
Mijn ex belde me zeker 50 keer op een dinsdag terwijl zijn belafspraak met ons kind op woensdag was. ‘Ze neemt niet eens op als ik mijn dochter wil bellen’, huilde hij afgelopen dinsdag in de rechtbank. De rechter keek me berispend aan, was het dan zo moeilijk om een liefdevolle vader contact te gunnen met zijn kind?
Een man uit Rotterdam gebruikte jarenlang de rechtbank, Veilig Thuis en andere instanties om zijn ex te martelen. Hij zette zichzelf neer als slachtoffer en verscheen zelfs in de documentaire ‘Verstoten Vaders’. Maandag stond hij in de rechtbank. Voor het eerst werd in een zaak ook gesproken over stalking by-proxy. Een methode van stalking waarbij een stalker of mishandelaar rechtbank en hulpverlenende instanties gebruikt om zijn slachtoffer te controleren en onder druk te zetten. Een dag later stond ik zelf in de rechtbank in Utrecht, om voor de zoveelste keer in de laatste tien jaar de rechter ervan te overtuigen dat weer een traject waarin ik word gedwongen tot contact met de man die mij vele malen met de dood bedreigde, niet de beste keuze isvoor mijn gezin.
Geweld en met name intieme terreur worden in het familierecht en bij gerechtelijke instellingen zoals de raad voor de kinderbescherming vakkundig weggepoetst. Met een vlaag van institutionele DARVO verandert het slachtoffer in een dader en de geweldpleger in een slachtoffer. De man in Rotterdam werd weliswaar veroordeeld voor stalking, maar zijn misbruik van de instanties werd nauwelijks erkend. De rechters wezen al victim blamend erop dat ook de vrouw juridische procedures begon. In mijn eigen zaak lieten rechter en kinderbescherming weten dat ze het vooral vervelend vonden dat ‘ouders’ (meervoud) niet konden communiceren. Dat mijn mails steevast aardig en informatief waren en de zijne agressief en dwingend werd niet meegewogen. De man in Rotterdam belde zijn ex 77 keer na een gemiste oproep. Terwijl ik, net als het slachtoffer van de man in Rotterdam, probeerde duidelijk te maken dat er sprake was van verregaande controle werd mij verweten dat ik vader zwart zou maken.
Je uitspreken over mishandeling is in het familierecht kennelijk erger dan mishandeling zelf. Als er sprake is van huiselijk geweld, is het niet vanzelfsprekend dat rechters dit meewegen in de beslissing omtrent zorg, omgang en gezag, blijkt uit onderzoek. Advocaten raden slachtoffers aan niets te zeggen over het geweld dat zij dagelijks meemaken. Doen ze dit wel dan wordt hen verweten te doen aan ouderverstoting. Inmiddels weet de overheid, dankzij voorvechters als Ariane Hendriks en Ingrid Vledder dat dit een probleem is. Er wordt gevochten tegen het valse frame van ouderverstoting, maar tot nu toe zonder veel succes. Zoals de mevrouw van de raad in de rechtbank liet weten: ‘Ik vind het wel heel heftig dat je het hebt over zaken zoals intieme terreur. Je kind zal wel last hebben van jouw emoties en wil daarom geen contact hebben met haar vader.’ Victim blaming op olympisch niveau. Mijn kind heeft, als zoveel anderen, er last van dat ze wordt ingezet als drukmiddel en zelf mishandeld wordt als dat mijn ex zo uitkomt.
De stem van het kind wordt in het familierecht actief genegeerd. Alsof zij willoze objecten zijn. Dit is niet nieuws. Vijftig jaar geleden moest Anja Meulenbelt haar kind dwingen tot omgang met haar mishandelaar, omdat ze anders het risico liep haar zoon te verliezen. Vijftig jaar later sta ik voor een rechtbank die na tien jaar dwang, macht en controle vanuit de overheid (maar in naam van mijn ex) dreigt te besluiten hier nog eens acht jaar aan toe te voegen. Zij gunnen mij geen rust omdat mijn ex mij geen rust gunt. Of zoals de man in Rotterdam in een appgroep schreef: “Mijn strijd is niet om te winnen, mijn strijd is om ze het leven zo zuur mogelijk te maken uit wraak dat ik mijn kinderen niet zie.”
Ik heb geluk met mijn privileges. Ik ben wit, hoog opgeleid (zoals ze dat noemen) en ik durf mijn mond open te trekken. Vrouwen met een andere achtergrond dan de mijne raken hun kinderen sneller (ten onrechte) kwijt. Toch verbindt onze angst ons. Onlangs won ik de Bakhuis Woltersprijs voor mijn inzet voor slachtoffers van intieme terreur. Ik ken de dynamieken die er spelen, zit diep in de materie, geef trainingen en vecht voor de vele moeders die contact met me opnemen. Maar ook mij wordt het niet toegestaan om veilig en in rust mijn kinderen op te voeden. Het verdrag van Istanbul, dat eist dat we huiselijk geweld meenemen in familierechtelijke beslissingen, wordt niet geïmplementeerd. Nederland onttrekt zich hiermee aan een wettelijke plicht. Lotte Kok schreef onlangs het boek ‘Waarom Ging je Niet weg?’, het antwoord op deze vraag is belachelijk simpel: Omdat onze overheid het vrouwen en vooral ook kinderen niet toestaat om te gaan.