
Op de kade, tijdens de Pride botenparade, sprak een man mij aan. Hij was er met zijn partner, en hij had een tijdje naar ons staan kijken: mijn kinderen op onze schouders, wijzend, vragend, dansend, lachend, genietend, van de energie, de glitter en de muziek. Hij vond het bijzonder, zei hij, hoe wij alles uitlegden wat ze vroegen. Geen ontwijken, geen "dat leg ik je thuis wel uit". Gewoon antwoord, op hun niveau, meteen.
Daarna zei hij iets dat ik daarna niet meer kwijt kon raken: kinderen worden niet geboren met haat in hun hart. Dat wordt ze aangeleerd. De liefde zit er van nature al in — die hoef je alleen niet in de weg te zitten. Hij wenste dat meer kinderen ouders hadden zoals wij. Dan zou er minder haat in de wereld zijn. En veel minder kinderen die, later, denken dat de wereld beter af is zonder hen.
Die zin speelt de hele tijd door mijn hoofd.
Wij zijn dit jaar naar een aantal Pride-evenementen geweest, met de kinderen en ook zonder. Maar de dagen dát ze mee waren, genoten ze onvoorwaardelijk. Van de kleuren, de glitter, de muziek, het dansen. En ze stelden vragen. Steeds meer vragen.
Zijn er ook drag queens maar dan mannen? Ja, dat zijn drag kings.
Mama, wat is bi+, en waar staat die plus voor? Bi+ zijn mensen die op meerdere geslachten of genders verliefd worden. De plus staat bijvoorbeeld voor panseksualiteit, dan maakt het niet uit welk gender de ander heeft, je wordt verliefd op de persoon.
Mama, waarom dragen die mensen op die boot bijna niks, en alleen zwart? Eh... dat vinden zij gewoon leuk.
Mama, wat is hiv/aids? Dat is een nare ziekte die je kunt krijgen als je seks hebt zonder condoom. Vroeger ging je daaraan dood, tegenwoordig zijn er goede medicijnen voor.
Ik verzin er niets bij en maak er niets ingewikkelder van dan het is. Kinderen kunnen heel veel aan, als je het maar op hun niveau brengt. En nee, dit is niemand iets door de strot duwen. Een kind meenemen naar Pride is geen indoctrinatie, het is precies het tegenovergestelde. Het is een middag lang zeggen: kijk eens hoeveel manieren er zijn om mens te zijn, en ze mogen allemaal bestaan. Dat is geen ideologie. Dat is liefde, zichtbaar.
Thuis praten we niet alleen over pride. We verdiepen ons samen in verschillende geloven, in feestdagen die niet de onze zijn, in regenboogfamilies, in huidskleuren. Niet omdat het bijzonder is, maar omdat het gewoon is. Ik wil dat mijn kinderen begrip hebben voor mensen die anders zijn, of anders doen dan zij. Ik zal daar zelf ongetwijfeld genoeg blinde vlekken in hebben, niemand doet dit perfect. Maar de intentie staat vast: ik wil ze niets onthouden van hoe kleurrijk de wereld is.
Mijn dochter kwam deze zomer op het idee om bedankkaartjes in de bus te doen, bij iedereen die in onze buurt een Pride-vlag uit heeft hangen. Gewoon om te laten weten: het is gezien, en het wordt gewaardeerd. Voor iemand die lhbti+ is, kan die ene vlag aan een gevel het verschil maken tussen gespannen en ontspannen over straat lopen. Tussen op je hoede zijn en je thuis voelen in je eigen buurt.
En toen, op een gewone middag, stapte mijn dochter in de bakfiets en zei: "Hé, de vlaggetjes zijn weg." We hadden twee kleine Pride-vlaggetjes aan onze bakfiets vastgemaakt, die altijd vrolijk meewapperden. Nu stak er nog maar één afgebroken stokje uit. Terwijl ik begon te fietsen, zei ik hardop, meer tegen mezelf dan tegen haar: "Heeft iemand onze vlaggetjes meegenomen?" Ik zag drie jongens van basisschoolleeftijd staan. Eén van hen riep, uitdagend, alsof het een prestatie was: "Ja, dat hebben wij gedaan!"
"ASO!" riep ik. En ik fietste door.
Geen preek, geen confrontatie. Ik wist op dat moment: die jongen bereik ik niet als een boze volwassene op een bakfiets, ik zou alleen mezelf woester maken en misschien een golf aan haat reacties over mij en mijn dochter heen laten komen die ik niet kon overzien. Ik wilde weg. Haar veilig.
Sindsdien heb ik duizend betere zinnen bedacht. Maar mijn dochter heeft me wél zien reageren, "wat aso" is geen zwijgen, dat is een grens benoemen. Soms is de les niet "vecht altijd door". Soms is de les: je grens benoemen, en je veiligheid (of die van een ander) boven je eigen gelijk stellen.
Ik weet niet wie die jongens zijn of wat ze thuis meekrijgen. Ik oordeel liever niet over hun ouders, ik weet immers ook niet wat er speelt. Maar ik weet wel: haat wordt aangeleerd, net als liefde. En ik kies er elke dag opnieuw voor om mijn kinderen het laatste mee te geven.