
Na de recente verkiezingsoverwinning van het extreemrechtse AfD in Oost-Duitsland spoelde een bekende golf van duiding door de Nederlandse media. Als de storm opsteekt, reageren onze experts en columnisten met een gehaaste reflex. Ik bezag het schouwspel ditmaal in rust. En de conclusie is teleurstellend: ons intellectuele debat blijft gevangen op veilige, geïsoleerde intellectuele eilanden. Men bekijkt markante gebeurtenissen niet met open vizier, maar vanuit het vertrouwde gelijk van de eigen ideologische eilandcultuur.
Aan het progressieve midden en ter linkerzijde klinkt de vertrouwde waarschuwing: het gif van sociale media, Russische manipulatie en algoritmes van Amerikaanse techgiganten gijzelen de democratie. Of men maant dat het overnemen van extreemrechtse retoriek door gevestigde middenpartijen de populist niet verzwakt, maar enkel legitimeert.
Daar zit waarheid in, maar het blijft een vluchtige analyse. Het mist het zicht op de fundamenten: waar voedt dat onbehagen zich mee? Men reduceert het anti-immigratiesentiment tot een electorale valstrik van radicaal-rechts. Maar de cruciale vraag blijft onbeantwoord: waarom begeeft een steeds grotere groep kiezers zich zo gewillig in die valstrik? Links en het midden ontbreekt het aan het geduld en de moed om de culturele neerslag van globalisering en diversiteit ten diepste te doordenken.
Aan de rechterzijde daarentegen zie ik de wellustige neiging om de opkomst van de AfD te dramatiseren tot de oer-reactie van een natie die strijdt tegen haar ondergang. Een strijd op leven en dood van de Westerse cultuur, bedreigd door de mondiale markt en de kille, technocratische bureaucratie uit Brussel en Berlijn. Het diepe verzet tegen immigratie wordt door rechts gezien als de ultieme culturele overlevingsreflex.
Maar de recepten van rechts zijn niet creatief, eerder reactionair: ze willen de macht van Brussel aan banden leggen, en muren opbouwen tegen de storm van de buitenwereld.
Het cultuur-onbehagen herontdekt
Toch brengt de rechterzijde iets essentieels terug op de werkbank: het besef dat politiek over meer gaat dan het klassieke schaarstevraagstuk. Het is een zegening dat zij afstand nemen van het armzalige vocabulaire van technocraten en bestuurders die nog altijd in de roes van het End of History verkeren. Dat 'als we de dingen maar efficiënter organiseren en de koek laten groeien, het vanzelf goed komt'. Het is precies deze technocratische dwaling die het vertrouwen in de overheid de afgelopen drie decennia heeft doen kelderen.
Het culturele vraagstuk adresseren en het onbehagen in de cultuur weer centraal stellen, is noodzakelijk. Maar rechts is blind voor de werkelijke dynamiek van deze tijd. Hun remedies zijn een verlangen naar een nostalgisch 'toen was geluk nog gewoon'.
Neem hun grootste blinde vlek: de macht van Brussel willen afbreken. In de huidige multipolaire wereldorde kan Europa niet langer leunen op de Verenigde Staten. Een land als Nederland, en zelfs een Europese reus als Duitsland, heeft robuuste bondgenootschappen nodig. De oplossing is niet om Brussel vleugellam te maken, maar om van Brussel een echte polis te maken: een politieke gemeenschap van Europeanen, in plaats van een mammoetachtig ambtelijk apparaat.
Inspiratie bij Zygmunt Bauman
We moeten én kunnen de dreigingen voor onze liberale democratie intelligenter en principiëler pareren. Denkarmoede moet plaatsmaken voor de moed om de eigen intellectuele eilanden te verlaten en het diepere water op te zoeken.
Voor een realistisch én idealistisch kompas vind ik inspiratie bij de Pools-Brits-Joodse socioloog Zygmunt Bauman. Als Holocaustoverlever droeg hij de intellectuele plicht in zich om tot waardige en scherpe inzichten te komen. Bauman ontkende de globalisering niet, noch vluchtte hij in reactionair heimwee. Hij ontleedde de menselijke prijs van een grenzeloze wereld.
Uit zijn denken destilleer ik twee cruciale richtingen voor het bestuur en de samenleving van vandaag:
1. Schaalvergroting én herwaardering van het lokale
Door de grenzeloosheid van het kapitaal ontstaat een gevaarlijke scheiding tussen economische macht (die mondiaal is) en politieke macht (die opgesloten zit in de natiestaat). Als de economische tucht zich niet meer laat temmen door nationale wetten, moet de politiek opschalen. We hebben Europees beleid nodig om weerstand te bieden aan de roekeloosheid van markt- en techgiganten.
Tegelijkertijd zag Bauman een diepe maatschappelijke tweespalt ontstaan: een elite van travellers voor wie grenzen niet bestaan en die overal ter wereld hun kapitaal te gelde maken, tegenover een meerderheid van mensen wier lot onlosmakelijk verbonden blijft met een specifieke plek, hun dorp, hun wijk, hun stad.
Dit vraagt om een krachtige herwaardering van het lokale bestuur. Geef burgemeesters en lokale gemeenschappen meer zeggenschap en ruimere macht. Laat het welzijn van mensen niet over aan de tekentafels van topbureaucraten in Den Haag, maar geef sturing over het alledaagse leven terug aan de burgers zelf. De formule is dus dubbel: meer politieke slagkracht in Brussel voor internationale dossiers, gecombineerd met meer lokaal mandaat dicht bij de leefwereld.
2. Van consumptiecultus naar menselijke ontmoeting
Bauman voorzag al vroeg de schaduwzijden van de digitale netwerkwereld: de versplintering van de publieke ruimte en het afbrokkelen van solidariteit. Algoritmes sluiten ons op in de eigen levensstijl en bijbehorende zienswijze, en voeden een cultuur van vereenzaming en wrok. Een burger die gereduceerd wordt tot egoïstische consument, wordt kwetsbaar voor manipulatie en gaat 'de vreemde Ander' — de migrant, de vluchteling — zien als een existentiële bedreiging.
Hier ligt een actieve taak voor onze samenleving. We moeten ophouden het samenleven te zien als een vrijblijvend Colosseum van belangenstrijd. We moeten investeren in niet-vrijblijvende ruimtes voor ontmoeting en samenwerking tussen verschillende levensstijlen en culturen. We moeten het maatschappelijk weefsel herstellen door mensen weer te voorzien van troost, schoonheid en een gedeelde horizon waarin men het menselijke in de ander herontdekt.
Diepe wateren
Het opkomende neo-fascistische populisme is geen incident en geen loutere manipulatie van buitenaf; het is het symptoom van een ontwortelde samenleving. Als we de stormen van deze tijd willen trotseren, moeten we de moed opbrengen om onze intellectuele eilanden te verlaten en het diepere water op te zoeken. Pas wanneer we het culturele onbehagen van de burger serieus nemen — zonder te vervallen in zucht naar het verleden — herstellen we onze maatschappelijke weerbaarheid en vinden we de weg naar een menselijke democratie.