
Buiten is het ijskoud, sneeuw valt al dagen en de Winterspelen komen eraan. Nederland heeft schaatskoorts en een ijsdelirium.
Naast alle ellende in de wereld mag er nog steeds worden gejuicht. Ook zijn er de teleurstellingen met veel gemopper over bobo's die zich soms als autocraten gedragen of sporters met een iets te grote mond of arrogantie. Het is een wereld op zich.
De kritiek op het huidige kwalificatiesysteem richting de Olympische Spelen is niet alleen begrijpelijk, maar ook wel min of meer terecht.
Het Nederlandse schaatsmodel vraagt op dit moment het onmogelijke van zijn rijders: zij moeten zich eerst via het NK plaatsen voor WorldCup-wedstrijden, daar startplekken voor Nederland veiligstellen, en zich vervolgens opnieuw bewijzen op het Olympisch Kwalificatietoernooi (OKT).
We hebben gezien wat voor drama dat heeft opgeleverd. Met een soort van sport-cancellen van een Prins om een team - niet trainend - een kans te geven op een medaille bij een achtervolging door het terughalen van een verloren zoon.
Een ijs-soap met twee echtparen in de hoofdrollen met nogal wat emoties. De ijskampen Nijs/Beune en Wennemars/Schulting. Waarbij er een spin-off is naar de shorttrack waar schaatsers al jaren samenwerken en de prinses van eerdere spelen toch weer over de rode loper komt binnen klunen om mee te doen.
Schaatsen is fantastisch, als je blijft staan en steeds kijkt. Eén misstap - een val, ziekte of simpelweg een offday - kan vier jaar werk tenietdoen. Dat is geen topsportbeleid, dat is Russische roulette zonder doping.
Wat het systeem extra wrang maakt, is dat het collectieve en individuele belang structureel uit elkaar lopen. Tijdens WorldCup-wedstrijden rijden schaatsers niet alleen voor zichzelf, maar ook voor Nederland. Zij halen startplekken binnen voor de Olympische Spelen, maar hebben daar persoonlijk vaak niets aan. Die plekken worden pas verdeeld op het OKT, waar het hele seizoen - inclusief de WorldCup-prestaties - feitelijk wordt gereduceerd tot één weekend pieken.
Ondertussen kunnen rijders die nauwelijks of niet aan WorldCups deelnemen zich optimaal voorbereiden op precies dat ene moment. Dat is moeilijk te verkopen als 'eerlijk'.
Het gevolg: het OKT is geen beloning voor het beste seizoen, maar een extreem risicomoment dat alles overstemt. Dat doet geen recht aan consistentie, internationale prestaties, sportieve logica en strategisch sportbeleid. Het geeft wel mooie en spannende televisie voor meer dan een miljoen kijkers. Of overdrijven we wat?
Een alternatief dat wél klopt
Een nieuw kwalificatiemodel ligt voor de hand en is verrassend eenvoudig. Laat het NK de poort zijn naar internationale wedstrijden: per afstand worden daar vijf startplekken voor WorldCups verdiend, inclusief de nationale titel.
Vervolgens geldt: wie na vier WorldCup-wedstrijden per afstand bij de beste drie in het klassement staat, verdient automatisch een Olympisch ticket.
Daarmee worden internationale topprestaties eindelijk beloond zoals het hoort. Rijders die week in week uit meedoen op het hoogste niveau, onder internationale druk, krijgen zekerheid. Niet op basis van één perfecte rit, maar op basis van structurele kwaliteit.
Voor de resterende Olympische tickets kan een matrix worden gebruikt, gebaseerd op de positie van Nederlandse rijders in de WorldCup-ranking per afstand. Zo blijft er ruimte voor het OKT, maar krijgt het een andere functie: niet als allesbeslissend gokmoment, maar als laatste selectiemiddel binnen duidelijke kaders.
Rijders die hun Olympische ticket al via de WorldCup hebben verdiend, kunnen uiteraard gewoon deelnemen aan het OKT. Voor wedstrijdritme, training of prestige. Maar zij doen op die afstand feitelijk niet meer mee voor selectie. Hun plek is verdiend - en veilig. Wel zo eerlijk
Dit model herstelt de balans tussen nationaal en internationaal belang, tussen pieken en presteren. Het erkent dat topsport een seizoen duurt, geen weekend. En het voorkomt dat rijders die het zware WorldCup-circuit dragen, aan het eind met lege handen staan terwijl anderen profiteren van hun werk.
Wie écht de beste schaatsers naar de Olympische Spelen wil sturen, moet stoppen met doen alsof toeval een selectiecriterium is. Eerlijkheid, consistentie en internationale prestaties horen leidend te zijn. Alles minder is niet streng - maar simpelweg onrechtvaardig.
En voor nu? Drie dagen een EK afstanden in Polen met de iets mindere goden die nog steeds superprestaties leveren. Dit alles in een weekend waar het in Nederland -10 wordt met een mogelijke gevoelstemperatuur van -20. Koud hè. En weer geen Elfstedentocht. Wel bijna Olympische Spelen met schaatsen waarop 'we' toch wel weer een paar keer goud halen. De winter is gearriveerd. Prachtig.
De Olympische Goden en de kijkers, binnenkort in uw theater naast al het gedoe op het wereldtoneel. Voor de balans. Kijken, genieten, mopperen, denken en voelen.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.