
"Kijk, hier was je een jaar of acht," zegt mijn moeder. Ze wijst naar een korrelige foto in een oud fotoboek. "En hier is oma een trui aan het breien."
De kleuren zijn flets, de kleding is typerend voor de jaren negentig. Een zwart-witfoto van mijn moeder als klein meisje, samen met haar zussen in de jaren zestig, trekt de aandacht. Vier jonge meiden, vrolijk poserend in de Amsterdamse Witte de Withstraat. Het gebrek aan kleur romantiseert.
Pakjesavonden, zwemdiploma's, de eerste rondjes op de fiets en twee vrolijke, jonge ouders. Stofdeeltjes dwarrelen omhoog bij het omslaan van de pagina's; tastbare relikwieën uit een vorige eeuw. Terwijl ik mijn jeugd terug in de kast leg, besef ik dat ik waarschijnlijk tot de laatste generatie behoor die de herinnering aan vroeger niet via een scherm bekijkt.
Over het algemeen pakken kersverse ouders er geen fotoboek meer bij. De korrelige foto's in dikke fotoboeken zijn vervangen door haarscherpe afbeeldingen in de cloud. Met een snelle swipe worden de beelden opgehaald. Het heden en het verleden delen dezelfde hoge resolutie: een digitale weergave die weinig ruimte overlaat voor de verbeelding.
Kijken we in de toekomst met een brok in de keel naar een hologram van de afscheidsmusical in groep acht? Of kunnen we tijdens het afzwemmen met een VR-bril gewoon meezwemmen?
Misschien bestaat de verwondering dan wel uit de technische vooruitgang: "Kijk, op die foto krijgt opa zijn eerste fatbike. Toen was de resolutie nog maar 4K!"
Het gemak van een digitaal bestaan valt niet te ontkennen, maar wellicht komt er een tijd dat we met weemoed terugkijken naar een periode waarin het verleden stilletjes verwaterde. Als een moeder over vijftig jaar tegen haar kind zegt: "Kijk, hier ging oma viral. Ze had net haar lippen laten opspuiten!"