
Afbeelding © Dolle Mina's
Hoe het Dagblad van het Noorden transfobie verpakt als nieuws.
Stel je voor: je wordt als vrouw veroordeeld tot een celstraf. Maar in plaats van je naar de vrouwengevangenis te sturen, wordt voor jou een uitzondering gemaakt: jij moet naar de mannengevangenis. Met alle gevaren van dien.
Dit is waar Caroline Franssen en de haatgroep Voorzij voor pleiten. Zij vinden dat bepaalde vrouwen op deze buitengewoon wrede manier gediscrimineerd zouden moeten worden. Om precies te zijn: vrouwen die transgender zijn.
Deze week publiceerde het Dagblad van het Noorden (DvhN) een artikel waarin deze haatgroep aan het woord gelaten werd om hiervoor te pleiten. De onderbouwing was één geweldsincident in een vrouwengevangenis in Groningen; iets wat vrij vaak voorkomt, maar in dit geval was de dader transgender. Het artikel veroordeelde vervolgens álle trans vrouwen tot dader, en pleitte voor de bovengenoemde discriminatie. Dit terwijl trans vrouwen in een mannengevangenis echt niet minder gevaar zouden lopen; integendeel, ze worden juist vaker slachtoffer van seksueel geweld dan andere vrouwen (Doorduin, T., & Cense, M., 2014).
Media hebben veel invloed op hoe mensen denken, en daarom dragen journalisten een grote verantwoordelijkheid. De manier waarop zij groepen mensen neerzetten kan grote en blijvende schade aanrichten. Alle trans vrouwen over één kam scheren naar aanleiding van één of een handjevol incidenten is een denkfout waar gemarginaliseerde mensen vaak de dupe van worden. Als journalisten op deze manier over heteromannen zouden schrijven wanneer die geweld plegen, zouden we inmiddels alle heteromannen als zware criminelen zien. En dat is niet alleen oneerlijk, maar ook heel erg gevaarlijk.
Voor trans mensen was het artikel van DvhN een klap in het gezicht. Terwijl de krant eerder nog een mooi artikel schreef over de ervaringen van trans mensen in onze samenleving, koos die er nu voor om haat te verspreiden. De journaliste, Ina Reitzema, gaf een groot podium aan pseudofeminist en beruchte haatzaaier Caroline Franssen, en omschreef haar later zelfs als “voorvechter voor vrouwenrechten”. Dit terwijl Franssen nergens anders mee bezig lijkt te zijn dan met het tegenwerken van de rechten van trans mensen en non-binaire mensen en het verspreiden van hardnekkige desinformatie onder mensen die niet veel van deze groepen mensen weten.
Dolle Mina, samen met vele anderen, gaf de journalist in eerste instantie nog het voordeel van de twijfel: misschien weet ze niet wat ze doet. Jammer genoeg gaf Ina in haar reactie op een bezorgde mail van een van onze Mina’s aan geen begrip te hebben voor het gevaar dat haar artikel brengt voor trans mensen. In een opvolgend artikel liet Reitzema zien dat ze zich wel degelijk bewust was van haar misleidende framing. Ze schreef daarin over “ophef” rond de petitie van Caroline Franssen, alsof dat het echte probleem was en niet haar eigen schadelijke artikel erover. Ze gebruikte neerbuigende taal, negatieve stereotypen en verspreidde zelfs desinformatie alsof het feiten waren. Daarmee zaaide ze bewust haat, iets wat volgens de wet strafbaar is. In het stuk liet ze het bovendien lijken alsof alleen de transgendergemeenschap geschokt was, met maar een paar sympathisanten. Dit is feitelijk onjuist.
Wij stuurden vanuit Dolle Mina direct na het eerste artikel een boze mail naar de redactie van het DvhN om hen bewust te maken van hun fout. Tot nu toe hebben we geen reactie ontvangen. Dat is opvallend, want volgens de Code voor de Journalistiek moeten media fouten herstellen en ruimte bieden aan kritiek. Dat doen ze nu niet.
Het artikel haalt het incident ook uit de bredere context. De krant benadrukt de trans identiteit van de dader, maar vertelt niet dat geweld in gevangenissen een structureel en groeiend probleem is.
Enkele cijfers: In Nederland werken ongeveer 16.000 mensen in detentiecentra. Van hen zeggen 500 medewerkers dat zij elke maand te maken hebben met geweld. Nog eens 400 medewerkers maken dat wekelijks mee. Eén op de tien bewakers heeft ooit fysiek geweld ervaren. Uit onderzoek blijkt dat dit vooral komt door problemen onder gedetineerden, te weinig personeel en minder beschikbare cellen. Dit zorgt voor hoge werkdruk en meer onveiligheid onder zowel personeel als gedetineerden. Dát is de oorzaak van de geweldsproblemen in het gevangeniswezen, niet de aanwezigheid van een handjevol trans vrouwen.
Bovendien is er ook gewoon vrouwelijk personeel dat in mannengevangenissen werkt. De aanwezigheid van deze ene trans vrouw kan nooit een groter gevaar voor vrouwelijke medewerkers zijn geweest dan een gevangenis vol cisgender mannen.
En dan is er nog de klakkeloos aangenomen misvatting dat trans vrouwen altijd fysiek sterker zijn dan cis vrouwen. Dit strookt ook niet met de werkelijkheid: hormoontherapie hervormt het lichaam van een trans vrouw zodanig dat ook die spierkracht op het niveau van de gemiddelde vrouw terecht komt (Hamilton et al., 2024).
Al met al presenteert het artikel dus een zwaar misleidend verhaal.
Als de krant de fouten niet herstelt, maakt Dolle Mina melding bij het Landelijk meldpunt discriminatie en het College voor de Rechten van de Mens. Ook kan het dagblad acties verwachten, totdat het zijn fout herstelt en excuses maakt aan de transgemeenschap! Het feit dat er nog steeds geen reactie is gekomen, laat zien hoe belangrijk het is dat wij als Dolle Mina’s, samen met andere organisaties, bewegingen en individuen, de media blijven aanspreken op hun verantwoordelijkheid.
Getekend,
Nanne, Dionne, Carolien en Lori
Namens Dolle Mina
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.