Sfeerfoto van Joop
Joop
Joop

Apenpokken nu ook in Nederland opgedoken

RIVM verwacht snel meer gevallen van mysterieuze ziekte
Joop

Het onveilige vaarwater van het publieke debat

  •  
10-09-2020
  •  
leestijd 6 minuten
  •  
wilders
Wie de grenzen van zijn vrijheid niet adequaat kan inschatten vanwege het ontbreken van een duidelijke norm, vervalt onvermijdelijk in terughoudend gedrag uit vrees voor een onverwachte sanctie.
Nu de uitspraak van het gerechtshof Den Haag in de zaak-Wilders een week oud is en de storm weer ietwat is gaan liggen, kan in alle rust een voorlopige balans worden opgemaakt. Daarbij is het vooral interessant om te kijken naar de relevante verschillen tussen het vonnis van de rechtbank en de uitspraak van het hof. Oftewel: heeft het hof de feiten nu wezenlijk anders beoordeeld dan de rechtbank of niet? Op het eerste gezicht is het antwoord op deze vraag positief. De veroordeling voor het aanzetten tot discriminatie is immers geschrapt en ook al bleef de veroordeling voor groepsbelediging in stand, ook die getuigt van een heel andere benadering. Toch schuilt achter deze verschillen ook een belangrijke overeenkomst, namelijk dat beide uitspraken ervan getuigen dat de rechter bij de beoordeling van dit soort feiten een nogal ruime beoordelingsvrijheid heeft. Dat is vanuit zowel democratisch als rechtsstatelijk oogpunt een groot probleem, dat van het vrije publieke debat een onstuimig en onzeker vaarwater heeft gemaakt.
Dit punt kan worden geïllustreerd aan de hand drie aspecten van deze strafzaak. Allereerst het aanzetten tot discriminatie. De rechtbank besliste dat Wilders met zijn opmerking ‘Willen jullie meer of minder Marokkanen?’ heeft aangezet tot discriminatie van Marokkanen wegens hun ‘ras’, omdat hij met zijn ‘opruiende’ en ‘opzwepende’ speech de bedoeling had om anderen aan te zetten tot het maken van een categorisch onderscheid tussen Marokkanen en andere bevolkingsgroepen. Daarbij overwoog de rechtbank dat Wilders Marokkanen als ‘inferieur’ had afgeschilderd. Het hof daarentegen stelt dat hiervoor geen aanwijzingen zijn en ‘begrijpt dat de verdachte met zijn uitlating uit was op politiek gewin’. In tegenstelling tot de rechtbank meent het hof dus dat Wilders zijn publiek niet opzettelijk heeft aangespoord Marokkanen als minderwaardig te zien of te behandelen, en dat van opruiing of opzweping geen sprake was. Het ging volgens het hof om een politieke speech in een politieke context die bovendien een ‘bijdrage aan het publiek debat’ kon leveren.
Dat brengt me op het tweede aspect, namelijk de sterk uiteenlopende beoordeling van het delict groepsbelediging. De rechtbank vond dat Wilders enkel het oogmerk had om de bevolkingsgroep ‘Marokkanen’ in een kwaad daglicht te stellen door openlijk te suggereren dat zij ‘minderwaardig’ is en ‘in omvang moet slinken’. Dat de speech volgens Wilders in het verlengde lag van de beleidsvoorstellen van de PVV zag de rechtbank niet in. Wilders deed zijn uitspraken namelijk ‘zonder enige nuance’ en had zijn publiek van te voren geïnstrueerd om zijn ‘eenduidige’ en ‘daadkrachtige’ conclusie te bevestigen (‘Minder, minder minder’). Van een bijdrage aan het publieke debat was dan ook evident geen sprake. Het hof komt ook op dit punt tot een heel andere afweging: Weliswaar was Wilders’ uitspraak ook volgens hem beledigend voor Marokkanen, dit betekent nog niet dat het zonder meer strafbaar is. Met zijn uitlating beoogde Wilders namelijk – naast het opzettelijk beledigen van Marokkanen – ook de speerpunten van de PVV voor het voetlicht te brengen. Binnen deze ‘(partij)politieke context’ kon zijn uitlating daarom wel degelijk een bijdrage leveren aan het publieke debat. Het behoort immers tot de bijzondere taak van een volksvertegenwoordiger om in de openbare discussie zaken van algemeen belang aan de orde te stellen. Dat verdient, ondanks het beledigende karakter van een opmerking, bijzondere bescherming van het recht.
Ik hoor u denken: ‘Waarom is Wilders dan toch veroordeeld’? Een terechte vraag, die alles te maken heeft met het derde aspect, namelijk een nieuwe doctrine in de Europese jurisprudentie. Deze doctrine komt er in het kort op neer dat politici, naast de taak om zaken van algemeen belang aan de orde te stellen, ook een bijzondere verantwoordelijkheid hebben om geen uitlatingen te doen die de ‘intolerantie in de samenleving kunnen voeden’. Volgens de Hoge Raad betekent dit concreet dat politici geen uitlatingen mogen doen die ‘aanzetten tot onverdraagzaamheid’ of anderszins ‘strijdig zijn met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat’. Bij de vraag of een uitlating van een politicus die een bijdrage kan leveren aan het publieke debat wel of niet ‘onnodig grievend’ – oftewel proportioneel – is, moet, zo stelt de Hoge Raad, ook dit gezichtspunt in acht worden genomen. Het hof is daar braaf in meegegaan en kwam tot de conclusie dat Wilders’ geënsceneerde vraag-en-antwoord-spel ‘onnodig grievend’ is, omdat het neerkomt op ongenuanceerde, negatieve beeldvorming over Marokkanen. Daarmee heeft Wilders de ‘verdraagzaamheid en [het] respect voor de gelijkwaardigheid van alle mensen’, die gelden als ‘het fundament van de democratische en pluriforme samenleving’, verloochend en is hij dus toch schuldig aan groepsbelediging.
Dit lijken juridische details, maar in feite zijn het de cruciale overwegingen. Maar wat zegt het hof hier nu eigenlijk? Eerst oordeelt het hof dat Wilders’ uitlating zonder meer als beledigend valt aan te merken: hij heeft geen respect getoond voor de ‘eer en goede naam’ van Marokkanen en deze groep in zijn ‘eigenwaarde aangetast’. Vervolgens stelt het hof dat de gewraakte uitlating, ondanks dat zij beledigend is, toch als een ‘bijdrage aan het publiek debat’ moet worden gezien, onder meer vanwege de (partij)politieke context. Hierop komt het hof echter weer terug bij de beoordeling of de uitlating proportioneel is, door in feite de aanvankelijke vaststelling dat de uitlating respectloos is ten opzichte van Marokkanen en getuigt van een miskenning van hun (gelijk)waardigheid, te herhalen. Het stappenplan van de Hoge Raad heeft dan ook veel weg van een cirkelredenering, die linksom of rechtsom leidt tot een louter inhoudelijke toets van de desbetreffende uitlating. Een toets die bovendien overladen is met normen die door elke rechter weer anders geïnterpreteerd kunnen worden. De term ‘grondbeginselen van de democratische rechtsstaat’ spant in dit verband de kroon. Dit kan namelijk – afhankelijk van de gekozen definitie van “de democratische rechtsstaat”, wat niet bepaald een onbetwist begrip is – van alles betekenen.
Zolang de Hoge Raad zijn begrippenkader niet duidelijk afbakent, en dat heeft zij tot nu toe niet gedaan, geniet de strafrechter dan ook een zeer ruime vrijheid bij het uitleggen van de uitingsdelicten 137c (groepsbelediging) en 137d (aanzetten tot haat, discriminatie en geweld) en daarmee ook bij het afbakenen van het recht op vrijheid van meningsuiting. Dat is met het oog op de rechtszekerheid, toch één van de kardinale beginselen van de rechtsstaat, hoogst onwenselijk. Wie namelijk de grenzen van zijn vrijheid niet adequaat kan inschatten vanwege het ontbreken van een duidelijke norm ( lex certa ), vervalt onvermijdelijk in terughoudend gedrag uit vrees voor een onverwachte sanctie. Het genot van een vrijheidsrecht, zoals de vrijheid van meningsuiting, wordt dan een onrustig bezit, waar je maar beter niet al te voortvarend gebruik van kunt maken. Dat de Hoge Raad zijn vage begrippenkader bij uitstek op de uitlatingen van politici van toepassing heeft verklaard, is met het oog op het functioneren van de democratie extra zorgelijk. De openbare discussie tussen politici vormt immers het brandpunt van onze representatieve democratie.
Kortom, het feit dat de argumentatie van de rechtbank en het hof in zaak-Wilders op een aantal punten sterk uiteen loopt, stemt – paradoxaal genoeg – niet hoopvol. In plaats van het scheppen van duidelijkheid en daarmee zekerheid, wat gold als een belangrijke doelstelling van het OM bij de aanvang van dit proces, roepen beide uitspraken juist meer on- zekerheid in het leven. Onzekerheid die niet alleen belemmerend kan zijn bij de uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting, maar in het ergste geval ook kan leiden tot willekeurige interpretatie en toepassing van de wet; een thema dat ook het Wildersproces heeft overschaduwd en het aanzien van de rechterlijke macht beslist geen dienst heeft bewezen. Om dit euvel te verhelpen zou de wetgever serieus moeten overwegen om de artikelen 137c en 137d uit het Wetboek van Strafrecht te herzien of deels te schrappen. Daarbij zou in elk geval een scherper onderscheid gemaakt moeten worden tussen beledigende of discriminatoire opmerkingen enerzijds en directe aansporingen tot haat en geweld anderzijds, waarbij uitsluitend de laatste categorie voorwerp van het strafrecht zou moeten zijn. Wat daarnaast kan helpen is uitbreiding van de parlementaire immuniteit, zodat niet alleen het Kamerlid Özturk, die zijn smadelijke uitlatingen over Nederlandse F-16-piloten in het parlement deed, maar ook het Kamerlid Wilders, die daar vijftig meter vandaan stond, vrij is in het uiten van politieke standpunten – hoe verwerpelijk die soms ook kunnen klinken.

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (17)

Pater
Pater10 sep. 2020 - 23:44

Parlementariërs zijn in het parlement gevrijwaard van vervolging, wat ze ook zeggen. Het recht verhoede, dat dat ook buiten het parlement zo is: parlementariërs krijgen dan buiten het parlement een recht dat anderen niet hebben. Wat een ondoordachte wens voor een jurist. De vrijheid van meningsuiting wordt in het Nederlandse recht beperkt door andere overwegingen, zoals een verbod op groepsbelediging en op oproepen tot discriminatie. Laten we dat vooral zou houden, om racisme niet de schijn van legaliteit te geven.

3 Reacties
Pater
Pater10 sep. 2020 - 23:47

Stam is een collega van Cliteur en Ellian. Ik vond het al zulke merkwaardige meningen, voor een jurist.

J.Stam
J.Stam11 sep. 2020 - 10:17

In uw reactie ligt een aantal aannames besloten die wellicht moeten worden opgehelderd. Om de eerste gelijk uit de wereld te helpen. Ik werk als medewerker aan een universiteit in de grootst mogelijke vrijheid aan een onderzoek en ik vorm daarover een eigen, zorgvuldig onderbouwd standpunt. En als u die onderbouwing volgens u tekort schiet, dan heb ik liever dat u me daar op aanspreekt dan op mijn werkomgeving en collega's. Laatsgenoemden hebben met dit opiniestuk namelijk helemaal niets te maken. Dan uw inhoudelijke punt over de parlementaire immuniteit. Het klopt inderdaad dat deze regeling, als vastgelegd in art. 71 Grondwet, absoluut is. Althans in die zin dat de rechterlijke macht er onder geen beding aan kan tornen. Dit is ooit bedoeld om 1) de onafhankelijkheid van het parlement te beschermen tegen de andere staatsmachten en 2) om de vrije uitwisseling van standpunten tussen volksvertegenwoordigers zo min mogelijk te verstoren. Het eerste punt is vooral ingegeven door de rechtsstaatgedachte (en het constitutionalisme) en het twee is vooral in het belang van het functioneren van een democratie. Omdat het politieke debat tegenwoordig, in tegenstelling tot de negentiende eeuw toen de immuniteitsregeling (opnieuw) is ingevoerd, lang niet meer uitsluitend in het parlement plaatsvindt maar ook daarbuiten, zou je kunnen betogen dat de bescherming die de grondwetgever ooit met art. 71 voor ogen had, zijn doel niet langer treft, althans onvoldoende. Omdat de immuniteit in Nederland namelijk strikt beperkt is tot het parlementaire debat komt namelijk een steeds groter deel van de politiek-maatschappelijke discussie binnen het bereik van strafrechterlijke interventie. De processen tegen Wilders, maar denk ook aan de Jamaat-processen uit de jaren '80 en '90, zijn daarvan goede voorbeelden. Zoals ik in bovenstaand stuk heb betoogd, leveren dergelijke confrontaties tussen de rechter en politici vaak een staatsrechtelijk precaire situatie op, die niet alleen gekozen volksvertegenwoordigers opzadelt met een hoop onzekerheid wat betreft de voor hen geldende strafrechtelijke grenzen, maar ook - en dat is minstens even belangrijk - de rechterlijke macht in een zeer ongemakkelijke positie brengt. Het feit dat het Hof in zaak-Wilers moest uitmaken of er wel of niet sprake was van politieke beïnvloeding én het feit dat het Hof met de jurisprudentie van de Hoge Raad in de hand een zeer grote beoordelingsvrijheid geniet bij de beoordeling van de feiten, zijn daarvoor tekenen aan de wand (Wat is immers "rassendiscriminatie" en wat niet? Is dat hetzelfde als "onverdraagzaamheid"? Dit zijn geen gemakkelijke vragen, waar onvermijdelijk veel interpretatie bij komt kijken. Dat hoort weliswaar bij rechtsvinding, maar kan in sommige situaties ook onwenselijke gevolgen hebben. Dit is zo'n situatie. Het is daarom dat ik pleit voor het onderzoeken van de mogelijkheid om de artikelen 137c en 137d grondig te herzien en de parlementaire immuniteit zodanig aan te passen dat de twee voornaamste problemen (rechtsonzekerheid -> in strijd met de rechtsstaatgedachte / inmening van de rechter in het debat -> in strijd met de democratie en het politieke primaat van de wetgever) te ondervangen. Dat betekent niet, en dat is uw tweede vooronderstelling, dat die uitgebreide immuniteit net als de huidige regeling absoluut moet zijn. Dat hoeft helemaal niet. Voor uitlatingen die aanzetten tot haat of geweld kunnen gewoon uitzonderingen op de regel worden gemaakt. Zoals in veel andere landen al gebeurt, zou bijv. met toestemming van een (gekwalificeerde) meerderheid van het parlement een politicus in zo'n geval toch voor de strafrechter kunnen worden gebracht.

Pater
Pater11 sep. 2020 - 18:58

@Stam U zit aan dezelfde faculteitsafdeling als Cliteur (politicus voor het FvD) en Ellian: die kreeg op 15 mei 2015 de Pim Fortuynprijs voor het 'consequent verdedigen van de vrijheid van meningsuiting'. De prijs werd dat jaar voor het eerst uitgereikt en is bedoeld voor opiniemakers, politici of bestuurders die verwant zijn aan het gedachtegoed van Pim Fortuyn en dat ook uitdragen. Dat u pleit voor meer vrijheid van meningsuiting voor Wilders vind ik dan ook niet toevallig. Ik neem zonder meer van u aan dat u uw collega's bij het schrijven van dit stuk niet heeft geraadpleegd, maar ik zie daarin wel hun ideeën terug. Dat de rechter een oordeel velt over de vrijheid van meningsuiting vindt u niet zo gelukkig, de rechter zou zo in politiek vaarwater terecht kunnen komen. Ik vind dat een redenering die een jurist onwaardig is. De primaire vraag is immers, of de samenleving oproepen tot discriminatie en groepsbelediging toe moet staan. Racisme valt niet onder de vrijheid van meningsuiting, en laten we dat vooral zou houden. Dat een oproep tot discriminatie van Marokkanen onder het racismeverbod valt is helemaal niet onduidelijk, dat is juridisch zo afgesproken. Binnen het parlement geldt wat mij betreft terecht onschendbaarheid, zelfs gekkies moeten in het platform van de democratie kunnen zeggen wat ze willen, natuurlijk wel binnen de perken van de door de voorzitter gehandhaafde orde (waarmee het dus geen absoluut recht is). Het lijkt me onjuist en nauwelijks ter zaken dat in de 19e eeuw de politieke discussie nauwelijks buiten het parlement plaatsvond. Die onschendbaarheid heeft niets te maken met de toename, al of niet, van strafrechterlijke interventie in de politiek-maatschappelijke discussie; ik verbaas me over die volgens u bestaande oorzakelijkheid.

poeslief
poeslief10 sep. 2020 - 13:42

Grenzen van vrijheid???? Ik vraag me werkelijk waar af hoe het toch zo kan zijn dat Jan en alleman - ongeacht hoogte van IQ of opleiding - niet door schijnen te hebben dat gebruik van verneukeratieve woorden zoals vrijheid, dat immer absoluut is en indien beperkt er alleen speelruimte overblijft, discrepantie, schisma, veroorzaakt in het brein en alle redenaties waarin dat soort in de praktijk niet bestaande "grootheden" een plek innemen, bevuilen van A tot Z, zorgen voor ruis en immer daarmee de vinger niet precies op de zere plek leggen maar op een fictieve wond.

Aart van de aap
Aart van de aap10 sep. 2020 - 12:22

Willen we meer of minder Marokkanen ? Vraagt die Wilders Minder, schreeuwt zijn achterban Dan gaan we daarvoor zorgen, zegt wilders. Dan is de vraag, wat wil je daarmee zeggen ? Dan gaan we daarvoor zorgen ? Hoe dan ? Ze dood maken ? Ze het land uitzetten ? Of wil je ervoor zorgen dat alle Marokkanen het heel aantrekkelijk vinden om zelf naar Marokko te gaan ? Wil je ze uitkopen ofzo ? Het is/was een giftige uitspraak van die Wilders. Het is haat zaaien. Maar niet omdat 'de rechter' dat zegt. Wat 'de rechter' vind is compleet irrelevant, altijd.

Griezel in post-gezellig Nederland
Griezel in post-gezellig Nederland10 sep. 2020 - 12:08

Wat als nu iemand exact hetzelfde doet, een politicus, met meer of minder joden. Zal de rechter dan dezelfde uitspraak hebben gedaan?

1 Reactie
Aart van de aap
Aart van de aap10 sep. 2020 - 13:40

Weet ik niet ? Er zijn weleens van die neonazi demo's, waar ze dat soort dingen zeggen. Ook conspiracy mensen, halen weleens 'de joden' aan. Ook in hun speeches. We weten dat 'het recht' sowieso compleet natte vinger werk is. Het is maar net wat ze uitkomt. Ze weten gewoon, als we Wilders veroordelen, barst de pleuris uit. En dat kost de staat weer bakken met geld, om die rellen dan te temperen.

Appel2
Appel210 sep. 2020 - 10:38

Vanaf nu is eenieder die generaliserend negatieve uitspraken doet in relatie tot groepen mensen m.b.t. een gedeelde huidskleur, etniciteit, afkomst, of afstamming zoals dus dan natuurlijk ook "witte Nederlanders" eenzelfde lot beschoren als Wilders als het recht geen willekeur verweten mag worden. Wilders voorziet in zijn reactie duidelijk dat die willekeur er wel is en dat dat ook toekomstig zal blijken. Terwijl bovendien Wilders volgens de rechter vooral te verwijten was dat hij in zijn context niet voldoende duidelijk was dat het hem om de oververtegenwoordiging van criminele en overlastgevende Marokkaanse Nederlanders ging en niet de groep als geheel.

5 Reacties
GHS
GHS10 sep. 2020 - 12:06

Dus als ik vraag: wat willen jullie "meer of minder immigranten"? dan ben ik niet strafbaar?

Zandb
Zandb10 sep. 2020 - 12:27

Appel Kletspraat. U hebt geen idee waar u het over heeft. Iedereen mag iets in het algemeen beweren over witten, zwarten, homo's of wie dan ook. Alleen mag niemand discrimineren of daartoe oproepen of hele beledigende dingen zeggen of oproepen tegen geweld t.a.v. groepen. En zelfs wanneer Wilders alleen de criminele Marokkanen bedoelde, is dat discriminerend en oproepend daartoe: De ene crimineel mag je niet wezenlijk anders behandelen dan de andere, als het om een vergelijkbaar delict gaat.

ton14024
ton1402410 sep. 2020 - 12:46

Wat wil Wilders aan de oververtegenwoordiging van Marokkanen in misdaad en overlast doen?

Appel2
Appel210 sep. 2020 - 20:57

@Zandb Als ik je goed begrijp mag je dus niet niet roepen dat je minder Marokkanen wilt ook als je daarbij duidelijk een context aangeeft dat je daarmee uitsluitend de oververtegenwoordiging van criminele en ernstige overlastgevers bedoeld zoals de bekende veelplegers onder dit bevolkingsdeel? Maar "Iedereen mag iets in het algemeen beweren over witten, zwarten, homo’s of wie dan ook." volgens jou? Hoe bedoel je dat "algemeen" dus zónder dat het gaat om een specifiek deel van dergelijke groepen op grond van bepaald onderscheidend gedrag waarin deze groep een oververtegenwoordiging onder haar leden kent zonder dat de rest daarmee in verband gebracht kan worden? Volgens mij is juist iedere vorm van "algemeen" verbinden van groepen gekenmerkt door huidskleur, etniciteit, afkomst, of afstamming met vermeend onderscheidend gedrag en eigenschappen per definitie racistisch. Dat is het niet als je duidelijk specifiek en uitsluitend een aantoonbare oververtegenwoordiging onder een grotere groep aanduidt en daarmee dus de daarvoor nier verantwoordelijke rest, doorgaans een grote meerderheid, daarbuiten laat. Zo kun je dus met reden en zonder racistisch te zijn wel spreken over problemen met een oververtegenwoordiging van criminele en overlast gevende Marokkaanse of Antilliaanse Nederlanders en daarbij dus de overgrote meerderheid van deze groepen daarbuiten laten. Ik zie op geen enkele wijze hoe je zo wel zonder je schuldig te maken aan racisme je zou kunnen spreken over gedrag en eigenschappen m.b.t. hele groepen gekenmerkt door huidskleur, etniciteit, afkomst, of afstamming zoals jij dus wel beweert dat dat probleemloos kan. Doordat Wilders volgens de rechter tijdens zijn leuzen onvoldoende de context had aangegeven van de door hem bedoelde criminele en overlastgevende Marokkaanse Nederlanders was dit onnodig grievend voor de hele groep maar was het dus zeker niet racistisch of aanzettend tot haat en discriminatie. Dat ben ik met de rechter eens.

Zandb
Zandb12 sep. 2020 - 7:52

Appeltje Ik zeg dat je alles mag beweren maar daarbij niet mag discrimineren. Wanneer je criminele Marokkanen wil uitzetten en andere niet, dan is dat discriminerend, al gaat u op het hoofd staan. Ik mag bv zeggen dat ik een hekel heb aan homo's omdat ze zo'n aandacht trekken. Of dat Marokkanen te weinig rekening houden met de Nederlandse tradities. Dat zijn vormen van discriminatie (generalisaties) die a.h.w. toegestaan zijn. Van verboden vormen van discrimineren praten we meestal, wanneer het om concrete maatregelen gaat of wanneer dergelijke statements beledigend zijn of beledigend bedoeld zijn. Dus te kennen geven dat je minder Marokkanen wilt is voor de wet geen bezwaar mits je er niet aan toevoegt "Dat gaan we regelen" of wanneer je mensen opzweept en laat scanderen "Minder. Minder. Minder." Het komt nogal nauw dus en daarom beweer ik dat u geen idee heeft waar u het over heeft. Dat vind ik, tot slot dan ook kwalijk van de rechter, dat hij suggereert dat Wilders een niet discriminerende wijze van "dat gaan we regelen" zou kunnen bedoelen. Ik ken die niet discriminerende wijze niet; die heeft Wilders nog nooit duidelijk gemaakt of kunnen maken. De rechter had hem dus zonder meer ook daarvoor kunnen veroordelen.

snieanders
snieanders10 sep. 2020 - 9:35

Een politicus moet vrij zijn mening, politieke standpunten kunnen geven ongeacht wat, zolang het geen oproep is tot geweld. Dus niet iets van we moeten homo`s van een flat gooien, dat is oproepen tot geweld.In mijn optiek mag je gerust zeggen : mensen uit Eindhoven zijn boeren!!, mensen wat willen wij meer of minder boeren?. en U maar roepen minder minder minder....................... Moet dat strafbaar zijn?. het is wel onnodig grievend voor de Eindhovense boeren

2 Reacties
GoudenBergen
GoudenBergen10 sep. 2020 - 12:21

Het gaat er uiteindelijk om hoever de VvMU reikt. Kunnen we alles zeggen zoals in de VS of zijn er grenzen aan de vrijheid van meningsuiting? Mag een politicus meer zeggen dan een ambteloos burger of heeft hij juist een extra verantwoordelijkheid omdat zijn invloed verder reikt? De wetgever heeft gemeend sommige uitspraken strafbaar te stellen. Wilders is veroordeeld voor groepsbelediging. Groepsbelediging is strafbaar gesteld in artikel 137c Stb. Die strafbaarstelling geldt al sinds 1934 (toen artikel 405 Stb.). Ik kan me wel vinden in de uitspraak van de rechtbank, temeer omdat Wilders uitspraak neigt naar racisme.

Zandb
Zandb10 sep. 2020 - 12:49

snieanders Oproepen tot geweld mag niet maar oproepen tot discriminatie wel? Vreemde redenering. Wanneer een politicus dus vindt, dat we homo's maar omgekeerd van een flat moeten gooien, dan moet dat dus niet kunnen, zegt u. Maar wanneer een politicus vindt dat homo's maar binnen moeten blijven, dat is dus geen probleem? En wat te denken van de uitspraak van de PVV dat (alleen) Marokkkaans tuig desnoods een knieschot zou verdienen? Wat uw voorbeeld wat de boeren betreft, natuurlijk moet dat strafbaar zijn. Een rolletje drop wegnemen is ook stelen.