
Van sommige antiquariaten kan men zich in goede gemoede afvragen of het eigenlijk wel een boekwinkel betréft. Een (meestal) oud pandje volgestapeld met oude boeken is de korte definitie, maar vaker lijkt het alsof de eigenaar niet alleen een winkel drijft maar tevens in zijn nering woonachtig is. Betreedt men hier een privémuseumpje of een daadwerkelijke winkel, en is men daarmee een bezoeker of een klant?
Hij is (meestal) een wat oudere man die een treffende gelijkenis vertoont met de inventaris. Evenals het meubilair en de handelsvoorraad hebben zij zonder uitzondering een licht stoffig, enigszins versleten voorkomen met een ongetwijfeld fascinerend binnenwerk. Want boekverkopers zijn ook lezers, denkers (en niet zelden schrijvers).
Kenmerkend is het schijnbaar voortdurende spanningsveld tussen huiskamer en boekwinkel. Zelfs een klein, weggemoffeld keukentje kan deel uitmaken van de zaak. Bij het zien van een kapstok of gordijn rijst het vermoeden van een afgesloten vertrek(-je) dat mogelijk dienst doet als slaapplek. Her en der treft men meubilair dan wel kledingstukken aan die met de dagelijkse boekengang van zaken weinig van doen hebben. Ook wekt een grote verscheidenheid aan ‘rand-assortiment’ niet zelden de indruk dat de bezoeker zich in privévertrekken bevindt. Kleine sculpturen, tekeningen en foto’s in vergeelde mappen, oude prenten, schoolkaarten etc., alles wat men in een kleine bric-à-brac verwacht te vinden wordt hier terloops, vaak onmogelijk hoog opgetast, uitgestald. Stapels in antiquariaten vertellen sowieso hun eigen verhaal. Het dicht op elkaar gedrukte papier en de stofranden doen begerige vingers dikwijls bescheiden ‘de-boel-de-boel-laten’.
Of het de aankleding dan wel opslag betreft wordt pas duidelijk als men zich bij de kassa vervoegt. Een eufemisme in dit geval daar de afrekenplek net zo goed een kistje of blikje kan zijn in de onderste lade van een bureau. Daar is het moment van de eigenaar om een inschatting te maken van zijn clientèle. Zijn gretigheid bepaalt de prijs, een bedrag bepaald door vage duiding aangaande antiquarische waarde of een betoog waaruit blijkt dat de verkoper het artikel eigenlijk liever helemaal niet verkoopt.
Meerdere malen werd bij het afrekenen de portemonnee getrokken waaruit bleek dat de kassa in de zaak non-existent was maar zich slechts in de broekzak van de boekhandelaar bevond. Terugkerend hoofdbreken blijft: bevindt de aspirant-koper zich in een winkel of in een hobbyproject? Betekent dat vergeelde briefje met een door de zon verbleekt, nauwelijks leesbaar telefoonnummer op de deur dat de bezoeker te allen tijde inbreekt in een thuissituatie of hangt het er enkel om een al te grote bezoekersstroom te ontmoedigen?
Men is eigenlijk altijd open en tegelijk nooit. Uw klandizie is gewenst, mits…. u zich houdt aan de onuitgesproken en onbestaande regels van het antiquariaat. Kabbelt u oude jazz tegemoet bij het betreden van het pand of klinken de zwierige tonen van Debussy? Zit de eigenaar juist aan zijn middagboterham of is hij in een diep filosofische discussie met een andere bezoeker verwikkeld? Een goede inschatting maken kan uw ervaring tot een onvergetelijke maken.
Een internationaal vermaard exponent van geschetste onderneming is uiteraard Shakespeare & Company in Parijs. Onbedoeld en ongepland struikelde ik daar op zestienjarige leeftijd ooit binnen en waande mij in een onmogelijk boekenwalhalla. Zoals Alice viel ik vol ongeloof in dat zalige gat. De stapels, de meubelen, het krakende hout, hier zou ik het liefst de jas uittrekken om het pand nooit meer te verlaten. Dat velen dat voor en na mij zouden doen was mij allemaal nog onbekend. Bovenstaande foto maakte ik in absoluut ongeloof van de aangetroffen situatie. Een schijnbaar beslapen bed, midden tussen een wanordelijke berg boeken, bovenin de zaak. Bevond ik mij in de slaapkamer van de propriétaire?
Ik liet de droom lang de droom en pas jaren later las ik van de witte raaf die dat alles had bedacht; George Whitman. Hij had de wereld bereisd en zich vaak verrast gevonden in ‘the hospitality of strangers’, de gastvrijheid van vreemden. In zijn winkel zouden reizigers, ‘tumbleweeds’, derhalve altijd een gastvrij onthaal ten deel vallen. Men mocht blijven overnachten mits men bereid was daarover te schrijven, flink te lezen en een beetje mee te helpen in de winkel.
Het eldorado bestaat nog altijd. Loop er eens binnen en wellicht openen ook voor u zich die Poorten der Hemelen…