Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Het regeerakkoord vergroot de kans op stigmatisering

03-02-2026
leestijd 3 minuten
1434 keer bekeken
ANP-549119921

Namens een brede coalitie van 170 maatschappelijke organisaties riepen wij* de formerende partijen op om in het nieuwe regeerakkoord eindelijk een structurele, integrale en intersectionele aanpak van institutioneel racisme vast te leggen. Onze boodschap was helder: het nieuwe kabinet staat voor een historische keuze — nu doorpakken, of toestaan dat discriminatie en uitsluiting verder toenemen.

Wij stelden twaalf concrete beleidsvoorstellen voor, gericht op rechtsstatelijke waarborgen, versterkt toezicht, erkenning en herstel, en inclusieve representatie. Niet als vrijblijvende ambitie, maar als noodzakelijke koerswijziging om het vertrouwen in de overheid te herstellen en daadwerkelijke gelijkwaardigheid te realiseren.

Positieve stappen, maar fundamentele tegenstrijdigheden
Wij hebben gemengde gevoelens bij het gepresenteerde coalitieakkoord van D66, VVD en CDA. Hoewel het akkoord belangrijke positieve elementen bevat uit onze beleidsvoorstellen — zoals de wettelijke verankering van de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme, de expliciete afwijzing van etnisch profileren en het mogelijk maken van constitutionele toetsing aan de klassieke grondrechten door wijziging van artikel 120 van de Grondwet — staat dit positieve nieuws op gespannen voet met andere passages in hetzelfde akkoord, die een uitgesproken islamofobisch karakter hebben.

Selectief beleid vergroot stigmatisering
In het akkoord wordt expliciet gesproken over “gemeenschappen waar vrouwen worden onderdrukt”, “religieus geïnspireerd geweld” en “onvrije regimes” die via hun diaspora tot “indoctrinatie en intimidatie” zouden overgaan. Dit taalgebruik creëert een probleemframe dat in de praktijk vooral betrekking zal hebben op specifieke religieuze en etnische groepen. Zo wordt gesteld dat buitenlandse financiering van “onder andere moskeeën” zoveel mogelijk moet worden tegengegaan, dat landen met een “onvrij regime” die via “weekend- en avondscholen” actief zijn onder “gericht toezicht” moeten worden geplaatst, en dat er gewerkt wordt met “zwarte lijsten” en “inreisverboden” voor imams die “haat zaaien”.

Deze maatregelen richten zich selectief op bepaalde gemeenschappen en vergroten het risico op stigmatisering, met name van islamitische gemeenschappen en diaspora uit het globale zuiden. Dit selectieve karakter voedt wantrouwen, normaliseert ongelijke behandeling in de praktijk en versterkt het gevoel dat bepaalde groepen structureel onder een vergrootglas liggen.

Ook spreekt het akkoord over “onze vrije manier van leven” en “onze rechtsstaat”, en verwacht dat nieuwkomers “de waarden van onze democratische samenleving omarmen”. Deze waardentoets wordt echter eenzijdig bij migranten neergelegd. Waarom geldt deze toets niet evenzeer voor rechts-extremisten, voor groepen die LHBTI+-rechten actief ondermijnen, of voor andere vormen van antidemocratisch gedrag? Deze asymmetrie creëert een tweederangs burgerschap, waarin de ene groep structureel aan extra loyaliteits- en nalevingseisen wordt onderworpen, terwijl andere vormen van ondermijning buiten beeld blijven. Dat is geen gelijkwaardigheid, maar een hiërarchie die discriminatie institutionaliseert. Maatregelen rond “waarden”, “toezicht” en “transparantie” zouden universeel moeten gelden, in plaats van selectief te worden toegepast op specifieke religieuze of etnische groepen.

Verder is er geen expliciet beleid opgenomen om de stijging van anti-Aziatisch racisme, antimoslimracisme, antisemitisme, anti-Ziganisme en anti-Zwartracisme tegen te gaan. Dit staat haaks op de belofte van een overheid die iedereen gelijk en zonder vooroordelen behandelt, en ondermijnt de geloofwaardigheid van het beroep op gelijkwaardigheid en rechtsstatelijkheid.

Bezuinigingen vergroten ongelijkheid
Wie serieus werk wil maken van het bestrijden van institutioneel racisme, kan niet tegelijkertijd het sociale vangnet verzwakken dat mensen beschermt tegen armoede, onzekerheid en sociale uitsluiting. Sociale ongelijkheid en racisme versterken elkaar — beleid dat het ene vergroot gaat ten koste van de antiracismeagenda.

Solidariteit tegen (institutioneel) racisme en discriminatie
De vraag is niet of institutioneel racisme bestaat — die vraag is allang beantwoord. De vraag is of de politiek de wil heeft om het probleem ook echt structureel en expliciet aan te pakken voor alle gemarginaliseerde gemeenschappen.

Wij zullen ons blijven organiseren, ons uitspreken en druk uitoefenen. Wij accepteren geen halve maatregelen en geen symbolisch beleid. Wij eisen dat politieke partijen, volksvertegenwoordigers en bestuurders niet langer wegkijken en zich gaan inzetten voor gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en een overheid die niemand buitensluit.

*
De kartrekkers van het Zwart Manifest, het Manifest tegen Islamofobie, het Manifest tegen Anti-Aziatisch Racisme, het Joods Manifest en het Manifest tegen anti-Ziganisme (i.o.).

Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor