
Dat de kloof tussen arm en rijk in ons land steeds groter wordt is een ernstige ontwikkeling, maar dat het vermogen van de rijken zich vooral concentreert bij de top-1% meest vermogenden is nog veel ernstiger. Daarmee dreigen namelijk de fundamenten van onze democratie en de economie te worden aangetast. Het is hoog tijd om daartegen actie te ondernemen.
Het Centraal Planbureau (CPB) publiceerde begin mei een rapport onder de welluidende titel ‘De hoogste bomen vangen minder wind’. Daarmee doelt het CPB op het feit dat de meest welvarende huishoudens, de zogenaamde top-1 %, mogelijkheden hebben om de belastingdruk op hun inkomen en vermogen te verlagen die andere mensen niet hebben. Het gaat hierbij niet eens meer om de belastingheffing op vermogen (box-3), die voor veel mensen, die met arbeid hun geld verdienen, al veel langer een doorn in het oog is. Waar het in dit CPB-rapport vooral omgaat is dat de top-1% steeds handiger gebruik weet te maken van belastingconstructies waardoor zij belastingheffing kunnen ontgaan of langdurig kunnen uitstellen. En hoe minder belastingheffing, hoe groter hun netto-rendement. Die grootste vermogensbezitters doen dat onder andere door hun vermogen in een besloten vennootschap (BV) te stallen of winsten in hun BV op te potten en als onderpand voor het aangaan van (hypotheek)leningen te gebruiken. Volgens cijfers van het CBS bedroeg de totale schuld van BV-eigenaren al 61 miljard euro.
Door zo te handelen neemt de vermogensconcentratie bij de top-1% alsmaar toe. In de vergelijkingsperiode 2011 en 2019 steeg hun aandeel in het totale inkomen van 12 naar 15 procent.
Het CPB wijst op het gevaar van die vermogensconcentratie bij de top-1%-inkomens. Wanneer de welvaart sterk geconcentreerd is bij een beperkt aantal huishoudens, kan dat ten koste gaan van de welvaart zelf, aldus het CPB. De rest van de samenleving houdt dan onvoldoende van de welvaart ter verdeling over, hetgeen een remmend effect heeft op de consumptie en daarmee op de economische groei.
Daarnaast wijst het CPB op het risico van economische machtsconcentratie, waardoor politieke invloed kan worden aangewend om deelbelangen te dienen, in plaats van de (brede) welvaart te stimuleren.
Er is dus alle reden om die hiervoor geschetste ontwikkeling te keren. En daarvoor is allereerst een herziening van ons belastingstelsel nodig. Het boxenstelsel in de Inkomstenbelasting, met zijn verschillende tarieven voor inkomsten uit arbeid en eigen woning (box-1), winst uit aanmerkelijk belang (box-2) en inkomsten uit vermogen (box-3), kan teruggedraaid worden naar de situatie van vóór invoering daarvan in 2001. Dan worden alle inkomsten, zowel die uit arbeid, winst en vermogen, onmiddellijk na realisatie en op dezelfde manier belast. De BV-vorm zou alleen nog mogen bestaan voor ondernemingen die markt-georiënteerd zijn. Dus niet meer voor vermogenden die hun spaarkapitaal in een BV onderbrengen.
Deze maatregel zou een belangrijke eerste stap zijn om de top-1% meest vermogenden in hun vermogensgroei af te remmen. En dat die vermogens in sneltreinvaart toenemen blijkt uit de Quote 500. Was in 2016 nog een vermogen van 30 miljoen voldoende om deel uit te gaan maken van de Quote 500, in 2025 was een minimaal vermogen van 130 miljoen nodig.
Willen we echt substantieel en spoediger afscheid nemen van het bestaan van super rijkdom, dan zullen ook andere en rigoureuzere stappen gezet moeten worden.
Het lijkt me alleszins rechtvaardig als de overheid voor huishoudens met een vermogen groter dan 50 miljoen euro beleid ontwikkelt, dat erop gericht is binnen de termijn van dertig jaar het fenomeen extreme rijkdom uit te faseren. Dit grensbedrag ligt bewust hoger dan het grensbedrag van 10 miljoen per persoon, dat de Utrechtse hoogleraar filosofie en economie Ingrid Robeyns op basis van gedegen onderzoek in haar boek ‘Limitarisme’ aanhoudt. Daardoor wordt de indruk voorkomen dat ondernemerschap aan banden gelegd wordt. Integendeel, we beogen ruim baan te geven aan de ondernemer die een lucratieve markt aanboort en dat met veel vernuft en energie tot een groot succes maakt. Maar je kunt ook stellen dat voor ondernemers naast financieel gewin ook andere motivatoren gelden, zoals succes en aanzien. Politieke invloed zou daar ook toe gerekend kunnen worden, maar die beïnvloeding moet juist, met onderhavig pleidooi voor limitering van extreme rijkdom, voorkomen worden.
En de idee dat de superrijken hun rijkdom alleen aan eigen inzet van talent, vernuft en energie te danken hebben is een grote misvatting. Ongeveer een derde van de Quote 500-leden heeft z’n bezit uit vererving verkregen. Alleen de plek waar hun wieg stond was dus bepalend. Deze categorie maakt het belang van limitering nog veel groter.
Maar tegenstanders van zo’n limitering aan extreme rijkdom zullen wellicht terugwerpen, dat een begrenzing haaks staat op de idee van vrijheid. Inderdaad wordt de absolute vrijheid om rijkdom onbeperkt op te stapelen beknot. Maar vrijheid is nimmer onbeperkt en vindt haar begrenzing zodra de vrijheid van anderen in het geding is. Dat is inherent aan het sociaal contract dat de mens bij zijn geboorte als het ware aangaat met de samenleving en dat hem of haar verplicht een tegenprestatie te leveren voor de faciliteiten die de samenleving via de overheid aan iedereen, dus ook de ondernemer, biedt. Goede infrastructuur, gedegen onderwijs, betaalbare zorg, goed toegeruste politie en defensie, e.d. zijn van essentieel belang voor het vrij en ordelijk functioneren van de samenleving. In die zin is sprake van wederkerigheid en wederzijdse afhankelijkheid. Daarin past niet dat er mensen zijn die zich met hun extreme rijkdom distantiëren van de noden in de samenleving. Zij zouden juist nu, in een tijd van voortdurende bezuinigingen en dito bedreigingen van de bestaanszekerheid, hun verantwoordelijkheid moeten nemen. En met een totaal vermogen van 273 miljard euro, dat alle Quote 500-geprivilegieerden tezamen in 2025 beheerden, zouden zij het verschil kunnen maken. Verbetering van de inkomenspositie van de laagstbetaalden zou een enorme stimulans voor de economie als geheel betekenen. Het extra nut van het laatst toegevoegde miljoen aan bezit van een multi- miljonair bedraagt veel minder dan 100 euro extra voor een minimumloner. En de laagste inkomensklassen spenderen hun besteedbaar inkomen volledig aan consumptie. En zo’n hogere consumptie leidt tot hogere omzetten voor bedrijven. En dat vertaalt zich door het zogenaamde multiplier-effect dan weer in een hoger groeicijfer van de economie.
Zodra er een maatschappelijk draagvlak ontstaat voor de idee van limitering, zal zich dat gaan vertalen in een politieke koers, die de overheid dwingt om daar beleid op te maken. Dat beleid moet erop gericht zijn om, bijvoorbeeld op een termijn van dertig jaar, de gewenste limitering te effectueren. Een eerste stap zou kunnen zijn om aan vermogens, die het grensbedrag van 1 miljard euro overtreffen, een extra heffing van 10 procent op te leggen. Dat grensbedrag zou in dertig stapjes verlaagd kunnen worden naar 50 miljoen. Ook zouden verkrijgingen door schenking of vererving boven de 10 miljoen euro per persoon met 50 procent, oplopend tot maximaal 90 procent, belast kunnen worden. De enige uitzondering daarop zou de overdracht van familie- ondernemingen kunnen zijn, mits in die ondernemingen geen rare belastingconstructies in het verleden zijn toegepast.
Na decennialang neoliberalisme zijn we aanbeland in een permanente financiële crisis, waarbij de bestaanszekerheid van het overgrote deel van ons land, maar ook van de hele wereld, vanwege aanhoudende bezuinigingen op de overheidsuitgaven, zwaar onder druk staat. En als ecologen en klimaatdeskundigen gelijk krijgen, gaan de overheidsuitgaven in de toekomst nog veel meer omhoog omdat alle milieuschade, die datzelfde neoliberalisme zolang genegeerd heeft, toch een keer hersteld moet worden. En dat de kosten daarvoor vooral gelegd worden op de schouders van diegenen die daar het meest van geprofiteerd hebben is volkomen terecht.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.