Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen.

Het CIDI vervuilt het Nederlandse debat met verhaal over ‘heksenjacht’

25-02-2026
leestijd 3 minuten
2531 keer bekeken
ANP-550952720

In het artikel “Normalisatie van heksenjacht op Israëli’s door Hind Rajab Foundation is zorgelijk” stelt CIDI, voluit het Centrum Informatie en Documentatie Israël, dat de Hind Rajab Foundation (HRF) lukraak Israëlische militairen aanklaagt. Volgens velen fungeert het CIDI als de lange arm van Tel Aviv. Het vervuilt het Nederlandse debat met de gebruikelijke hasbara en neemt het doorgaans niet al te nauw met de feiten. Het is dan ook een klein wonder dat zij nu eens geen onwaarheid verkondigen: HRF jaagt zeer zeker op Israëlische militairen.

Maar zoals CIDI vaker feiten op geheel eigen wijze interpreteert, verdraait het ook hier de werkelijkheid. Hoewel CIDI anders wil doen geloven, richt HRF zich niet zomaar op alle Israëlische militairen.

CIDI noemt deze ontwikkeling “zorgelijk” en spreekt van een “heksenjacht” op Israëli’s enkel vanwege het dienen in het leger. Volgens CIDI zou er geen bewijs zijn voor mogelijke oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid of genocide. Daarnaast acht de organisatie het gevaarlijk dat verschillende media HRF-voorzitter Dyab Abou Jahjah een podium geven en daarmee de organisatie zouden normaliseren.

Die voorstelling van zaken is onjuist.

Er bestaat geen enkele grond voor de aantijging dat HRF zich richt op alle Israëlische militairen. De term heksenjacht roept associaties op met emotionele, irrationele willekeur en, belangrijker nog, met een gebrek aan juridische legitimiteit. Precies dát is de bedoeling van deze framing: HRF neerzetten als een door haat gemotiveerde organisatie. De werkelijkheid vertelt het tegenovergestelde verhaal.

HRF richt zich niet lukraak op Israëli’s en evenmin op alle Israëlische soldaten. De organisatie richt zich op individuen tegen wie concrete verdenkingen bestaan van betrokkenheid bij oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Dat onderscheid is essentieel.

Volgens CIDI zijn hier geen bewijzen voor. Maar suggereren dat HRF zonder bewijs een heksenjacht heeft geopend, is misleidend. Het is niet aan lobbyorganisaties om te bepalen of bewijs volstaat; dat is aan rechters. Juridische procedures vereisen zorgvuldig opgebouwde dossiers en toetsing door bevoegde instanties. HRF gaat zeer secuur te werk bij het opstellen van bewijsmateriaal. Zowel forensisch als op basis van geolocatie en technische research worden bewijsstukken getoetst door rechters en federale parketten. Door dit proces bij voorbaat te criminaliseren, toont CIDI een fundamenteel gebrek aan respect voor het rechtssysteem.

In het artikel ‘vergeet’ CIDI overigens te melden dat het overgrote deel van het bewijs van Israëlische soldaten afkomstig is. Zij hebben tijdens de genocide trots beelden van hun oorlogs- en genocidale misdaden gedeeld op social media. Dit deden en doen veel soldaten terwijl zij erover opscheppen, zich duidelijk onaantastbaar wanend. Hiernaast heeft HRF ook getuigenissen van genocide-overleveraars opgenomen in het bewijsmateriaal. 

CIDI veegt dit maar al te graag onder de mat. Het komt hen niet goed uit dat er tegen Israëlische leiders internationale arrestatiebevelen uitgevaardigd zijn op beschuldiging van misdaden tegen menselijkheid en oorlogsmisdaden.

De discussie zou moeten gaan over waar het werkelijk over hoort te gaan: zijn er oorlogsmisdaden gepleegd, en zo ja, wie draagt daarvoor verantwoordelijkheid? In plaats daarvan maakt CIDI degenen die deze vragen stellen en onderzoeken verdacht. Zij doet alsof zij een morele zaak verdedigt, maar wat zij in de praktijk doet, is het beschermen van straffeloosheid voor Israëlische oorlogsmisdadigers.

Dat is ook precies de reden waarom CIDI HRF zwart probeert te maken: het schild van straffeloosheid begint barsten te vertonen.

Voor HRF draait deze kwestie niet alleen om Israël, maar om de geloofwaardigheid van het (inter)nationaal recht zelf. Dat recht is gebaseerd op verdragen en wetten die door vrijwel alle staten zijn ondertekend. Staten én individuen die oorlogsmisdaden begaan, dienen ter verantwoording te worden geroepen, ook wanneer het bondgenoten van het Westen betreft.

Wie dit proces wegzet als een “heksenjacht”, ondermijnt het idee van rechtvaardigheid.

Delen:

Joop

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

Al 100 jaar voor