
De echte conclusie: We zullen wel zien waar het schip strandt.
De afgelopen dagen is het publiek lekker gemaakt met de Troonrede. De uitgelekte miljoennota was misschien bleekjes maar het jaarlijks optreden van de koning zou een nieuw begin markeren. Zijne Majesteit zou niet - zoals al meer dan een eeuw gebruikelijk - een reeks door algemeenheden onderling verbonden alinea’s oplepelen waarvan de inhoud door de verschillende ministeries was bepaald. En die dan steeds uitmondden in de belofte: “Nadere voorstellen zullen U bereiken”. Nee, wij zouden een betoog krijgen vol vergezichten, een richtingwijzer naar de toekomst, een soort kompas dat aangaf waar Nederland stond. Op het niveau van: “The only thing we have to fear, is fear itself”. Dat niveau.
Natuurlijk, het was allemaal uit nood geboren. Het kabinet zag zich door onderlinge onenigheid en gebrek aan steun in de Kamer gedwongen grote besluiten in te trekken of uit te stellen tot een later tijdstip. Het scheerde in de weken voor Prinsjesdag langs de afgrond. Het scheelde weinig of premier Jetten had het ontslag van hem en zijn kruiwagen met kikkers moeten aanbieden bij dezelfde koning die nu met een troonrede nieuwe stijl geschiedenis ging maken.
Wat is dat tegengevallen. Democratie betekende dat je bereid bent naar elkaar te luisteren, betoogde de koning met enige omhaal van woorden. Dat je het uiteindelijk met elkaar ergens over eens wordt. Dat je elkaar wat gunt. Ook zei hij – mijn formulering – dat Keulen en Aken niet op één dag gebouwd zijn, laat staan dat miljoen woningen. Of de deportatiecentra – pardon opvang hubs – in verre landen waar uitgeprocedeerden op een zo groot mogelijke afstand van de Europese buitengrens zullen worden vastgehouden. Net zomin zijn die scheurende bruggen en scholen snel hersteld. Of onze strijdkrachten op peil gebracht ook al wordt daar nu zoveel en zo onnadenkend in geïnvesteerd.
De slotzinnen van de Troonrede luiden als volgt:
“Nederland staat in een eeuwenlange traditie van samenwerking, die ooit begon met de onderkenning van het gezamenlijke belang van goed waterbeheer. Het is in die traditie dat de regering met u wil blijven werken aan een beter Nederland. U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.”
De koning had gezien het voorgaande beter kunnen zeggen: “We zullen wel zien waar het schip strandt”. Trouwens pessimisten hoorden dat in deze clichématige peroratie.
Aan goed bedoelde woorden heeft het Nederland van nu niets. Deze verscheurde natie heeft een verháál nodig. In dat verhaal wordt onomwonden gezegd wat de grote problemen zijn. En in welke richting we die gaan oplossen. En welke bijdrage we dan van elkaar mogen verwachten. Dat mag geen abstract betoog worden. De uitgangspunten zijn de concrete knelpunten van dit land. We hebben een versleten infrastructuur. Bruggen zijn krakkemikkig. De grote meerderheid van de schoolgebouwen is er net zo slecht aan toe. De jeugdzorg verkeert in een existentiële crisis zoals blijkt uit de schandalen die steeds weer naar voren komen. Nu weer het door Netwerk onthulde afschuiven van kinderen met problemen naar centra in het buitenland waar geen enkel toezicht bestaat op de behandeling of wat daarvoor moet doorgaan. Het elektriciteitsnet is overbelast. Blijvende afhankelijkheid van fossiele energie is gevaarlijk: vanwege de effecten op het klimaat en omdat we ons daarmee in toenemende mate chantabel maken door schurkenlanden met schurkenregimes. De landbouw, zoals die nu bedreven wordt, is niet houdbaar. Geen boer, geen voer, staat er op sommige tractoren. De waarheid luidt: geen opbrengst zonder grootschalige inputs uit verre buitenlanden in de vorm van veevoer en kunstmest. De boeren zullen zichzelf tegenkomen. Op de slagvelden van de wereld – verdomde dichtbij – vindt een technologische revolutie plaats waarvan niemand echt de consequenties doorziet. We weten wel dat onze trotse werven niet meer in staat zijn behoorlijke oorlogsschepen te bouwen gezien de afbestellingen door Duitsland, die de voormalige trots der natie Damen in grote problemen heeft gebracht. De macro-economische cijfers zien er niet slecht uit maar achter het gordijn van de tabellen verbergt zich de rotternis. Als het om de toekomst gaat, schittert er slechts één parel aan onze kroon. Dat is ASML. Geweldig bedrijf dat geweldig zal blijven tot China klaar is met de inhaalslag op het gebied van de chipmachinevervaardiging die het al met veel ijver is begonnen. Trouwens, als het om ICT gaat en internet, zijn we met handen en voeten gebonden aan de Verenigde Staten omdat dat goedkoper en efficiënter leek.
Dit land heeft het wel eens vaker meegemaakt dat het stilstand niet voor achteruitgang aanzag maar voortgezette welvaart terwijl in Den Haag cententellers elke ambitie dempten en elke echte vernieuwing ontmoedigden. Dat was in de achttiende eeuw. Gelooft U dit niet? Te grote delen van het bedrijfsleven en te veel van onze export zou instorten als we ze niet met goedkope arbeid uit landen met een laag inkomensniveau konden gaande houden.
Een troonrede die dát benoemt, die de echte prioriteiten aangeeft en dan een koers aangeeft voor de toekomst, zou werkelijk alle hens aan dek kunnen krijgen.
Maar niemand kan dat. Of durft het aan. Of is er aan toe.
Daarom: we zullen wel zien waar het schip strandt.
Update: Ineens kom ik hier in dit geweldige archief een artikel tegen van een maand of wat na de bevrijding door prof. mr.. F. de Vries. Dat is Francois de Vries (1884-1958), hoogleraar economie aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool in Rotterdam en later de eerste voorzitter van de Sociaal Economische Raad.
Het artikel heet 'Zal het dagen?' Ik geef twee citaten: één aan het begin en één aan het eind. Stof tot nadenken uit 1945 voor ons in 2026
"Nieuwe wegen werden wel gezocht; maar als ze uitzicht boden op een betere tijd, zoals de Volkenbond, werden ze slechts aarzelend en zonder kracht ener werkelijke overtuiging betreden. Een halfslachtig was het streven naar vernieuwing op economisch gebied. Verder dan een opportunistische politiek kwam men niet. Onder de naam van tijdelijke crisismaatregelen kon men verdedigen en toepassen hetgeen men eerst als in beginsel onjuist had veroordeeld. Maar wat deed men in werkelijkheid? Stak men telkens weer een spaak tussen de raderen van een werk, dat wel ontwricht was maar nu steeds minder in staat was te functioneren? Of bouwde men toch, zij het onbewust en al zoekend en tastend, aan een nieuwe orde? Ook al wordt de noodzaak van een andere fundering ingezien, zonder klaarheid omtrent doeleinden en middelen kan een stevig bouwwerk nooit tot stand komen. Geheel nieuwe beginselen, naar men meende, werden wel in enige landen verkondigd en met niets ontziende kracht doorgevoerd maar het zijn slechts noodlottige dwaalwegen gebleken. Verbonden aan, ten dele ook innerlijk samenhangend met het streven naar wereldheerschappij van mogendheden, het minst daartoe geroepen of geschikt, bepaalden ze de wijze waarop het grote conflict tot uiting kwam."
En:
"Macht ist böse. Ongecontroleerde macht is in geen ´s-mensen hand veilig. Het geldt niet slechts in de staat, maar ook voor het maatschappelijk leven en in ieder afzonderlijk bedrijf. Anderzijds is zonder een krachtig gezag, zonder leiding en onderschikking, geen samenleving mogelijk. Ze moeten we steeds zoeken naar een evenwicht tussen gezag en vrijheid, doelbewuste regeling en vrij initiatief, een opgelegd plan en spontane groei. Telkens weer wordt het evenwicht verstoord, telkens wordt het opnieuw nagestreefd, maar nooit ten volle bereikt; de spanning blijft bestaan. Zij vloeit voort uit de tweezijdigheid van de menselijke natuur. Enerzijds is de mens individu en streeft hij naar de ontplooiing van zijn persoonlijkheid, anderzijds is hij deel van een gemeenschap en kan hij alleen in en door deze bestaan. Tussen beide moet steeds weer een weg worden gezocht: Suppress individuality and you have no life. Assert it, and you have war and chaos."
Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven en Friesland zo´n schandelijke compensatie geboden krijgt voor nieuwe winningen.
Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politieke geschiedenis. Nu: Jetten is geen premier maar de eeuwige formateur