
"Daar luister je toch niet naar?" reageert een vriendin verbouwereerd. Ik vertel net dat ik regelmatig de podcast van Joe Rogan beluister.
"Ugh, dat soort mannen…"
"Ik kijk zelfs weleens naar filmpjes van Andrew Tate," zeg ik gekscherend, als tegenreactie. Ze kijkt me glazig aan. "Dat moet je echt niet doen!" roept ze. "Straks houd je er net zulke denkbeelden op na..."
"Ik verdiep mij graag in mensen met wie ik het niet eens ben," leg ik uit. Ze schudt vol ongeloof haar hoofd. "Je spekt de manosfeer," mompelt ze gefrustreerd. De vriendin is een progressieve, intelligente vrouw. En ik voel mij inmiddels afglijden langs haar progressieve lat.
"Ik vind het belangrijk om naar de bron te gaan, voordat ik een standpunt inneem. Die extra views zijn helaas collateral damage," zeg ik. "Onze bubbels zijn veel te comfortabel geworden."
Het is even stil.
"Nou, ik weet echt wel waar ik het over heb; dit type man is een gevaar voor de positie van de vrouw," reageert ze fel.
Het laat ook mij niet koud. "Ik vind Tate doodeng, maar het feit dat je Joe Rogan – iemand die simpelweg een podium biedt aan alles en iedereen – ongezouten onder dezelfde noemer schaart, bewijst mijn punt, niet?"
Het gesprek is typerend voor onze huidige tijdsgeest. Context en nuancering zijn ondergeschikt aan de heersende moraal. We framen naar hartenlust, maar weten we eigenlijk nog wel wie de door ons bestempelde 'vijanden' zijn? Of is de andere partij onze kritische blik niet meer waard, en gedijen we nu eenmaal erg goed bij de gratie van het voorgekauwde narratief?
Dat Andrew Tate een misogyn fenomeen is, neemt niet weg dat ik uit zijn mond wil horen waarom dit zo is. En het feit dat ik mij totaal niet kan vinden in het manosfeer-gedachtegoed, weerhoudt mij er niet van om me te verdiepen in de psychologische drijfveren. En Joe Rogan? Hij is pro-choice (voor abortusrecht), steunt het homohuwelijk en zegt zich te bevinden in het midden van het politieke spectrum.
Het algoritme dicteert. Door echter te onderzoeken wat er leeft bij mensen met wie ik het niet eens ben, doorbreek ik mijn eigen echokamer. Deze nuancering op mijn tijdlijn doet me regelmatig realiseren dat ook ik misschien wat water bij de politieke wijn kan doen. Of onderstreept juist pijnlijk waarom ik me niet kan vinden in andermans overtuiging. In ieder geval schetst het een menselijker en genuanceerder beeld dan de sensationalistische koppen op schreeuwerige sociale mediaplatformen.
Daar wringt de schoen. In een tijd waarin we gewend zijn geraakt aan eenzijdige, hapklare digitale brokken, verliezen we objectiviteit en redelijkheid uit het oog.
En wat er kan gebeuren als we weigeren het debat aan te gaan? Als we onze 'vijanden' ontmenselijken en alle nuancering en kritisch denkvermogen achterwege laten? Dan schieten we ze in het ergste geval dood.
"Some hate can't be negotiated out," schreef Tyler Robinson in een tekstbericht, voordat hij Charlie Kirk in 2025 doodschoot op het universiteitsterrein. Beiden een product van de cultuur van het rotsvaste eigen gelijk.