Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Hoe activisten de bevrijding van Angola op de agenda zetten

08-01-2026
leestijd 4 minuten
655 keer bekeken
angolakoffie

De wereldwinkels die eind 1969 opgericht werden met als doel klanten te vertellen wat de werkelijke oorzaak van armoede en honger was, kregen al gauw te maken met landensolidariteitscomités die hun vroegen hun landelijke acties te steunen, actiemateriaal te verspreiden en mensen op te roepen zich aan te sluiten bij demonstraties; kortom de actie van een landencomité te promoten. Wereldwinkels werden zo een belangrijke actie-achterban van landencomités. Een zeer belangrijke actie was de landelijke campagne van het Angolacomité waarbij wereldwinkels een belangrijke rol speelden.

Begin jaren ’60 waren praktisch alle koloniën juridisch onafhankelijk geworden. Alleen Portugal bleef halsstarrig vasthouden aan zijn vergane roem. Dit tot onvrede van de Angolese bevolking die in 1961 in opstand kwam. Naar aanleiding van die opstand richtte een aantal mensen, waaronder Sietse Bosgra, een comité op dat in eerste instantie vooral informatie wilde verspreiden over dit land. Dit was zeker nodig, want veel wist de Nederlandse bevolking (inclusief overheid en politici) niet van Angola en zover men al iets wist of vermoedde, stond men achter Portugal. Zelfs de PvdA tolereerde het koloniale beleid van Portugal.

Portugal was de hoeksteen van de NAVO. De KVP (katholieke Volkspartij) steunde het sociale systeem van dat land, het zogeheten corporatisme. De minister van buitenlandse zaken Luns tenslotte woonde tussen 1940 en 1945 in dat land en noemde dictator Salazar een wijs en sociaal bewogen mens. Het Angolacomité moest dus tegen de publieke opinie opboksen en dat deed ze dan ook middels opzienbarende acties. De meest sensationele actie was het verstoren van de NAVO-taptoe in het Amsterdamse stadion op 5 juli 1963. Op het moment dat de Portugese militaire kapel kwam aanmarcheren, sprongen Angola-activisten over de omheining, gingen languit voor de aanmarcherende soldaten liggen en strooiden knikkers. De demonstranten werden met zeer harde hand door de politie weggeslagen. Zowel de actie van het comité als het harde optreden van de politie was dagenlang het gesprek onder Amsterdammers. Amsterdam was nog niet vergeten hoe veel politieagenten tijdens de oorlog willige helpers werden bij het ophalen van joden. Maar al met al, het koloniale beleid ten aanzien van Angola stond nu duidelijk op de agenda en via allerlei acties, petities en demonstraties werd de kennis hierover verder verspreid. 

De boycot van Angolese koffie
In 1972 achtte het comité de tijd rijp voor een grote landelijke campagne. Dat werd de actie ‘Boycot koffie uit Angola’; de winst gemaakt uit de verkoop werd gebruikt voor het kopen van wapens die gebruikt werden tegen de bevolking en daarom moesten Nederlanders geen Angolese koffie meer kopen en winkels mochten het niet meer aanbieden. Grote bedrijven zoals Albert Heijn en De Gruyter stemden al in met stopzetting nog voor de actie begon. Douwe Egberts, toen nog een patriarchaal familiebedrijf, was woedend over de bemoeienis van jongens uit de grote stad met hun bedrijf: “mijn grootvader, overgrootvader en nog verder terug hebben het bedrijf geleid, en dan zouden die jongens uit de stad ons even vertellen wat we moeten doen!? NOOIT!” Toen echter uit een enquête bleek dat ook een groot deel van hun klanten het op prijs zou stellen als D.E. deze koffie niet meer importeerde, ging het bedrijf om.

Nu alle winkels in het land nog. Zeker 400 lokale groepen, waarvan de helft wereldwinkels, bezochten kruideniers, melkboeren en kleine supermarkten en eisten beleefd en soms lastig dat zij stopten met Angola koffie. Zelf stond ik met enkele kameraden voor een filiaal van de SPAR met borden met ‘Weg met Angola koffie!’ en ‘Angola koffie is moord!’. De filiaalhouder was nieuwsgierig maar kon alleen de achterkant van het bord zien. Aardig als hij was, kwam hij ons een kop koffie brengen: Angola-koffie. Nou ja, zoveel aardigheid daar kan je niet tegenop, dus zijn we naar een andere winkel gegaan. De actie liep geweldig. De ene na de andere winkel was, na een kort of lang gesprek, bereid te stoppen.

Albert Heijn had in de gaten dat, mede door het succes, het eerste vuur uit de actie was verdwenen. Zij dacht haar kans waar te maken, herstelde de invoer van Angola koffie en rechtvaardigde haar besluit, aangemoedigd door De Telegraaf, met grote advertenties met de tekst: ‘Angola koffie, een vrije keus voor vrije mensen’. Maar zij had de actiebereidheid van het comité en de lokale groepen onderschat. Zeker 500 lokale groepen, waaronder 220 wereldwinkels, riepen nu op om Albert Heijn in zijn geheel te boycotten. Via pamfletuitdeling en het aanspreken van klanten lieten zij duidelijk weten wat zij van deze onbetrouwbare winkelketen vonden. Op 12 oktober 1973 liet Albert Heijn weten met de import van Angola koffie te stoppen. 

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor