Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Hoe een manifest van de Federatie Vruchtgroente Organisaties de Nederlandse boeren voor de bus gooit

Vandaag
leestijd 6 minuten
205 keer bekeken
ANP-313012223

Minder boeren, veel meer technologie en meer opbrengsten?

De eerste duurzame generatie”, het recente manifest van onder andere de Federatie van Vruchtgroente Organisaties over landbouw en natuur trekt zich van de fundamentele spanningen in de wereld niets aan. Terwijl de meeste mensen beseffen dat de klimaatcrisis, de enorme afname biodiversiteit, de geopolitieke spanningen en de afbraak van de internationale rechtsorde grote uitdagingen zijn voor landbouwondernemingen; hier: business as usual. Aangevuurd door het optimistische rapport over de gemiddelde toestand in de wereld over armoede, klimaat, opleiding, en voedsel, van Hannah Ritchie, World in Data, neemt dit manifest vredige internationale handel, technologie en efficiëntie als uitgangspunt en wijst het ecologie af. Met minder boeren zullen de opbrengsten stijgen en zal de natuur meer ruimte krijgen.

Op de eerste pagina van het manifest gaan de schrijvers er met gestrekt been in en veroordelen meteen ‘ecologen’: bij hen “lijkt er slechts één pad te zijn: …soberheid, een leven in harmonie met de natuur en een mensheid die meer vernietigt…” Vervolgens maakt het manifest een hele ongenuanceerde tweedeling tussen ecologie en technologie, en kiest expliciet voor het laatste. Het manifest wil met kunstmest hoogproductieve landbouw efficiënter maken en schuift ecologie terzijde.

De eerste pijler van het manifest is de feitenstudie van Ritchie, die laat zien dat de wereld nu veel beter af is dan 200 jaar geleden! Vroeger enorme kindersterfte, overal honger, lage geletterdheid, nauwelijks democratie. Volgens het manifest is technologie de belangrijkste determinant van die belangrijke trends: minder honger en armoede, meer democratieën, meer geletterdheid. De boodschap is duidelijk: Nu moeten we planeet en mens laten floreren door met technologieën veel te produceren met weinig middelen en de natuur aan zichzelf over te laten. De uitvinding van kunstmest is daarbij een goed voorbeeld: het maakte boeren onafhankelijk van de natuur. In de toekomst kan door veel minder boeren veel meer voedsel worden geproduceerd (p. 8).

Hier wil ik even pas op de plaats maken, want waar blijft in de studie van Ritchie de algemeen geaccepteerde overschrijding van de zeven planetaire grenzen, zoals klimaat, schoon water en biodiversiteit, zoals door het Stockholm Resilience Centre omschreven? Ritchie behandelt nergens de over iedereen heen denderende cascade van crises, waarbij de ene plotsklapse disruptie de andere versterkt. Nederland volgestouwd met 60% landbouwgrond heeft hierbij als afvoerputje van Europa een speciale plaats. Immers Nederland scoort steeds het laagst ten opzichte van de gemiddelde cijfers die Ritchie geeft. Dus wordt in het manifest ‘vergeten’ dat Nederland niet een gemiddeld land is en eigenlijk bij alle indexen van klimaatuitstoot, watervervuiling en biodiversiteitsverlies onderaan hangt, en vanwege hoge export- en importcijfers hogelijk afhankelijk is van een niet meer aanwezige goed lopende, vreedzame, internationale rechtsorde. Ik noem maar eens wat: Nederland zit nu al met een toename van 2,5 C ten opzichte van 1901; in tegenstelling tot wat vroeger werd gedacht zijn grote overstromingen aan de oostkant net zo waarschijnlijk als aan de westkant, zegt het PBL (PBL, Nederland staat voor lastige keuzes). PFAS is overal aanwezig en het oppervlakte- en grondwater en de bodem zijn cruciaal verontreinigd. Ritchie (p. 10) geeft een lange lijst van de zoogdieren die weer toenemen en van bossen die groeien. Maar de Nederlandse Grijze zeehond, nr 3 op haar lijst, neemt juist af. Ook ontbossing neemt toe, en bomen en sloten verdwijnen in rap tempo laten WWF en een gedegen studie van FTM en Volkskrant zien. 80% van de Nederlandse landbouw wordt geëxporteerd en die landbouw is weer afhankelijk voor 80% van elders.

Dus inderdaad, wereldwijd dalen de kindersterftecijfers, de honger neemt af, de geletterdheid neemt toe (ook in tijden van iPhones?), maar de kosten zijn enorm: zeven van de negen planetaire grenzen zijn stevig overschreden: vergeleken met 100 jaar geleden zijn er nog maar 30% van dieren en planten soorten over, is de CO2-uitstoot verdubbeld, en is het aantal democratische landen afgenomen. Ondervoeding (zoals obesitas) neemt toe. Bovendien, en dat maakt deze negatieve impact nog veel schrijnender, de rijkste landen waarin 15% van de wereldbevolking leeft, produceren ongeveer voor 40% van deze ecologische overschrijdingen. De armste landen, 40%, produceren slechts 4% van de overschrijdingen.

Terug naar het manifest. De tweede pijler van het manifest is de oude liberale gedachte van Adam Smith dat de open wereld de vrije markt, ontwikkeling, vrede en welvaart teweegbrengt (p. 16). Vrije handel is de motor van ontwikkeling, en werkt vooral als landen alleen dat produceren waar ze goed in zijn en de rest op de wereldmarkt inkopen. Specialisatie geeft comparatief voordeel, voordeel ten opzichte van andere landen zodat exporteurs beter kunnen onderhandelen over producten die ze ook nodig hebben. Vrije handel levert vredige contacten en goede relaties met alle landen. Daarmee wordt lokale productie afgewezen, want autarkie is dood in de pot en sluit iedereen op in een regio.

Opnieuw even pas op de plaats: Nederland zit nu in een derde wereldoorlog. Vredige internationale handel is over. Hoe robuust ben je als land als je voor basale levensmiddelen alleen tomaten, bloembollen en paprika maakt, je specialiseert en voor al het andere afhankelijk bent van andere landen? Dit soort efficiëntie werkt van geen kanten. De oorlogen in de wereld, met verregaande impacts door plotselinge disrupties, zoals energiebreuk, tekorten aan medicijnen bij pandemieën, de klimaat- en biodiversiteitsramp, wateroverlast of juist tekort, plotselinge geopolitieke breuken vereisen een robuust, weerbaar (resilient) landbouwsysteem. Exporteurs kunnen niet meer rekenen op vrije wereldhandel en markt (zoals in de brochure), maar op stevige plotselinge internationale veranderingen.

De derde pijler is het idee dat technologie ons bevrijdt, angst is onnodig, voorzorg en gevolgen inschatten is niet nodig, nu: daadkracht, durf! Het gaat altijd goed met technologie. Betaalbaarheid gegarandeerd. Als voorbeeld wordt de energietransitie gegeven, de enige die echt lukt, maar, denk ik dan, door de verregaande decentralisatie. En zijn het niet juist de problemen van ongestuurde technologische ontwikkeling waardoor voorzorg geboden is? De cascade van crises kan men toch niet oplossen met de middelen die de crisis veroorzaken? Is de angst voor technologie niet terecht als je denkt aan AI, digitalisering, verlies van privacy en monitoring door overheid en bedrijfsleven? En leidt minder boeren en meer technologie niet tot opschaling van monoculturen en daardoor tot minder biodiversiteit en bodemdegradatie?

In de concluderende pagina’s wordt ten eerste in het manifest een lans gebroken voor een scherpe scheiding tussen natuur en landbouw via zonering. De landbouw moet dan intensief voor de export op de beste gronden plaatsvinden en voor de Nederlanders zijn dan andere, natuurvriendelijkere vormen van landbouw op de slechtste gronden. Alleen zo kan de welvaart blijven groeien. Ten slotte krijgt ook natuur een aparte zone. Dit idee om Nederland op te delen in drie componenten is een bekend ecomodernistisch ideaal: land intensief gebruiken om land te sparen. Ten tweede wordt gesteld dat economische groei al ontkoppeld is van ecologische vernietiging en dat die ontkoppeling door zal gaan (p. 22). Groei van welvaart (p. 22) is al bezig en niet in strijd met duurzaamheid. Groene groei kan al geconstateerd worden!

Opnieuw, kloppen deze conclusies wel? Tegen zonering pleit dat veel Nederlandse dieren en planten leven (leefden) in gewone landbouwgebieden, niet in de vrije natuur of cultuurlandschappen. Zonering maakt landschappen kapot. Moet Nederland niet juist eerst beginnen met landschapsverbetering van de regio’s en dan pas aangeven welke typen landbouw daarbij passen en daar hoort natuurlijk welzijn bij, niet alleen welvaart. Merkwaardig is natuurlijk ook dat de beste gronden met de beste voeding bestemd moeten worden voor de export. Daarnaast is duidelijk dat de loskoppeling van economische groei en duurzaamheid (gedefinieerd als aantasting van de 9 planetaire grenzen) nergens gelukt is. Alleen tijdens de wereldoorlogen vond er een tijdelijke loskoppeling plaats, die echter niet de al bestaande overschrijding van planetaire grenzen goed maakte (Fanning en Daworth). Dus inderdaad: een manifest van de VGO dat alle ecologische problemen wegwuift, inzet op ongebreidelde technologie en pleit voor minder boeren: dat is schieten in de eigen voet.

Wat zou rekening houden met planetaire grenzen en instabiele, vijandige internationale verhoudingen dan moeten betekenen voor een toekomstig bestendige landbouw? Hoe ziet een robuuste, in plaats van een efficiënte landbouw eruit? Hier alleen kort een paar aanduidingen. In de eerste plaats meer stimulansen voor een grote diversiteit van voedselproductie (gewassen, ecosystemen). Dus meer boeren en minder vee. In de tweede plaats niet alle kaarten zetten op export en vrije wereldhandel maar zo veel mogelijk op lokale productie gericht op de regio. In de derde plaats, meer aandacht voor reservecapaciteit van bijvoorbeeld alternatieve gewassen en voor conservering van voeding. In de vierde plaats, robuuste landbouw zal altijd een plan B moeten hebben zoals kassen. In de vijfde plaats dienen sectoren als landbouw, zorg, onderwijs en bestuur zodanig gecompartementaliseerd te zijn, dat als een onderdeel inklapt, een ander onderdeel door kan blijven gaan. Ten slotte, maar niet onbelangrijk, sociale waarden als inclusie en solidariteit vooropstellen, zodat het sociale kapitaal van iedereen tot uitdrukking kan komen.

Delen:

Reacties (0)

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA wij zijn voor