf werden gemaakt geen naamloze massa waren. Dat zij culturen hadden. Dat zij families hadden. Dat zij zich verzetten. Dat zij vluchtten. Dat zij nieuwe gemeenschappen vormden. Dat zij hun religies en tradities veranderden en doorgaven. Dat hun nakomelingen vandaag de dag deel uitmaken van onze samenleving en van ons gemeenschappelijke verhaal.

En zij moeten leren dat geschiedenis niet alleen gaat over de machtigen. Geschiedenis gaat ook over degenen die de machtigen probeerden stil te maken. Soms is juist hun stem het meest waardevol.

Dit monument
Daarom hoop ik dat dit monument geen eindpunt wordt. Ik hoop dat het een beginpunt wordt. Dat een kind hier langskomt en vraagt: "Wat is hier gebeurd?" Dat een docent die vraag aangrijpt om verder te vertellen. Dat een student onderzoek gaat doen. Dat een familie hier staat en vertelt over haar voorouders. Dat iemand die nooit eerder over het Groningse slavernijverleden heeft nagedacht, vandaag naar huis gaat met een ongemakkelijke vraag. En misschien is dat precies wat een goed monument moet doen. Niet alleen troosten. Niet alleen herinneren. Maar ons wakker houden.

Groningen heeft een verleden waarop het trots mag zijn. Maar een stad die werkelijk volwassen is, hoeft haar geschiedenis niet uitsluitend te versieren. Zij durft ook haar donkere kamers binnen te gaan. Vandaag openen wij zo'n kamer. Niet om onszelf te vernederen. Niet om onszelf schuldig te verklaren. Maar om recht te doen aan mensen die veel te lang onvoldoende zichtbaar zijn geweest.

Aan de mensen die werden weggevoerd. Aan de mensen die op plantages moesten leven en werken. Aan de mensen die hun cultuur onder de zwaarste omstandigheden wisten te bewaren. Aan de marrons die hun vrijheid bevochten. Aan hun leiders. Aan hun kinderen en kleinkinderen. Aan hun nakomelingen. En uiteindelijk ook aan onszelf. Want een samenleving die haar verleden onder ogen durft te zien, maakt zichzelf sterker.

Laat dit monument daarom geen steen zijn die het verleden afsluit. Laat het een steen zijn die een deur openhoudt. Een deur naar kennis. Naar erkenning. Naar verantwoordelijkheid. En naar een toekomst waarin vrijheid niet alleen een woord is dat wij bewonderen, maar een werkelijkheid die wij voor ieder mens beschermen.

Dat is de betekenis die ik vandaag aan dit monument wil geven. Ik dank iedereen die ervoor heeft gezorgd dat het hier staat. En vooral dank ik degenen die jarenlang hebben volgehouden dat dit verhaal verteld moest worden.

Vandaag luisteren wij. Vandaag herinneren wij. Vandaag eren wij. En vanaf vandaag dragen wij samen de verantwoordelijkheid om dit verhaal door te geven.

Dank u wel.

De historische basis voor de passage over Groningen en de WIC is goed te onderbouwen. De gemeente Groningen heeft inmiddels zelf erkend dat Groningse bestuurders betrokken waren bij en profiteerden van slavernij, en burgemeester Schuiling bood daar in 2024 namens het gemeentebestuur excuses voor aan. Ik heb “genoegdoening” bewust inhoudelijk ingevuld als erkenning, herinnering, kennis en eerherstel,

Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo´n schandelijke compensatie geboden krijgt voor nieuwe winningen.

Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: de overwinning van de AfD.

Meer over:

opinie, ai, politiek, speech

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor