
Tien jaar geleden schreef Jan Terlouw het boekje Kop uit ’t zand, met als overkoepelend thema de klimaatverandering. Hij beschrijft daarin hoe een milieuactivist zich met benzine overgoot en zichzelf in brand stak om aandacht te vragen voor zijn boodschap: dat we veel meer moeten doen om de gevolgen van klimaatverandering te beperken. De man had vooraf e‑mails gestuurd waarin hij zijn daad verklaarde: ‘Ik kies, in navolging van Jan Palach in september 1969 in Praag, het enige middel om aandacht te krijgen. Rampen bedreigen de aarde. Als we niet ingrijpen, gaat dat miljoenen doden kosten. Misschien kan ik vele levens sparen door het mijne te beëindigen.’ Niemand had naar hem geluisterd, waardoor hij het ultieme offer bracht: zijn leven.
Onlangs zag ik een documentaire over Bobby Sands, die in 1981 overleed na een hongerstaking. Jan Palach en Bobby Sands gaven hun leven vanuit de overtuiging dat hun dood iets in beweging zou zetten.
Milieuactivist Arie Minderhout is een fictief personage in Terlouws boekje, maar ook hij verliest zijn leven en wel door zichzelf in brand te steken. Ondertussen gaan in de werkelijkheid talloze bossen in vlammen op. In Frankrijk, Spanje en Griekenland, en inmiddels ook in Limburg. Daar wordt al dagenlang geprobeerd het vuur onder controle te krijgen. Een vierkante kilometer bos is al in rook opgegaan. Het vuur lijkt steeds dichterbij te komen. Wanneer worden wij geconfronteerd met het vuur?
Door de droogte zie ik het overal om mij heen: bermen met gras dat zo geoogst kan worden als hooi. Eén weggegooide sigarettenpeuk kan genoeg zijn om een brand te veroorzaken. Ik zie bomen die er dood bij staan, klaar om als brandhout te dienen. Andere bomen hebben hangende takken, alsof ze smachten naar water. Blijkbaar bereikt het wortelstelsel het grondwater niet meer. Droogte alom. Boeren klagen dat de aardappelen door de droogte te klein blijven. (Enkele jaren geleden klaagden ze juist over te veel regenwater, waardoor de oogst tegenviel omdat de piepers te lang in het water hadden gestaan.)
Terlouw waarschuwt in zijn boekje voor de gevolgen van klimaatverandering. Hij schrijft over een ‘zware’ zomer: ‘Zeventien dagen lang was het kwik boven de veertig graden gekomen. Het was al de derde maal in de laatste zes jaar dat er in de zomermaanden een hittegolf was geweest, maar de temperatuur dit jaar sloeg alles.’ Het gevolg: zo’n honderdduizend oude mensen overleden in Europa. Mislukte oogsten. Later dat jaar een noordwesterstorm met windkracht 12 die over Nederland joeg, terwijl het ook springvloed was. Doorgebroken dijken, overstroomd land. Zevenentachtig slachtoffers in Nederland; in Engeland nog veel meer. Ondanks alle symptomen van klimaatverandering weigerden politici hun kop uit het zand te halen. Terlouw verwijt hen struisvogelpolitiek.
Terlouw heeft zelf nooit echt op de barricaden gestaan, maar was juist ook een onderdeel van diezelfde struisvogelpolitiek. In een biografie over hem staat een veelzeggend moment. Terlouw werd in een radioprogramma geïnterviewd door Coen Verbraak, die hem vroeg: ‘Hadden we de energiemarkt destijds eigenlijk wel moeten privatiseren?’ Terlouw antwoordde resoluut dat we dat niet hadden moeten doen. Verbraak confronteerde hem vervolgens met zijn stemverleden: ‘Maar daar hebt u wel vóór gestemd!’ Terlouw kon het bijna niet geloven. Met de kennis van nu (de titel van het radioprogramma) had hij zeker tegengestemd. Hieruit blijkt dat zijn handelen soms tweeslachtig was: hij voegde niet altijd de daad bij het woord.
Als D66 politicus werkte Terlouw mee aan de neoliberalisering van Nederland, een ontwikkeling die volgens critici één van de onderliggende oorzaken is van de huidige milieuproblematiek, samen met het wereldwijde, ongebreidelde kapitalisme.
Met Rob Jetten als D66’er aan het roer is het neoliberale element stevig verankerd in het landelijke beleid.