
Een regime dat, naast interne onderdrukking, door regionale inmenging en schending van internationale wetten de stabiliteit wereldwijd en de democratie bedreigt.
Meer dan zeven dagen lang is internet in heel Iran op grote schaal uitgeschakeld. Zowel internationale als lokale communicatie is verstoord en het land verkeert feitelijk in duisternis. In deze omstandigheden roepen mensen op straat om vrijheid en houden zij, met lege handen, stand tegenover kogels en onderdrukking maar hun stem bereikt de wereld niet. Niemand weet precies hoeveel mensen er op straat zijn; officiële statistieken wijken sterk af van onafhankelijke en niet-officiële rapporten.
Volgens rapporten van mensenrechtenorganisaties zijn minstens 648 mensen gedood tijdens de onderdrukking van de protesten. Niet-officiële en ter plaatse verzamelde schattingen spreken zelfs van 2000 tot 3200 gedode demonstranten. Onder de omgekomenen zijn opvallend veel jonge mensen en tieners: Shayan Asadollahi (17), Mohammad Nouri (17), Reza Ghanbari (17, Koerdisch), en tientallen anderen van wie veel namen nooit officieel zijn geregistreerd. Erfan Soltani (26), een gearresteerde demonstrant, is in een versneld proces ter dood veroordeeld.
In nog grimmiger omstandigheden worden families die het lichaam van hun gedode kinderen komen ophalen bij veiligheidsdiensten of de forensische dienst geconfronteerd met een onmenselijke eis: het betalen van 700 miljoen toman ongeveer 3.500 euro als zogenoemde “kogelkosten”. Aan de families wordt letterlijk verteld dat dit de prijs is van de kogel die hun kind heeft gedood. Deze eis is niet alleen een vernedering van rouwende families, maar symboliseert ook de structurele genadeloosheid van het machtsapparaat: de staat maakt van staatsdoding een financiële transactie.
Wat er in Iran gebeurt is niet slechts een tijdelijke onderdrukking of een reactie op protesten. We staan tegenover een systeem dat verlangt dat alles volgens zijn wil verloopt. Dit systeem creëert voortdurend vijanden: op de ene dag onbedekte vrouwen, op een andere dag studenten, soms intellectuelen, soms het Westen — een eindeloze lijst van “interne en externe vijanden” wier bestaan blijkbaar essentieel wordt geacht voor de ideologische legitimatie van het regime. Deze vijandigheid is niet statisch; zij verandert voortdurend en wordt steeds opnieuw gedefinieerd.
De privésfeer is grotendeels vernietigd. Individueel leven, lichaam, kleding, overtuiging, levensstijl en zelfs de gevoelens van burgers zijn onderworpen aan machtsinterventie. Mensen worden niet gezien als zelfstandige individuen, maar als uniforme, controleerbare massa’s. Massavorming en uniformisering zijn de kernprincipes van dit systeem: iedereen moet dezelfde slogan roepen, op dezelfde manier denken en één voorgeschreven manier van leven aanvaarden.
In dit kader wordt de “goede vrouw” gedefinieerd als iemand die in de samenleving verschijnt precies zoals het regime dit voorschrijft: met opgelegde kleding, voorgeschreven gedrag en gecontroleerde aanwezigheid. Deze standaardisering schaadt niet alleen de autonomie van vrouwen, maar is een duidelijk symbool van ideologische controle over de samenleving.
De rol van militaire en veiligheidsinstellingen, in het bijzonder de Revolutionaire Garde (Sepah), is uitgebreid tot het sociale, economische en culturele domein. Hoe machtiger deze instellingen zijn geworden, hoe dichter het regime naar een totalitair model is verschoven een model waarin geen enkele onafhankelijke instelling, geen veilige civiele ruimte en geen reële mogelijkheid tot structurele hervorming bestaat. Hopen op hervorming binnen een dergelijk systeem is het negeren van de fundamentele logica ervan.
De gevolgen van dit systeem strekken zich niet alleen binnen Iran uit. De Islamitische Republiek ondermijnt niet alleen het land zelf, maar de maatschappelijke sociale contracten tussen Iraniërs, die ongeschreven band die een natie vormt, worden langzaam uitgehold en vernietigd. Generaties worden geconfronteerd met onderdrukking, wantrouwen, gedwongen migratie en culturele breuken. Tegelijkertijd wordt dit regime, door regionale inmenging, steun aan proxy-groepen, druk op buurlanden en het schenden van internationale normen, een destabiliserende factor op mondiaal niveau.
Deze feiten leiden ons tot een duidelijke conclusie: de Islamitische Republiek Iran vormt niet alleen een bedreiging voor zijn eigen bevolking, maar ook voor de stabiliteit en democratie in de regio en wereldwijd. Interne onderdrukking, het doden van demonstranten, ideologische dwang en de vernietiging van het sociale weefsel duwen Iran richting sociale en culturele ineenstorting. Tegelijkertijd verzwakken de regionale acties van het regime en de netwerken die het ondersteunt opkomende democratieën en bedreigen zij internationale stabiliteit. Door deze acties ondermijnt het regime als een wijdverbreide kanker menselijke waarden en democratische principes op regionaal en mondiaal niveau.
De enige weg vooruit voor Iran en de wereld is dat deze totalitaire macht wordt ontmanteld en dat het pad naar vrijheid, rechtvaardigheid en democratie voor toekomstige generaties geopend wordt.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.