
Geopolitiek is Europa een noodzaak, maar politiek blijft het een zootje. Die spreidstand wordt onhoudbaar.
Een stabiele staat bestond volgens de Britse politieke denker en grondlegger van The Economist Walter Bagehot (1826-77) uit twee delen: een ‘eerbiedwaardig’ en een ‘efficiënt’ gedeelte. Het eerste, in de Britse traditie natuurlijk het koningshuis, moet de mensen emotioneel aan de politiek binden en haalt zijn gezag uit de geschiedenis. Het andere deel moet zorgen dat de boel ook daadwerkelijk draait, en vindt zijn bestaansreden in dagdagelijkse resultaten.
Het gaat verkeerd als die twee rollen verward raken: als het eerbare deel denkt te kunnen besturen, of als de bestuurlijke instellingen hun legitimiteit overschatten.
Dat verklaart waarom Europa het ‘geassocieerde lidmaatschap’ van Canada zo verkeerd heeft aangepakt.
Dubbeldemocratie
In de Europese Unie is de rolverdeling historisch zo gegroeid: enerzijds is ‘Europa’ een internationale organisatie, waar achtenswaardige regeringsleiders om de tafel gaan zitten zonder hun macht af te staan — vormgegeven in de Europese Raad. Anderzijds is het in toenemende mate een federatie, die macht uitoefent namens de lidstaten — met aan het hoofd de Europese Commissie. Op de laatste terreinen spreekt Europa uit zichzelf met één stem, pakweg handel of landbouw. Op de eerste is Europa maar zo sterk als de zwakste schakel, bijvoorbeeld als het om maatregelen tegen Israël gaat. En rond de grote tafel zit ‘onze’ Rob Jetten, lekker herkenbaar. Maar in de Commissie zit Wopke Hoekstra als Europees bestuurder, een beetje onzichtbaar want uitdrukkelijk niét als vertegenwoordiger van Nederland.
Politieke schizofrenie is dan nooit veraf: iedereen is vóór Europa als ‘wij’ ons samen sterk tonen, bijvoorbeeld als Trump hij het International Strafhof aanvalt, maar niemand wil dat ‘zij’ daar in Brussel over ons beslissen. Alsof je vrijblijvend én solide kan zijn.
Onder de huidige geopolitieke druk wordt dat onhoudbaar. De geschiedenis leert: bij elke uitbreiding van landen en bevoegdheden wordt Europa minder een internationale organisatie, en gaat het meer op een echte regering lijken. We zijn internationaal immers slechts zo aantrekkelijk — of waar nodig, zo afschrikwekkend — als we intern verenigd zijn. Want je kan niet met zevenentwintig of meer gelijkwaardige leiders een heldere lijn uitzetten.
Dat wil Den Haag niet graag horen. Maar ook Brussel heeft het niet graag gezegd. Want daar zien sommigen hun macht graag toenemen zonder de controle erop uit te diepen. Zo werkt het niet.
Institutionele overmoed
We moeten het maar eens over Ursula von der Leyen hebben. Over haar efficiëntie als Commissievoorzitter is veel goeds te zeggen. Van geneesmiddelen tot defensieaankopen, van Oekraïne tot Groenland, Europa heeft de voorbije jaren enorm aan belang gewonnen en de boiler room van de Commissie heeft daarin een belangrijk aandeel. Het probleem is dat de Berlaymont steeds meer een black box geworden is, waarvan niemand weet hoe beslissingen genomen worden. Von der Leyen is gaan denken dat macht ook automatisch gezag inhoudt.
Met haar idee Canada een vorm van ‘geassocieerd’ lidmaatschap aan te bieden, wou ze een symbolisch groot gebaar stellen tegenover haar gast bij de State of the Union, Mark Carney — presidenten onder elkaar. Maar de beslissing wie al dan niet lid wordt, laat staan over het zelfverzonnen geassocieerde lidmaatschap, ligt helemaal niet bij de Commissievoorzitter. Die heeft niet de macht om zo’n beslissing door te duwen, en heeft daar ook de legitimiteit niet voor. Heeft Ursula von der Leyen haar aanbod aan de Canadezen vooraf doorgepraat met de lidstaten, die daar wel over gaan? Zelfs maar met haar Commissarissen, die in theorie allemaal op dezelfde hoogte staan? We zouden het Wopke Hoekstra moeten vragen. Een aantal regeringen voelt zich in elk geval in het pak genaaid, en heeft nu het spectaculaire aanbod alweer ingetrokken. Een veelzeggende own goal.
De Italiaanse Europakenner Nathalie Tocci waarschuwde onlangs dat de Commissie zichzelf onmogelijk maakt, net nu Europa vooruit moet: ‘In her years at the helm of the commission Von der Leyen has grown a reputation for centralising power and overstepping boundaries, irking other EU officials in Brussels as well as European capitals... It would be tragic if European governments ended up killing off a set of good ideas because of Europe’s institutional turf wars.’ De tegenzin tegen noodzakelijke geopolitieke integratie wordt groter, als politici het gevoel krijgen dat ze daarmee thuis macht afstaan zonder aan de andere kant slagkracht en inspraak te winnen. Geef ze eens ongelijk.
Het is vooral voor pro-Europeanen een probleem. Want een sterkere Europese Commissie krijg je niet door de democratische werking daarvan te verdrinken in een nep-presidentieel systeem. Europa heeft een regering nodig, die intern als een echte coalitie opereert en op de resultaten wordt afgerekend door het Parlement en nationale partners, transparant naar pers en burgers toe. Met loyaliteit van de lidstaten en bescheidenheid in de Berlaymont. Zoals Bagehot leerde: elk met zijn — of haar — rol.