
Vrijheid is een kostbaar woord. Maar juist omdat het zo kostbaar is, verdient het bescherming, tegen zij die het misbruiken om er een heel andere boodschap mee te verpakken. Dat gebeurt nu, aan beide kanten van de Atlantische Oceaan.
Het nieuwe kabinet introduceert de 'vrijheidsbijdrage': een extra financiële last voor de gewone burger, gepresenteerd als noodzaak in het licht van buitenlandse druk. Tegelijkertijd beroept Donald Trump zich voortdurend op 'vrijheid van meningsuiting', een principe dat hij inzet om elke beperking op zijn eigen uitspraken van de hand te wijzen. In beide gevallen wordt het woord vrijheid ingezet als politiek schild, om beleid door te drukken of kritiek te neutraliseren.
De NAVO-norm: waar is die 5% op gebaseerd?
Trump heeft de NAVO-landen opgeroepen hun defensie-uitgaven op te voeren naar 5% van het bruto binnenlands product. Mark Rutte heeft die eis omarmd en Trump er publiekelijk voor geprezen. Maar de onderbouwing voor dit specifieke percentage ontbreekt grotendeels. Er is geen militaire risicoanalyse die verklaart waarom 5% nodig zou zijn en niet 3% of 4%. Het is niet anders dan een politiek getal.
Dat is relevant, want de kosten worden afgewenteld op de Nederlandse burger, zonder dat duidelijk is wat precies het doel is en of dit doel met dit bedrag realistisch te bereiken is. Bovendien geldt voor 3,5% van die 5% de voorwaarde dat het aan wapeninkopen wordt besteed, bij voorkeur in de Verenigde Staten. De resterende 1,5% mag ruimer worden ingezet. Met andere woorden: een aanzienlijk deel van de 'vrijheidsbijdrage' is in de praktijk een exportsubsidie voor de Amerikaanse wapenindustrie.
Wie betaalt de rekening?
De keuzes die het kabinet maakt om de extra defensie-uitgaven te financieren, zijn niet politiek neutraal. De lasten worden in overgrote mate neergelegd bij mensen met middeninkomens en mensen die afhankelijk zijn van publieke voorzieningen. Een greep uit de plannen:
Het verplichte eigen risico in de zorgverzekering stijgt naar circa 460 euro per jaar vanaf 2027. Dat betekent dat mensen meer zorgkosten zelf moeten dragen voordat de verzekering bijspringt, een directe aanslag op het besteedbaar inkomen van mensen die zorg nodig hebben.Dat voelt niet als ‘rust in de portomonee’.
Daarnaast worden bepaalde vergoedingen uit het basispakket geschrapt of beperkt. Zorg of hulpmiddelen die nu nog worden vergoed, worden straks een eigen uitgave.
Huishoudelijke hulp en ondersteuning in de buurt worden minder vanzelfsprekend en kunnen voor mensen met een middeninkomen een nieuwe kostenpost worden.
De WW-uitkering wordt verkort van twee jaar naar maximaal één jaar. In de eerste maanden geldt tijdelijk een hoger uitkeringspercentage, maar daarna valt de uitkering eerder weg dan nu het geval is. Dit raakt in het bijzonder oudere werknemers, die ondanks een krappe arbeidsmarkt aantoonbaar moeilijker aan nieuw werk komen.
Opvallend is wat er níét wordt gevraagd van de sterkste schouders. De keuze om de lasten niet structureel bij hogere inkomens of vermogens neer te leggen, is een politieke keuze. Die keuze verdient een eerlijk debat, zonder het rookgordijn van een begrip als vrijheid.
Het woord zelf
Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht met een lange juridische en democratische geschiedenis. Het beschermt burgers tegen censuur door de overheid, het is geen vrijbrief voor onbeperkt kwetsen, ophitsen of desinformatie verspreiden. Wie het begrip zo uitholt dat het elke kritiek op eigen uitspraken moet pareren, ondermijnt juist de waarde ervan.
Hetzelfde geldt voor 'vrijheidsbijdrage' als etiket voor een bezuinigingspakket. Woorden die hoop en zelfbeschikking oproepen, verdienen zorgvuldig gebruik. Als ze worden ingezet om onpopulaire maatregelen acceptabeler te maken, verliezen ze hun betekenis en daarmee hun kracht.
Vrijheid is kostbaar. Laten we zuinig zijn op het woord. Want alles begint met woorden.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.