
Men werkt ín een fabriekshal en op een trein. Staat op de vloer en in een winkel. Merkwaardig hoe het besef van zo’n taalkundige regel je zomaar kan overvallen als een treinconducteur zijn passagiers begroet namens hemzelf “..en zijn collega’s óp de trein”.
Wij werken in winkels, op kantoren, in vliegtuigen, op bouwplaatsen, in mijnen en óp treinen. Wonen op Zuid en in West. Op Scheveningen en in Den Haag.
We dobbelen een potje en schaken een partijtje. Drinken een pot bier en een glas wijn, of drinken een ‘glaasje’ waarmee we een feitelijk excessief drankgelag duiden. Dat verkleinende “..je” of “..tje” vergoeilijkt veel misbruik.
‘Op kamers wonen’ betekent natuurlijk ín-een-kamer wonen, alleen geeft die toevoeging ‘op’ aan dat het geen kamer in eigen huis betreft. Thuis woont men uitsluitend ín kamers ook al zijn die eventueel gelegen óp zolders.
Tenslotte houden wij een aquarium en hebben een hobby. In onze prachtige Nederlandsche taal loopt ons hele hebben en houwen op een buitengewoon verwarrende, doch amusante wijze door elkaar.
Waar heel Nederland elkaar ontmoet is in elk geval dat broederlijk, dagelijkse ritueel van ‘een kop koffie drinken’. Ook; “Een koffietje, bakkie, bakske..” danwel “taske doen..” . Spreekt men echter van “Een bakkie pleur” dan is het feest in ‘t Haagje óf….in Rotjeknor.
Daar was eens een agent van politie die samen met een straatboeffie zaken ging doen. Ze begonnen een bedrijf samen en het werd nog een ongehoord succes ook! Beslist geen aanhef van een flauwe mop en al helemaal niet van een sprookje. Immers met de woorden van de grote dichter Deelder: daarvoor is Rotterdam natuurlijk “..veels te ècht”.
Er zijn van die onmogelijke projecten die men alleen maar kan toejuichen bij het slagen ervan. Inmiddels platgetreden paden als ‘Perspectief’, ‘Impact’, ‘Duurzaam’ en ‘Sociaal maatschappelijk relevant’ dient men daarbij eigenlijk te vermijden. Te vaak gebruikt en daardoor inhoudsloos. Maar het Rotterdamse ‘Heilige Boontjes’ is dat dus allemaal wél. En veel meer. Én dat al tien jaar!
Niemand zal de ironie ontgaan bij de vaststelling dat dit project is gevestigd in een voormalig politie-bureau. De koffie branden ze in de oude meldkamer, borrelen kan in vergaderruimte ‘Plaats delict’ en een tafel midden in de zaak is gemaaktvan een oude cel-deur (mét luikje)!
Rodney van den Hengel en Marco den Dunnen zetten een standaard waar de rest van Nederland ongetwijfeld zeer snel op zal doorzetten. In een koffienotendop: Laat kansarme jongens en meisjes toe in een leer-werkconstructie, vermomd als hippe koffietent en laat ze zichzelf hervinden. Voelen dat ze wat waard zijn, wat kúnnen, ook al begon dat bestaan soms met een flinke achterstand.
Feitelijk nog veel inhoudelijker dan dat, jongeren van ‘langs het randje’ formeren zich als ‘Heilige Boontjes’ in een voormalig politiebureau waar ze leren (samen-)werken, hun tijd nuttig besteden, socialiseren en ook nog eens hartstikke succesvol in een (koffie-)horeca-bedrijf functioneren.
De achterliggende gedachte is daar letterlijk een voelbare ervaring. Goedlachse ervaren krachten, bedeesde beginners, eigenzinnige trotse gastheren-/-vrouwen, allen laten de gast voelen: Dit-is-ons-clubhuis. Wij zijn blij met u en trots op onszelf. Met een randje, zoals het echte leven ook is ingericht.
Marketeers zouden hier het liefst Win-win-win-win uitroepen. In het nuchtere Rotterdam spreekt mede-initiatiefnemer Rodney van den Hengel van: “Collega’s..” die “..werken als een hecht team” en “..die elkaar omhoog trekken. Hier zijn de rollen niet strikt verdeeld. Van assistent bedrijfsleider tot runner, iedereen heeft verantwoordelijkheid en draagt bij aan het gezamenlijke doel”.
De goede verstaander proeft die toewijding natuurlijk terug in elk bakkie pleur.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.