
Op Instagram zag ik vanochtend een clipje van Nieuwsuur over de verkiezingen in de Duitse deelstaat Berlijn die vandaag plaatsvinden. De altijd ‘neutrale’ nieuwsrubriek ging aan AfD-stemmers vragen waarom ze op AfD stemmen. Eindelijk, dacht ik, dat is nou een groep die echt nooit aan het woord komt in de media. Het is een van de grootste raadsels wat deze mensen vinden, volledig genegeerd. Al een kwart eeuw. Nu mochten ze het eindelijk zeggen: te veel migranten. “Nee hoor, ik ben geen racist.” Verbazend zeg. “Er zijn ook goede buitenlanders. Maar ik stem AfD vanwege de handophouders.” O, is dat het!
Vanwege die handophouders moeten dus alle anderen met dezelfde culturele achtergrond gestraft worden. Daar werd niet naar gevraagd. Ik was ook wel benieuwd wat de handophouders er zelf van vonden maar die kwamen helaas niet aan het woord. Er werden wat mensen met de gewenste uiterlijke kenmerken van een afstand gefilmd waardoor je kon denken ‘ah dat zijn ze’.
Ik kom zelf uit een gezin van ‘handophouders’ - mijn vader was invalide, we leefden van de bijstand - en ik herkende die vertoonde afkeer wel een beetje. Mijn hele jeugd werd ik er mee geconfronteerd, meestal achter mijn rug. "Het zijn handophouders." Er zijn mensen die niet kunnen leven zonder een groep waar ze afkeer van hebben.
Wat verder opviel, als je goed oplette, was dat de linkse partij Die Linke in de deelstaat Berlijn de grootste is in de peilingen. Helaas werd er niemand geïnterviewd over waarom mensen kiezen voor linkse politiek. Althans niet in het clipje dat ik zag. Er werden wel linkse politici geïnterviewd maar dat ging ook over AfD. Zo werkt 'neutraliteit'.
Het deed me denken aan het boek ‘Het begin volgt op het einde’ dat ik deze week las. De Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit legt daarin uit dat we belangrijke ontwikkelingen niet zien omdat nieuws zich altijd richt op de korte termijn, het geweld en de verkiezing van vandaag. Zondebokpolitiek sluit daar goed bij aan, denk ik. Er moet een eenvoudige verklaring gezocht worden voor wat er nu gebeurt. Er is geen tijd voor langere verhalen, groeiend besef of diepgaand onderzoek. Hullie! Het is hullie schuld!
Die kortzichtigheid vind je niet alleen aan extreemrechtse zijde. Ons nieuwsdieet dat met de komst van sociale media nog minder voedzaam voor de geest is geworden - ja ook ik keek niet de hele reportage van Nieuwsuur, alleen het Insta-clipje - staat niet toe dat we grotere verbanden zien. We zien de meest vreselijke zaken, zonder te weten waarom ze gebeuren. Dan lijkt het vanzelf alsof de wereld alleen maar naar de sodemieter gaat, alsof alles steeds slechter gaat.
Solnit draait dat beeld radicaal om. Ze zet in grote lijnen uiteen hoe op tal van fronten de wereld de afgelopen halve eeuw enorm verbeterd is. Door de manier waarop we anders zijn gaan denken en met elkaar omgaan. Door de toename van menselijkheid. Neem de medische zorg, die is niet alleen technisch beter geworden maar ook in de omgang met patiënten. Nog niet zo heel lang geleden mochten patiënten niet eens weten wat er in hun eigen medisch dossier stond en hadden ze helemaal niets te zeggen over de behandeling die werd voorgeschreven en uitgevoerd. Ik kan me nog herinneren dat we pijnstillers het ziekenhuis binnen moesten smokkelen omdat mijn vader - die handophouder - verging van de pijn en van de dienstdoende arts te horen kreeg dat hij een aansteller was.
Zo is de wereld over de hele linie verbeterd. Natuurlijk er is veel mis en onrecht maar als je alleen daar op let zie je niet wat er veroverd is. De VS is een racistisch land maar vergeet niet dat het ruim een halve eeuw nog veel erger was. Er regeerde regelrechte apartheid, overigens zonder dat dat gevolgen had voor onze houding tegenover het land want ja, bevrijders. Solnit zet uiteen hoe de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika tot een halve eeuw geleden tot uitgeroeid werden bestempeld. Inmiddels krijgen ze steeds meer van hun grondgebied terug en wordt hun cultuur en kennis serieus genomen.
De vooruitgang, in gang gezet door activisten, heeft op tal van terreinen plaatsgevonden, zoals de positie van vrouwen en natuurbeheer. Op gebied van dat laatste legt Solnit hoe we verbanden zijn gaan zien. Dat het welzijn van insecten samenhangt met dat van onszelf, om maar wat te noemen. Lange tijd werd de kijk op de natuur beheersd door een isolationistisch wereldbeeld waarin niets met elkaar is verbonden. Dat past bij een individualistische kijk op het leven waarin niemand iets met een ander te maken heeft. Het is een kijk die goed uitkomt voor wie snel veel geld wil verdienen maar die heel veel schade aanricht.
De grootste aanhangers van het isolationisme vind je onder de bazen van Big Tech in Silicon Valley. Musk denkt zo geïsoleerd dat hij droomt over het stichten van een kolonie op Mars voor als de wereld kapot is gemaakt. Kolonialisme is ook een uitingsvorm van isolationisme, waarbij je mensen naar willekeur onderwerpt om hun grondgebied af te kunnen pakken. Dat wordt allemaal steeds minder geaccepteerd. Het gaat niet van de ene dag op de andere, het is een langzaam proces. Tot nog niet zo lang gelden werd Israël gezien als het land van melk en honing. Die stroopsmeerderij werkt niet meer. De wereld van het isolationisme is zogezegd uiteen aan het vallen en dat is waarom de isolationisten zich zo hevig roeren. Daarom is deze tijd zoals ze is, schrijft Solnit:
“Monsters ontstaan vaak uit gehechtheid aan de stervende orde, en die monsters zijn bereid monsterlijk geweld te gebruiken om te voorkomen dat er een nieuwe wereld tot leven wordt gewekt. (….) De monsters nemen de vorm aan van autoritaire figuren, van bedrijven die kwartaalwinsten stellen boven het welzijn van de aarde op de lange termijn, van racisme, misogynie en andere hardnekkige uitingen van haat die bedoeld zijn om verdeeldheid te zaaien, monden te snoeren en groepen te marginaliseren, van de 'move fast and break things'-mentaliteit in Silicon Valley, die al zoveel heeft gebroken en nog veel meer dreigt te breken. De oligarchen van Silicon Valley zijn vastbesloten om hun 'nieuwe technologieën in te zetten voor die oude, stervende wereld van ongelijkheid en hiërarchie, van extreme rijkdom en armoede, extreme macht en machteloosheid, isolationisme en vervreemding, van extractivisme en commercialisering - zelfs als het gaat om kinderfantasieën en onze dromen.”
Dat Big Tech een bedreiging voor ons allen vormt, is wel bekend. Maar Solnit geeft daar een heel andere analyse van. De acties van Big Tech zijn gericht tegen een wereld van toenemende gelijkheid, van een groter bewustzijn van samenhang, van zachtheid in plaats van hardheid, kortom van de progressieve successen van de afgelopen halve eeuw.
Er wordt vaak gezegd dat links dood is omdat het ‘geen groot verhaal’ heeft. Wel, dit is dat grote verhaal. Progressieve ideeën hebben de wereld enorm verbeterd, toont Solnit. Alleen is dat verhaal te groot voor een Instagram-reportage, krantenartikel, de dagelijkse nieuwsstroom. En omdat we het allemaal 'normaal' zijn gaan vinden. Het succes wordt niet gezien omdat het vanzelfsprekendheden zijn geworden.
Solnit is een Amerikaanse denkster en dat is vanzelfsprekend ook te merken aan haar analyse, het optimisme bijvoorbeeld, het geloof in vooruitgang en in de kracht van grote dromen, maar haar verhaal snijdt zeker hout en vervulde me met hoop en vertrouwen. Bij Nieuwsuur kon ik helaas niks over haar vinden.
Het begin volgt op het einde, over een veranderende wereld. Door Rebecca Solnit. Uitgeverij Nieuw Amsterdam. 192 pagina's.