
Al een tijdje schrijf ik regelmatig voor Joop.nl, een van de bekendste linkse opinieplatforms van Nederland. Wat me vanaf het begin opviel, is dat de redactie mij nog nooit heeft gevraagd wie ik ben, wat mijn achtergrond is of welke ideologie ik aanhang. Niemand controleerde mijn geloof of herkomst. Alleen de tekst telde. Mijn ideeën en meningen – die opkomen voor de mens en voor rechtvaardigheid – waren mijn enige toegangsbewijs. Hier in Nederland is religie een absolute persoonlijke vrijheid, beschermd door de grondwet en de dagelijkse praktijk. Geen enkele politieke stroming, links of rechts, heeft het recht om zich op te werpen als morele voogd over het geweten van een burger.
Bij de verkiezingen hier in Nederland, waar ik woon en stem, gaat mijn stem steevast naar linkse partijen. Hun sociale filosofie spreekt mij aan: ze richten zich op een eerlijke verdeling van welvaart en sociale rechtvaardigheid. Bovendien zijn en blijven zij de politieke kracht die het hardst vecht voor de rechten van migranten en pal staat tegenover racisme.
Maar deze Nederlandse democratische ervaring zorgt voor een pijnlijke paradox zodra ik kijk naar de realiteit van ‘kaviaarlinks’ daar in mijn geboorteland Tunesië, en in de rest van de Arabische wereld.
Toen de Arabische Lente destijds voor verandering zorgde en we via de stembus voor het eerst echt vrij mochten kiezen, gingen onze stemmen lokaal juist níét naar de partijen die met socialistische en linkse leuzen schermden. In Tunesië koos ik er destijds – nog vóór de huidige president de democratie aan de kant schoof – voor om op de islamitische Ennahda-beweging te stemmen. Dat was geen keuze uit ideologisch fanatisme. Het was omdat die beweging, net als vergelijkbare partijen in andere Arabische landen, in mijn ogen de enige politieke kracht was die écht tussen de gewone mensen en de gemarginaliseerden in de volkswijken stond. Arabisch links bleef ondertussen liever hangen in elitaire salons en chique cafés, volledig losgezongen van de samenleving.
Als burger die trots is op zijn identiteit, geloof ik in God. Ik heb een diep respect voor de cultuur en het geloof van mijn familie en vrienden daar in Tunesië en in de rest van de wereld. Ik vind dat geen enkele elite zich mag opwerpen als voogd over de culturele keuzes van de bevolking. We moeten niet proberen om mensen geforceerd een geïmporteerde identiteit op te leggen. Geloof en sociale rechtvaardigheid sluiten elkaar immers helemaal niet uit. Ik heb altijd grote bewondering gehad voor het strijdbare links in Latijns-Amerika. Wijlen Hugo Chávez voerde in Venezuela zijn verkiezingscampagnes gewoon vanuit kerken. Hij haalde zijn socialistische waarden rechtstreeks uit de christelijke boodschap om op te komen voor de onderdrukten. Dit staat historisch bekend als 'de bevrijdingstheologie' van links, dat altijd pal stond voor rechtvaardigheid, met de Palestijnse zaak voorop.
De tragedie in de Arabische wereld is dat de overgrote meerderheid van dit links, dat het monopolie op progressieve leuzen claimt, haar morele kompas volledig is kwijtgeraakt. Ze lijden allemaal aan hetzelfde syndroom: vijandigheid jegens hun eigen samenleving.
Of het nu in het Midden-Oosten is of in de Maghreb, dit Arabische links opereert exact hetzelfde. Omdat ze er niet in slagen de massa's via de stembus te overtuigen en falen met economische programma's die de gewone burger raken, compenseren ze hun historische verlies door ‘het systeemdienende links’ te worden. In plaats van te vechten tegen armoede en werkloosheid, vernauwen ze hun strijd tot identiteitskwesties en het bestrijden van religie. Sterker nog: ze blijken achter de schermen bereid om samen te werken met dictators, zich in de armen van de macht te werpen en een pact met de duivel te sluiten. Alles om hun ultieme doel te bereiken: het uitschakelen van hun ideologische tegenstanders. Ze willen koste wat kost hun historische rekeningen vereffenenmet de politieke islam, zelfs als de prijs daarvoor de vernietiging van de democratie en de onderdrukking van het volk is.
Gelukkig staan daartegenover de integere en principiële denkers die weigerden mee te gaan in dit opportunistische handjeklap. Zij hielden wél vast aan de waarden van écht links en de democratie – zoals Ayachi Hammami, Sihem Bensedrine en Jaouhar Ben Mbarek daar in Tunesië, en andere mensenrechtenverdedigers in de Arabische regio. Zij betalen nu een torenhoge prijs voor hun principes. Ze worden vervolgd of kwijnen weg achter de tralies na onrechtvaardige, zware vonnissen, simpelweg omdat ze weigerden hun geweten te verkopen aan autoritaire regimes.
Links is een praktijk, een set waarden, een onvoorwaardelijke keuze voor recht en rechtvaardigheid – zoals ik dat hier op de podia in Nederland ervaar en zie in de strijd in Latijns-Amerika. Het Arabische ‘uitsluitingslinks’ heeft echter bewezen dat het losstaat van de polsslag van de straat: burgerlijk in haar gedrag, opportunistisch in haar allianties en verdwaald in schijngevechten die louter de dictatuur in het zadel houden.